Maandelijkse archieven: februari 2016

‘DBA-wet verdrijft zzp’ers’

De nieuwe wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties verdrijft zzp’ers van de arbeidsmarkt. Deze vernietigende uitspraak doen advocaten Mirjam de Blécourt en Danielle Pinedo in een opiniestuk in het NRC.

De advocaten van advocatenkantoor Baker & McKenzie Amsterdam benadrukken de belemmerende werking van de DBA op de relaties tussen zelfstandigen en opdrachtgevers. Hierbij zijn ze pessimistisch gestemd over de kansen op een vast dienstverband voor de zzp’er. Wanneer volgens de wet DBA-richtlijnen blijkt dat er sprake is van een dienstbetrekking, of in het geval er onduidelijkheid is over de aard van het dienstverband, huurt een opdrachtgever liever ander personeel in, zo stellen ze.

Bron: NRC, 6 februari 2016

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘DBA-wet verdrijft zzp’ers’

Wetsvoorstel: Melding tijdelijk werk grote buitenlandse bedrijven in Nederland

| Detacheringsrichtlijn | Richtlijn 96/71/EG |


Buitenlandse bedrijven krijgen een meldingsplicht als zij tijdelijk werk doen in Nederland. Kleine bedrijven zullen hiervan worden uitgezonderd.

In oktober 2015 stuurde minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit wetsvoorstel aan de Raad van State. Vandaag stuurt hij het naar de Tweede Kamer.

Wetsvoorstel arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU
Zo moet een eigenaar van een Duits bedrijf dat in Nederland een tunnel bouwt, melden welke medewerkers aan de tunnel werken en hoe lang ze komen werken. Door invoering van deze plicht kan de Inspectie SZW controleren of EU-werknemers het loon krijgen waar ze recht op hebben en daarmee voldoen aan de Europese detacheringrichtlijn.

18 andere lidstaten hebben al zo’n meldingsplicht. De plicht gaat in zodra het ICT-systeem af is waarmee de meldingen worden geregistreerd. Dit systeem zorgt ervoor dat de administratieve lasten voor bedrijven laag zijn. Het wetsvoorstel regelt verder dat het gemakkelijker wordt om vanaf 1 juli 2016 boetes over de grens te innen.

Het kabinet zet tijdens het Europees voorzitterschap in op fatsoenlijk werk. Het kabinet wil de oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden in Europa bestrijden. Er moet gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek worden betaald. De Europese Commissie komt naar verwachting in maart dit jaar met voorstellen om het vrij verkeer van diensten en werknemers eerlijker te maken. Op 19 en 20 april wordt hierover gesproken tijdens de Europese Informele Raad in Amsterdam die minister Asscher voorzit.

In juni 2015 werd al bekend dat het voorstel van Asscher om de Europese detacheringsrichtlijn aan te passen om oneerlijke concurrentie te voorkomen, steun krijgt van Frankrijk, Duitsland, Zweden, België, Luxemburg en Oostenrijk. De minister heeft toen zijn ideeën voor een verandering van de richtlijn, ondertekend door de verschillende Europese ministers, aan Europees Commissaris Thyssen gestuurd.

Bron: Rijksoverheid, 9 februari 2016

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel: Melding tijdelijk werk grote buitenlandse bedrijven in Nederland

Terugkeer van kantonrechtersformule?

Terugkeer van de kantonrechtersformule?
In overeenstemming met de wetsgeschiedenis is in de rechtspraak onder de Wwz meermaals overwogen, dat een billijke vergoeding slechts kan worden toegekend, wanneer er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Toekenning van een billijke vergoeding dient te zijn beperkt tot zeer uitzonderlijke situaties. In dit verband staat in de wetsgeschiedenis vermeld, dat het hanteren van een standaardformule (zoals de kantonrechtersformule onder oud recht) zich derhalve niet leent voor het berekenen van de omvang van de billijke vergoeding. Blijkens zijn beschikking van 29 januari 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:400) volgt de kantonrechter Amsterdam de wetgever niet in voornoemde gevolgtrekking.

Casus
In bovenvermelde beschikking heeft de kantonrechter geoordeeld in de zaak waarin de werkgever heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding ofwel de g-grond (artikel 7:669 lid 3 sub g BW). Middels zijn tegenverzoek heeft de werknemer onder meer verzocht om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van €42.228,- bruto. Partijen hebben op grond van de volgende omstandigheden hun respectievelijke verzoeken ingediend.

Kortweg heeft de werkgever toestemming van het UWV verzocht om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen, nadat de werknemer enige tijd arbeidsongeschikt is geweest. De kantonrechter merkt op, dat de werknemer voordien goed heeft gefunctioneerd. Gedurende de ontslagprocedure bij het UWV heeft de werkgever de werknemer op non-actief gesteld. Naar wordt aangenomen, heeft de werknemer in een kort gedingprocedure wedertewerkstelling gevorderd. Deze vordering in kort geding is toegewezen, overwegende dat – enerzijds – geen, althans onvoldoende reden bestaat voor het besluit tot het non-actief stellen en – anderzijds – dat niet is gebleken dat de functie van de werknemer niet langer zou bestaan, nog afgezien van het recht van de werknemer om de bedongen arbeid te verrichten. De uitspraak in het kort geding heeft niet geleid tot werkhervatting. Partijen hebben meerdere gesprekken hieromtrent gevoerd, hetgeen niet tot een oplossing heeft geleid. Vervolgens heeft de werknemer zich (opnieuw) ziek gemeld, in welk verband de bedrijfsarts heeft overwogen, dat er sprake is van een arbeidsconflict. Daarnaast heeft het UWV in deze periode de toestemming om arbeidsovereenkomst op te zeggen aan de werkgever geweigerd. Als gevolg hiervan heeft de werkgever zich gewend tot de kantonrechter.

Geen vruchtbare samenwerking
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, maar niet op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. In dit verband overweegt de kantonrechter, dat de door de werkgever ervaren verstoring niet wordt gedeeld door de werknemer. Aangezien er geen sprake is van een wederzijdse verstoring van de arbeidsverhouding, komt de werkgever geen beroep toe op de g-grond.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder – een ogenschijnlijke ambtshalve – verwijzing naar de h-grond, ofwel de restcategorie (artikel 7:669 lid 3 sub h BW). Hieromtrent wordt overwogen, dat de onderhavige omstandigheden er niet toe kunnen leiden dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van de andere wettelijke ontslaggronden, terwijl “op de realisatie van het ondernemersdoel gerichte arbeid door de werknemer niet meer mogelijk is”. De kantonrechter goed begrepen, zou onder oud recht zijn gesproken van (de mogelijkheid tot ontbinding wegens) een onvruchtbare samenwerking. In de onderhavige zaak is daarvan sprake, omdat de werknemer een unieke en onmisbare functie bekleedt in de relatief kleine onderneming van de werkgever, waarbij de werknemer regelmatig contact heeft met de leidinggevende, die niet langer met de werknemer wenst samen te werken. Omdat niet wordt verwacht dat de situatie op den duur zal veranderen, ziet de kantonrechter aanleiding om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens overige omstandigheden, bestaande uit een onvruchtbare samenwerking (hetgeen ook zou kunnen worden omschreven als een onwerkbare situatie).

Billijke vergoeding onder verwijzing naar de kantonrechtersformule
Het staat tussen partijen niet ter discussie dat de werknemer aanspraak heeft op de transitievergoeding, die wordt bepaald op €19.554,96. In aanvulling op de transitievergoeding wijst de kantonrechter een billijke vergoeding toe aan de werknemer. De kantonrechter oordeelt, dat de werkgever zich ter zake ernstig verwijtbaar heeft gedragen, waarbij onder meer in aanmerking wordt genomen dat de werkgever: onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het gepretendeerde verval van de functie van de werknemer (in het kader van de ontslagprocedure bij het UWV); de werknemer ten onrechte op non-actief heeft gesteld; en doelbewust een verstoorde arbeidsverhouding heeft willen realiseren met het oog op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkgever zou geen blijk hebben gegeven van enige zelfkennis of de intentie de werknemer op redelijke wijze te willen behandelen, terwijl de werknemer geen verwijt treft voor het ontstaan van de (onwerkbare) situatie.

Ter bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding overweegt de kantonrechter dat de maatstaf ‘ernstig verwijtbaar handelen’ niet toereikend is. Deze maatstaf kan mogelijk worden gehanteerd als verdeelsleutel (inzake de draagplicht van betrokkenen) wanneer de schadeomvang bekend is, maar niet ter bepaling van die omvang.
In tegenstelling tot hetgeen in de wetsgeschiedenis is bepaald en in rechtspraak is overwogen, betrekt de kantonrechter de gevolgen van het ontslag voor de werknemer (waaronder begrepen het inkomensverlies wegens de beëindiging van het dienstverband, de arbeidsmarktpositie van de werknemer en diens leeftijd) bij het bepalen van de billijke vergoeding; omstandigheden waarop de transitievergoeding mede dient te zien. Samenvattend overweegt de kantonrechter dat de – onder oud recht ontwikkelde – kantonrechtersformule in beginsel kan worden gehanteerd voor het bepalen van de billijke vergoeding. Vervolgens wijst de kantonrechter een billijke vergoeding toe ten bedrage van €60.000,- bruto, waarin de transitievergoeding wordt geacht te zijn verdisconteerd.

Conclusie
De (zeer lezenswaardige) beschikking van de kantonrechter Amsterdam is opvallend, mede omdat het nadere invulling tracht de geven aan de h-grond. Daarnaast kent de beschikking overwegingen inzake de billijke vergoeding, die niet in overeenstemming lijken te zijn met de wetgeschiedenis en recente rechtspraak. De vraag is dan ook in hoeverre deze beschikking navolging krijgt in de (hogere) rechtspraak. Het is daarentegen niet uitgesloten, dat met deze beschikking wordt beoogd een voor de rechtspraak en praktijk (thans ontbrekende) hanteerbare maatstaf te creëren voor het bepalen van de billijke vergoeding, althans daartoe een aanzet te geven. Mocht dit zo zijn, dan verdient dit complimenten, aangezien het kan leiden tot een (meer) inzichtelijke en duidelijke(re) toepassing van de Wwz.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Terugkeer van kantonrechtersformule?

Wiebes: ‘Spijt van fouten in ZZP-modelcontracten’

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën geeft toe dat er fouten staan in zzp-modelcontracten die door de Belastingdienst zijn gepubliceerd.

Hij zegt ‘wat spijt’ te hebben van zijn toezegging aan betrokken (branche-)organisaties om modelcontracten integraal te publiceren die door de Belastingdienst alleen maar zijn getoetst op enkele fiscaal relevante bepalingen, terwijl er ook bepalingen in staan over de verhaalmogelijkheid van een eventuele naheffing voor de opdrachtgever op de zelfstandige. Die bepalingen kloppen niet volledig en roepen bij zzp’ers onzekerheid op.

Volgens D66’er Steven van Weyenberg, die Wiebes ervoor naar de Kamer riep, heerst er grote verwarring onder zelfstandigen over de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de nieuwe modelcontracten.
Het is de bedoeling dat goedgekeurde modelcontracten per 1 mei zekerheid vooraf geven dat er geen loonheffing hoeft te worden afgedragen. Dat geldt alleen als ze ook worden nageleefd.
De modelcontracten komen in de plaats van de VAR (verklaring arbeidsrelatie).

Bron: FD, 9 februari 2016

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wiebes: ‘Spijt van fouten in ZZP-modelcontracten’

Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU | WagwEU

Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU | WagwEU
de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) regelt de arbeidsvoorwaarden waarop werknemers van Europese bedrijven recht hebben wanneer zij tijdelijk in Nederland werken. Daarnaast maakt de wet het mogelijk beter te controle op de naleving van het hanteren van de arbeidsvoorwaarden door Europese bedrijven.


Download wettekst Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU


Inwerkingtreding
De WagwEU is op 18 juni 2016 in werking getreden en de Nederlandse uitwerking van de richtlijnen 96/71/EG (Detacheringrichtlijn) en 2014/67/EU (Handhavingsrichtlijn).  Voor de inwerkingtreding van de WagwEU was de Detacheringsrichtlijn reeds uitgewerkt in de Nederlandse Wet Arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende Arbeid (WAGA). Met de inwerkingtreding van handhavingsrichtlijn is deze wet echter komen te vervallen en zijn beide richtlijnen samengekomen in de WagwEU.

Toepassen arbeidsvoorwaarden
De wet regelt voor bedrijven uit andere EU-landen die tijdelijk personeel in Nederland laten werken dat dit personeel recht heeft op de belangrijkste arbeidsvoorwaarden zoals die in Nederland gelden zoals bijvoorbeeld:

  • het minimumloon;
  • voldoende rusttijden;
  • veilige arbeidsomstandigheden;
  • gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  • een minimum aantal vakantiedagen.

Als er een cao van toepassing is die algemeen verbindend is verklaard zijn ook een groot aantal van de arbeidsvoorwaarden uit deze cao van toepassing.

Controle naleving
De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is belast met de controle van naleving van de WagwEU.  Als er door een bedrijf uit een ander EU-land niet wordt voldaan aan de gestelde arbeidsvoorwaarden in Nederland kan het inspectie een boete opleggen.

Om controle op de naleving mogelijk te maken, dienen:

  • op verzoek van de inspectie alle opgevraagde gegevens en inlichtingen te worden verstrekt;
  • Documenten als arbeidsovereenkomst, ID-bewijzen, loonstroken en arbeidstijdenoverzichten op de werkplek in Nederland te worden bewaard;
  • Bedrijven een contactpersoon in Nederland aan te wijzen welke als aanspreekpunt voor de inspectie zal fungeren.

Vanaf 1 maart 2020 meldingsplicht voor werkgevers en zelfstandigen
Online melden

Vanaf 1 maart 2020 geldt een meldingsplicht voor werkgevers (dienstverrichters) en meldingsplichtige zelfstandigen uit landen binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland, die in Nederland een tijdelijke opdracht uitvoeren. Zij moeten in het Nederlandse online meldloket onder meer aangeven welke werkzaamheden zij zullen verrichten, in welke periode en of zij werknemers meebrengen. De komst van alle gedetacheerde werknemers moet ook worden gemeld. Tot de EER behoren alle EU-lidstaten, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland.

Dienstverrichters, zelfstandigen en dienstontvangers
De Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) maakt onderscheid tussen dienstverrichters, zelfstandigen en dienstontvangers.

Dienstverrichters zijn buitenlandse werkgevers die tijdelijk:
met eigen personeel naar Nederland komen om werkzaamheden te verrichten;
vanuit een multinationale onderneming medewerkers detacheren naar een eigen vestiging in Nederland; of
als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stellen in Nederland.
Zelfstandigen die een tijdelijke opdracht in Nederland komen uitvoeren, moeten zich in sommige gevallen melden.

Dienstontvangers zijn de klanten/opdrachtgevers waarvoor de buitenlandse werkgever (dienstverrichter) of zelfstandige aan het werk gaat.

Huurt een buitenlandse werkgever of zelfstandige een derde bedrijf in om bij de Nederlandse klant/opdrachtgever in Nederland aan het werk te gaan, dan is er sprake van onderaanneming. De buitenlandse werkgever of zelfstandige fungeert in dat geval als dienstontvanger. Het derde bedrijf meldt zijn eigen personeel en de buitenlandse werkgever or zelfstandige controleert de melding.

Bron: MinSZW/Posted workers

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU | WagwEU