Maandelijkse archieven: november 2023

Directie vaker verantwoordelijk voor AI en data, kennis en vaardigheden schieten tekort

Directieleden zijn steeds vaker verantwoordelijk voor AI en data, maar kennis en vaardigheden blijven vaak achter.

Een groeiend aantal directieleden draagt verantwoordelijkheid op het gebied van Artificial Intelligence (AI) en data. Dat blijkt uit een recente enquête onder 201 directieleden met technologiefuncties in Europa en de Verenigde Staten.

De enquête toont aan dat 65 procent van de respondenten momenteel dergelijke verantwoordelijkheden heeft, terwijl dit een jaar eerder nog gold voor ruim driekwart van de ondervraagden.

Kennis en expertise ontbreekt
Op directieniveau groeien de verantwoordelijkheden op het gebied van AI en data, maar toch ontbreekt het vaak nog aan de benodigde kennis en expertise bij bestuurders. Met name op het vlak van kunstmatige intelligentie is er ruimte voor verbetering. Hoewel bijna de helft van de respondenten aangeeft dat hun bestuur voldoende kennis heeft van data en analytics, geldt dit slechts voor 29 procent wat betreft AI en machine learning. Ook geeft tien procent van de ondervraagden aan een gebrek aan een AI-strategieleider binnen de organisatie ervaart.

Opvallend genoeg beschouwt meer dan een derde van de respondenten hun prestaties op het gebied van AI, data en analytics als leidend in hun branche. Camilla Reventlow, partner binnen de Technology & Services praktijk bij Heidrick & Struggles Benelux, merkt op: “Ook binnen Nederlandse organisaties zien we data en AI steeds meer naar de top bewegen, al bereikt dit vaak niet de directie.”

“Hier zien organisaties AI en data vaak als één en plaatsen zij technologie lager in de organisatie, waardoor ze het vooral tactisch en nauwelijks strategisch inzetten. Wat dat betreft lopen we achter op de Verenigde Staten. Mede daardoor raad ik aan dat adviesorganen zich ook versterken met relevante technologische knowhow”, aldus Reventlow.

Technische ondersteuning
Momenteel worden de genoemde technologieën vooral ingezet voor technische ondersteuning, klantenservice en productontwikkeling. Slechts 17 procent van de respondenten gebruikt deze voor recruitment en HR, maar bijna zes op de tien verwachten dat dit binnen twee jaar zal veranderen. Financiële middelen vormen echter een obstakel, aangezien meer dan de helft van de directieleden aangeeft onvoldoende budget te hebben voor de benodigde programma’s.

Bron: Europe and US data, analytics, and artificial intelligence executive organization and compensation survey

Kosten en baten
Uit de enquête blijkt dat technologie op directieniveau een positieve invloed heeft op bedrijfsresultaten. Maar liefst 29 procent van de respondenten geeft aan dat generatieve AI een positieve bijdrage levert aan de jaarrekening. Echter, deze ontwikkeling gaat gepaard met aanzienlijke kosten, waaronder het salaris van directieleden met AI- en data-gedreven verantwoordelijkheden.

In Europa bedraagt het gemiddelde jaarsalaris voor dergelijke functies ruim 534.000 euro, wat aanzienlijk lager is dan het salaris van hun Amerikaanse collega’s, die over dezelfde periode ruim een miljoen euro verdienen. Reventlow licht toe: “Hoge salarissen zien we vaker bij nieuwe beroepen. Omdat relevante kennis en ervaring schaars zijn, is vraag-aanbod rondom die functies nog uit balans. Uiteindelijk komt die balans er, al is het in verband met de razendsnelle AI-opkomst en onzekerheid rondom toekomstige ontwikkelingen lastig te zeggen hoe lang dit duurt.”

Geplaatst in AI, In de cloud, Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Directie vaker verantwoordelijk voor AI en data, kennis en vaardigheden schieten tekort

‘Flexbureaus die futureproof zijn blijven groeien, ook na de volgende crisis’

Flex- en arbeidsmarktstrateeg Wim Davidse heeft in de 25 jaar dat hij actief is in de flexbranche menig crisis meegemaakt. Maar ook het sterke herstel van de veerkrachtige uitzendmarkt. Hoge pieken, diepe dalen. “Het was een prachtige, turbulente tijd. En de toekomst is minstens zo prachtig”, vertelt Davidse.

“Via recruitmentbureau Ebbinge kwam ik in 1998 bij Vedior, waar ik een heel goed gesprek had met Aart van der Gaag (toenmalig Vedior-directeur, daarna ABU-directeur, red.). Dat was de start van mijn carrière in de flexbranche. Voor onder meer Dactylo en andere werkmaatschappijen van Vedior helpen met strategisch marktonderzoek en nieuwe strategieën, zelf een afdeling opzetten. En een paar weken later was ik ook voorzitter van de ABU Marktmonitor-commissie – zo zat ik er meteen volop in.”

Flexwet
“De flexmarkt maakt in die jaren ’90 een explosieve groei door, de uitzenduren stegen tientallen procenten per jaar. De Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Wet Flex & Zeker) in 1999 zorgde voor professionalisering, legde een fundament onder de sector dat toen leed onder het imago van beunhazerij. Een goede zaak, waarvan de implementatie wel heel heftig was voor uitzenders, hele projectteams moesten de backoffice ingrijpend gaan herinrichten, mensen opleiden.”

Voor het eerst krapte
“Dat was niet de enige uitdaging voor uitzenders. Voor het eerst in 25 jaar kregen we eind jaren ’90 te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Mijn voorspelling was dan ook dat de groei van de uitzendbranche zou achterblijven omdat men op de vestigingen moeilijker kandidaten kon vinden. Aart van der Gaag maakte mij tijdens mijn proeftijd duidelijk dat ik er nog niet veel van begreep – ‘als de economie groeit, groeit uitzenden zeven keer zo hard’. Niet dus, de economie loeide door, maar de (generieke) uitzenders zagen hun omzet krimpen. Dat was ongekend voor die tijd. En daarbij kwam ook nog eens twee jaar economische stagnatie.”

Crisis op crisis
“Daarna volgde weer een sterk herstel. Tot 2008: eerst wéér een krappe arbeidsmarkt, en toen de kredietcrisis. Dat had niemand sinds de Tweede Wereldoorlog beleefd. De uitzendmarkt ging heel hard onderuit, maar herstelde ook weer snel in 2010. Werkgevers hadden weer mensen nodig, maar niet voor vast. Dat was veel te riskant. Daar kwam de eurocrisis overheen. Hadden werkgevers tijdens de hypothekencrisis nog relatief weinig mensen laten gaan, nu volgde heel veel ontslagen. De werkloosheid steeg naar 8%. Een barre periode. Het heeft heel lang geduurd voordat – ook de uitzendsector – weer terug was op het niveau van voor 2009.”

“De grote uitzenders komen nooit meer terug op het niveau van vóór 2008.”

Krimp Grote Vier
“Nadat Nederland in 2014 uit de recessie kroop, veerde de uitzendbranche weer snel op. Maar vier jaar later knalden de uitzenders weer vol op de vangrail van de krapte. De krapte op de arbeidsmarkt die in 2018 is begonnen, is er nog steeds en daar komen we ook nooit meer uit (als we blijven doen wat we deden).”

“De grote, generieke uitzenders kregen veruit de zwaarste klappen; was de top-5 (Randstad, RGF Staffing, Vedior, The Adecco Group en ManpowerGroup) eerst samen goed voor ongeveer de helft van de totale omzet in de branche, nu doen de traditionele Grote 4 (Vedior is in 2008 opgegaan in Randstad) samen nog 11% van de totale omzet in de branche. En dat is nog steeds de trend. De cijfers over het derde kwartaal van dit jaar van Randstad en ManpowerGroup laten opnieuw forse krimp zien.”

“Die grote spelers zijn zo groot geworden door grootschalig uitzenden, efficiënt, met zo min mogelijk handling. Dat spel met Inkoop gaat nog steeds door, maar het volume neemt niet meer toe, eerder af. Veel van die generieke uitzenders zitten in de industrie en logistiek, maar bijvoorbeeld ook in grote callcenters, en daar wordt nu eenmaal flink geautomatiseerd. Dus die grote spelers gaan nooit meer terug op het niveau van vóór 2008 komen. Terwijl de totale flexbranche ongeveer is verdubbeld. Als je ook recruitment meerekent, komen we dit jaar uit op een totale omzet van circa € 45 miljard. Het is een gigantische markt, waarvan de traditionele Grote Vier een veel kleiner deel (dit jaar samen waarschijnlijk net geen € 5 miljard) van de markt bedienen.”

Superspecialisten
“Groei is vooral weggelegd voor specialisten. Natuurlijk moet de backoffice en processen goed zijn geautomatiseerd, dat is een noodzakelijke voorwaarde. Maar nog niet voldoende. Het belangrijkste is dat je een goede strategie kiest, doet waar je heel goed in bent. En je moet de kandidaten kennen, want iedereen is schaars op de arbeidsmarkt. Je moet je als flexbureau vooral specialiseren in jouw kandidaten; hoe kun je die interesseren, vasthouden en op een goede manier wegzetten bij inleners.”

“Mooi voorbeeld van een grote speler die dat uitstekend doet is House of HR, met meerdere (overgenomen) zelfstandige labels als Covebo (bouw) en TMI (zorg). Wat HOHR heel goed doet is die specialisten ook gespecialiseerd laten zijn. Zij groeien hard juist door het in stand houden van de specialisaties.”

“OTTO WorkForce is ook zo’n voorbeeld van flexbedrijf dat het heel goed doet door specialisatie gericht op kandidaten, in hun geval in arbeidsmigranten. Ondanks al het gedoe rondom arbeidsmigratie en de tegenwind uit Den Haag, blijft het bedrijf maar groeien. Want er is behoefte aan en OTTO is de specialist die daarin voorziet.”

“Dit geldt ook voor vrijwel alle bureaus die zijn gespecialiseerd in kandidaten, in finance-personeel, engineers, et cetera. En denk aan Consolid, dat was al gespecialiseerd in logistiek, maar is ook zelf chauffeurs gaan opleiden, kennen de wereld van chauffeurs als geen ander en zijn superspecialist geworden.”

“Uitzenders kunnen veel leren van detacheerders.”

Propositie van detacheerders
“Specialiseren, de juiste product-marktcombinatie kiezen en daaraan vasthouden, is de basis om door te kunnen groeien. En dat doen nog lang niet alle uitzenders. Ga maar na, er zijn 18.000 flexbureaus, zo’n bureau beginnen is heel gemakkelijk. Maar doorgroeien (naar 50 of zelfs 100 miljoen euro), dat doen maar heel weinig. Daarvoor moet je front- en backoffice zo professioneel zijn dat je de strategie ook kunt uitvoeren. En durven kiezen, jouw strategie volgen is vooral kiezen wat je niet doet. Als de klant ook een secretaresse vraagt, terwijl jij specialist bent in het bemiddelen van monteurs, ‘nee’ durven zeggen. Want je kunt niet én thuis zijn in de wereld van monteurs én de markt voor secretaresses goed kennen.”

“Detacheerders doen dat heel goed. Die gaan echt ‘op die kandidaat zitten’, weten die man of vrouw aan zich te binden door hen te ontzorgen, te gidsen, begeleiden en op te leiden. Niet voor niets groeit de detacheringsmarkt nu veel harder dan de uitzendmarkt. Detacheren is dé werkpropositie van deze radicale jaren ’20. Sommige uitzenders doen dat ook goed, de anderen kunnen veel leren van detacheerders.”

“Er is nog geen enkele wet geweest die welke vorm van flex dan ook heeft kunnen indammen.”

Met dank aan Wet loondoorbetaling bij ziekte
“Er is nog geen enkele wet geweest die welke vorm van flex dan ook heeft kunnen indammen. Er is wel een wet die heeft geleid tot een flexplosie: de Wet loondoorbetaling bij ziekte (2004). Toen dachten heel veel (MKB-)werkgevers ‘nu wordt vast wel heel duur en risicovol’. Dit was de turbo achter de flexbranche, want sindsdien is de uitzendsector – soms hard, soms minder hard – alleen maar gegroeid. Tot 2017, toen door toenemende krapte werkgevers toch weer vaker voor vast kozen.”

“Dat geldt ook voor de WAB (2020); deze maakte flex duurder, maar flex is niet gekrompen. De flexschil is nu groter dan in 2020. Ook de coronacrisis bevestigde alleen maar de trends. Bedrijven hebben flex nodig, schaarse kandidaten kiezen voor flex, werknemers (bijvoorbeeld in de zorg) vluchten van de bureaucratie naar autonomie (zzp). De wetgever kan doen wat hij wil, maar als hij vast niet versoepelt – minder eng en frustrerend maakt – gaat vast niet groeien.”

Flex by force verdwijnt, flex by choice ontploft
“De komende jaren worden echt heel spannend. Stel, er komt weer een crisis, niemand weet wanneer, maar die zal weer komen. Dat gaat alleen maar helpen om flex te versterken; werkgevers willen dan niet kapotgaan aan personeel waar ze niet vanaf komen.”

“Komt er geen crisis, dan zien we twee dingen gebeuren. De groep flexkrachten die weinig marktmacht heeft en eigenlijk liever een vaste baan willen (flex by force) krijgt door de extreme krapte steeds vaker een vast contract. Flex by force is aan het verdwijnen. Maar flex by choice groeit daarentegen. De afgelopen twee jaar zijn zzp, detacheren en gespecialiseerd uitzenden – waarbij de kandidaat/professional centraal staat – ontploft. Ondanks de WAB, ondanks de Wet DBA, ondanks al het gekrakeel in de Tweede Kamer. Die groei is nu wel over de top, maar er is geen enkel signaal dat deze mensen (terug)willen naar vast.”

“De oorzaak; wetgeving (rondom vast) is vervelend voor werkgevers (risico’s, compliance, kosten) en werkgevers zijn vervelend voor hun werknemers. Werkgevers zijn te directief, houden geen rekening met de privé/werk-balans, geven geen persoonlijke aandacht. Zonder aanstekelijk werkgeverschap kiest de werkende liever voor autonomie en variatie in leuk werk. Zolang wetgever en werkgever dat niet oplossen, houden we flex (by choice).”

Flexwerkproposite
“De krapte blijft en dus moet het flexbureau eerst en vooral aan de kandidaat denken. Die staat centraal. En ook de opdrachtgever moet ervoor zorgen dat hij aantrekkelijk is voor de flexkracht. Anders krijgen ze de vacatures niet vervuld.”

“Elke uitzender, detacheerder en zzp-bemiddelaar die snapt dat je een goede flexwerkproposite moet neerzetten die aanslaat bij die werkende, die groeit lekker door. Het gaat niet om de juridische binding (contractvorm), maar om de psychologische verbinding. Elk bureau dat dit goed doet, wacht groei. Dan ben je bezig met futureproof ondernemen in flex.”

Sinds dit jaar is Wim Davidse ook hoofdredacteur van HRmorgen en het nieuwe gezicht van FlexNieuws (beiden onderdeel van ZiPmedia).

Geplaatst in In de wereld, Interviews, Nieuws, Werken 4.0 | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Flexbureaus die futureproof zijn blijven groeien, ook na de volgende crisis’

Kennisgat tussen mbo en arbeidsmarkt: tijd voor actie

“Het gat tussen mbo-onderwijs en arbeidsmarkt lost niet vanzelf op. Actie voor werkgevers en het mbo is nu belangrijker dan ooit.” Dat betoogt Arjan Elbers in zijn column.

Het is logisch dat er een kennisgat zit tussen het mbo-onderwijs en de arbeidsmarkt. Dat is er altijd geweest. Het mbo heeft een kwalificatie dossier en een curriculum gebouwd met alle kennis van vandaag. Als een mbo docent fulltime doceert kan hij of zij niet alle innovaties en arbeidsmarkt ontwikkelingen bijhouden. Dus ontstaat er een kennis vertraging naar de mbo-student toe.

De arbeidsmarkt is bezig met morgen en overmorgen. De ontwikkelingen in de arbeidsmarkt versnellen ook nog eens elk jaar. Juist hier zit de pijn. Het kennisgat tussen mbo-onderwijs en arbeidsmarkt wordt zelfs elk jaar groter. De arbeidsmarkt schreeuwt al jaren om vakmensen in de techniek, zorg, ict, bouw, kinderopvang, beveiliging en meer. Dat verhaal is inmiddels wel bekend. Ik bestempel alle mbo’ers dan ook niet voor niets als de Gouden Doelgroep van onze tijd.

Werven van mbo’ers vaak niet strategisch belegd
Niet alleen het werven van mbo’ers is vaak niet strategisch ingericht. Vaak is recruitment in zijn geheel nog reactief. “Ow, we hebben een hoop openstaande vacatures, we gaan met spoed werven.” Of…“Misschien hadden we drie jaar al eens naar ons gemiddeld verloop kunnen kijken en uit kunnen rekenen hoeveel boomers er met pensioen zouden gaan de komende jaren. Dan waren we toen al begonnen met werving, in plaats van nu, nu alles al in de fik staat. En dan hadden we niet zo’n vet probleem gehad.”

Om succesvol mbo’ers te werven moet je als werkgever in een midlange recruitmentoplossing denken. Je moet de mbo’ers in een vroeg stadium bereiken en helpen om ze later bij je in te laten stromen. Ruim 30 procent van alle mbo’ers stroomt eerst nog eens door naar het hbo, voordat ze de arbeidsmarkt opkomen. Stages en projecten begeleiden is het antwoord! En helaas horen we werkgevers vaak zeggen dat ze geen tijd hebben om stagiaires van het mbo te begeleiden, omdat ze het al zo ontzetten druk hebben. Er staan zoveel vacatures open, dit kunnen we er nu echt niet bijhebben.

“Als je vandaag geen tijd hebt om stagiaires te begeleiden? Dan verdien je morgen geen personeel!”

Stop met klagen werkgevers. Zo simpel is het. Je moet als werkgever ook niet “gewoon” stagiaires begeleiden, nee, je moet de ambitie hebben om het beste leerbedrijf van Nederland te worden. Dan staan de werknemers voor je in de rij. Je hebt het zelf in de hand.

We kunnen het kennisgat wel kleiner maken!
Gelukkig zijn er diverse mooie initiatieven om het kennisgat tussen mbo-onderwijs en arbeidsmarkt kleiner te maken. Eén van deze mooie initiatieven is de non-profit stichting Guruz. Die maken online kennis gastcolleges bij bedrijven en bieden deze gratis aan bij alle mbo-scholen van Nederland.

Zo leert KPN alles over glasvezel, VDL Nederland over robotica, de NS over treintechniek, ASML over semiconductors en VolkerWessels, Enexis en Alliander alles over de energietransitie. En dit doen ze door te laten zien aan alle mbo-studenten wie zij zijn als aantrekkelijk stagebedrijf of werkgever.

Tijd voor actie
Ook mbo-docenten kunnen nog meer samen optrekken met werkgevers om actuele kennis op te halen. En werkgevers kunnen hun kennis actief aanbieden aan het mbo-onderwijs. Of het met live gastcolleges, online gastcolleges, rondleidingen is of iets anders. Maar doe iets in plaats van te klagen dat het allemaal zo moeilijk is.

En die actie is broodnodig, zeker omdat ik verwacht dat we demissionair minister van OCW Robbert Dijkgraaf in een volgend kabinet niet meer terug gaan zien. En als er iemand een goed ambassadeur voor het mbo in combinatie met de arbeidsmarkt is geweest, dan was hij het wel. Dat blijkt wel weer uit de brief die hij naar alle havisten en vwo’ers geschreven heeft: kies eens een mbo-opleiding. En zeker als die mooi aansluit bij de actuele kennis die het bedrijfsleven van een opleiding verlangt.

Geplaatst in Branchenieuws, In de wereld, Nieuws, Werken 4.0 | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Kennisgat tussen mbo en arbeidsmarkt: tijd voor actie

Adecco presteert relatief goed, Brunel nog veel beter in derde kwartaal

Adecco Group heeft als enige van de top-3 uitzenders de omzet wereldwijd zien groeien in het afgelopen kwartaal (+3%). De omzet stabiliseerde in Nederland, waarmee het uitzendconcern ook in ons land beter presteerde dan Randstad en ManpowerGroup. Detacheerder Brunel doet het nog veel beter dan de uitzenders.

Dat blijkt uit de meest recente kwartaalcijfers die Adecco Group heeft bekendgemaakt.

Adecco Group
Adecco Group kende in het derde kwartaal van dit jaar mondiaal een omzet van € 6 miljard. Dat komt neer op een omzetgroei van +3% (exclusief wisselkoersvariaties en overnames, en gecorrigeerd voor werkbare dagen). Daarmee zet Adecco Group de stijgende lijn dus voort. In het tweede kwartaal groeide de omzet wereldwijd met +4%, in het eerste kwartaal van dit jaar met +3%.

Adecco, de nummer twee op de mondiale uitzendmarkt doet het daarmee ook dit kwartaal weer duidelijk beter dan marktleider Randstad (-7% in Q3) en de nummer drie ManpowerGroup (-5%).

Winst
Op totaal mondiaal niveau ging de brutomarge in het derde kwartaal iets omlaag naar 20,8% (van 21 % een jaar eerder) en de winstmarge (EBITA) steeg naar 4% (was 3,6% een jaar eerder).

Een mooie ontwikkeling, maar toch niet echt indrukwekkend in een wereld vol krappe arbeidsmarkten. Wel presteerde Adecco hiermee op beide fronten beter dan ManpowerGroup onlangs rapporteerde, maar Adecco heeft wel een lagere winstmarge dan die van Randstad.

Gespecifieerde omzetontwikkeling
Gespecificeerd naar formules liet Adecco een mondiale omzetgroei zien van +4%, Akkodis (professionals t.b.v. de tech transformatie) -3% en LHH (dienstverlening t.b.v. de workforce transformatie) +2%.

Gesplitst naar diensten komt de omzetontwikkeling als volgt uit: uitzenden plus detacheren +1%, W&S voor vast -26% (in Q2 was dit nog -9%), Career Transition +87%, Outsourcing consulting other services +6%, Training up-skilling re-skilling -9% (was nog -1% in Q2).

Adecco Nederland
Adecco Group Benelux kende een omzetstabilisatie in het derde kwartaal van dit jaar. (In Q2 was nog -1%, in Q1 nog -2%, na een bijzondere opleving in Q4 2022 van +3%). Adecco Group rapporteert niet apart over Nederland, maar die ontwikkeling zal niet veel afwijken van de Benelux-cijfers.

Met die omzetstabilisatie doet Adecco het in Nederland in het derde kwartaal ook beter dan de grote concurrenten (Randstad Nederland, Q3: -8%, ManpowerGroup Nederland, Q3: -5%).

Grafiek Wim Davidse: Omzetontwikkelingen in de flexbranche

ABU Marktmonitor
Afgelopen dinsdag rapporteerde de ABU de meest recente cijfers van haar MarktMonitor: een omzetdaling van -2,8% t.o.v. een jaar eerder.

Dat betekent voor het gehele derde kwartaal een
omzetdaling van -1% t.o.v. een jaar eerder (Q2: -3%, Q1: -6,6%).

Detacheerder Brunel
Zoals al langere tijd het geval, steekt de omzetontwikkeling van de uitzenders schril af bij die van de detacheerders.

De grootste beursgenoteerde detacheerder van Nederland Brunel heeft ook net de kwartaalcijfers bekendgemaakt.

Brunel zag de totale mondiale omzet in het derde kwartaal stijgen naar € 341,6 miljoen, een omzetgroei van +21% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. (Dit betreft de organische groei, dus exclusief overnames, wisselkoersverschillen, afwijking werkbare dagen). In het tweede kwartaal van dit jaar was de omzetgroei ook al fors (+20%) en in het eerste kwartaal +19%.

Dus Brunel International heeft het toch al hoge groeitempo nog wat opgevoerd.

Op totaal mondiaal niveau ging in het derde kwartaal de brutomarge iets omlaag naar 21,4% en de winstmarge (EBIT margin) omlaag naar 5,5%.

Brunel Nederland
De omzet van Brunel Nederland kwam in het derde kwartaal uit op € 51,6 miljoen, een omzetgroei van +16% t.o.v. een jaar eerder. (Organisch, dus gecorrigeerd voor werkbare dagen en evt. overnames e.d.).

Brunel Nederland trekt dus na de al sterke groei in het tweede kwartaal (+14%) en (en in Q1: +7,6%) stevig door.

De brutomarge van Brunel Nederland was met 27% relatief hoog, maar daalde ten opzichte van een jaar eerder, toen die marge nog 29,7% was. Belangrijkste verklaring is de relatief sterke groei van het aantal zzp’ers dat is bemiddeld en de impact van de inflatie (overigens nog maar 2,6% in NL in Q3).

Ook de winstgevendheid van Brunel Nederland lag in het derde kwartaal op een hoog niveau, met een EBIT-margin van 8,2%. Ook hier is sprake van een daling ten opzicht van een jaar eerder.

De cijfers over de detacheringsmarkt in het derde kwartaal volgen over twee weken, wanneer de VvDN MarktMonitor wordt gepubliceerd.

Duidelijk is wel dat Brunel als grote speler op de detacheringsmarkt een enorm positief verschil laat zien ten opzicht van de ABU-cijfers. En zeker ook ten opzichte van de omzetdaling van het segment Professionals (vooral detacheren) van Randstad Nederland (-26% in Q3.)

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, Bedrijfsnieuws, Flexdata, In de branche, In de wereld, Nieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Adecco presteert relatief goed, Brunel nog veel beter in derde kwartaal

WorkID, een digitaal werk-paspoort voor de flexkracht

De Belgische uitzendsector heeft WorkID geïntroduceerd. Dit is een digitaal paspoort met persoonlijke, werkgerelateerde informatie van de flexkracht. Dit neemt kandidaten en uitzenders administratief werk uit handen.

WorkID is nieuw platform waarop kandidaten eenvoudig relevante persoonlijke gegevens ter beschikking kunnen stellen aan door henzelf geselecteerde uitzendbureaus. Zo gaat een deel van de onboarding snel en digitaal.

Het is een initiatief van onder meer Federgon, de Belgsiche brancheorganisatie voor uitzenders.

WorkID is handig voor de flexkracht, die hoeft maar één keer zijn of haar persoonsgegevens door te geven en die bepaalt ook zelf met welke uitzenders dit wordt gedeeld. En het scheelt de recruiter/intermediair administratie en die beschikt direct over de volledige en juiste informatie over de kandidaat. Er wordt een tarief per gecontracteerde uitzendkracht gerekend (ongeveer €1-).

Hoe werkt WorkID?

Een kandidaat voert eenmaal zijn persoonsgegevens in en kan deze vervolgens delen met verschillende uitzendkantoren. De kandidaat zelf blijft eigenaar van de data en bepaalt met wie de gegevens gedeeld worden. Hij kan z’n persoonsgegevens ongelimiteerd aanpassen en aanvullen. Voor de kandidaat betekent werken met WorkID gemakkelijker solliciteren, minder administratie, alle informatie op één plaats en minder kans op fouten.

Alle informatie op één plek

Voor het WorkID-project werkt de uitzendsector samen met onder meer PIXID als softwareontwikkelaar en Doccle als technologiepartner. Inloggen kan via Itsme, voor maximale veiligheid (vanwege de persoonlijke data). De sector wil zo snel mogelijk nauwer samenwerken met diverse sociale secretariaten en overheden. Het is de ambitie om via het platform ook overheidsdata te ontsluiten zodat iedereen die werkt, toegang heeft tot persoonlijke werkgerelateerde informatie, handig samen op één plaats.

“Onze ambitie met WorkID is duidelijk. Met WorkID willen we mensen nog sneller en nog vlotter aan een job helpen”, zegt Rika Coppens, voorzitter van de commissie Uitzendarbeid bij Federgon en CEO van House of HR. “Kiezen voor het WorkID-platform is kiezen voor een centraal toegankelijk en neutraal platform waar zowel de kandidaat als de uitzendbedrijven baat bij zullen hebben.”

Geplaatst in In de cloud, Tooling | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor WorkID, een digitaal werk-paspoort voor de flexkracht