Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte uitzendkracht Geplaatst 17 maart 2023 door Redactie FlexNieuws Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte van de uitzendkracht Is een cao-bepaling die inhoudt dat een uitzendovereenkomst zonder meer eindigt in geval van ziekte van de uitzendkracht rechtsgeldig? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend in een uitspraak van vandaag. De Hoge Raad oordeelt dat in zo’n situatie de uitzendovereenkomst alleen kan eindigen als de inlener daadwerkelijk een verzoek doet tot beëindiging van de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht. Academie voor de Rechtspraak biedt een webinar op 21 maart, 16.00 uur. Jan Wouter Alt en Hendarin Mouselli lichten deze uitspraak van de Hoge Raad toe. Gratis aanmelding via deze link De zaak Een werknemer in dienst van een uitzendbureau is door een arbeidsongeval tijdens werkzaamheden in het bedrijf van de inlener tijdelijk arbeidsongeschikt geraakt. In de toepasselijke cao staat dat de uitzendovereenkomst eindigt doordat de inlener om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen. In geval van ziekte of ongeval van de uitzendkracht wordt de terbeschikkingstelling direct na de ziekmelding geacht met onmiddellijke ingang te zijn beëindigd op verzoek van de inlener, aldus de cao. De werknemer is het hiermee niet eens en vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter wees die vordering af. In hoger beroep wees het gerechtshof Den Haag de loonvordering toe met het argument dat de cao-bepaling in strijd is met het wettelijke ontslagverbod tijdens ziekte. Het uitzendbureau stelde van deze uitspraak beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De cassatieprocedure Het uitzendbureau heeft de Hoge Raad gevraagd de uitspraak van het hof te vernietigen. Het uitzendbureau voerde onder meer aan dat de cao-bepaling in overeenstemming is met de wettelijke regeling van uitzendovereenkomsten. Advies advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd het cassatieberoep van het uitzendbureau te verwerpen en de uitspraak van het gerechtshof in stand te laten. Oordeel Hoge Raad Na het advies van advocaat-generaal heeft het uitzendbureau zijn cassatieberoep ingetrokken. De Hoge Raad heeft in het belang van de rechtsontwikkeling en de rechtseenheid aanleiding gezien de rechtsvraag toch te beantwoorden. De wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst bevat bijzondere bepalingen over de uitzendovereenkomst. Een van die bepalingen betreft het zogenoemde uitzendbeding: in een uitzendovereenkomst kan worden opgenomen dat die overeenkomst eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht aan de inlener op verzoek van de inlener ten einde komt (art. 7:691 lid 2 BW). Dit uitzendbeding geldt alleen gedurende de eerste 26 weken van de uitzendovereenkomst. Die termijn kan bij cao kan worden verlengd tot maximaal 78 weken. De Hoge Raad oordeelt dat het uitzendbeding ook in geval van ziekte van de uitzendkracht tot beëindiging van de uitzendovereenkomst kan leiden. Dat is niet in strijd met het wettelijke ontslagverbod bij ziekte. Wel is in dat geval vereist dat de inlener daadwerkelijk een verzoek tot beëindiging van de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht doet. Het gedeelte van de cao-bepaling dat inhoudt dat de terbeschikkingstelling in geval van ziekmelding geacht wordt te zijn beëindigd op verzoek van de inlener, is daarom volgens de Hoge Raad niet geldig. Deze koppeling van het einde van de uitzendovereenkomst aan een fictief verzoek van de inlener tot beëindiging van de terbeschikkingstelling, doet afbreuk aan de rechtspositie van de uitzendkracht en is daarom niet toelaatbaar. [cursivering Red. FlexNieuws] Zie ook de publicatie op rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2023:426. Bron: Hoge Raad, 17 maart 2023 Lees ook Wel of geen no-riskpolis in de uitzendbranche bij toepassing uitzendbeding? Uitzendbeding bij ziekte in ABU- en NBBU-cao Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsrecht, ECLI:NL:HR:2023:426, Hoge Raad, uitzendbeding, uitzendkracht, ziekte | Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte uitzendkracht
Delen persoonsgegevens met VS, nog lang geen witte rook? Geplaatst 17 maart 2023 door Inge Brattinga Delen van persoonsgegevens met de VS, nog lang geen witte rook? Inge Brattinga Door Inge Brattinga, VRF Advocaten Alle uitzenders/detacheerders/recruiters gebruiken software om hun processen te automatiseren maar bovenal om persoonsgegevens van medewerkers (uitzendkrachten) te verwerken. Het komt veelvuldig voor dat er gebruik wordt gemaakt van cloudsoftware waarbij de data niet opgeslagen wordt in de Europese Economische Ruimte (EER) maar bijvoorbeeld in de VS (Verenigde Staten). Dit is op grond van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) niet zomaar toegestaan. Je deelt dan persoonsgegevens met organisaties (softwareleverancier) buiten de EER en dat is een derde land ingevolge de AVG. De AVG heeft specifieke regels hoe hier mee om te gaan. Hoe dit werkt en welke regels hiervoor gelden ten aanzien van de VS maar ook in het algemeen, leg ik uit in onderstaand artikel. Delen van persoonsgegevens met de VS Het ongeldig verklaren van het EU-US Privacy Shield door het Hof van Justitie van de Europese in juli 2020, is inmiddels al geruime tijd geleden. Sindsdien is er van alles ondernomen en gebeurd, maar wat is de status nu? Mag u persoonsgegevens delen met de VS, zijnde een derde land zoals genoemd in de AVG of (nog) niet? Hierna schets ik de stand van zaken en geef een advies hoe te handelen. De geschiedenis herhaalt zich Hoe was het ook alweer? Er bestond een EU-US Privacy Shield, op grond waarvan persoonsgegevens gedeeld konden worden met de VS. Ja, dat kon, maar nu niet meer, want in juli 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in het Schrems II arrest bepaald, dat het adequaatheidsbesluit van de Europese Commissie ongeldig is. Op grond van dit adequaatheidsbesluit was het geoorloofd om – met inachtneming van de AVG – persoonsgegevens te delen met de VS. Deze oplossing werd bekend onder de naam Privacy Shield. Het Privacy Shield was de opvolger van het Safe Harbor Verdrag dat eerder al door het Hof van Justitie van de Europese Unie ongeldig was verklaard. Helaas trof het Privacy Shield hetzelfde lot. De belangrijkste oorzaak van het ongeldig verklaren is het feit dat de VS ontoereikend kan aantonen dat er een voldoende beschermingsniveau is gegarandeerd voor de bescherming van de persoonsgegevens van EU ingezetenen die worden gedeeld met de VS. Sinds juli 2020 wordt er achter en voor de schermen gewerkt aan een Trans-Atlantic Data Privacy Framework. Dat wordt een basis voor een nieuw adequaatheidsbesluit zodat op grond daarvan een veilige doorgifte van persoonsgegevens naar de VS kan plaatsvinden. Op 28 februari jl. heeft de European Data Protection Board (EDPB), de Europese toezichthouder op de AVG, de nodige zorgen geuit over het concept adequaatheidsbesluit Trans-Atlantic Data Privacy Framework. Dit zal er ongetwijfeld toe leiden dat het adequaatheidsbesluit, of het onderliggende EU-US Data Privacy Framework, aanpassingen zal moeten gaan krijgen. Er is dus voorlopig nog geen witte rook. Maar wat kan je dan wel doen in de tussentijd? Dat licht ik hierna toe. Delen van persoonsgegevens met derde landen Binnen de Europese Economische Ruimte (EER) is het toegestaan persoonsgegevens te delen. Artikel 44 AVG bepaalt dat de doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land (dus geen EER land) alleen kan plaatsvinden als het derde land een passend beschermingsniveau waarborgt. Enerzijds kan dit vastgelegd worden in een zogenoemd adequaatheidsbesluit door de Europese Commissie, zoals het misschien toekomstige Trans-Atlantic Data Privacy Framework. Indien dit niet aanwezig is voor het land waar je persoonsgegevens aan door wilt geven, c.q. delen, moet je als verstrekker van deze persoonsgegevens (verwerkingsverantwoordelijke) in de Europese Unie aantonen dat de partij waar je gegevens aan doorgeeft in een derde land passende waarborgen biedt voor de bescherming van persoonsgegevens. De Europese Commissie heeft hiervoor standard contractual clauses opgesteld die je hiervoor kunt gebruiken. Daarnaast kun je de doorgifte baseren op bindende bedrijfsvoorschriften. Dat laatste werkt bijvoorbeeld goed bij internationale organisaties. Het meest gebruikte mechanisme zijn de Standard Contractual Clauses (SCC) of in het Nederlands ‘Modelovereenkomst’. Deze vragen wel uitvoerige informatie om in te vullen en je moet als verwerkingsverantwoordelijke ook aantonen dat het niet alleen een papieren werkelijkheid is maar er ook daadwerkelijk voldoende waarborgen zijn. Geen sinecure! Standard Contractual Clauses (SCC/Modelovereenkomst) Hoe werkt het delen van persoonsgegevens van een derde land op basis van de standard contractual clauses (deze link leidt naar het standard contractual clauses model, zie de bijlage die volgt na het uitvoeringsbesluit) nu precies? De Europese Data Protection Board (EDPB) heeft aanbevelingen gedaan hoe je met de doorgifte naar derde landen om moet gaan. In deze aanbevelingen tref je een stappenplan aan: Stap 1: Weet wat je doorgeeft. Zijn de persoonsgegevens noodzakelijk, passend etc. Stap 2: Controleer welk doorgifte instrument je hanteert: a. Adequaatheidsbesluit b. Modelovereenkomst (standard contractual clauses) c. Bindende bedrijfsvoorschriften (Binding corporate rules) Stap 3: Beoordeel of er in het recht of de praktijk van het derde land iets is wat afbreuk doet aan de doeltreffendheid van de waarborgen van het doorgifte-instrument dat je gebruikt. Bijvoorbeeld dat overheidsinstanties te allen tijde persoonsgegevens op kunnen vragen en een bedrijf hier aan mee moet werken. Stap 4: Bepaal aanvullende maatregelen en kom die overeen met de partij in het derde land. Stap 5: Neem eventueel formele procedurele stappen. Als je afspraken maakt in strijd met de bepalingen in de modelovereenkomst moet een toezichthoudende autoriteit (in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens) worden geïnformeerd. Voor het gebruik van bindende bedrijfsvoorschriften is toestemming van de toezichthoudende autoriteit nodig. Deze bindende bedrijfsvoorschriften moeten worden voorgelegd aan de toezichthoudende autoriteit. Stap 6: Toets regelmatig of hetgeen is afgesproken ook wordt nagekomen door de partij in het derde land. Bijvoorbeeld door middel van audits. De Modelovereenkomsten zijn aangepast als gevolg van het ongeldig verklaren van het Privacy Shield. De overgangstermijn is inmiddels verstreken zodat iedereen de huidige versie van de modelovereenkomst moet hanteren. Conclusie Primair is het advies om geen persoonsgegevens door te geven c.q. te verwerken in andere landen dan de EER. Oftewel zoek een alternatief binnen de EER. Mocht dit absoluut niet kunnen, gebruik dan een land waar een adequaatheidsbepaling mee is en alleen als dat ook absoluut niet kan, ga je met een partij in een derde land in zee en sluit je een overeenkomst op basis van de modelovereenkomst. Lees ook 2022 – Wettelijke ontwikkelingen rondom persoonsgegevens (vervolg) 2022 – Wettelijke ontwikkelingen rondom persoonsgegevens 2016 – Akkoord privacy dataverkeer Europa en VS (na verlies Safe Harbor) 2015 – Overleg dataverdrag Safe Harbor – privacyrecht Geplaatst in Branchenieuws | Tags AVG, EER, Inge Brattinga, persoonsgegevens | Reacties uitgeschakeld voor Delen persoonsgegevens met VS, nog lang geen witte rook?
Werkloosheid in februari iets gedaald Geplaatst 16 maart 2023 door Redactie FlexNieuws In februari waren 356 duizend mensen van 15 tot 75 jaar werkloos. Het werkloosheidspercentage daalde daarmee van 3,6 in januari naar 3,5 in februari. Over de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen af met gemiddeld 3 duizend per maand. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de beroepsbevolking. UWV registreerde eind februari 154 duizend lopende WW-uitkeringen. Het aantal werkenden van 15 tot 75 jaar nam in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 17 duizend per maand toe. In februari hadden 3,6 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast werklozen ging het om 3,3 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct beschikbaar zijn voor werk. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Het gaat voornamelijk om mensen die met pensioen zijn of niet kunnen werken vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid. In de maanden december tot en met februari is deze niet-beroepsbevolking met gemiddeld 9 duizend per maand afgenomen. Werkloosheidspercentage 45- tot 75-jarigen op laagste niveau In februari 2023 was 3,5 procent van de beroepsbevolking werkloos. Daarmee is de werkloosheid lager dan een half jaar geleden, maar nog steeds hoger dan in april 2022. Toen werd met 3,2 het laagste werkloosheidspercentage gemeten in de reeks met maandcijfers vanaf 2003. Bij de 45- tot 75-jarigen was het werkloosheidspercentage in april 2022 2,3. In februari 2023 lag het percentage voor het eerst sinds de start van de reeks nog iets lager: 2,2. Bij de 15- tot 25-jarigen en de 25- tot 45-jarigen lag het percentage in februari 2023 hoger dan in april vorig jaar. Toestroom werklozen vanuit de niet-beroepsbevolking weer wat groter In februari waren er 8 duizend werklozen minder dan drie maanden eerder (een daling van gemiddeld 3 duizend per maand). Deze daling is het resultaat van onderliggende stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Bron: CBS, 16 maart 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags CBS, werkloosheid, WW | Reacties uitgeschakeld voor Werkloosheid in februari iets gedaald
Statushouders sneller aan het werk Geplaatst 15 maart 2023 door Redactie FlexNieuws Statushouders sneller aan het werk Joop de Boer Joop de Boer, werkzaam bij de ABU als Adviseur Publiek-private samenwerking, schrijft het volgende: Dat werken helpt om nieuwkomers sneller maatschappelijk te laten integreren, is niet nieuw. Ga maar na: werken helpt bij het leren van de taal, het opbouwen van een sociaal netwerk en het zorgt voor zelfvertrouwen. En last but not least: veel mensen willen een bijdrage leveren aan de Nederlandse maatschappij. Gelukkig ziet Den Haag dit ook. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid lanceerde onlangs haar plan voor startbanen: banen waarbij asielzoekers al vroeg in contact komen met werkgevers. Dat is hard nodig. Op dit moment heeft slechts 40% van de statushouders na vijf jaar werk. 60% dus niet. Hoe is het mogelijk, vraag ik me af, als je kijkt naar de krapte op de arbeidsmarkt en de talenten van deze mensen. In mijn werk kom ik talloze mooie voorbeelden tegen waarbij ABU-leden samen met publieke partijen statushouders aan het werk helpen. Zoals Randstad, dat statushouders in Utrecht begeleidt, met het project “Taal, cultuur en werk in de logistiek”. Timing, dat samen met ADG, Asito en Gemeente Almelo 25 statushouders begeleidt om hun weg te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt. En Heroyam, dat naast Oekraïense ontheemden ook steeds meer mensen uit andere landen aan het werk helpt. Onder andere door iemand met een Syrische achtergrond in dienst te nemen die de brug gaat vormen tussen het bedrijf en deze groep statushouders. Hoe kan het dan dat 60% van de statushouders nog niet aan het werk is? Ik zie dat veel statushouders geen eerlijke kans krijgen. Zij blijven simpelweg buiten beeld doordat de gemeentebestanden met hun gegevens niet inzichtelijk zijn voor bijvoorbeeld uitzenders. Ik juich het initiatief van de minister van harte toe. Een ongevraagd advies: beperk de bureaucratie tot een minimum. Minder beleid. Meer doen. Geloof me: het werkt! Bron: ABU, 15 maart 2023 Lees ook SZW – Aanpak plan ‘Statushouders sneller aan het werk’ Geplaatst in Nieuws | Tags banen, participatie, publiek-private samenwerking, statushouders, SZW | Reacties uitgeschakeld voor Statushouders sneller aan het werk
OTTO Health Care sluit overeenkomst met Indonesische opleider verpleegkundigen Geplaatst 15 maart 2023 door Redactie FlexNieuws OTTO Health Care en Universitas Pelita Harapan sluiten een exclusieve overeenkomst om Indonesische verpleegkundigen gedurende maximaal 5 jaar in Nederland te laten werken. Daarna keren ze weer terug naar een van de aan de universiteit gelieerde ziekenhuizen in Indonesië. Dit initiatief heeft de steun van de Indonesische overheid. Door deze ‘circulaire arbeidsmigratie’ ligt de focus niet alleen op de toegevoegde waarde voor ons land, maar ook op de meerwaarde voor de betrokken verpleegkundigen en het land van herkomst. De Universitas Pelita Harapan (UPH) is een vooraanstaande, christelijke universiteit met een grote medische faculteit. Jaarlijks behalen 400 studenten er een Bachelor of Nursing diploma, waarna ze kunnen doorstromen naar een van de 41 ziekenhuizen of 60 klinieken van de aan UPH verbonden Siloam ziekenhuisgroep. De werkloosheid onder Indonesische verpleegkundigen is ongeveer 30% en ook daarom moedigt de Indonesische overheid tijdelijk werken in het buitenland sterk aan. UPH heeft al overeenkomsten met Amerikaanse ziekenhuizen. Door de samenwerkingsovereenkomst met OTTO Health Care richt de Indonesische universiteit zich nu voor het eerst ook op Europa. Tekort zorgmedewerkers OTTO Health Care werd begin 2022 opgericht om het snelgroeiende tekort aan zorgmedewerkers in Nederland aan te pakken. Het bedrijf heeft inmiddels samenwerkingsovereenkomsten met de ziekenhuizen Cardinal Santos en St. Luke’s in de Filipijnen en er werken inmiddels ruim 30 Filipijnse en Indonesische verpleegkundigen in Haaglanden Medisch Centrum en Zuyderland Medisch Centrum. De afgelopen maanden bracht OTTO Health Care diverse bezoeken aan Indonesië, samen met vertegenwoordigers van vijf Nederlandse ziekenhuizen. Daarbij werd ook met drie ministers gesproken, waardoor het belang van deze circulaire arbeidsmigratie ook door de Indonesische overheid wordt benadrukt. Vertegenwoordigers Universitas Pelita Harapan en de Siloam ziekenhuisgroep brengen over enkele maanden een bezoek aan ons land om verder kennis te maken met de deelnemende Nederlandse ziekenhuizen. Nederlandse taal- en cultuurlessen De Universitas Pelita Harapan en de Siloam-ziekenhuizen gaan Nederlandse taal- en cultuurlessen aanbieden, zodat voor het werk in ons land geselecteerde verpleegkundigen de taal, cultuur en het zorgsysteem machtig worden. Zodra de Indonesische zorgprofessionals klaar zijn voor hun komst naar Europa tekenen zij een contract voor maximaal vijf jaar bij een Nederlands ziekenhuis. Na hun verblijf zullen zij weer aan de slag gaan in een Siloam ziekenhuis. OTTO Health Care verzorgt gedurende deze hele periode de begeleiding. Naar verwachting zullen de eerste Indonesische verpleegkundigen in de loop van 2024 in Nederland aan het werk kunnen. Stephanie Riady, executive director Universitas Pelita Harapan: “Dit is de eerste samenwerkingsovereenkomst tussen onze organisatie en Europa. Wij zijn ervan overtuigd dat dit een win-win situatie wordt waarbij de gezondheidszorg in Nederland en in Indonesië zal profiteren. In OTTO Health Care hebben wij een professionele partner gevonden om dit uitdagende proces in goede banen te leiden.” Frank van Gool, oprichter OTTO Health Care: “De zorg In Nederland dreigt vast te lopen en de inzet van goed opgeleide Aziatische verpleegkundigen is een onderdeel van de oplossing. Door de structurele samenwerking met UPH leveren we niet alleen een bijdrage aan de Nederlandse gezondheidszorg. De verpleegkundigen ontwikkelen zich professioneel en dat komt ook weer ten goede aan Indonesië. Dat maakt mij heel trots. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat we hiermee echt een volgende fase van arbeidsmigratie in Nederland markeren: functiegericht, gereguleerd en circulair.” Bron: OTTO Health Care, persbericht 15 maart 2023 Lees ook Samenwerking OTTO Health Care en St. Luke’s Medical Center OTTO Holding neemt zorgbureau over en start ‘OTTO Health Care’ Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags OTTO Health Care, verpleegkundigen, zorg | Reacties uitgeschakeld voor OTTO Health Care sluit overeenkomst met Indonesische opleider verpleegkundigen