Duurzame inzetbaarheid: ‘Ontdek de mens achter de cijfers’ Geplaatst 22 maart 2024 door Femke Kooijman In de wereld van statistieken en grote aantallen is het soms gemakkelijk om de menselijke factor uit het oog te verliezen. Als wij terugblikken op vorig jaar, dan kijken we vooral naar de aantallen van onze regelingen. Het is goed om ons ervan bewust te zijn dat elk punt op die grafiek een uniek verhaal vertegenwoordigt. De mens achter de cijfers Neem bijvoorbeeld het programma ‘Minder stress, meer energie”. Op papier kunnen we cijfers presenteren die de verbetering van de gezondheid van uitzendkrachten aantonen. Bijvoorbeeld een initiële score van 5 op slaap die na een jaar naar een indrukwekkende 8 of 9 stijgt. Met andere woorden, niet alleen na het afronden van het programma (6 weken), maar ook daarna scoren mensen beter op bijvoorbeeld slaap! Dit laat echt een gedragsverandering zien. Wat moet dat niet voor je betekenen als je dit na een jaar merkt voor iemand! Zo herinneren we ons de man die zijn vrouw zag opbloeien na het programma, wat hem zelf ook motiveerde om deel te nemen. Dit gaat over meer dan alleen gezondheid; het gaat over het verbeteren van de kwaliteit van leven. Luisteren naar feedback is essentieel voor het bieden van de juiste ontwikkeling “Ik neem mee dat het toch veel laagdrempeliger is dan ik dacht.” Neem nou het Ontwikkelbudget. Ook daarin krijgen we resultaten terug met soms wat persoonlijke feedback. Zo kregen we onlangs terug van een uitzendkracht dat ze, door de gesprekken met de coach, een beter inzicht heeft gekregen in haar korte- en langetermijndoelen. “Ik ben me ook in de eerste plaats bewust van de mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling en daarom ben ik optimistisch over de toekomst.” Dat verwacht de uitzendkracht wellicht niet aan het begin van het traject, en mogelijk ook niet de uitzendorganisatie die de uitzendkracht heeft aangemeld bij ons. Vorige week organiseerden we de eerste Doorzaam Alumnidag. Ook hier hebben wij tijd en aandacht besteed aan het Ontwikkelbudget. Een van de deelnemers reageerde: “Het is toch veel laagdrempeliger dan ik dacht.” Juist daarom is het zo belangrijk dat we dit organiseren en we hierover vertellen. Hoe kijken uitzendkrachten aan tegen hun duurzame inzetbaarheid? Dan toch naar de grote cijfers. Deze week publiceren we het rapport over duurzame inzetbaarheid onder uitzendkrachten, uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek. Ruim 2800 uitzendkrachten hebben deelgenomen en daar zijn we ontzettend blij mee. Het biedt waardevolle inzichten over hoe uitzendkrachten aankijken tegen hun duurzame inzetbaarheid. En wat ik zeg: vergeet niet dat achter al deze aantallen een persoonlijk verhaal schuilt. Lees ook: Ontdek de stem van uitzendkrachten in een onderzoek van Doorzaam Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags Doorzaam, duurzame inzetbaarheid | Reacties uitgeschakeld voor Duurzame inzetbaarheid: ‘Ontdek de mens achter de cijfers’
Normenkader toelatingsstelsel vraagt veel van uitleners Geplaatst 21 maart 2024 door ABU Het zal niemand in de uitzendbranche ontgaan zijn: het normenkader van het toekomstige toelatingsstelsel is vorige week in internetconsultatie gegaan. Voor mij is het normenkader niet nieuw, aangezien we als ABU betrokken zijn bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel, maar het is nu voor het eerst openbaar. Het nieuwe normenkader zal veel vergen van uitleners. Hoewel gebaseerd op het vertrouwde SNA-normenkader, is een deel daarvan aangescherpt en zijn er vooral nieuwe normen toegevoegd. Meer normen betekenen meer regeldruk, langere inspecties en hogere kosten. Ik noem bijvoorbeeld de aangescherpte eisen rondom de arbeidsovereenkomst, de impact van de uitgebreidere definitie van arbeidsmigranten in vergelijking met de ABU-cao, de verplichting om documenten in de landstaal aan te bieden door samen te werken met een beëdigde vertaler, de verplichting om de begin- en eindtijden van de werkzaamheden van arbeidskrachten te registreren waarvoor de medewerking van de inlener essentieel is. En hiermee ben ik nog niet volledig. Er komt veel af op uitleners. Daarom hebben wij voor onze leden een GAP-analyse gemaakt, zodat ze direct kunnen zien aan welke normeisen ze al voldoen op basis van hun SNA-certificering en het ABU-keurmerk, en wat nieuw is. Onze leden staan goed opgesteld, maar de impact blijft groot. Gelukkig kunnen ze rekenen op onze volledige ondersteuning bij de implementatie. Intussen blijven wij ons inspannen voor een effectief en uitvoerbaar toelatingsstelsel, waarvan een werkbaar normenkader een cruciaal element vormt. Het is goed dat de minister het normenkader in internetconsultatie heeft geplaatst. Meer feedback vanuit de praktijk is niet alleen wenselijk, maar keihard nodig. Ik ben benieuwd naar de reacties. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags toelatingsstelsel | Reacties uitgeschakeld voor Normenkader toelatingsstelsel vraagt veel van uitleners
Wet DBA: fiscus gaat handhaven, maar waarop? Geplaatst 21 maart 2024 door Gastblogger Eerder deze maand het de Belastingdienst het Handhavingsplan arbeidsrelaties tranche 2024 gepubliceerd. Daarin staat dat de Belastingdienst dit jaar op weg is naar opheffing van het handhavingsmoratorium. Vanaf 2025 gaat de fiscus dat daadwerkelijk handhaven op arbeidsrelaties. Onderscheid zelfstandige en werknemer Dat komt erop neer dat wordt beoordeeld of een arbeidsrelatie kwalificeert als zelfstandige arbeid of als een dienstbetrekking. Voor veel partijen is het dus belangrijk om te weten wat het onderscheid is tussen een zelfstandige en de werknemer in loondienst. In het ‘handhavingsplan arbeidsrelaties’[1] heeft de Belastingdienst de weg naar handhaving uitgewerkt. Het moment waarop de handhaving na 8 jaar niet-handhaven wordt hervat, is opmerkelijk omdat er nog steeds geen duidelijk onderscheid valt te maken tussen een zelfstandige en een werknemer. Het is ook maar de vraag of zo’n onderscheid überhaupt haalbaar is. Het Handhavingsplan biedt geen duidelijkheid over de toe te passen criteria. We moeten dan ook te rade gaan bij de huidige jurisprudentie. Deliveroo-arrest In de praktijk werd lang uitgekeken naar een arrest van de Hoge Raad in de zaak van de Deliveroo-bezorgers. De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 expliciet overwogen in dat arrest niet over te gaan tot rechtsontwikkeling omdat de Europese en Nederlandse wetgever bezig zijn met vragen over een duidelijkere afbakening tussen de zelfstandige en de werknemer in loondienst. Toch geeft de Hoge Raad wel algemene rechtsregels waardoor het arrest aanknopingspunten biedt voor de praktijk. Dat blijkt ook uit het feit dat dit inmiddels door feitenrechters wordt toegepast. De Hoge Raad stelt voorop dat alle omstandigheden van het geval relevant zijn en dat de feitelijke uitvoering relevant is en niet de tekst van de overeenkomst. Als omstandigheden die van belang kunnen zijn noemt de Hoge Raad: de aard en duur van de werkzaamheden; de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald; de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht; het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren; de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen; de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd, de hoogte van deze beloningen, en de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat het ook van belang kan zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling zoals ondernemerschap voor de btw en/of de inkomstenbelasting, het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt. Lees ook: Uitspraak zaak Deliveroo: Hoge Raad laat het aan politiek om meer duidelijkheid te scheppen over schijnzelfstandigheid Consultatiewetsvoorstel Vervolgens is in het najaar van 2023 het consultatiewetsvoorstel Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) verschenen. Daarop zijn maar liefst 1111 reacties gekomen. Dat zegt in ieder geval genoeg over de vraag in hoeverre de problematiek van de afbakening van de arbeidsrelaties leeft. Met het wetsvoorstel wordt getracht de huidige jurisprudentie te verduidelijken door artikel 7:610 BW als volgt aan te passen: “Van arbeid verrichten in dienst van een werkgever als bedoeld in het eerste lid is sprake indien: de arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke aansturing door de werkgever, of; de arbeid of de werknemer organisatorisch zijn ingebed in de organisatie van de werkgever, en; de werknemer de arbeid niet voor eigen rekening en risico verricht.” De werkinhoudelijke aansturing en inbedding in de organisatie worden als belangrijke factoren genoemd voor het aannemen van een dienstbetrekking. Daartegenover worden zelfstandigheid en ondernemerschap als belangrijke factoren voor zelfstandigheid genoemd. In de brief van 16 februari 2024 aan de Eerste Kamer staat dat naar aanleiding van de internetconsultatie de rol van de organisatorische inbedding en van zelfstandig ondernemerschap nader wordt bezien. Het is dan ook op dit moment onduidelijk hoe de toekomstige wetgeving eruit komt te zien. Lees ook: Invoerdatum zzp-wet onder druk Handhaving door de Belastingdienst Dan gaan we terug naar de handhaving door de Belastingdienst vanaf 2025. De Belastingdienst is al enige tijd bezig met het uitbreiden van de handhavingsteams arbeidsrelaties. Tot op heden mag er slechts worden opgetreden bij kwaadwillendheid of nadat een aanwijzing is gegeven. Vanaf 2025 wordt dat anders. Dan gaat de Belastingdienst beoordelen of een arbeidsrelatie met een zelfstandige kwalificeert als een arbeidsrelatie met een werknemer. Aangezien er nog geen nieuwe wet is, zal de Belastingdienst toetsen aan de huidige wet en jurisprudentie waardoor het Deliveroo-arrest relevant is. De criteria voor de beoordeling of sprake is van een zelfstandige of een werknemer in loondienst zijn nog net zo onduidelijk als voorheen. Toch gaat de Belastingdienst handhaven. Dat gaat ongetwijfeld tot discussies leiden tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer enerzijds en de Belastingdienst anderzijds. Het is voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers dan ook belangrijk goed voorbereid te zijn op een dergelijke controle. De opdrachtnemer kan met name de focus op zijn of haar ondernemerschap leggen, zoals door middel van acquisitie, ondernemersrisico, btw-ondernemerschap, verzekeringen, of het aangaan van een overeenkomst vanuit een B.V., et cetera. Kan de Belastingdienst wel handhaven zolang de Belastingdienst zélf gebruik maakt van zzp’ers die wellicht niet aan de voorwaarden daarvoor voldoen? Ik meen van niet. Naheffingen loonheffingen opleggen? De vraag is natuurlijk of het zover komt dat daadwerkelijk naheffingen loonheffingen worden opgelegd. Kan de Belastingdienst wel handhaven zolang de Belastingdienst zélf gebruik maakt van zzp’ers die wellicht niet aan de voorwaarden daarvoor voldoen? Ik meen van niet. En kan de Belastingdienst wel handhaven als de criteria zo onduidelijk zijn? Moet de Belastingdienst willen handhaven op het verschil tussen werknemer en zelfstandige? Volgens mij is dit vechten tegen de bierkaai. Het zou beter zijn als de overheid de door de Belastingdienst aangeduide ‘lijn 1’ waarbij de verschillen tussen werknemer en ondernemer worden verkleind verder vervolgt. De Belastingdienst wil juist in tijden van een krappe arbeidsmarkt gaan handhaven op basis van vage criteria terwijl de opdrachtgevers en opdrachtnemers in veel gevallen graag voor zelfstandige arbeid kiezen. Dat lijkt mij niet de juiste route. Wees goed voorbereid Maar als de Belastingdienst gaat handhaven, is het belangrijk om goed voorbereid te zijn. De Belastingdienst schrijft graag in gesprek te gaan met opdrachtgevers en actief samen te willen werken met de markt. Ook kan een controle of boekenonderzoek worden gestart. Het is belangrijk zo’n gesprek goed voor te bereiden zodat wordt voorkomen dat onjuiste informatie wordt verstrekt of informatie wordt verstrekt die volgens de belastingwet niet hoeft te worden verstrekt. Mijn verwachting is overigens dat de Belastingdienst in de aanloop naar 2025 al in beeld heeft bij welke opdrachtgevers een controle zal worden uitgevoerd. In het Handhavingsplan arbeidsrelaties, tranche 2024 staat dat de Belastingdienst bij een constatering van een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie in alle gevallen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen kan opleggen, eventueel met boetes. Tussen haakjes staat vanaf 1 januari 2025. Ik ga er dan ook vanuit dat over eerdere jaren geen naheffingsaanslagen, correctieverplichtingen of boetes kunnen worden opgelegd. Anders zou het handhavingsmoratorium dat nu nog geldt een wassen neus zijn. Daarnaast meen ik dat boetes niet snel aan de orde kunnen komen gelet op de onduidelijke criteria waaraan wordt getoetst. Het opzettelijk of grofschuldig afdragen van te weinig loonheffingen kan dan doorgaans niet worden bewezen. Het standpunt van de Belastingdienst dat sprake is van loon uit dienstbetrekking heeft niet alleen fiscale gevolgen voor de opdrachtgever. Voor de opdrachtnemer heeft dit gevolgen voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting. Overigens meent de Belastingdienst ten onrechte dat tijdens het handhavingsmoratorium wel bij de opdrachtnemer kan worden gehandhaafd. Daarmee omzeilt de Belastingdienst mijns inziens het handhavingsmoratorium. De Belastingdienst heeft het startschot voor handhaving gegeven. Het is nu aan de praktijk om zich daarop voor te bereiden waarbij het belangrijk is goed op de hoogte te zijn van de fiscale verplichtingen maar ook van de grenzen die daarbij gelden. Lees ook: Handhaving Wet DBA, het gaat echt gebeuren (blog Boris Emmerig, Holla Legal & Taks) Auteur: Angelique Perdaems (Hertoghs advocaten) Geplaatst in Politiek | Tags handhavingsmoratorium, VBAR, wet dba | Reacties uitgeschakeld voor Wet DBA: fiscus gaat handhaven, maar waarop?
Haal alles uit het recruitmentsysteem deel 3: Combineren met andere systemen Geplaatst 21 maart 2024 door Hans Scheers Serie: ‘Haal alles uit het recruitmentsysteem’ Als uitzend-, detacherings-, werving & selectie- of bemiddelingsbureau is de relatie met zowel kandidaten als opdrachtgevers essentieel. Je organiseert dit vanuit het recruitmentsysteem (ATS/CRM). In deze serie van vier artikelen behandel ik de belangrijkste succesfactoren bij het gebruik van een recruitmentsysteem. En geef ik aanbevelingen om het optimale uit het systeem te halen. Het ATS is hét centrale systeem voor ieder efficiënt georganiseerd flexbedrijf. Maar het is zelden of nooit het enige systeem waarmee gewerkt wordt. Sommige systemen kunnen volledig worden geïntegreerd en andere systemen blijven apart functioneren. In dit artikel behandel ik een aantal systemen naast het ATS en geef ik aan hoe je alle systemen het beste kunt organiseren binnen een consistent systeemlandschap. Eigen site en externe jobboards Om instroom te genereren, publiceer je de vacatures van je bedrijf. Op de eigen website en op andere websites waar vacatures geplaatst worden (jobboards). Enkele ATS-leveranciers leveren een werkenbij-site bij hun systeem, om de vacatures te publiceren. Vrijwel alle andere aanbieders hebben een zogenaamde API, waar een websitebouwer vacaturegegevens vanaf kan halen om te publiceren. Via diezelfde API kunnen sollicitanten automatisch in het ATS ‘geschoten’ worden. Voor het publiceren op externe jobboards zijn verschillende opties: Een multiposter ontzorgt je volledig. Als zij een integratie met het ATS hebben, kunnen zij vacatures op alle gewenste jobboards publiceren; Als je met een beperkt aantal jobboards zaken doet, zou je kunnen afspreken dat zij de gegevens van je website ‘scrapen’ of – beter – de gegevens via een zogenaamde ‘XML feed’ ophalen. Nadeel hiervan is dat je de koppelmogelijkheden zelf moet onderhouden en dat je met iedere jobboard apart afspraken moet maken. Naast deze grote lijnen zijn er nog allerlei details waar je rekening mee moet houden. Denk aan de sollicitatiemogelijkheden op een jobboard, het vastleggen van de bron waar een sollicitant vandaan komt, etc. Ook hier hebben de ATS’en verschillende oplossingen voor beschikbaar. Social Media Wat geldt voor jobboards, geldt ook voor sociale media. Alleen is het plaatsen daarop iets lastiger te automatiseren. Berichten zijn korter, beeldmateriaal is een must en de platforms zijn minder gericht op integratie. Toch zijn er tools die het posten van vacatures op social media ondersteunen, waarbij ze de basis informatie uit het ATS halen. Deze tools zijn nooit 100% geïntegreerd in je ATS, maar als je meer uit social media wilt halen en je mist de vaardigheid om dit zelf te doen, bieden zij een mooie toegevoegde waarde! LinkedIn Veel recruiters maken intensief gebruik van LinkedIn om kandidaten te zoeken. Het eerste contact vindt plaats binnen de LinkedIn omgeving, de eerste communicatie via InMails. Bij wederzijdse interesse wil je de kandidaat opnemen in je ATS. Hoe mooi is het om in LinkedIn al te kunnen zien of een kandidaat al in je database staat? En hoe handig is het om de gegevens van de kandidaat (inclusief de inmails) met één druk op de knop in je database op te nemen? LinkedIn heeft de mogelijkheid om dit te ondersteunen. Hetzij rechtstreeks gekoppeld aan een ATS, hetzij via een tussenpartij die dit organiseert. Zeker voor de partijen die intensief sourcen in LinkedIn is dit een geweldige uitkomst! Externe vacatures In de huidige arbeidsmarkt geldt: ‘wie het talent heeft, heeft de omzet’. Hoe frustrerend is het dan als je een goede kandidaat hebt, maar je hebt net geen geschikte vacature beschikbaar. In dat geval is het geweldig als je, gebaseerd op het profiel van de kandidaat, alle passende vacatures op de arbeidsmarkt kan vinden. Hier zijn databases voor die alle vacatures van het internet verzamelen en doorzoekbaar maken. Via een koppeling, kan je deze vacatures in het ATS vindbaar en zichtbaar maken. Communicatie In het ATS wil je een compleet overzicht van alle relevante informatie van de kandidaten hebben. Daarom is het belangrijk om ook alle communicatie te bewaren in het ATS. Telefoonnotities, e-mail conversaties, maar ook gesprekken via Whatsapp. Via de juiste koppelingen en integraties kan je alle communicatie bundelen in het ATS. Daarnaast maken dit soort koppelingen het mogelijk om een selectie van kandidaten tegelijkertijd een (gepersonaliseerde) e-mail of Whatsapp bericht te sturen. Feedback Tevredenheidsmetingen, polls, NPS enquêtes (‘hoe waarschijnlijk is het dat je ons aanbeveelt’), ze geven inzicht in de kwaliteit van je dienstverlening. Verzamel deze informatie niet alleen als je daar toevallig tijd voor hebt of als je een stagiair hebt. Als je continu een vinger aan de pols houdt, kan je veel sneller bijsturen. Met de juiste systemen kan je bijvoorbeeld iedereen die gesolliciteerd heeft vragen naar zijn of haar ervaring. Assessment Het CV laat zien wat een kandidaat in het verleden heeft gedaan. De voorspellende waarde over wat deze in de toekomst kan (en wil) is echter beperkt. Een assessment zegt veel meer over de competenties en softskills en heeft daardoor een veel betere voorspellende waarde. Als je rekening kan houden met de uitkomsten van een assessment, wordt de kwaliteit van de match veel beter. Daarom is het belangrijk om de assessment tool die je gebruikt te integreren in je ATS. Mid- en backoffice Er is altijd discussie over welke processen bij de mid- en welke bij de backoffice horen. Daarom vat ik ze in deze paragraaf samen. Alle processen die na het commerciële proces komen, vallen onder de mid- en backoffice: Contracten aanmaken en ondertekenen; Onboarding; Urenregistratie; Verloning; Facturatie; Boekhoudkundige verwerking. Sommige ATS’en behappen alles van A tot Z. Ideaal, maar soms is de ondersteuning van deelprocessen beperkt. Soms heb je op onderdelen verdergaande specialisatie nodig en dan zal je bepaalde processen moeten onderbrengen bij een meer gespecialiseerd systeem. Uiteindelijk streeft ieder bedrijf naar: een vlekkeloze procesgang zonder dubbel werk; inzicht in de resultaten van alle bedrijfsprocessen. Hiervoor moeten front-, mid- en backoffice gekoppeld of geïntegreerd zijn. Tevens is het belangrijk om te kunnen rapporteren over het gehele proces. Zodat je uiteindelijk antwoord kan geven op vragen als “wat levert een campagne op aan omzet/marge?” of “Welke wervingsbron levert de grootste ROI op?”. Als de processen niet binnen één pakket geïntegreerd zijn, kan het koppelen van dergelijke systemen behoorlijk uitdagend zijn. Daarom adviseer ik om vooraf het gewenste applicatielandschap te schetsen en te onderzoeken welke koppelingen mogelijk zijn. Het maken van de juiste afwegingen om tot het best passende applicatielandschap te komen, vergt expertise. Zorg dat je deze expertise in huis haalt om de juiste keuze te kunnen maken. Lees ook: Haal alles uit het recruitmentsysteem deel 1: creëer draagvlak Haal alles uit het recruitmentsysteem deel 2: bewaak de datakwaliteit Geplaatst in Implementatie, In de cloud | Tags ATS, CRM, Haal alles uit het recruitmentsysteem, recruitmentsysteem, software | Reacties uitgeschakeld voor Haal alles uit het recruitmentsysteem deel 3: Combineren met andere systemen
Evert Hondema: ‘Handhaving A1-route voor derdelanders mag wel tandje scherper’ Geplaatst 20 maart 2024 door Gastblogger Vorige week heeft de Adviesraad Migratie aanbevelingen gedaan om de groei van arbeidsmigratie van buiten de EU tegen te gaan. De sluiproute waar ik me al jaren druk over maak, haalt eindelijk het landelijke nieuws: derdelanders die via andere EU-lidstaten werkzaamheden in Nederland verrichten. Het gaat om Engelsen, Kirgiziërs, Wit-Russen, Kazachen, Albanezen, Serviërs, enzovoort, met een werkvergunning uit vooral Litouwen, Polen of Slovenië. De aantallen die in bijgaand artikel van BNR worden genoemd, zijn aan de voorzichtige kant; dat zijn slechts degenen die geregistreerd staan. Voor de duidelijkheid; het gaat mij niet om de arbeidsmigranten zelf, want die hebben we hard nodig hier. Het gaat me om het gebrek aan handhaving, waardoor partijen er te gemakkelijk mee weg komen en deze constructies in de lucht houden. Voor het betreffende type werkzaamheden is het schier onmogelijk om via de IND een Nederlandse werkvergunning te krijgen. Maar in bijvoorbeeld Litouwen is het een makkie. Export van arbeid is voor die landen gewoon een economisch businessmodel, lijkt het: werken in Nederland waar toch niet wordt gehandhaafd, afdrachten doen in het thuisland van de werkgever. ‘Dus we geven iedere derdelander een werkvergunning’ – daar komt het feitelijk op neer. Onder voorwaarden is dit een juridisch toegestane constructie waar je tot op heden weinig aan kunt doen. Strakker handhaven Echter, het mag allemaal wel een tandje scherper gesteld worden. Want ‘ja’, het is op zich toegestaan, maar in de praktijk wordt vaak niet voldaan aan de voorwaarden. Om maar wat zaken te noemen die vaak worden ontdoken en waar in mijn ogen strakker op moet worden gehandhaafd: 1. geen aanmelding bij het Postedworkers meldloket 2. een ondeugdelijke A1-verklaring 3. geen afdracht loonbelasting in Nederland voor de uitzendkrachten Enige toelichting en voorbeelden waar het mis gaat: iedere buitenlandse onderneming, waaronder zzp’ers en uitzendbureaus, moet een melding doen. En hun opdrachtgever moet dit controleren/goedkeuren. In mijn praktijk merk ik dat vaker niet dan wel aan deze wettelijke plicht wordt voldaan. Sterker nog, het gros van de partijen die ik spreek heeft hier nog nooit van gehoord! de A1-verklaring is bijvoorbeeld niet geldig als er sprake is van vervanging van personeel. De ene arbeidsmigrant gaat terug naar huis, en wordt ingewisseld voor een andere. Dat is geen detachering zoals bedoeld in de A1-Verordening, maar gewoon reguliere arbeid in Nederland. Of de Verklaring is afgegeven voor een opdracht op naam van Opdrachtgever A, terwijl diegene al lang werkzaam is voor Opdrachtgever B. de 183-dagen regeling geldt niet voor werknemers die onder leiding & toezicht van een Nederlandse opdrachtgever werken. Dan is er sprake van een zogeheten Nederlandse materieel werkgever, en moet door de buitenlandse (echte) werkgever vanaf de eerste werkdag loonbelasting in Nederland worden afgedragen. Kortom, onder voorwaarden een toegestane constructie. Maar met wat extra toezicht kan het stukken eerlijker. Auteur: Evert Hondema (Consultancy Arbeid & Organisatie). De post van Evert Hondema op LinkedIn roept veel reacties op. Lees en discussieer mee. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags A1-verloning, ABU, schijnconstructies | 1 Reactie