Maandelijkse archieven: december 2023

FNV: ‘woekerwinsten uitzenders over de rug van werknemers en maatschappij’

FNV heeft zijn pijlen gericht op uitzenden. Volgens de vakbond is uitzendwerk ‘alles behalve de springplank naar (structureel) werk die het volgens uitzendbedrijven zou zijn’. De ABU weerspreekt in een reactie aan Flexnieuws de conclusies en stelt dat uitzendwerk ‘een belangrijke opstapfunctie’ heeft.

De vakbond baseert zich op haar eigen rapport ‘De vicieuze flexcirkel’ dat vandaag is gepubliceerd. Dit rapport bevat een analyse van cijfers van het CBS, CPB, UWV en de vakbond zelf.

‘Uitzend-moeras’ of opstap naar werk

Kitty Jong, vicevoorzitter van de FNV, trekt fel van leer. “Flex is niet de oplossing, flex is het probleem! Als er iets blijkt uit deze cijfers is dat uitzendwerk eerder een garantie is om weer werkloos te worden: 67% van de uitzendkrachten komt daarna weer in de WW.” Uitzendwerk is niet de springplank naar structureel werk die het pretendeert te zijn, zo concludeert de vakbond. Kitty Jong: “Als we in Nederland mensen bestaanszekerheid willen bieden en willen besparen op de WW, de WIA en de zorg, dan moeten we mensen aan vast werk helpen dat bij ze past. Dat moet het uitgangspunt zijn. Maar het verdienmodel van de flexbranche is juist om werkzoekenden steeds aan kortlopend uitzendwerk te helpen. Mensen aan ander werk helpen is te belangrijk om het alleen aan de uitzendsector over te laten.” De FNV claimt dat 80% van de uitzendkrachten vastzitten in het ‘uitzend-moeras’.

De ABU weerlegt die cijfers in haar reactie: onderzoek op basis van CBS-data laat zien dat van iedere tien uitzendkrachten er na afloop van de uitzendbaan drie in dienst komen bij de opdrachtgever (één vast, twee op tijdelijk contract), drie krijgen een volgende uitzendbaan, aldus de brancheorganisatie. De volgende drie gaan op een andere manier aan het werk of stoppen met werk. Eén op de tien uitzendkrachten krijgt na zijn of haar uitzendbaan een WW-uitkering. ‘Het zijn uiteindelijk vooral de inleners die beslissen of uitzendkrachten bij hen een (vast) contract krijgen’, voegt de ABU daar aan toe.

De ABU ziet net als de FNV dat er nog te veel mensen langs de zijlijn blijven staan en onvoldoende toegang tot werk hebben. Maar de brancheorganisatie stelt dat juist de uitzendbranche zich elke dag daarvoor inzet: ‘Juist de uitzendbranche vervult voor deze groep een belangrijke opstapfunctie. (…) Het is jammer dat vakbonden de belangrijke opstapfunctie van de uitzendbranche miskennen’. De ABU wijst er op dat er een groep mensen is voor wie het lastig is om (passend) werk te vinden. Omdat ze bijvoorbeeld extra begeleiding nodig hebben, omdat ze de taal niet spreken of omdat zij een hogere kans op verzuim hebben. Uitzendwerk is voor die groep vaak dé opstap naar werk, zo stelt de ABU. Voor andere groepen biedt uitzendwerk volgens de brancheorganisaties kansen om werkervaring op te doen, werk en privé te combineren of is het de start van een carrière.

‘Rondpompen tussen flexwerk en WW’

Volgens de FNV zou het UWV moeten stoppen met het grootschalig inhuren van uitzendbureaus om werknemers weer aan het werk te krijgen. Jong: “Als mensen in de WW terecht komen, moet eerst geprobeerd worden ze te helpen aan een passende baan met serieus zicht op een vast contract. En niet weer zo snel mogelijk aan een uitzendbaantje of flexcontract. Het risico op nieuwe werkloosheid is dan levensgroot.” De vakbond spreekt van het ‘rondpompen’ van mensen tussen flexwerk en WW.

De ABU stelt dat de uitzendbranche de belangrijke opstapfunctie vervult door succesvolle samenwerking met onder andere het UWV en gemeentes, ook bij het opleiden van mensen. De ABU-reactie: Om de kans op werk voor zoveel mogelijk mensen te vergroten is het van cruciaal belang dat we de kennis en kracht van UWV, gemeenten en ABU-leden blijven bundelen, verder versterken en samenwerken aan een inclusieve arbeidsmarkt. De praktijk wijst uit dat dit goed werkt in de regionale mobiliteitscentra.

Oproep politiek

Jong haalt ook uit naar flexondernemers die ‘woekerwinsten’ zouden maken ten koste van mens maatschappij: “Je kunt gerust stellen dat de uitzendbranche rijk wordt over de rug van werknemers en maatschappij. Er blijft enorm veel geld aan de strijkstok hangen terwijl de kosten voor het sociale vangnet volledig bij de maatschappij worden neergelegd. Waar een normale werkgever aan allerlei eisen moet voldoen kan de uitzendbranche mensen gewoon eindeloos als wegwerpartikel gebruiken.”

De vakbond roept de politiek daarom op om te stoppen met de draaideur van flexcontracten en te investeren in vast en zeker werk. Kitty Jong: “Als we in Nederland mensen bestaanszekerheid willen bieden en willen besparen op de WW, de WIA en de zorg, dan moeten we mensen aan vast werk helpen dat bij ze past. Dat moet het uitgangspunt zijn. Maar het verdienmodel van de flexbranche is juist om werkzoekenden steeds aan kortlopend uitzendwerk te helpen. Mensen aan ander werk helpen is te belangrijk om het alleen aan de uitzendsector over te laten.”

Werkloosheid is volgens de FNV ook niet het énige risico dat volledig wordt afgewenteld op werknemers en de maatschappij. “Ook de verantwoordelijkheid van werkgevers bij ziekte en arbeidsongeschiktheid wordt ontdoken en dat heeft niet alleen voor de betrokken werknemers zeer grote gevolgen maar leidt ook tot zeer hoge maatschappelijke kosten”, zegt Jong.

De ABU wijst daarentegen op het belang van uitzendwerk voor Nederland: Het is een gegeven dat een open economie als Nederland goed gereguleerde flexibiliteit nodig heeft en zal blijven hebben. Zonder uitzendwerk – zo laat onderzoek van SEO uit 2019 zien – zou 75% van de voormalige uitzendkrachten blijven werken in de flexibele schil, met name als zzp’er. 11% zou in plaats van uitzendwerk vast werk hebben en 5 % zou informeel werken. De overige uitzendkrachten zouden werkloos zijn.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | 2s Reacties

Brussel bereikt overeenkomst over platformwerk

Voer je werk uit via een platform? En wordt je tijdens dit werk aangestuurd of gecontroleerd door het algoritme? Dan ben je geen zelfstandig ondernemer, maar werknemer van het platform. Dat is de basis van een nieuwe Europese richtlijn voor platformwerk.

Na twee jaar onderhandelen bereikten het Europees Parlement en de Europese Raad woensdag een voorlopig akkoord over deze platformrichtlijn. Het zijn de allereerste Europese regels voor management door een algoritme.

Criteria voor ‘algoritmisch management’

In de richtlijn staan vijf indicatoren voor zogenaamd ‘algoritmisch management’. Als de relatie tussen het platform en de werkende voldoet aan minstens twee van de vijf criteria, dan geldt een rechtsvermoeden van werknemerschap.

De criteria zijn:

  • De vergoeding (of de bovengrens daarvan) wordt bepaald door het platform;
  • Platformwerkers moeten zich houden aan regels over uiterlijk, gedrag naar klanten of uitvoering van het werk;
  • Prestaties worden gecontroleerd of beoordeeld via elektronische middelen, bijvoorbeeld via een app;
  • De platformwerkers moeten zich houden aan werktijden, mogen niet zomaar de app uitschakelen of zelf een vervanger inschakelen;
  • De platformwerkers mogen niet voor een concurrent werken.

Platform moet bewijzen

Dit houdt in dat de werkende aanspraak kan maken op werknemersrechten, zoals minimumloon en een veilige werkplek. Ook overheden, vakbonden en andere vertegenwoordigers van werkenden kunnen zich op dit recht beroepen namens de platformwerkers. Is het platformbedrijf het er niet mee eens? Dan moet het platform bewijzen dat de werknemer niet in dienst is.

Over deze werkwijze hebben het Parlement en de Raad heel lang onderhandeld. Het oorspronkelijke voorstel voor de richtlijn suggereerde namelijk dat platformwerkers automatisch in loondienst zouden zijn als ze voldoen aan de criteria. In de laatste versie moet de werkende of een vertegenwoordiger actief beroep doen op de wet.

Wat algoritmes wel en niet mogen bepalen

In de nieuwe richtlijn staat verder welke beslissingen platformen niet aan algoritmes mogen overlaten. Iemand ontslaan of zijn account bevriezen mag bijvoorbeeld niet zonder menselijk toezicht. Ook zijn platformen voortaan verplicht om eerst de gevolgen te analyseren, voordat ze bepaalde beslissingen over arbeidsomstandigheden overlaten aan algoritmes.

Tot slot zijn er regels over datagebruik. Zo mogen platformen geen gegevens over persoonlijke data verwerken. Denk daarbij aan data over geloofsovertuiging of privégesprekken met collega’s. Verder zijn platformen verplicht om informatie over zzp’ers door te geven aan de nationale autoriteiten en vertegenwoordigers van platformwerkers.

Flexbemiddelaars

In de richtlijn is speciale aandacht voor flexbemiddelaars. Er staat expliciet in dat een platform de regels niet kan omzeilen via tussenpersonen. Lidstaten moeten zorgen dat platformwerkers via tussenbureaus dezelfde rechten hebben als degenen die rechtstreeks voor het platform werken.

Deze richtlijn moet nog formeel worden aangenomen door zowel het Parlement als de Raad. Hoewel er twee jaar lang discussie was over de richtlijn, lijken de partijen het nu eens. Vervolgens hebben lidstaten twee jaar de tijd om ze in te voeren.

 

Dit artikel verscheen eerder op ZiPconomy.

Geplaatst in In de wereld, Nieuws, Politiek | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Brussel bereikt overeenkomst over platformwerk

Arbeidsmarktexperts waarschuwen voor toenemende krapte door beperkingen op flexibiliteit en arbeidsmigratie

Buitink reageert op plannen van onder andere de PVV en NSC om arbeidsmigratie te beperken. Hij benadrukt dat Nederland al kampt met aanzienlijke arbeidstekorten en extra handen nodig heeft voor woningbouw, energietransitie en de stijgende zorgvraag. Buitink waarschuwt dat het beperken van arbeidsmigratie tot welvaartsverlies kan leiden.

Dit geldt ook, zij het in mindere mate, voor het ontmoedigen van flexwerk. Buitink pleit voor een goede wettelijke regeling voor flexwerk, waarbij erkenning van de blijvende vraag naar flexibele arbeid essentieel is. Hij stelt voor om differentiatie naar doelgroepen te bevorderen en flexibiliteit mogelijk te maken in tijd, type job en thuiswerken.

Arbeidsmigratie kan helpen bij het oplossen van de personeelstekorten die ontstaan door vergrijzing. Maar tegelijkertijd heeft het op de lange termijn grote maatschappelijke gevolgen. Dat concludeert de Adviesraad Migratie in een adviesrapport.

Arbeidsmarkt in 2024 nog veel krapper

Volgens Rika Coppens, CEO van House of HR, blijven uitzenders onmisbaar op de arbeidsmarkt omdat er altijd behoefte zal zijn aan flexibele banen in elke sector en op elk moment. Coppens benadrukt dat uitzenden, naast zzp en detachering, een belangrijk instrument blijft om deze flexibiliteit te regelen. Ze pleit voor een goede organisatie door de overheid, vooral voor mensen die niet meer in vaste dienst willen werken maar wel als zzp’er, met aandacht voor fiscale, verzekerings- en pensioenaspecten, omdat flexibele inzet van personeel helpt bij het oplossen van tekorten.

Beide experts voorspellen een verdere economisch herstel in het komende jaar, wat zal resulteren in een nog krappe arbeidsmarkt. Ze roepen de politiek op om een evenwichtig arbeidsmarktbeleid te voeren dat kan meebewegen met de behoeften van werkgevers en werknemers. Buitink: “En dat kan alleen als er een goede balans is tussen flex en vast, en als we voldoende mensen van buiten kunnen aantrekken.”

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsmarktexperts waarschuwen voor toenemende krapte door beperkingen op flexibiliteit en arbeidsmigratie

De interne vacature zat in 2023 in de lift

De populariteitsgroei van de interne vacature is duidelijk een trend, volgens Intelligence Group. Waar in 2021 nog 19% van de werkzoekers met een baan het vacature-aanbod van de eigen werkgever overwoog, was dat in 2023 22%. Dat blijkt uit onderzoek van Intelligence Group. Het is waarschijnlijk dat de groei wijst op het succes van interne mobiliteit-strategieën. Organisaties die het op een historisch krappe arbeidsmarkt lastig vinden om vacatures extern op te vullen, hopen dankzij een verbeterde interne mobiliteit talent te behouden. De simpele gedachte daarachter: mensen die blijven hoef je niet te vervangen.

Dalende populariteit

Arbeidsmarktkrapte is verder ook debet aan de dalende populariteit van de overige baan-oriëntatiekanalen. Vanwege personeelsschaarste kunnen mensen die nieuw werk willen dat moeiteloos vinden, waardoor ze meer baanzoekkanalen simpelweg niet nodig hebben. Daardoor daalde de populariteit van vacaturesites, nog altijd het meest gebruikte oriëntatiekanaal, dit jaar met 4%. In 2022 werden de sites nog door 56% van de werkende werkzoekers geraadpleegd, terwijl in 2023 52% van hen dat deed. Op dezelfde manier daalde het gebruik van kanalen als het persoonlijke netwerk, de open sollicitatie en uitzendbureaus met 2%.

Zelfde cijfers onder succesvolle sollicitanten

Werkzoekers die afgelopen jaar interne vacatures raadpleegden, deden dat met goede reden – het kanaal leverde namelijk succes op. Dat blijkt uit cijfers over werkzoekers die afgelopen jaar iets nieuws vonden. Van hen keek 24% in 2023 naar interne vacatures, terwijl in 2022 nog 23% dat deed. In 2021 nam 22% van de succesvolle werkzoekers vacatures van de eigen werkgever in ogenschouw. Kortom: onder succesvolle sollicitanten groeit de interesse in de interne vacature óók. 

Wat verder opvalt is dat onder succesvolle werkzoekers de krimp van de overige oriëntatiekanalen minder groot is. Zo nam het aantal bezoekers van vacaturesites onder de groep die nieuw werk vond dit jaar slechts met 1% af – dat is aanzienlijk kleiner dan de krimp van 4% onder werkende werkzoekers in het algemeen. En alhoewel onder de eerstgenoemde groep op de interne vacature na geen enkel oriëntatiekanaal groeide, bleef een aantal kanalen in gebruikerspercentages wel gelijk. Zo werd de open sollicitatie in 2023 net als in 2022 door 33% van de succesvolle sollicitanten gehanteerd, terwijl een goede online vindbaarheid dit jaar net als in het jaar ervoor op een gebruikerspercentage van 23% bleef steken.

Bekijk hier de eindejaarscijfers van Intelligence Group over het baanzoekgedrag van de Nederlandse beroepsbevolking. 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De interne vacature zat in 2023 in de lift

Adecco Group Nederland benoemt Rien van Ekris tot nieuwe HR Directeur

Rien van Ekris is de nieuwe HR Directeur van Adecco Group Nederland. Van Ekris (1975) heeft jarenlange ervaring opgedaan in diverse HR functies in binnen- en buitenland bij multinationals als Mars, PepsiCo en Danone. In zijn laatste functie als HR-directeur bij de Bijenkorf was hij verantwoordelijk voor het totale HR-beleid en strategie.

Van Ekris over zijn keuze voor Adecco Group Nederland: ‘Ik ben enthousiast om te starten bij deze mensgerichte organisatie die streeft naar een diverse en inclusieve werkomgeving en inspeelt op de ontwikkelingen in de maatschappij om mensen duurzaam inzetbaar te houden. De bruisende energie die ik tot nu toe heb mogen ervaren is echt aanstekelijk. Het is mijn ambitie, om in een organisatiecultuur waarin iedereen zichzelf kan zijn, met elkaar een betere wereld van werk te creëren door het beste uit alle medewerkers te halen.’

Adecco Group Nederland kijkt uit naar de komst van Van Ekris. ‘We bouwen verder aan de voortdurende transformatie van onze organisatie. Onze missie om de toekomst voor iedereen te laten werken, geldt natuurlijk ook voor onze eigen mensen. We zijn dan ook erg blij met de komst van Rien van Ekris die zich zal richten op het verbeteren van de doeltreffendheid van de organisatie en de betrokkenheid van onze medewerkers. Wij zijn ervan overtuigd dat Rien met zijn kennis en ervaring hier een belangrijke rol in zal spelen.’, aldus Femke Hellemons, Country Head Adecco Nederland.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Adecco Group Nederland benoemt Rien van Ekris tot nieuwe HR Directeur