“Het statement van Brabantse scholen verdient een betere oplossing” Geplaatst 6 juli 2023 door Redactie FlexNieuws Onderwijsbemiddelaar Heinze Baars reageert op het besluit van Brabantse scholen om te stoppen met inhuren van uitzendkrachten. Hij pleit voor betere oplossingen, zoals het samenwerken met bevoegde onderwijsspecialisten, in plaats van alle bemiddelingsbureaus over één kam te scheren. Eind vorige week gaven schoolbesturen in Brabant in een gezamenlijke verklaring aan te stoppen met het inhuren van uitzendkrachten. Naar eigen zeggen als statement tegen uitzendbureaus die docenten wegkapen, om ze vervolgens tegen hogere kosten als invalkracht aan te bieden. Onderwijsbemiddelaar Heinze Baars uit Oisterwijk deelt in een interview de kritiek van onder meer brancheorganisaties ABU en NBBU dat Brabantse onderwijsinstellingen met hun actie het schoolkind met het badwater weggooien. Brabantse scholen moeten volgens jou juist niet stoppen met het inhuren van uitzendkrachten. Kan je je standpunt toelichten? “Door een rigoureus standpunt in te nemen en vervolgens de deur dicht te gooien voor bonafide partijen, gaat het valide punt dat scholen willen maken verloren. En is kwalitatief onderwijs de grote verliezer. Vooropgesteld, de Brabantse scholen hebben een punt. Net als in iedere branche zijn er in de uitzendwereld helaas de nodige cowboys actief die snel grote marges en winsten najagen, zonder waarde toe te voegen. Daarmee zijn ze binnen het onderwijs inderdaad deel van het probleem. Als de scholen hadden verklaard niet langer met cowboys in zee te gaan, hadden ze een goed verhaal. Maar door malafide en bonafide bemiddelingsbureaus over één kam te scheren, worden reputaties van fatsoenlijke mensen en organisaties beschadigd. In het onderwijs moeten we het goede voorbeeld geven. En zo gaan we niet met elkaar om. Punt.” Je bent echt boos lijkt het “Het raakt me. Want met een dergelijk, ongenuanceerd statement kom je aan onze mensen. Mind you, het bezettingsprobleem op scholen door het hele land is echt. Onze mensen zijn stuk voor stuk betrokken en ervaren onderwijsspecialisten met een groot hart voor toekomstbestendig onderwijs. Iedere dag doen ze hun stinkende best om te voorkomen dat er waar dan ook lessen uitvallen. De afgelopen examenperiode hebben ze daarnaast talloze scholen in het hele land uit de brand geholpen met het opstellen van tentamen- en examenroosters en het regelen van deskundige surveillanten. Ook last-minute als het nodig was. Dat doen ze niet omdat ze op zoek zijn naar het snelle geld, maar omdat ze kwalitatief onderwijs zien als een maatschappelijke opdracht waarvoor fatsoenlijk, maar zeker niet buitensporig, wordt betaald. Door het statement van de Brabantse scholen worden mijn mensen nu met een scheef oog aangekeken. Terwijl ze nota bene dagelijks invulling geven aan betere oplossingen dan de scholen zelf voorstellen.” “Docent is een vak, en juist de Brabantse scholen zelf zouden dat beeld niet moeten ondergraven” Welke oplossingen zijn dat? “De Brabantse scholen geven aan dat ze mensen die met pensioen gaan, vragen of ze mogen bellen als de nood hoog is. In basis een goed idee, maar de uitvoering luistert nauw, weet ik uit ervaring. Met één van mijn ondernemingen bemiddelen we al vijftien jaar actieve pensionado’s die af en toe nog graag een klaslokaal van binnen bekijken. De meesten geven specifiek aan juist niet op hun oude school te willen werken. Dus bemiddelen we hen vaak een wijk, dorp of stad verderop. De oplossing die scholen zelf voorstellen dus, maar met een aanzienlijk grotere kans van slagen. Verder geven de scholen aan soms een derde- of vierdejaars student voor de klas te willen zetten. Met alle respect, maar dat is geen oplossing. We gaan ook geen derdejaars artsen in operatiekamers inplannen om de wachtlijsten in de zorg terug te dringen. Docent is een vak, en juist de scholen zelf zouden dat beeld niet moeten ondergraven. Wij werken bewust met bevoegde onderwijsspecialisten, omdat dat bijdraagt aan kwalitatief onderwijs.” Hoe kom je aan de bevoegde onderwijsprofessionals die je bemiddeld? “In ieder geval niet door mensen in loondienst actief te benaderen of gouden bergen te beloven. Met name de laatste generaties bevoegde docenten benaderen ons omdat ze een mate van vrijheid en zelfbeschikking zoeken die vrijwel geen school in loondienst kan bieden. Deze groep kandidaten haakt acuut af als je ze overlaadt met vaste roosters, bergen administratie en andere schoolse rituelen die afleiden van waar het voor hen om draait: voor de klas staan. Dat regelwerk doen wij voor ze. Op hun beurt gebruiken ze ons vooral om hun plek te vinden binnen het onderwijs. Dat ene klaslokaal waar hun naam op de deur hoort.” “We zijn geen handelaren in docenten, maar bemiddelaars tussen onderwijsprofessionals en onderwijsinstellingen” En als ze dat lokaal hebben gevonden? “Dan helpen we, als ze dat willen, graag met een vast contract bij de school in kwestie. Want dat is nog zo’n misverstand in het statement van de Brabantse scholen. Daaruit zou je eenvoudig kunnen opmaken dat wij daar geen belang bij zouden hebben. In ons geval gewoon is dat echt onzin. We zijn geen docentenhandelaren, maar bemiddelaars tussen onderwijsprofessionals en onderwijsinstellingen. Voor mij en onze mensen is er geen groter compliment of voldoening dan wanneer een leerkracht, vakdocent, surveillant of conciërge aangeeft zijn of haar plek te hebben gevonden. Dan hebben we namelijk ons werk goed gedaan.” En nu? “Het punt van Brabantse scholen is gemaakt. Maar als onderwijsprofessionals zijn we het aan onze stand verplicht om met een kwalitatief betere oplossing te komen dan het plan dat er nu ligt. Door ongenuanceerd voor alle externe partijen de deur dicht te gooien, geven Brabantse scholen niet het constructieve voorbeeld dat ik, de ABU, ouders, leerlingen en andere betrokkenen van ze mogen verwachten. Er zijn talloze bonafide, betrokken en deskundige ondernemingen die door scholen in het hele land terecht als deel van de oplossing worden gezien. Haal de emotie uit het verhaal. Maak onderscheid tussen boosmakers en bondgenoten en ga met die laatste groep in gesprek. En ontdek dat er veel meer is dat ons bindt, dan datgene dat ons nu tegenover elkaar zet.” De Brabantse scholen mogen bellen? “Bij mij, en ongetwijfeld bij veel deskundige collega’s, staan de lijnen open. En mijn deur ook. We zijn samen Brabanders nondeju. Soms gooien we de kop ervoor, en dat mag. Maar we lossen het altijd op aan tafel.” Dit interview is een reactie op een eerder artikel op FlexNieuws, over het besluit van Brabantse scholen om te stoppen met het inhuren van uitzendkrachten. Lees ook: Minister wil maximaal vijf procent uitzendkrachten, gedetacheerden in onderwijs ABU stelt gedragscode op voor flexibele arbeid in het onderwijs Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Brabantse scholen, inhuur, uitzendkrachten | Reacties uitgeschakeld voor “Het statement van Brabantse scholen verdient een betere oplossing”
Arbeidsinspectie: meer ongevallen en onderbetaling binnen uitzendbranche Geplaatst 5 juli 2023 door Redactie FlexNieuws Bij tweederde van de bedrijven die werken met uitzendkrachten worden de regels overtreden. Vooral ongevallen en onderbetaling komen bij uitzendkrachten vaker voor. De oorzaak van de misstanden in de uitzendbranche zijn de lucratieve verdienmodellen (met arbeidsmigranten) en malafide constructies. Dat stelt de Arbeidsinspectie op basis van haar Programmarapportage Uitzendbureaus 2020-2022. De afgelopen drie jaar heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie 1.304 uitzendbureaus en hun inleners gecontroleerd. Bij 873 werkgevers is een overtreding geconstateerd en daarvoor zijn boetes of waarschuwingen uitgedeeld. In totaal is in deze periode voor € 1,5 miljoen aan boetes opgelegd. Twee overtredingen komen veelvuldig voor. Zo constateert de Arbeidsinspectie dat werkgevers de identiteit van hun werknemer niet vaststellen, terwijl dat wettelijk wel verplicht is. Daarnaast worden veel uitzendkrachten onderbetaald. Malafide uitzendconstructies De problematiek in de uitzendbranche is complex, zo stelt de Arbeidsinspectie. Er zouden veel mogelijkheden zijn voor lucratieve verdienmodellen en malafide constructies, waarvan een deel de Nederlandse grenzen overschrijdt. Laagbetaald werk De inspecties vonden vooral plaats in die sectoren waarbij snel mensen nodig zijn en waar sprake is van laagbetaald werk, zoals in de detailhandel, horeca, land- en tuinbouw, metaal en industrie, de bouw en in toenemende mate distributiecentra, transport en logistiek. Daar ziet de Arbeidsinspectie dat de risico’s op oneerlijk en onveilig werk het grootst zijn. Voor dit soort werkzaamheden zijn weinig tot geen Nederlandse arbeidskrachten te vinden voor de arbeidsvoorwaarden die Nederlandse werkgevers willen bieden. Arbeidsmigranten zijn daartoe wel bereid en dat doen zij in de helft van de gevallen op uitzendbasis. Het aantal arbeidsmigranten in Nederland bedroeg in 2021 zo’n 800.000. Volgens de Arbeidsinspectie is deze groep uitzendkrachten kwetsbaar, omdat zij vaak de Nederlandse taal niet beheersen, minder bekend zijn met Nederlandse wet- en regelgeving en afhankelijk zijn van hun werkgever (het uitzendbureau) voor onder meer huisvesting. Verdienmodel arbeidsmigranten Veel uitzendbureaus bieden de buitenlandse uitzendkrachten een totaalpakket dat naast het werk ook huisvesting, zorgverzekering en vervoer omvat. Dit kan voor de arbeidsmigrant een goed aanbod zijn omdat de basisvoorzieningen dan geregeld zijn. Maar de Arbeidsinspectie constateert ook dat het totaalpakket door de uitzendbureaus als verdienmodel en pressiemiddel kan worden gebruikt. Inhouden op loon is toegestaan onder bepaalde voorwaarden. Zo mag een uitzendbureau de werkelijk gemaakte kosten ten behoeve van huisvesting, met een maximum van 25% van het minimumloon inhouden, mits het om gecertificeerde huisvesting gaat. Volgens de Arbeidsinspectie wordt deze inhouding vaak maximaal toegepast. Overtredingen Wav Over de jaren heen ziet de Arbeidsinspectie dat het aantal overtredingen van de Wet Arbeid Vreemdelingen (Wav) toeneemt. Bij de Wav ziet de Arbeidsinspectie veel overtredingen doordat een werkgever iemand laat werken zonder tewerkstellingsvergunning of zonder dat de vreemdeling in het bezit is van een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden bij die werkgever. Ook ziet de inspectie derdelanders werken met een EU-verblijfsdocument, waarbij verblijf wel, maar arbeid niet is toegestaan. Daarnaast zijn er ook veel overtredingen geconstateerd doordat de werkgever de identiteit van de werknemer niet heeft vastgesteld. Meer ongevallen uitzendkrachten Ook neemt het aantal ernstige ongevallen bij uitzendkrachten toe. In 22% van de ongevallen die de Arbeidsinspectie heeft onderzocht, is het slachtoffer een uitzendkracht. Dit percentage is hoger dan te verwachten is op basis van het aandeel uitzendkrachten in de werkzame beroepsbevolking (5-7%). Een deel van de verklaring voor dit verschil kan zijn dat uitzendkrachten relatief vaak onveilig werk doen in een werkomgeving met gebrekkige veiligheidsvoorzieningen. Wet Minimumloon (WML) Bij overtredingen van de Wet Minimumloon (WML) gaat het vooral om onderbetaling, inhoudingen op het loon en het niet kunnen overleggen van de bescheiden waaruit blijkt wat er betaald is. Als er sprake is van onderbetaling, vordert de Arbeidsinspectie ook een werkgever om zijn werknemers na te betalen. In totaal hebben 179 werknemers een nabetaling van het loon ontvangen voor een totaalbedrag van bijna € 300.000. Strafrechtelijke zaken In het geval van malafide werkgevers kan de Arbeidsinspectie gebruik maken van het strafrecht. In de afgelopen drie jaar zijn er 12 strafrechtelijke onderzoeken afgerond en overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Bij de strafrechtelijke zaken is voor € 3,2 miljoen aan wederrechtelijke verkregen vermogen geïnd, dit is het financiële voordeel dat iemand heeft behaald door het strafbare feit te plegen. Verder zijn enkele gevangenisstraffen en taakstraffen uitgedeeld door de rechter. Ook heeft een bestuurder een tijdelijk beroepsverbod gekregen. Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsinspectie: meer ongevallen en onderbetaling binnen uitzendbranche
JEX betrekt De Brug in Rotterdam Geplaatst 4 juli 2023 door Redactie FlexNieuws Het nieuwe kantoor van tech scale-up JEX is een feit: het bedrijf is verhuisd naar De Brug in Rotterdam. Om plek te bieden aan het team van inmiddels 300 medewerkers, betrekt JEX het voormalig hoofdkantoor van Unilever. De verhuizing onderstreept de groeiambities van JEX, dat software en services ontwikkelt voor de flexibele arbeidsmarkt en sinds de oprichting in 2020 groeit. Artist impression van De Brug (geen originele foto) De Brug werd de afgelopen maanden verbouwd in samenwerking met internationaal ontwerp- en bouwbedrijf Tétris en aannemer Remah Bouw. De opdracht voor beide partijen was om een flexibele, verbindende werkplek te creëren waar medewerkers gezamenlijk, en tegelijkertijd in alle rust, kunnen werken. Het gebruik van geluiddempende vloeren en muren en een innovatief wandsysteem zorgen voor een open werkomgeving die rust biedt en ook uitnodigt tot samenwerking. Ook is aandacht besteed aan duurzame oplossingen zoals het gebruik van circulair materiaal in het interieur en een slim klimaatsysteem. De garage is voorzien van laadpalen en er is een overdekte fietsenstalling op het terrein. Receptie (links) en kantoorruimte (rechts) Inclusiviteit als uitgangspunt Het bieden van een inclusieve werkomgeving was een belangrijke pijler in het ontwerp. Zo zijn er een gebeds- en kolfruimte ingericht en is er rekening gehouden met medewerkers met neurodivergentie, zoals ADHD en autisme. Onder andere de akoestiek, kleuren en stoffen van het meubilair en de focusruimtes met dimbaar licht dragen bij aan een prikkelarme werkomgeving. Daarnaast werkte JEX samen met Werkgeverservicepunt Rijnmond (WSPR) en Gemeente Rotterdam om de vacatures in het nieuwe bedrijfsrestaurant en de facilitaire afdeling open te stellen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In juli starten er door deze samenwerking zes nieuwe medewerkers. Jeroen van Rossum, Chief Human Resources Officer bij JEX: “Wij streven ernaar om een afspiegeling van de samenleving te zijn. Om dat te bereiken is een inclusieve werkomgeving, waarbij diversiteit in de volle breedte tot uiting komt, een must. De verhuizing bood ons de kans om dat zoveel mogelijk te realiseren. Zo hebben we ons door een imam laten bijstaan in het ontwerp van de gebedsruimte. Ook wilden we rekening houden met hoe collega’s met bijvoorbeeld ADHD of een vorm van autisme de ruimte interpreteren en prikkels verwerken.” Bron: JEX, 4 juli 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags bouw, werkgelegenheid | Reacties uitgeschakeld voor JEX betrekt De Brug in Rotterdam
Door samen te werken, kunnen we het verschil maken Geplaatst 4 juli 2023 door Redactie FlexNieuws Ondanks de krappe arbeidsmarkt, zijn er nog altijd veel mensen die geen werk kunnen vinden. Met de juiste ondersteuning kunnen zij de stap naar werk vaak wél zetten. Samenwerking tussen de uitzendbranche en UWV, gemeenten, WSP en RMT’s is hierbij essentieel. Daarom ben ik ook zo blij dat de ABU een jaar geleden is gestart met de commissie Publiek-private samenwerking en ik in mijn rol van adviseur Publiek-private samenwerking deze groep mag leiden. Eigenlijk is het ongelooflijk dat stimulering van publiek-private samenwerking nog steeds nodig is. Die samenwerking zou naar mijn idee al heel vanzelfsprekend moeten zijn. Mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ wordt vaak gezegd. Maar het gaat hier over mensen zoals jij en ik. Mensen met talenten en competenties dus. Ze hebben geen afstand tot de arbeidsmarkt. Ze kunnen de weg naar de arbeidsmarkt alleen niet goed vinden. Door samen te werken en deze mensen de juiste ondersteuning te bieden, kunnen we het verschil voor hen maken, daarvan ben ik overtuigd. “Publiek-private samenwerking moet eigenlijk vanzelfsprekend zijn.” De commissie Publiek-private samenwerking telt op dit moment zo’n vijfentwintig ABU-leden, die stuk voor stuk intrinsiek gemotiveerd zijn om iets voor de samenleving te betekenen. Vijf keer per jaar komen we bij elkaar en bespreken we actuele thema’s, zoals de Banenafspraak of statushouders. Dat doen we vaak samen met gastsprekers van onder andere UWV, VluchtelingenWerk of gemeenten. Vervolgens bekijken we hoe we onze rol met elkaar kunnen oppakken. De commissie inspireert en stimuleert dus niet alleen publiek-private samenwerking, maar ook samenwerking tussen uitzenders onderling. Dat publiek-private samenwerking werkt, laten onze leden – samen met hun publieke partners – dagelijks zien. Daar ben ik ook ontzettend trots op. Via LinkedIn deel ik daarom ook graag de vele mooie praktijkvoorbeelden. En sinds kort ben ik ook de gastheer van de maandelijks podcast Aan het werk over de toegevoegde waarde van publiek-private samenwerking. Wij willen hierin alle partijen een podium geven en laten zien welke mooie successen er zijn. Tegelijkertijd bespreken we ook wat nog beter kan. We willen met de podcast een zo groot mogelijk publiek bereiken en zoveel mogelijk vooroordelen wegnemen. Ook zijn we inmiddels gestart met een onderzoek waarin we zichtbaar maken wat nu al gebeurt op het gebied van samenwerking en wat nodig is om te versnellen. Kortom, ik kijk tevreden terug op het eerste jaar van de commissie: Natuurlijk hoop ik dat de commissie blijft groeien en er steeds meer succesverhalen bij komen. Daar gaan we hard aan werken. Maar nog belangrijker is dat onze leden nog meer mensen aan het werk helpen. Bron: Joop de Boer, ABU, 3 juli 2023 Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsmarkt, column | Reacties uitgeschakeld voor Door samen te werken, kunnen we het verschil maken
Duurzame inzetbaarheid en de administratieve verwerking Geplaatst 4 juli 2023 door Linda Bol Bij het uitvoeren van ABU- en NBBU-controles is er ook een controlepunt met betrekking tot duurzame inzetbaarheid. We merken bij de controles dat ondernemers niet altijd goed op de hoogte zijn van alle verplichtingen en mogelijkheden van deze regeling. Hieruit kunnen we concluderen dat dit CAO-onderdeel, geldend voor alle ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de ABU of NBBU (ook niet-leden!) wel wat extra aandacht kan gebruiken. Duurzame inzetbaarheid Bij duurzame inzetbaarheid gaat het om activiteiten die gericht zijn op het door uitzendkrachten verkrijgen, verbreden en verdiepen van kennis en/of vaardigheden ten behoeve van de verdere ontwikkeling op arbeidsgebied. Dit geldt voor verdere ontwikkeling in de huidige functie of ten behoeve van een nieuwe, andere functie via de uitzendonderneming. Ook de volgende activiteiten vallen onder duurzame inzetbaarheid: het verbeteren van de mogelijkheden en (blijvende) kansen op werk en transities op de arbeidsmarkt, het bieden van inzicht en instrumenten voor de verdere ontwikkeling en de loopbaan, het voorkomen van werkeloosheid, of de begeleiding van-werk-naar-werk van de uitzendkracht buiten de uitzendonderneming. Voorbeelden van activiteiten Uiteraard is het duidelijk dat iedere functiegerichte opleiding of cursus valt onder de activiteit duurzame inzetbaarheid. Maar er zijn meer activiteiten die hieronder vallen. Voorbeelden zijn: • Opleidingen gericht op persoonlijke ontwikkeling en sociale vaardigheden, denk bijvoorbeeld aan taalcursussen voor arbeidsmigranten. • Onderzoek over positie en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, wat kan de uitzendkracht en wat wil die uiteindelijk bereiken? • Het coachen, inwerken van de uitzendkracht, zowel op een specifiek inwerktraject als begeleiding bij sollicitaties en inzichten. • Loopbaanadviezen en/ of gesprekken en outplacementtrajecten vallen ook onder duurzame inzetbaarheid. Bestedingsverplichting In de uitzend-CAO’s is vastgelegd dat er ten minste 1,02% van (de som van) het feitelijk loon van de werknemers die werkzaam zijn in fase A (fase 1-2) moet worden besteed aan de bevordering van duurzame inzetbaarheid. Let op! Of er sprake is van een uitzendovereenkomst met of zonder uitzendbeding, doet er niet toe voor deze verplichting! De besteding vindt uiterlijk plaats in het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de bestedingsplicht geldt. Het deel van de 1,02% dat niet is besteed aan het bevorderen van duurzame inzetbaarheid van de uitzendkracht, draagt de onderneming af aan stichting DOORZAAM. De afdracht van het niet-bestede deel van de 1,02 % vindt uiterlijk twee jaar na het jaar waarvoor de bestedingsplicht geldt, plaats. Alle kosten ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid, die niet ook in rekening zijn gebracht bij de uitzendkracht vallen onder de bestedingsverplichting. Dit kunnen loonkosten zijn van de uitzendkracht die in werktijd een activiteit uitvoert of ondergaat of andere directe kosten die de onderneming maakt voor het verzorgen en organiseren van de activiteiten. Het is hierbij van belang dat alle daadwerkelijke kosten goed en met voldoende detail worden bijgehouden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid bij een scholingsactiviteit vast te leggen via een presentielijst. Administratieve verwerking Jaarlijks moet er een berekening worden gemaakt met betrekking tot de bestedingsverplichting. De bestedingsverplichting wordt jaarlijks verantwoord in een specifieke paragraaf in de jaarrekening of in een accountantsverklaring (de accountantsverklaring geldt met ingang van het kalenderjaar 2020). Deze paragraaf of accountantsverklaring dient voldoende gegevens te bevatten om vast te stellen in welke mate er aan de bestedingsverplichting wordt voldaan. Wanneer er minder dan 1.02% van de (som van) het feitelijk loon is besteed aan duurzame inzetbaarheid dan is er nog een mogelijkheid om de bestedingsverplichting in het volgende kalenderjaar na te komen. Uiterlijk 2 jaar na de bestedingsplicht van het betreffende jaar, dient het niet-bestede deel te worden afgedragen aan Stichting DOORZAAM. Let op, ieder jaar start er een nieuwe bestedingsplicht! Ontwikkeling uitzendkracht Een uitzendkracht werkend in fase A (fase 1-2) kan op verzoek een gesprek aanvragen met de uitzendonderneming over de mogelijkheden voor het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid, indien dit (nog) niet door de uitzendonderneming zelf is besproken. De uitzendonderneming voert ten minste eens per jaar een duurzaam-inzetbaarheidsgesprek met de uitzendkracht werkend in fase B of C, waarin de ontwikkeling van de uitzendkracht wordt besproken. Waar gaat het vaak mis? Wanneer er audits worden uitgevoerd, blijkt regelmatig dat ondernemingen zich niet bewust zijn van het feit dat de bestedingsverplichting verantwoord dient te worden in de jaarrekening of via een separate accountantsverklaring. Als niet de gehele 1,02% is besteed, moet er afdracht plaatsvinden aan Stichting DOORZAAM. Dit kan worden gerealiseerd door hier een formulier voor in te vullen en dit naar Stichting DOORZAAM te versturen. De formulieren zijn hier te vinden. Het voldoen aan de bestedingsverplichting kan ook onderdeel uitmaken van SNCU-onderzoeken. Meer blogs van Linda Bol Update inlenersbeloning voor uitzendkrachten 2023 Heeft u als uitzender uw werkprocedures goed op orde? Hoe werkt de 4-O-systematiek bij het SNA-keurmerk? Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags administratie, bestedingsverplichting, duur, duurzame inzetbaarheid, Uitzend CAO | Reacties uitgeschakeld voor Duurzame inzetbaarheid en de administratieve verwerking