Convenant ET regeling per juni 2024: wat is er veranderd? Geplaatst 19 juli 2024 door Nettie Alkema Je moet er even voor gaan zitten, maar dan is er toch wel het een en ander het vermelden waard. Het meest opvallende punt is wat mij betreft de nieuwe tekst omtrent dubbele huisvesting. Als ik de tekst goed begrepen heb, dan zou dit betekenen dat huisvestingskosten in Nederland ook netto vergoed mogen worden als de werknemer in het land van herkomst überhaupt geen huisvestingskosten maakt. Sterker nog: als de werknemer besluit om zich binnen vijf jaar permanent in Nederland te vestigen, mogen alsnog de hogere kosten voor levensonderhoud en de home leave reiskosten voor het restant van de vijf jaar vergoed worden. Zolang er bij aanvang van het contract maar is vastgesteld dat er sprake was van tijdelijk verblijf in Nederland. Begrijpt u het nog? Hieronder neem ik puntsgewijs het nieuwe convenant met u door. Samenwerking In het eerdere convenant stond dat partijen op verzoek met elkaar in overleg zullen treden en dat dit ten minste tweemaal per kalenderjaar op initiatief van de Belastingdienst zal gebeuren. Het mag duidelijk zijn dat dit te ambitieus was, dus de frequentie van overleg is uit de tekst verwijderd. Afspraken Het was al wel bekend dat – indien een uitzendonderneming niet aan de in het convenant genoemde voorwaarden voor gebruik van de fiscale mogelijkheden voldeed – er ook op andere wijze aannemelijk gemaakt kon worden dat er wordt voldaan aan de fiscale wet- en regelgeving. De vrije bewijsleer heet dat. Bij de ET trainingen die ik de afgelopen jaren heb gegeven heb ik dit punt ook altijd benadrukt, omdat het tot nu toe niet duidelijk te vinden was in het convenant. Dat is nu veranderd. Er staat letterlijk in de tekst dat de uitzendonderneming op andere wijze dan aangegeven in het convenant mag onderbouwen dat aan de fiscale wet- en regelgeving wordt voldaan. Al in dit onderdeel van het convenant wordt aangegeven wat de voorwaarden zijn voor toepassing van de gerichte vrijstelling: de werknemer moet in het kader van de dienstbetrekking tijdelijk buiten het land van herkomst verblijven. Hoe je dit kunt aantonen wordt in onderdeel 1 en 1.1 van het convenant duidelijk gemaakt. Ik kom hier zo op terug. Verder wordt er naar elkaar uitgesproken dat we allemaal ons best doen om transparant en snel te handelen als uit de praktijk blijkt dat niet alles even duidelijk is. Dat vind ik een mooi voornemen. Inwerkingtreding, actualisatie, periodieke evaluatie en beëindiging Uit deze alinea’s is een vast evaluatiemoment verwijderd. Wat overblijft is een intentieverklaring en een opsomming van redenen wanneer overleg in elk geval gewenst is. Opvallend is dan weer wel dat bij elke reden de term ‘relevant’ wordt gebruikt, zonder vast te stellen wanneer iets relevant is. De Annex In de Annex wordt de extraterritoriale kostenregeling voor uitzendkrachten verder uitgewerkt. Voor de beantwoording van de vraag wat er nu precies veranderd is, heb ik mij beperkt tot een vergelijking met de Annex die vanaf 2011 in werking is getreden. Daar waar in de Annex van 2011 nog veel tekst is gewijd aan uitleg van de werkkostenregeling en de waarde van de vergoeding of verstrekking (loon in natura), wordt er in de Annex per juni 2024 direct ingegaan op wat ET kosten nu eigenlijk zijn, namelijk extra kosten die gemaakt worden in het kader van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst en de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling daarvan. In de oude Annex stond nog aangegeven hoe de waarde van eventueel loon in natura vastgesteld moet worden, namelijk de factuurwaarde of, indien er geen factuur is of het gaat om eigen huisvesting, de waarde in economisch verkeer, met verwijzing naar waar dit begrip in de wet op de loonbelasting geregeld is. Deze uitleg is in het huidige convenant volledig verdwenen. Wellicht omdat er in de cao voor uitzendkrachten een prijskwaliteitsysteem is opgenomen voor de bepaling van de maximale inhouding voor huisvestingskosten? Zou kunnen, hoewel inhouding van huisvestingskosten en waarde van loon in natura twee verschillende dingen zijn. Ik weet het eerlijk gezegd niet. Wanneer is verblijf in Nederland tijdelijk? Opmerkelijk is hier dat het begrip tijdelijkheid, wat benoemd wordt in de Wet op de Loonbelasting (Wet LB) artikel 31a, lid 2 sub e, niet in de wet wordt uitgewerkt. Wanneer is er nu sprake van tijdelijkheid? Een vraag die mij veelvuldig is gesteld tijdens de ET trainingen. In de Memorie van Toelichting bij artikel 15a uit de Wet LB wordt aangegeven dat tijdelijk betekent dat een werknemer na afloop van de werkzaamheden normaliter weer terugkeert naar zijn land van herkomst. Niet heel duidelijk dus. Want wat als hij dit soms toch niet doet? En hoelang moet hij dan weer terugkeren? Inmiddels is duidelijk dat bij vergoeding van ET kosten tijdelijk maximaal net zo lang is als de maximale looptijd van de 30% regeling. Oftewel 5 jaar. Maar er wordt tegelijkertijd gesteld dat deze termijn van vijf jaar geen rol speelt wanneer een buitenlandse werknemer af en toe in Nederland werkt. Zoals bijvoorbeeld een seizoenarbeider. En natuurlijk zijn deze dikgedrukte termen niet verder uitgewerkt. Wat wel duidelijk is, is dat het de verantwoordelijkheid van de uitzendonderneming is om het onderscheid te bewaken: De uitzendonderneming beoordeelt of sprake is van een samenhangende periode van verblijf of van losse, op zichzelf staande periodes van verblijf. Dus uitzender, zeg het maar! Wanneer gelooft de Belastingdienst het wel? Om het verhaal nog enigszins leesbaar te maken, beperk ik me tot de verschillen. Voor de volledige tekst verwijs ik graag naar het convenant zelf. Het gaat hier over de voorwaarden waaraan voldaan moet worden zodat de Belastingdienst aanneemt dat er sprake is van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst én het hebben van een woonplaats in het land van herkomst. Dat het belangrijk is dat er aan alle voorwaarden wordt voldaan, blijkt uit de toevoeging van het woordje ‘cumulatief’. Let op: in de Annex geldend vanaf 2011 begint de eerste voorwaarde met nummer 7. In de huidige Annex is dit gewoon weer nummer 1. Dus als ik iets zeg over voorwaarde 3, dan heb ik deze vergeleken met nummer 9 uit de voorgaande Annex. Voorwaarde 1, 3, 5 en 6 zijn ongewijzigd overgenomen. En ook de aanvulling op voorwaarde 1 is niet veranderd. Voorwaarde 2 benoemde voorheen niet alleen het hebben van een buitenlands woonadres in de landenregio; werknemer moest ook de nationaliteit van een land in de regio van werving hebben. Dat laatste is verdwenen. Dus blijkbaar voldoet nu ook de in Polen gevestigde Portugees? Voorwaarde 4 bespreekt welke arbeidsvoorwaarden er met de werknemer afgesproken moeten zijn, ditmaal zonder verwijzing naar de betreffende artikelen in de uitzendcao. Dit is wel slim in verband met mogelijke toekomstige artikelnummerwijzigingen in de uitzendcao. Aan deze voorwaarde is toegevoegd dat de grensarbeiders met een permanent thuisadres in België of Duitsland die in Nederland werken, niet onder de regeling vallen. Vergoedingen en verstrekkingen Als er dan eenmaal is vastgesteld dat er sprake is van tijdelijk verblijf en zo, op grond de zes voorwaarden uit de Annex of op grond van de vrije bewijsleer die ook nog een paar keer genoemd wordt, dan kunnen er gericht vrijgestelde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gegeven worden. Netto dus. Een nieuwe toevoeging is wel de voorwaarde dat de vergoeding niet uitgaat boven wat redelijkerwijs als zakelijk beschouwd kan worden. Wil je toch meer vergoeden, dan moet dit in de vrije ruimte van de WKR, zolang dit gebruikelijk is. Waar dan die grens van wat redelijkerwijs zakelijk is ligt, wordt niet benoemd. Huisvesting of huisvestingskosten? Het oude convenant zegt onder de noemer dubbele huisvesting, dat verstrekte huisvesting buiten het land van herkomst een vrijgestelde verstrekking is. Ik heb dat altijd vertaald naar dat er sprake moet zijn van dubbele huisvestingskosten. Want als je geen kosten maakt in het land van herkomst, is er toch ook niets dubbel wat vergoed zou hoeven worden. In de nieuwe Annex staat een en ander uitgebreider uitgewerkt. Als een werknemer tijdelijk in Nederland verblijft en daarvoor huisvestingskosten maakt, dan zijn dit kosten voor gerichte vrijstelling van ET kosten. Vervolgens wordt er gesteld dat het niet vereist is dat de uitzender het bedrag aannemelijk maakt dat de uitzendkracht aan kosten heeft voor die huisvesting in het land van herkomst. Het maakt dus niet uit wat hij daar betaalt voor zijn huisvesting. Er moet wel aannemelijk gemaakt worden dat er sprake is van dubbele huisvesting. En dat valt dan volgens de Annex aan te tonen als de werknemer fiscaal inwoner is gebleven in het land van herkomst en zijn woonadres in het buitenland aanhoudt. In de tekst van de Annex wordt verwezen naar een standpunt van de kennisgroep loonheffing algemeen. En daar valt uit op te maken dat – ook als je (min of meer) gratis in het land van herkomst woont – het feit dat er huisvestingskosten gemaakt worden als je tijdelijk in Nederland komt werken voldoende is om tot een netto vergoeding of verstrekking van deze huisvesting over te gaan. Het gaat dus niet om D huisvestingskosten maar om EXTRA kosten in verband met dubbele huisvesting. Conclusie: ook als werknemer geen huisvestingskosten in het land van herkomst heeft, kunnen de extra huisvestingskosten die in Nederland worden gemaakt, netto vergoed worden. En dan volgt er nog iets heel bijzonders uit het hierboven genoemde standpunt van de kennisgroep: ook als een werknemer inmiddels fiscaal inwoner is geworden van Nederland kan hij nog in aanmerking komen voor de vergoeding of verstrekking van andere ET kosten. De werkgever kan voor de duur van 5 jaar de werkelijke ET kosten gericht vrijgesteld vergoeden aan een werknemer die besluit om zich permanent in Nederland te vestigen, omdat – en ik quote – het ‘tijdelijk verblijf’ van artikel 31a, lid 2 sub e immers (?) ingevuld dient te worden met de looptijd van de bewijsregel. Kan ik hieruit opmaken dat je alleen aan het begin hoeft te bewijzen dat iemand tijdelijk in Nederland is, men zich daarna permanent in Nederland kan vestigen waardoor je de huisvestingskosten niet meer kunt vergoeden, maar de overige ET kosten als levensonderhoud en vervoer wel mag blijven vergoeden? Bizar toch? Vervoer Vervoer dat door werkgever wordt aangeboden is een gericht vrijgestelde verstrekking. Het betreft dan wel vervoer dat door de uitzendonderneming in eigen beheer wordt aangeboden, en wat ziet op de reis van het land van herkomst naar de huisvestingslocatie in Nederland. In het stukje wat over woon-werkverkeer gaat is niets aangepast anders dan een verhoging van het bedrag per kilometer van € 0,19 naar € 0,23 (2024). In de volgende alinea wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen alleen of samen reizen. Reist men alleen, dan geldt ‘uit praktische overweging’ een vrijgestelde vergoeding van € 0,23 p/km. Reist men samen dan geldt deze vergoeding voor de groep. En als men op andere wijze samen reist, dan mag je ook de hogere, werkelijke kosten voor vervoer vergoeden. Je zou hieruit kunnen op maken dat als een werknemer alleen reist, er geen sprake kan zijn van een hogere vergoeding dan € 0,23 cent per km. De laatste alinea over vervoer wordt echter afgesloten met: Als de uitzendonderneming de hogere werkelijke kosten vergoedt, dan moet de uitzendkracht bewijstukken/betaalbewijzen bij de declaratie voegen. Dus dan lijkt het weer wel te mogen. Wat in elk geval ook opvalt, is dat de bewijslast voor de gereden kilometers niet strenger is geworden. In de Annex tot en met 2010 was er nog sprake van een redelijkheidstoets, die in de Annex per 2011 al niet meer benoemd werd. In het nieuwe convenant is deze er ook niet. De uitzendkracht dient een declaratie in te dienen met expliciete vermelding van de gereisde kilometers. En dat is het. Alleen als je de hogere werkelijke kosten vergoed is extra bewijsmateriaal vereist. Dat betekent nog steeds dat er geen controle is of er überhaupt naar huis wordt gegaan. Men kan dus eenvoudig vanaf de camping in Nederland een declaratie home leave indienen. Dit betekent overigens niet dat er niet naar gevraagd wordt bij een inspectie door de Belastingdienst. Mijn advies is om altijd enige onderbouwing van verblijf in het land van herkomst in de administratie op te nemen. Dat kan een foto van de kilometerstand voor en na zijn, een bonnetje van een tankstation in het land van herkomst et cetera. Levensonderhoud De tekst over de vergoeding van de hogere kosten voor levensonderhoud is vrijwel ongewijzigd. Alleen de opmerking over dat de kosten van maaltijden niet vrijgesteld zijn als men zelf de maaltijd kan bereiden, is verdwenen. Ik vermoed dat hier zo weinig discussie over was dat vermelding geen toegevoegde waarde had. Convenant ET regeling per juni 2024: wat is er veranderd? Conclusie: over het algemeen niet heel veel. Het stuk is wat mij betreft leesbaarder geworden en het is denk ik sowieso goed dat er weer eens naar gekeken is. De vergoeding van de huisvestingskosten wordt gelijkgetrokken met een vergoeding van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking. Dus als je een paar dagen in een hotel verblijft omdat je op een andere locatie moet werken. Dat deze redenering ook geldt als je thuis geen kosten maakt en vervolgens vijf jaar in Nederland komt werken, vind ik bizar. Waarom zou er in dat geval sprake mogen zijn van gratis huisvesting? Voor de vergoeding van vervoerskosten is het bewijs eenvoudig en dat had naar mijn idee nou juist wel wat strakker gemogen. Denkt u na het lezen van dit artikel: ik zou daar wel eens wat dieper op in willen gaan? Aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. U kunt mij bereiken op nettie@alkemawerkt.nl of anders op 06-28933997. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags ABU, belastingdienst, ET-regeling, inlenersbeloning, NBBU | Reacties uitgeschakeld voor Convenant ET regeling per juni 2024: wat is er veranderd?
Soepeler zaken doen via inhuurportalen: kan dat? Geplaatst 18 juli 2024 door Redactie FlexNieuws Als flexorganisatie ken je wellicht het fenomeen: inhuurportalen. Klanten publiceren al hun aanvragen op een website waarop je je kunt inschrijven en waarvan je e-mails ontvang als er voor jouw inhuursegment aanvragen zijn. Enerzijds mooi om een compleet beeld te krijgen van alle klantbehoeften, anderzijds kan het het zaken doen met deze klant lastiger maken, zowel commercieel als administratief. Maar het kan makkelijker. In een aflevering van de FlexNieuws podcast spraken we hier over met Doede van Haperen, Chief Supply Chain Officer bij Nétive Supplier Solutions. Aan bod kwamen onder andere : • Hoe data en technologie inefficiënties in de flexmarkt kunnen bestrijden. • De valkuilen van inhuurportalen en hoe je ze kunt vermijden. • Concrete tips om efficiënter te werken met inhuurportalen. • De noodzaak van optimale samenwerking tussen flexbedrijven en inhurende organisaties. De aflevering kan je terugluisteren op Spotify of bekijken op Youtube Geplaatst in In de cloud, Tooling | Tags Nétive | Reacties uitgeschakeld voor Soepeler zaken doen via inhuurportalen: kan dat?
Mensen met een beperking maken weinig kans op regulier werk Geplaatst 18 juli 2024 door Redactie FlexNieuws Mensen met een beperking moeten een reële kans op werk hebben bij reguliere werkgevers. Daarvoor is de banenafspraak in het leven geroepen: een afspraak uit 2013 tussen sociale partners en het kabinet om de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking te bevorderen. De praktijk is alleen weerbarstiger: een groot deel van de mensen in de banenafspraak heeft zodanige beperkingen en problemen dat er sterke twijfels zijn of zij wel een reële kans op regulier werk hebben en of zij passen binnen de banenafspraak. In totaal heeft 35% van de mensen in de doelgroep banenafspraak tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2022 in het geheel niet gewerkt: 0 uren. Dat concludeert de Nederlandse Arbeidsinspectie in het onderzoek ‘Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk’ naar de doeltreffendheid van de ondersteuning door UWV en gemeenten aan mensen uit de doelgroep banenafspraak. Ook in de jaren 2015 tot en met 2018 hebben verreweg de meeste mensen van deze groep niet gewerkt. Het gaat dus om lange periodes van niet werken. Belemmeringen Voor mensen uit de doelgroep banenafspraak die nog wel een reële kans op regulier werk hebben, is de dienstverlening van UWV en gemeenten gericht om hen aan het werk te helpen. Of dat succesvol is, hangt af van hoe actief zij worden begeleid. In de praktijk is dat slechts een kleine groep mensen. Een groot deel van de doelgroep krijgt geen actieve begeleiding, eenvoudigweg omdat daar geen tijd voor is. Er zijn dan weinig klantcontacten en dan zijn de kansen op activering en re-integratie te klein. Werkgevers willen directe beschikbaarheid Naast een gebrek aan tijd ziet de Arbeidsinspectie nog een aantal belemmeringen. Werkgevers zijn vaak op zoek naar iemand die direct inzetbaar is, maar juist de mensen uit de doelgroep banenafspraak hebben voor hen een te grote afstand tot de arbeidsmarkt. Werkgevers moeten bij deze mensen te veel aanpassingen doen in hun organisatie of te veel begeleiding inzetten om hen productief te kunnen laten zijn. Wachttijden zorg belemmerend De wachttijden in de zorg zijn lang en daar krijgen mensen met gezondheidsproblemen geregeld mee te maken. Ook is er bij mensen in de banenafspraak vaak angst voor (negatieve) financiële consequenties bij aan het werk te gaan. Medewerkers van UWV en gemeenten ervaren daarnaast nog te veel obstakels om simpel te kunnen schakelen naar andere vormen van participatie, zoals vrijwilligerswerk, dagbesteding of beschut werk. Wat helpt wel? De grootste succesfactor bij het naar werk begeleiden van mensen binnen deze doelgroep is tijd. Tijd voor maatwerk, investeren in een vertrouwensband, waarborgen van continuïteit in de dienstverlening en zicht houden op ontwikkelingen van klanten die (tijdelijk) niet aan re-integratie werken. ‘Weinig politieke durf’ Staatssecretaris van Participatie en Integratie Jurgen Nobel laat tegenover de NOS weten: “Werkgevers geven aan dat het moeilijker is geworden om mensen aan een baan te helpen.” En dat terwijl iedereen volgens hem “keihard” nodig is. Wie is Eddy van Hijum, de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid? Oud ABU-directeur Aart van der Gaag, die tien jaar lang boegbeeld was van het project ‘Op naar de 100.000 banen’ waarmee MKB Nederland en VNO-NCW hun doelstellingen wilden realiseren, laat op LinkedIn weten: “We zijn 10 jaar op gang en nu gaat het echt knellen. Te weinig geschikt bestand voor beschikbare vacatures. Maar we zeiden het al vanaf het begin: bestand niet inzichtelijk, politiek durft niet te verbreden en participatiewet op gemeenteniveau levert te weinig nieuwe instroom op.” Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags ABU, arbeidsbeperking, arbeidsparticipatie, Jurgen Nobel, MKB-Nederland, VNO-NCW | Reacties uitgeschakeld voor Mensen met een beperking maken weinig kans op regulier werk
Iwan Bean treedt toe als partner bij de Galan Groep Geplaatst 17 juli 2024 door Redactie FlexNieuws Per 1 augustus 2024 treedt Iwan Bean toe als partner bij de Galan Groep, waar hij zich zal richten op executive search en interim management. Bean brengt uitgebreide ervaring in leiderschapsontwikkeling mee en is auteur van het managementboek ‘Van inclusief leiderschap naar inclusief meesterschap’. Over Galan Groep De Galan Groep heeft als organisatieadviesbureau al sinds 1979 haar wortels in de Nederlandse samenleving. Met vakmanschap en een persoonlijke aanpak ondersteunt de Galan Groep organisaties in de publieke en private sector. De adviseurs van de Galan Groep helpen opdrachtgevers zelf effectiever te worden in het aangaan van uitdagingen op het gebied van strategie, ontwikkeling en inrichting. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Galan Groep, Personalia | Reacties uitgeschakeld voor Iwan Bean treedt toe als partner bij de Galan Groep
De eerste FlexNieuws TOP 100 ooit: met alle toppers, cijfers en inzichten Geplaatst 17 juli 2024 door Wim Davidse Heel groot en veel klein De totale Nederlandse flexbranche – in de statistieken aangeduid met de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) code 78 – is vorig jaar gegroeid naar een totale omzet van 46,257 miljard euro. De grootste omvang ooit gemeten, na een groei van 6,1% ten opzichte van 2022. Dat enorme bedrag werd gerealiseerd door het niet minder aanzienlijke aantal van zo’n 19.460 flexbureaus (gemeten in het laatste kwartaal van 2023). De gemiddelde omzet per bureau was dus grofweg 2,4 miljoen euro. Iedereen die de kwartaalcijfers van de grote internationale staffing companies zoals Randstad, Adecco Group, ManpowerGroup en Brunel een beetje volgt, weet dan al dat er dus “een paar” grote tot heel grote bureaus zijn, veel middelgrote en enorm veel kleine. Dat beeld kunnen we bevestigen met onze eerste FlexNieuws TOP 100 ooit. Onze TOP 100 was in 2023 in totaal goed voor 21,319 miljard euro, dus 46% van de totale flexbranche, met maar 0,51% van alle flexbureaus. En binnen onze TOP 100 was de TOP 10 goed voor 60% van de omzet binnen de TOP 100, ofwel 27% van de totale flexbranche-omzet. Kortom, de flexbranche lijkt een sector die wordt gedomineerd door een paar alom bekende reuzen. Maar eigenlijk is de branche sterk versnipperd en enorm dynamisch, met veel ruimte voor gedreven ondernemers. Randstad, de Traditionele Vier en vooral de rest Natuurlijk was in 2023 Randstad wederom veruit het grootste flexbureau van Nederland. Met een omzet van 3,195 miljard euro bleven zij de nummer 2 HeadFirst Group Nederland ver voor. Die groep groeide in 2023 met een enorme 17,3% naar 2,259 miljard euro, waar Randstad in Nederland juist de omzet met 9,4% zag krimpen. Zo daalde het Nederlandse marktaandeel van de Randstad-groep dus van 8,1% in 2022 naar 6,9%. Ook de andere aloude, gevestigde namen – RGF Staffing, ManpowerGroup en Adecco Group, samen met Randstad de Traditionele Vier – hadden het moeilijk in 2023: allemaal zagen zij hun Nederlandse omzet een beetje tot stevig krimpen. De flexbureaus in de FlexNieuws TOP 100 groeiden in 2023 samen 4,9%, dus minder dan de totale flexbranche (zoals gezegd, 6,1%), en dat relatief lage groeitempo was vooral een gevolg van de Traditionele 4. De overige 96 in onze TOP 100 groeiden samen met 9,8%, duidelijk harder dan de flexbranche als geheel. Sterk verschillende segmenten in de FlexNieuws TOP 100 Natuurlijk bestaan er grote verschillen tussen de flexbureaus in onze TOP 100. We hebben onze lijst daarom op drie manieren gesegmenteerd, om die verschillen zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Om te beginnen hebben we de 100 bureaus gerangschikt van grootste omzet naar kleinste omzet, en ze vervolgens in zes omzetklassen geclusterd. In de grafiek zijn de omzetklassen weergegeven, en het totale groei- of krimppercentage per klasse. Een snelle blik op de grafiek suggereert: hoe groter, hoe minder groei. De snelst groeiende omzetklasse is die van 20 tot 50 miljoen euro omzet per bureau in 2023; de klasse met de kleinste bureaus (minder dan 20 miljoen euro omzet in 2023) groeide iets minder hard, maar met gemiddeld 12,1% toch aanzienlijk sneller dan het marktgemiddelde, en dat geldt ook voor de bureaus in de klasse van 50 tot 100 miljoen euro omzet in 2023 (gemiddeld 9,8% groei). Vanzelfsprekend is het moeilijker om in hoog tempo te groeien als je al groot bent, en makkelijker als je nog klein bent, en al wel een basis hebt gelegd. Maar een aanvullende verklaring is mogelijk dat een omzetniveau tussen 20 en 50 miljoen euro omzet per jaar de beste symbiose biedt van ondernemerschap en professionalisering. Te veel ondernemerschap kan leiden tot chaos, te eenzijdige aandacht voor professionalisering onderdrukt het ondernemerschap. Het vinden en onderhouden van synergie tussen ondernemerschap en professionaliteit is waarschijnlijk een cruciale component voor het recept voor succes. Elke omzetklasse heeft een flexbureau dat in 2023 harder groeide dan de rest in die klasse. Dit zijn onze FlexNieuws KLASSETOPPERs, en we presenteren ze in de tabel. Ook vermelden we het laagste groeicijfer in elke omzetklasse; zo wordt duidelijk dat er in elke omzetklasse aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. Maar natuurlijk eerst: gefeliciteerd FlexNieuws KLASSETOPPERs! Ook wordt zo duidelijk dat geen enkele omzetklasse is gevrijwaard van omzetkrimp: klein of groot, krimp is altijd mogelijk. In een apart artikel gaan we later deze zomer dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze KLASSETOPPERs Typen flexbureaus en hun groei Als we de TOP 100 clusteren naar de verschillende typen flexbureaus, worden de groeiverschillen tussen de segmenten nog groter. (Een multi-specialist definiëren wij als een groep / concern van flexbureaus die elk hun eigen specifieke markt bedienen met een eigen (merk)naam. Generieke bureaus bedienen een veelheid aan marktsegmenten met één (merk)naam dan wel concernnaam; het verschil tussen generiek en groot generiek wordt bepaald door minder respectievelijk meer dan 200 miljoen euro omzet in 2023.) Het sterkst groeiende type flexbureau was het segment van de brokers & managed service providers (Msp’s), met een gezamenlijke omzetgroei van 18,2% in 2023. De recruitmentbureaus (waaronder ook bureaus die ook interimmers plaatsen) zaten deze specialisten met een groei van 17,5% op de hielen. De vier segmenten van de detacheringsbureaus, de gespecialiseerde uitzendbureaus, de zzp-bemiddelaars en de multi-specialisten groeiden ook harder dan de markt, en ontliepen elkaar niet heel veel. De gezamenlijke omzet van de generieke uitzendbureaus groeide met +1,3% duidelijk minder hard dan de markt, en de gezamenlijke omzet van de HR- & backofficedienstverleners en van de grote generieke bureaus is in 2023 zelfs gekrompen. Elk bureautype heeft een flexbureau dat in 2023 harder groeide dan de rest, onze FlexNieuws TYPETOPPERs. In combinatie met het laagste groeicijfer in elk typesegment wordt duidelijk dat er in elk typesegment aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. En natuurlijk ook hier: gefeliciteerd FlexNieuws TYPETOPPERs! Ook in deze clustering is geen enkel segment gevrijwaard van krimp, met uitzondering van de zzp-bemiddelaars. In een apart artikel gaan we later deze zomer dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze TYPETOPPERs. Ten slotte wordt duidelijk dat de grote generieke bureaus en de brokers/msp’s de meeste omzet boeken: samen waren zij in 2023 goed voor ruim 60% van de omzet in de TOP 100. Segmentatie naar doelgroep Tot slot kunnen we de TOP 100 ook nog segmenteren naar de doelgroep(en) waarin flexbureaus zich specialiseren. Bij deze segmentatie zijn de groeiverschillen nóg groter. Het snelst groeiende segment bestond uit flexbureaus gefocust op de Zorg, op de voet gevolgd door de bureaus die zich hebben gespecialiseerd in Finance. In 2023 groeiden de meeste specialisaties harder dan het marktgemiddelde, met uitzondering van de bureaus gericht op Overheid / Zorg / Onderwijs / Sociaal domein, op Agro Groen Food, op studenten, op Industrie / Bouw / Logistiek / Techniek, en de segmenten van de generieke bureaus, klein / middelgroot of groot. Elke doelgroepspecialisatie heeft een flexbureau dat in 2023 harder groeide dan de rest, onze FlexNieuws DOELGROEPTOPPERs. In combinatie met het laagste groeicijfer in elke doelgroep wordt duidelijk dat er in elk segment aanzienlijke variaties in groeisnelheden waren. En natuurlijk ook nu: gefeliciteerd FlexNieuws DOELGROEPTOPPERs! (* Een aantal doelgroepen kent maar één bureau dat zich louter op die doelgroep en op geen enkele andere richt.) En ook in deze clustering bevatten meerdere segmenten een of enkele flexbureaus die hun omzet in 2023 zagen krimpen. Ook in dit geval gaan we deze zomer dieper in op de opvallende inzichten in deze branchesegmentatie, en gaan we in gesprek met onze DOELGROEPTOPPERs. Specialiseren is verstandig en onvoldoende In de turbulente, gigantische flexbranche, waar in 2023 bijna 20.000 flexbureaus samen meer dan 46 miljard euro omzetten, zijn op z’n minst een paar interessante zaken zichtbaar. Zo was onze FlexNieuws TOP 100, met dus maar 0,51% van alle flexbureaus, goed voor 46% van de totale branche-omzet. Uit de analyse van die TOP 100 blijkt dat specialiseren loont, of je nou uitzendbureau, detacheringsbureau, zzp-bemiddelaar, broker, msp of HR- & backofficedienstverlener, klein of groot bent. Heel simpel gezegd: kies een doelgroep, en wees daar goed voor. Maar ook: kiezen is niet genoeg, want bijna elk segment kende ook in 2023 relatief trage groeiers en zelfs krimpers. Zorg daarom bovendien voor een paradoxale, magische mix van ondernemerschap en professionaliteit. Wordt de komende weken en maanden vervolgd! Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags cijfers, detachering, flexbranche, FlexNieuws TOP 100, omzet, recruitment, uitzendbureaus, zzp | 3s Reacties