“Van deeltijd naar fulltime? Dat lost krapte op arbeidsmarkt niet op” Geplaatst 12 augustus 2024 door Redactie FlexNieuws Met het steeds krapper worden van de arbeidsmarkt wordt vol verwachting gekeken naar onbenut arbeidspotentieel, kortgezegd werkuren die nu, om tal van redenen, aan de arbeidsmarkt zijn onttrokken en die mogelijkerwijs wel kunnen worden ingezet. Zo neemt de druk op het meer uren werken van deeltijdwerkers gaandeweg toe. Het zou immers een probaat middel kunnen zijn om de gaten op te vullen. Maar zo eenvoudig is dat nog niet. In een recent gepubliceerd artikel onderzoeken diverse experts aan de hand van twee grote datasets de (on)mogelijkheden van dit onbenut arbeidspotentieel. Daarbij maken ze onderscheid tussen twee ‘soorten’ arbeidspotentieel: kwantitatief en kwalitatief. Bij kwantitatieve onderbenutting gaat het om minder dan 36 uur per werken – in deeltijd dus. In het geval van kwalitatieve onderbenutting is er sprake van een mismatch. Hun werk sluit dan niet helemaal aan bij hun opgedane kennis, expertise en vaardigheden, zegt een van de auteurs, Ronald Dekker tegenover ZiPconomy. Volgens Dekker, arbeidsmarktonderzoeker bij TNO, gaat het bij die laatste categorie om mensen die bijvoorbeeld wel 40 uur per week werken, maar die misschien, gezien hun profiel, niet heel nuttig werk doen. En dan spreek je dus van onderbenutting. Lees ook dit artikel: volgens ABN AMRO belemmert arbeidstekort de economische groei Geen simpele rekensom En dat is een belangrijke waarneming, omdat er mogelijk iets te halen valt. Zeker als de op het eerste gezicht simpele rekensom niet het gewenste effect sorteert: dat als deeltijdwerkers meer uren maken het tekort op de arbeidsmarkt wordt opgevuld. In de praktijk zien we vaak iets anders, legt Dekker uit. “Er zijn inderdaad wel mensen die meer uren zouden willen werken. Iets dat in de praktijk niet altijd lukt. Denk bijvoorbeeld aan (mantel)zorgtaken.” `Ter illustratie: slechts 30% van de mensen die meer wil werken, werkt een jaar later ook daadwerkelijk meer uren. Aan de andere kant zijn er ook steeds meer mensen die bewust kiezen voor parttime-werk en ook niet meer anders zouden willen. “Die willen een gezonde privé-werkbalans. En als je eenmaal een goede kwaliteit van leven hebt, bevalt dat wel. Dan is geld niet meer de hoofdmoot en zullen financiële prikkels jou niet bewegen. Zo heffen beide groepen werknemers elkaar qua uren als het ware op.” Het gemiddelde aantal uren dat iemand per week werkt, daalt al zestig jaar. Dat dit nog zal veranderen – zeker nu ook de jongste generatie op de arbeidsmarkt vloeit- is niet erg aannemelijk, zegt Dekker. En dus zul je naar andere manieren moeten kijken om de krapte op de arbeidsmarkt wat te verzachten. Dus niet alleen naar de cijfers, zoals het CBS vaak doet, maar ook naar de kwaliteit van werk. Hoe het binnen organisaties is georganiseerd bijvoorbeeld. Het effect ervan op de arbeidsmarktproblematiek wordt een beetje onderschat.” Zo geeft 30 procent van de werkenden aan dat hun competenties niet voldoende worden benut. “Daar zit wel echt ruimte voor verbetering waarbij een bepalende rol is weggelegd voor werkgevers,” aldus Dekker. Een werkgever moet vooral met zijn tijd meegaan. Dat betekent innovatief denken. “Zorg ervoor dat de werknemer, die je immers graag wilt behouden en het liefst voor hetzelfde aantal uren of meer, zichzelf kan ontwikkelen door middel van cursussen en bijscholing. Een leven lang leren is het adagium. En als je dat doet, kun je diezelfde werknemer ook complexere taken toebedelen.” Tel uit je winst, dus. En iemand die niet aan betaald werk doet, kan ook van nut zijn voor de maatschappij en waarde toevoegen, benadrukt Dekker. “Bijvoorbeeld door te zorgen voor huisgenoten. Dat hoeft ook niet per se voor kinderen te zijn, of via mantelzorg. Maar er gebeurt heel veel nuttig werk in en rond huishoudens.” De moraal van het verhaal: niet iedereen die betaald werk doet, zit qua nut voor de maatschappij ook echt op zijn plek. Uitgelezen kans uitzenders? Dit alles biedt een uitgelezen kans voor uitzender en detacheerders, zou je zeggen. Zij kunnen immers heel gepast de gaten in de kwalitatieve mismatches opvullen. Dekker: “Dit soort bedrijven kunnen inderdaad in dit gat springen door meer mensen te matchen op basis van hun competenties en hun ontwikkelpotentieel. En ook door zelf innovatief te zijn: niet trouwhartig op zoek gaan naar wat de opdrachtgevende partij precies zoekt, maar een voorstel te doen dat misschien niet zo voor de hand ligt gezien het opgestelde profiel.” Daartegenover staat dat het werkgevers ook gemakzuchtig kan maken, vindt Dekker. “Ze besteden het soms al dertig jaar uit. Uitzenders en detacheerders stellen werkgevers in staat om zelf niet strategisch na te denken. Heel fijn voor die bedrijven natuurlijk, maar voor de werkgevers op de wat langere termijn niet zo. Ik zou eigenlijk willen dat werkgevers ook meer nadenken over de toekomst van hun onderneming en hoe ze hun werknemers daarin zien.” Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags arbeidsmarkt, deeltijd, detacheerders, parttime, uitzenders | Reacties uitgeschakeld voor “Van deeltijd naar fulltime? Dat lost krapte op arbeidsmarkt niet op”
Marktmonitor detacheerders: lagere omzet, meer leegloop, hogere tarieven Geplaatst 12 augustus 2024 door Redactie FlexNieuws Omzetdaling (per werkbare dag) van 5,2% in Q2 2024 ten opzichte van een jaar eerder Gedetacheerden zonder opdracht (‘leegloop’) gestegen met 14% (Van 5.2% naar 5,9%) Tariefstijging zet ook in het tweede kwartaal van 2024 door (+3,9%) Het percentage medewerkers in vaste dienst stijgt met 12,2% naar bijna 74%Nagenoeg alle vakgebieden krimpen Toekomstverwachting: aanhoudende tekorten op de arbeidsmarkt Na een periode van groei is de vraag naar gedetacheerden de afgelopen tijd afgenomen. Dit heeft direct invloed op de resultaten van detacheringsbureaus. De omzet per werkbare dag daalde in het tweede kwartaal van 2024 met 5,2% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Onderliggend zien we dat het aantal gedetacheerden met 8,5% is gedaald. Van hen is het aantal gedetacheerden in vaste dienst (lees: onbepaalde tijd contract) gestegen tot bijna 74%. Aangezien er nog steeds sprake is van een tekort op de arbeidsmarkt blijven detacheerders koersvast en kiezen er bewust voor om personeel aan te nemen, ook al neemt de zogenaamde leegloop met 0.7 procentpunt (van 5,2% naar 5,9%). Ze verwachten op den duur weer een aantrekkende markt. Dit blijkt uit de meest recente MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Fred Boevé, bestuurslid van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN), benadrukt dat de detacheringsmarkt momenteel onder druk staat. Ondanks tariefstijgingen en een stijging van de gemiddelde omzet per FTE ten opzichte van vorig jaar, zijn er uitdagingen. Geopolitieke spanningen en bewuste terughoudendheid bij bedrijven spelen een rol. Opdrachten worden korter, en de tijd tussen opdrachten langer. Bovendien verleiden organisaties gedetacheerden steeds vaker om in vaste dienst te treden. Nu, maar ook het komend half jaar zal uitdagend zijn voor detacheerdersHoe je het ook wendt of keert het zijn moeilijkere tijden aan het worden.” Ingewikkelde puzzel Uit de kwartaalcijfers van VvDN-leden blijkt dat zij anticiperen op betere tijden. Het percentage medewerkers in vaste dienst is van 70,5% naar bijna 74%. De arbeidsmarkt kampt nog steeds met tekorten, wat het opereren in de detacheringsmarkt tot een complexe puzzel maakt. Detacheerders moeten strategische keuzes maken: hoeveel mensen nemen ze vast in dienst en welke tijd tussen opdrachten accepteren ze? Goed en onderscheidend werkgeverschap is cruciaal, waarbij het hebben van goede professionals in vaste dienst de beste garantie biedt voor toekomstig succes. Boeve: “Detacheringsbureaus speuren actief naar interessante opdrachten voor hun detacheringspool. Wanneer een opdracht niet direct aansluit, zetten ze creativiteit in om medewerkers voor te bereiden op de toekomst. De marktuitdagingen vragen om goed werkgeverschap, flexibiliteit en een proactieve aanpak.” Bijna alle vakgebieden hebben het zwaar Het afgelopen kwartaal laat nagenoeg elk vakgebied per werkdag een omzetdaling zien. Alleen secretarieel en sociaal domein laten ten opzichte van vorig jaar een plus zien. Medisch en Marketing zijn met -16% en -11% de grootste dalers. Het vakgebied sociaal domein stijgt ook nog met 10%. Dit heeft alles te maken met toenemende complexe maatschappelijke vraagstukken die moet worden opgepakt en uitgevoerd en waarvoor gedetacheerden met de juiste competenties worden aangetrokken. ICT en Inkoop en Logistiek zitten juist tegen de 10% daling aan. Met name bij eerstgenoemde vakgebied zie je dat echt de rem wordt gezet op grote IT-projecten. Het vakgebied secretarieel stijgt met maar liefst 24%. Echter dit vakgebied heeft maar een beperkte invloed op de totale omzet van de sector. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Marktmonitor detacheerders: lagere omzet, meer leegloop, hogere tarieven
AWVN: loonafspraken juli iets hoger dan juni Geplaatst 9 augustus 2024 door Redactie FlexNieuws In juli 2024 kwamen nieuwe loonafspraken in cao’s uit op gemiddeld 5,0 procent. Het juli-gemiddelde is iets hoger dan het gemiddelde van mei en juni. Daarmee is onduidelijk geworden of de onderliggende trend – die in de zomer van 2023 werd ingezet – nog steeds dalend is. Dat meldt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over juli. Het juli-gemiddelde ligt net iets onder het jaargemiddelde dat nu staat op 5,2 procent. In de afgelopen maand zijn 25 cao-akkoorden afgesloten voor 80.000 werknemers. Het aantal juli-cao’s ligt iets lager dan normaal. Het totale aantal in 2024 afgesloten cao’s is juist hoog. Ruim 60 procent van de 545 cao’s die dit jaar aflopen, is inmiddels vernieuwd Volgens AWVN zijn de hoge loonafspraken in juli te verklaren door een combinatie van factoren. Aanhoudende inflatie – deels veroorzaakt door doorberekening van loonstijgingen in de prijzen van producten en diensten – zet vakbonden aan tot hoge afspraken om zo koopkrachtverlies te voorkomen. Daarbij vinden de vakbonden dat sommige cao’s nog hoge loonafspraken nodig hebben om koopkrachtverlies uit 2022 en 2023 te herstellen. Verder zorgt aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt ervoor dat werkgevers hun arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker willen maken. Ten slotte lijkt er gewenning op te treden: cao-partijen lijken gewend geraakt aan hoge looncijfers en gebruiken als referentie de cijfers van het afgelopen jaar in plaats van de vooruitzichten op langere termijn. AWVN stelt ‘zeer bezorgd’ te zijn over de hoogte van de loonafspraken. Volgens de werkgeversvereniging dwingen de economische omstandigheden tot grote voorzichtigheid. Daarbij wijst zij op de fragiele geopolitieke situatie en aanhoudende berichten over een mogelijke recessie. Te sterk stijgende loonkosten kunnen de concurrentiepositie en gezondheid van Nederlandse bedrijven verzwakken. Ook wijst de vereniging op de Nederlandse arbeidsproductiviteit die het afgelopen jaar voor het eerst in decennia is gedaald. Groei van de arbeidsproductiviteit is een voorwaarde om hogere lonen te kunnen betalen. De komende maanden wordt duidelijk of de dalende trend van het afgelopen jaar is gestagneerd. Daarmee zouden de loonafspraken nog steeds op historisch hoog niveau staan. AWVN beveelt cao-onderhandelaars met klem aan om de bedrijfseconomische situatie van bedrijf en bedrijfstak in de onderhandelingen te betrekken. Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Kerncijfers Loonafspraken juli, gemiddeld 5,0% Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 5,2% Loonafspraken kalenderjaar 2023, gemiddeld 7,3% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in oktober 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,7% in januari 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in juli 2024 25 Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand juli 31 Aantal aflopende cao’s in 2024 547 voor 4,0 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2024 ingaan 362 voor 3,0 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2024) 185 voor 1,1 mln. werknemers Het cao-seizoen in één oogopslag Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen) Lees ook: Loonafspraken juni iets hoger dan mei Dalende trend in loonafspraken in mei voortgezet Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags AWVN, cao, loonafspraken | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: loonafspraken juli iets hoger dan juni
Startsalaris hoogopgeleiden stijgt bescheiden in 2024, blijft achter bij cao-lonen Geplaatst 9 augustus 2024 door Redactie FlexNieuws In het eerste kwartaal van 2024 steeg het gemiddelde startsalaris voor hoogopgeleiden met slechts 2,7%, terwijl de cao-lonen met 6,7% zijn verhoogd. Dat blijkt uit onderzoek van Magnet.me, een online carrière-netwerk. Lichte stijging startsalaris In het eerste kwartaal van 2024 steeg het startsalaris voor hoogopgeleiden met slechts 2,7% ten opzichte van het vorige jaar. Dit is lager dan de 6,7% CAO-stijging, maar in lijn met de inflatiecijfers van dezelfde periode. Het gemiddelde salaris voor hbo- en wo-starters bedraagt nu €2.916, tegenover €2.839 in dezelfde periode vorig jaar. Laurens van Nues, mede-oprichter en CEO van Magnet.me, legt uit: “Vorig jaar zagen we een flinke stijging van 9,3% in startsalarissen onder hoogopgeleiden door de dringende behoefte aan jong talent. Deze stijging was aanzienlijk hoger dan de CAO-stijging van 5,4% in dezelfde periode. Dit jaar zijn bedrijven minder ruimhartig met de salarisstijgingen voor starters, niet heel gek gezien de flinke correctie van vorig jaar”. Hoogst betaalde functies en sectoren Startende analisten verdienen gemiddeld het hoogste salaris, met €3.171 per maand. Jonge fiscalisten volgen met €3.162 per maand, terwijl engineers gemiddeld €3.156 ontvangen. De grootste salarisstijging was te zien bij financiële functies, met een toename van 10,6% vergeleken met vorig jaar. De best betalende sectoren blijven grotendeels hetzelfde als vorig jaar. De energiesector blijft aan de top met een gemiddeld startsalaris van €3.192 per maand, gevolgd door de overheid met €3.144. De advocatuur kent de grootste stijging, met een toename van 12% ten opzichte van het jaar daarvoor en sluit de top drie met een gemiddeld salaris van €3.094 per maand. Andere sectoren met aanzienlijke stijgingen zijn staffing (+ 10,5%) en IT (+ 9,4%). De top-10 startersbanen De best betaalde startersbaan is die van Graduate Quant Trader bij Da Vinci, met een gemiddeld salaris van €8.333 per maand. De tweede plaats wordt ingenomen door de Junior Planoloog bij de Gemeente Zoetermeer, met €5.621 per maand. De derde plaats gaat naar de Junior Fiscalist bij Countus, met een salaris van €5.016 per maand. Zie hieronder de tabel met de volledige top-10 startersbanen. De top-10 startersbanen Functietitel Bedrijf Salaris 1 Graduate quant trader* Da Vinci €8.333 2 Junior planoloog Gemeente Zoetermeer €5.621 3 Junior adviseur public affairs Gemeente Zwolle €5.009 4 Junior inspecteur binnendienst Gemeente Delft €4.537 5 Startend beleidsmedewerker economische zaken* Gemeente Veenendaal €4.537 6 Patent specialist Koppert €4.402 7 Graduate global markets BNP Paribas €4.298 8 Junior Procestechnoloog* Tata Steel €4.161 9 Junior primair engineer Alliander €4.000 10 Junior java developer Het Kadaster €3.392 Let op: Sommige werkgevers willen niet genoemd worden en zijn daarom niet opgenomen in de lijst. *Twee of meer functies bij deze werkgever hebben hetzelfde startsalaris. Bron: Magnet.me Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags hoogopgeleiden, Magnet.me, Startsalaris | Reacties uitgeschakeld voor Startsalaris hoogopgeleiden stijgt bescheiden in 2024, blijft achter bij cao-lonen
Nederlandse MSP-markt is volwassen, maar nog lang niet verzadigd Geplaatst 8 augustus 2024 door Arthur Lubbers Eerder deze maand publiceerden we onze eerste FlexNieuws TOP 100. Deze honderd flexbureaus – goed voor 46% van de totale flexbranche – geven een getrouw beeld van de ontwikkelingen in de markt. De verschillen tussen de typen flexbureaus (uitzenden, detachering, brokers/MSP, zzp-bemiddeling) zijn echter groot. Dat geldt ook voor de Managed Service Providers (MSP), hoewel zij vrijwel allemaal blijven groeien. Dat in de top-10 van de FlexNieuws TOP 100 vier MSP’s staan, geeft natuurlijk een vertekend beeld. De omzet van een uitzend- of detacheringsbureau is heel iets anders dan de ‘omzet’ van een MSP. Bij een MSP praat je over managed spend. Een MSP is een externe partner die namens een organisatie het hele leveranciersbeheer verzorgt. In de managed spend zit de omzet van die leveranciers – uitzenders, detacheerders en zzp-bemiddelaars – verwerkt en een (vrij geringe) marge van de MSP zelf. Toch zegt het wel degelijk iets dat de MSP/broker het sterkst groeiende type flexbureau is met een gezamenlijke omzetgroei van 18,2% in 2023 Sourceright, TAPFIN en Pontoon Van de drie grote, internationale uitzendreuzen Randstad, Manpower Group en Adecco is niet bekend welk aandeel hun MSP-activiteiten hebben. (Respectievelijk Sourceright, TAPFIN en Pontoon staan dan ook niet vermeld in de FlexNieuws TOP 100.) Wat we wel weten is dat marktleider Randstad Groep Nederland met Randstad Sourceright ook de grootste MSP van ons land is. Randstad Sourceright beheert zeer omvangrijke inhuurprogramma’s voor grote, internationale bedrijven. Ook Talent Solutions-TAPFIN, de MSP van ManpowerGroup, profiteert van de internationale positie van het moederbedrijf en behoort in Nederland tot de grotere spelers. Pontoon Solutions, onderdeel van de Zwitserse uitzendreus Adecco Group, is van deze drie uitzend-dochters (in ieder geval in de Benelux) de kleinste speler op de MSP-markt. Andere ‘Nederlandse’ MSP’s HeadFirst Group leidt de MSP/brokers in de FlexNieuws TOP 100 en staat met een managed spend in Nederland van € 2,26 miljard in 2023 op een 2e positie (achter Randstad). Het bedrijf is maar liefst met 17% gegroeid ten opzichte van het jaar daarvoor. En de groei zal zich overigens niet tot onze grenzen beperken. HeadFirst Group ziet Nederland als hub voor de Europese expansie van haar MSP-propositie. Nu HeadFirst Group en de megagrote Britse HR-dienstverlener Impellam Group zijn samengegaan, roert het concern zich nadrukkelijk op de globale MSP-markt. Magnit is de nieuwe naam waaronder sinds 2023 de wereldwijde MSP Pro Unlimited opereert, dat in 2021 het Nederlandse Brainnet overnam. Het bedrijf in Nieuwegein is ooit begonnen met contractmanagement en heeft zich doorontwikkeld tot MSP. Magnit Benelux kende zowel in 2022 als in 2023 dubbelcijferige omzetgroei. In 2023 bedroeg de managed spend met 16,5% naar bijna € 1,26 miljard. Circle8Group Nederland staat ook in de top-10 van de FlexNieuws TOP 100. De HR Tech-dienstverlener heeft afgelopen jaar de magische grens van een miljard euro omzet doorbroken (ook door dubbelcijferige groei). Die groei komt naar eigen zeggen vooral uit recruitment/brokering, MSP en consulting. En ook Circle8 Group groeit internationaal snel, mede mogelijk dankzij investeringen van de eigenaar, de Zwitserse investeringsmaatschappij Axiom Partners. Van de brokers/MSP’s in de top-10 boekte alleen Nash Squared (Harvey Nash, inclusief Het Flexhuis) licht omzetverlies (-2,9%) met een omzet van € 576 miljoen in 2023.En Hays mag dan met een managed spend van ruim 303 miljoen een wat kleinere speler zijn op de markt van brokers/MSP’s, de omzetgroei van 19,5% is natuurlijk uitstekend. Flextender spant de kroon. Natuurlijk, je kunt sneller groeien als je relatief kleiner bent, maar de groei van ruim 70% in een jaar tijd is indrukwekkend. Kende Flextender in 2022 nog een managed spend van € 200 miljoen, in 2023 was dat ruim € 340 miljoen. Hero ziet de omzet al jaren exponentieel stijgen. In 2023 groeide de omzet naar circa € 125 miljoen (+49%). Voorheen kwamen de inkomsten uit brokerdienstverlening, in 2023 is daar de MSP-propositie (Hero MSP) bijgekomen. De ambities om te groeien zijn zeer hoog. Voor 2024 rekent Hero op een omzet tussen € 175 en € 200 miljoen. En de broker/MSP sluit niet uit dat het bedrijf vijf of zes keer zo groot wordt door autonome groei binnen twee jaar. Vraag naar bredere MSP-dienstverlening In ruim twee decennia is de rol van MSP’s uitgegroeid van puur administratie en (directe) kostenbeparing voor de opdrachtgever (MSP 1.0) naar allesomvattend leveranciersmanagement en integraal talentbeheer voor de klant (MSP 4.0). (Uit: MSP onderzoeksrapport editie 2022/23). Voorheen schakelden (grote) organisaties een MSP in om bij de inhuur van externen te zorgen voor compliancy (voldoen aan wet- en regelgeving), transparantie en kostenbeheersing (-besparing). “Dat zijn nu hygiënefactoren. Wat daar vooral is bijgekomen is het vinden en binden van de juiste talenten”” stelt Violet Wolbers (Randstad Sourceright) in een interview met ZiPconomy. Dat is een logisch gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Niet alleen corporates, ook middelgrote organisaties vragen daardoor meer om MSP-dienstverlening. Arco Elsman (HeadFirst Group) zei in een eerder interview met ZiPconomy hierover: “(Ook kleinere) organisaties zetten nu een MSP in om de markt te ontsluiten (schaarse kandidaten vinden), voor het ontzorgen van de hiring managers en kostenefficiënt personeel in te huren.” Kees Stroomer (Magnit Benelux) stelt eveneens in een interview met ZiPconomy dat de markt tegenwoordig veel meer open staat voor MSP-dienstverlening dan voorheen. Inspelend op de groeiende behoefte van inhurende organisaties breiden MSP’s hun dienstverlening uit met bijvoorbeeld recruitment process outsourcing (RPO), direct sourcing en talentpool-beheer. Zo maakt Randstad Sourceright naar eigen zeggen gebruik van de kennis en ervaring binnen RPO om ook direct sourcing – het opbouwen van talentpools uit naam van de kant – te verzorgen. Wereldwijd staat het relatief kleine Nederland qua MSP-beheerde omzet volgens onderzoeksbureau SIA op een vierde positie; met 4% van de wereldwijd door MSP’s beheerde omzet is onze markt bijvoorbeeld zelfs groter dan die van het grote buurland Duitsland (3%). (uit: MSP-aanbieders in Nederland en België, editie 2022/2023). De VS (52%), UK (15%) en Canada (7%) domineren overigens de wereldwijde MSP-markt. Het MSP-concept is dan ook ontstaan in de Angelsaksische landen en pas later overgewaaid naar Nederland, dat volgens velen dan weer voorop loopt vergeleken met de rest van continentaal Europa.. Nieuwe spelers op de MSP-markt “Nederland is een volwassen MSP-markt geworden, waar het inmiddels wemelt van de grotere en kleinere aanbieders”, stelt Wolbers. Met ruim een dozijn MSP-dienstverleners is het inderdaad druk op de markt. De ‘nieuwe’ spelers zijn overigens veelal van origine brokers die zich meer en meer gaan richten op MSP-dienstverlening. Fraai voorbeeld is het eerder genoemde Hero, dat vijftien jaar geleden is begonnen als broker voor zzp’ers in de IT (contracting) en sinds kort met Hero MSP een positie op de markt aan het veroveren is. Meer concurrentie dus op een volwassen MSP-markt. Maar door de groeiende vraag naar (brede) MSP-dienstverlening is daar blijkbaar ruimte voor. Paul Bikkers, Managing Director TAPFIN, stelt in een interview met ZiPconomy: “Die brokers pakken een significant stuk van de markt. Aan de andere kant, de markt is zo groot dat we met z’n allen daarop kunnen opereren en bestaansrecht hebben.” De cijfers van de MSP’s/brokers in de FlexNieuws TOP 100 bevestigen dit. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags broker, FlexNieuws TOP 100, MSP, omzet | Reacties uitgeschakeld voor Nederlandse MSP-markt is volwassen, maar nog lang niet verzadigd