Onderhandelingsresultaat CAO Mediq 2018-2020 Geplaatst 5 maart 2019 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Mediq » | 5 maart 2019 CAO-naam CAO Mediq Download Onderhandelingsresultaat CAO Mediq 2018-2020 > Onderhandelingsresultaat CAO Mediq 2018-2020 (25-02-19) Looptijd De cao heeft een looptijd van 24 maanden: van 1 mei 2018 tot en met 30 april 2020. Loonmutaties – 1,75% loonsverhoging per 1 januari 2019 – 2,25% loonsverhoging per 1 mei 2019 – 0,60% loonsverhoging per 1 januari 2020 Arbeidsvoorwaarden – Voor de supply chain geldt, dat werken op zaterdag (tot 16:00 uur) beloond wordt met een toeslag van 50% (nu is er niets geregeld) en voor het overige is de cao van toepassing. Klantcontact en de verpleegkundige zorg krijgen een extra beloning voor de vrijdagavond en een nog iets hoger tarief voor de zaterdagavond. Bron: CNV Vakmensen, 4 maart 2019 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Mediq | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO Mediq 2018-2020
FNV winkelt bij Picnic met het mandje van CNV Geplaatst 5 maart 2019 door Hendarin Mouselli FNV winkelt bij Picnic met het mandje van CNV Hendarin Mouselli Vakbond FNV heeft aangekondigd naar de rechter te stappen, omdat ‘online supermarkt’ Picnic personeel in distributiecentra niet volgens de supermarkt-cao zou willen betalen. Hoe sterk is de zaak van FNV? Is de ‘Supermarkt cao’ hier van toepassing? Heeft de vakbond inhoudelijk een punt? En hoe zit het met het vorderingsrecht? Drie vragen met antwoorden. Vraag 1: Is Picnic gebonden aan de Supermarkt-cao? In het spraakgebruik wordt vaak de term ‘Supermarkt cao’ gebruikt. Er zijn twee cao’s, die in het spraakgebruik onder de zogenoemde ‘Supermarkt cao’ worden geschaard, te weten de Cao voor personeel van grootwinkelbedrijven in levensmiddelen (Cao GIL) en de Cao voor het levensmiddelenbedrijf. Het zijn echter twee verschillende cao’s. De Cao GIL liep af op 1 april 2017. Sindsdien is er geen nieuwe cao afgesloten. Deze cao was afgesloten tussen de Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL) en CNV Vakmensen. De Cao GIL-bepalingen waren destijds niet algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat die cao niet voor de gehele bedrijfstak gold. Picnic is geen lid van de VGL. Als Picnic de Cao GIL niet heeft geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomsten met haar werknemers, is zij nu niet gebonden aan de Cao GIL. De Cao voor het levensmiddelenbedrijf is er momenteel wel en loopt per 1 april 2019 af. De bepalingen uit de Cao voor het levensmiddelenbedrijf zijn in tegenstelling tot de Cao GIL wel algemeen verbindend verklaard. Hierdoor zou Picnic wel gebonden kunnen zijn aan deze algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen, ook al zou Picnic geen lid zijn van VGL of de cao niet hebben geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomsten. Dat geldt alleen voor de periode dat de cao-bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard, omdat een algemeen verbindend verklaring geen zogenoemde ‘nawerking’ heeft. Vraag 2: Valt Picnic onder de werkingssfeer van de Supermarkt cao? Naast gebondenheid aan een cao, moet de werkgever (althans de activiteiten van de onderneming) ook vallen onder de werkingssfeer van een cao. De Cao GIL alsmede Cao voor het levensmiddelenbedrijf hebben allebei een eigen werkingssfeerbepaling. Nu er sowieso geen nieuwe Cao GIL is en die dus ook niet algemeen verbindend is verklaard, is alleen de Cao voor het levensmiddelenbedrijf hiervoor relevant. Artikel 1 Cao voor het levensmiddelenbedrijf bevat de zogenoemde ‘werkingssfeerbepaling’. Eén van de onderdelen in dit artikel is, dat het om werkgevers dient te gaan die één of meer winkels exploiteren die voldoen aan het hetgeen is bepaald in artikel 2 onder a Cao voor het Levensmiddelenbedrijf. Blijkens de definitie van ‘Winkel’ in artikel 2 onder a gaat het om een fysieke en virtuele inrichting. Vervolgens wordt een reeks van onderdelen opgesomd en ‘type’ winkels. Of, een fysieke EN virtuele inrichting, cumulatieve vereisten zijn, is onduidelijk. Wat een virtuele inrichting is, wordt evenmin nader omschreven in de cao. Of Picnic onder een fysieke en/of virtuele inrichting kan worden gerangschikt, is om die reden discutabel. Stel dat Picnic onder de werkingssfeer van de Cao voor het levensmiddelenbedrijf zou vallen, dan rijst de vraag of zij een beroep zou kunnen doen op een van de uitzonderingsgevallen van de werkingssfeerbepaling. Dit kan voor Picnic relevant zijn, afhankelijk van de activiteiten. Eén uitzondering is genoemd in artikel 1 lid 1 onder b Cao voor het levensmiddelenbedrijf. Dit artikellid geeft aan dat de cao niet van toepassing is op personen die uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam zijn in of voor een distributiecentrum van de werkgever, waaronder begrepen chauffeurs, als hun arbeidsvoorwaarden in een andere cao geregeld zijn. Weliswaar noemt Picnic zich op zijn website een online supermarkt, maar de vraag is of dat wel zo is. Het lijkt erop dat het puur een marketinginstrument is om zich een ‘supermarkt’ te noemen. Een verdere blik op de website laat namelijk zien dat Picnic meerdere activiteiten heeft naast die van een ‘traditionele’ supermarkt. Er kunnen digitaal (via een app) bestellingen worden gedaan voor boodschappen. Vervolgens worden de bestelde boodschappen gesorteerd door zogenoemde ‘shoppers’ in een vijftal centra in Nederland. Na het sorteren worden de boodschappen door de ‘bezorgers’ bezorgd bij de klanten in milieuvriendelijke elektrische autootjes van Picnic. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Jumbo, Albert Heijn of enige andere supermarkt, kun je bij Picnic niet fysiek shoppen. Het lijkt erop dat de activiteiten van Picnic dus vooral gericht zijn op het slim sorteren en bezorgen van boodschappen tegen een scherpe(re) prijs. Vraag 3: Heeft FNV een eigen vorderingsrecht? Een vakbond die partij is bij een cao, kan als contractspartij uit eigen hoofde nakoming vorderen van in die cao opgenomen verplichtingen. Daarvoor is het niet nodig dat er werknemers zijn die zich hebben verzet of die bezwaar hebben gemaakt tegen de handelwijze van hun werkgever. Als contractpartij heeft een vakbond op grond van de artikelen 8 lid 1 en 9 Wet cao een eigen belang bij en recht op nakoming. Zowel de Cao GIL alsmede de Cao voor het Levensmiddelenbedrijf zijn vanuit de werknemerskant enkel afgesloten door CNV Vakmensen en niet door FNV. Oftewel FNV is geen partij bij deze cao’s. Hiermee staat vast dat FNV zelf geen ‘eigen’ vorderingsrecht heeft jegens Picnic. Hoogstens zou FNV namens een of meerdere werknemer(s) als gemachtigde kunnen optreden, maar dat heeft dan alleen gevolgen voor het individuele geval (vergelijkbaar met de zaak van Deliveroo). Mandje gevuld? In supermarkttermen geredeneerd, zal FNV met het mandje van CNV bij Picnic boodschappen moeten doen. De kans op succes is klein. De oproep van Tweede Kamerlid Dennis Wiersma (VVD) aan Minister Koolmees* om als mediator op te treden, is begrijpelijk. Hij wil voorkomen dat FNV de kwestie gaat uitvechten bij de rechter. Daarmee zou een langdurige strijd kunnen ontstaan, zoals rondom Deliveroo, die niet tot een praktische oplossing leidt. Hendarin Mouselli, VRF Advocaten * Citaat uit zijn Kamervragen: Deelt u de mening dat u als Minister in deze een mediator-rol kan vervullen om partijen gezamenlijk aan tafel te krijgen en in het belang van werkenden over eigen taboes heen te laten stappen? Ziet u mogelijkheden voor bonden en bedrijven in de sector e-commerce om met eigen en meer passende collectieve afspraken te komen? Geplaatst in Branchenieuws | Tags cao, column, FNV, Picnic, Supermarkten | Reacties uitgeschakeld voor FNV winkelt bij Picnic met het mandje van CNV
Belastingdienst: helft onderzochte bedrijven handelt onjuist bij inzet zzp’ers Geplaatst 5 maart 2019 door Hinke Wever De helft van de 104 bedrijven, die in 2018 werden onderzocht in het kader van de Wet DBA, handelt onjuist bij de inzet van zzp’ers. Bij 12 bedrijven wordt een vervolgonderzoek gestart, vanwege het vermoeden van kwaadwillendheid. Dat blijkt uit de resultaten van het toezichtsplan arbeidsrelaties tussen zelfstandig ondernemers en opdrachtgevers. Toezichtsplan Het toezichtsplan van de Belastingdienst richtte zich in 2018 op het uitvoeren van bedrijfsbezoeken bij 104 opdrachtgevers. Er werden opdrachtgevers bezocht uit zoveel mogelijk verschillende branches en sectoren. Bij 45 bedrijven is er voldoende kennis en ervaring met de huidige zzp-wetgeving en wordt de wet ook op de juiste manier toegepast. Bij de overige 59 bedrijven is er sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen. Dit blijkt uit de brief van staatssecretaris Snel aan de Tweede Kamer. Het kabinet heeft besloten de Wet DBA te vervangen. Daarom geldt tot 1 januari 2020 een overgangsperiode. Dit betekent dat de Belastingdienst tot die tijd de Wet DBA niet handhaaft. Opdrachtgevers krijgen dus geen naheffingen of boetes als achteraf blijkt dat de zzp’er toch in loondienst werkte. Tenzij de opdrachtgever kwaadwillend is en de Belastingdienst dit kan aantonen. Schijnzelfstandigheid voorkomen Het kabinet heeft het handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving voor het inhuren van zelfstandigen. Het kabinet wil voorkomen dat ingehuurde zelfstandigen feitelijk in dienst zijn (schijnzelfstandigen). 5600 reguliere onderzoeken per jaar De Belastingdienst voert ongeveer 5600 reguliere onderzoeken per jaar uit waarbij de loonheffingen onderwerp van controle zijn. Sectorbrede handhavingsstrategie De resultaten van de bedrijfsbezoeken zullen voor de zomer worden verwerkt in een nieuw toezicht- en handhavingsstrategie. In deze strategie komt ook een sectorbrede toezicht- en handhavingsstrategie. ICT, onderwijs en zorg Er zijn sectoren waar zzp’ers wel in dienst willen treden maar dat niet kunnen, zo merkt de Belastingdienst op. Tegelijkertijd melden zich bij de Belastingdienst steeds meer bedrijven die zich ‘gedwongen voelen’ met opdrachtnemers te werken omdat deze liever als zelfstandige werken dan in dienst treden. Krapte aan personeel stimuleert zelfstandigheid Dit is met name het geval in sectoren met krapte op de arbeidsmarkt, zoals in ICT, onderwijs en zorg. Met een sectorbrede toezicht- en handhavingsstrategie wil de Belastingdienst ervoor zorgen er een gelijk speelveld blijft en er geen sprake is van marktverstoring. Op deze wijze bereidt de Belastingdienst zich voor op de afbouw van het handhavingsmoratorium, waarover voor de zomer nog een brief naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Bron: Belastingdienst, 5 maart 2019 Belastingdienst, Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie) Lees ook Column Angelique Perdaems: Van kopje koffie tot boete. Over de criteria voor het toezicht op zelfstandigheid vs schijnzelfstandigheid Geplaatst in Branchenieuws | Tags belastingdienst, dba, handhaving, loonheffingen, schijnzelfstandigheid, zzp | Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst: helft onderzochte bedrijven handelt onjuist bij inzet zzp’ers
IND speelt verstoppertje met de Waadi Geplaatst 5 maart 2019 door Gastblogger IND speelt verstoppertje met de Waadi Elisabeth Klein Hofmeijer De IND huurt personeel in bij verschillende detacheerders. Niet al de ingeleende krachten krijgen betaald volgens de cao voor Rijksambtenaren. Dit leidt tot ongelijkheid op de werkvloer. Vanuit de Tweede Kamer zijn er kritische vragen gesteld. Komt minister Koolmees op voor deze onderbetaalde werknemers? Volgt de IND de regels van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)? Ziet u momenteel ook zoveel bordjes met de tekst “Personeel Gezocht” als u in de winkelstraat loopt of een restaurant bezoekt? We zien dagelijks bedrijven die moeilijk aan personeel kunnen komen. In principe zou een dergelijke krappe arbeidsmarkt positief moeten zijn voor de arbeidsvoorwaarden van werknemers, zij kunnen immers in deze situatie meer eisen stellen aan hun arbeidsvoorwaarden. Ondanks dat nu dus veel bedrijven kampen met een personeelstekort, worden de arbeidsvoorwaarden van personeel zeker niet overal beter. Zo ook niet bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND huurt tijdelijke arbeidskrachten in, die flink minder worden betaalden dan de vaste medewerkers. Dit is niet toegestaan op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Wat is nu de situatie? De IND huurt via verschillende intermediairs extra arbeidskrachten in. Dit is hard nodig omdat de IND al lange tijd kampt met achterstallige dossiers. Zo duurt het gemiddeld een jaar voordat een asielzoeker een besluit ontvangt, terwijl de wettelijke termijn die hiervoor staat een half jaar is. Zodoende huurt de IND ook extra hoor- en beslismedewerkers in via de detacheringsbedrijven Yacht, USG en DPA. De hoor- en beslismedewerkers die bij de IND in vaste dienst zijn, verdienen bij een fulltime dienstverband een salaris van ongeveer € 2.700 bruto per maand. Dit salaris is conform de cao voor Rijksambtenaren. In de aanbestedingsprocedure voor het inhuren van dit extra personeel heeft de IND een uurtarief aan de intermediairs opgelegd. De werknemers van de andere intermediairs ontvangen gemiddeld hetzelfde salaris als wat de IND aan haar vaste werknemers betaalt. De Volkskrant berichtte eerder dat DPA blijkbaar een salaris van nog geen € 2.100 bruto per maand betaalt aan haar medewerkers die bij de IND werkzaamheden verrichten. Dit verschil in salaris zorgt voor veel onrust op de werkvloer. Ook zorgt dit verschil ervoor dat werknemers die via DPA worden ingehuurd veel sneller vertrekken dan de overige werknemers, en dus weer moeten worden vervangen. Ook USG zou minder betalen dan het loon wat vaste medewerkers krijgen. Het juridische probleem achter deze werkwijze In artikel 8 van de Waadi staat dat een uitzendkracht recht heeft op een zelfde beloning als het eigen personeel in een vergelijkbare functie van het inlenende bedrijf, ook wel de ‘inlenersbeloning’ genoemd. Hiervan kan worden afgeweken, maar dit is alleen toegestaan als daar een bepaling over is opgenomen in de cao. Deze wetsbepaling is er gekomen, omdat de overheid het niet wenselijk achtte dat ingehuurde arbeidskrachten een verstorende invloed hebben op het bij de opdrachtgever geldende systeem van arbeidsvoorwaarden. Opvallend is dat juist bij de IND deze verstorende invloed wel is ontstaan door de lagere betaling van ingehuurde arbeidskrachten. Nadat deze situatie breed is uitgemeten in het nieuws heeft de Tweede Kamer hieromtrent vragen gesteld aan minister Koolmees. Tweede Kamer stelt vragen De Tweede Kamer was natuurlijk alles behalve blij met deze werkwijze door een overheidsinstantie. Minister Koolmees kreeg er dan ook kritische vragen over. Bij de beantwoording van deze vragen valt het op dat de minister niet consequent redeneert vanuit de beschermingsgedachte van de Waadi, namelijk: “De ter beschikking gestelde arbeidskracht heeft recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt” (artikel 8 Waadi). De rode draad in zijn antwoorden is dat de IND formeel niet de werkgever is van de gedetacheerde arbeidskrachten. Zodoende wijst de minister naar de detacheerder als formele werkgever en daarmee als verantwoordelijke voor de naleving en uitvoering van de Waadi. Ook stelt de minister dat een werknemer voldoende juridische middelen heeft om het juiste loon te vorderen. Zo haalt de minister het voorbeeld aan dat een werknemer de detacheerder kan aanspreken op onderbetaling, en als dat niet lukt een vordering kan instellen bij de opdrachtgever. In plaats van dat de minister dus een oplossing zoekt om het verschil in loon voortaan te voorkomen, en de IND hierop aanspreekt, legt de minister de actie volledig op het bord van de werknemer. Voorkomen is beter dan genezen Het zou goed zijn als inlenende organisaties al in de tenderfase rekening houden met de Waadi, en de verplichtingen die daarbij horen. Problemen als deze kunnen daarmee worden voorkomen, door niet alleen de laagste prijs leidend te laten zijn in een aanbesteding. De minister had de gelegenheid van de Kamervragen kunnen aangrijpen om hier nogmaals de aandacht op te kunnen vestigen. Ook de overheid, of júist de overheid zelf, moet zich immers aan de eigen regels houden en het goede voorbeeld geven. Opvallend is verder dat de minister geen concrete antwoorden geeft waarom in deze situatie de Waadi niet wordt gehandhaafd. De minister lijkt in deze situatie de verantwoordelijkheid volledig te willen leggen bij de detacheerder. Ik ben benieuwd in hoeverre een rechter hetzelfde zou doen. Wellicht dat hierbij meespeelt dat de minister en DPA elkaar komend voorjaar bij de hoogste bestuursrechter zullen treffen. DPA heeft namelijk gevraagd om dispensatie van de ABU-cao, wat de minister heeft afgewezen. Nadat de rechter oordeelde dat deze afwijzing terecht was, heeft DPA beroep ingesteld. Elisabeth Klein Hofmeijer, Marxman Advocaten Ik zie veel vragen voorbij komen over de verplichtingen richting extern ingehuurd personeel, en veel gevolgen van gemaakte fouten in bijvoorbeeld de Waadi, qua inlenersbeloning en ook het concurrentiebeding. Bel of mail me gerust om eens te sparren over de (on)mogelijkheden en oplossingen: 06-5257 3304, kleinhofmeijer@marxman.nl Geplaatst in Branchenieuws | Tags detachering, IND, minister Koolmees, Tweede Kamer, Waadi | Reacties uitgeschakeld voor IND speelt verstoppertje met de Waadi
Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2019-2020 Geplaatst 4 maart 2019 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Provincies » | 4 maart 2019 Naam CAO Provincies Download Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2019-2020 > nog niet beschikbaar Looptijd De cao heeft een looptijd van 1 januari 2019 t/m 31 december 2020. Loonsverhogingen – 2,5% loonsverhoging per 1 januari 2019 – 1,0% loonsverhoging per 1 juli 2019 – 2,0% loonsverhoging per 1 januari 2020 – 1,0% loonsverhoging per 1 juli 2020 Bron: Interprovinciaal Overleg, 1 maart 2019 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Provincies | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelaarsakkoord CAO Provincies 2019-2020