Corona en de oorlog om de arbeidsmigrant

0
505

De coronacrisis heeft in Nederland geleid tot verstoringen in vraag naar en aanbod van buitenlandse arbeidskrachten.

Veel uitzendkrachten uit Oost-Europa zijn terug naar hun thuisland gegaan. Anderen, die van plan waren naar Nederland te komen, hebben besloten van hun geplande reis af te zien.

Arbeidsmigranten, bron ABN AMRO en CBS
Bekijk meer grafieken en details in het rapport van ABN AMRO

Han Mesters, sector banker Zakelijke Dienstverlening bij ABN AMRO heeft met collega’s rondvraag gedaan in sectoren en er een trendrapport over gepubliceerd.

Het wegblijven van arbeidsmigranten zorgt met name voor problemen in de agrarische sector, die sterk afhankelijk is van flexkrachten en op dit moment op volle toeren draait. In andere branches, zoals in de scheepsbouw en in het industrieel onderhoud, zijn buitenlandse uitzendkrachten juist op non-actief gesteld omdat het besmettingsrisico op hun werkplekken te groot werd geacht.

Scherpere concurrentie tussen landen om arbeidsmigranten
Het is de vraag in hoeverre de tekorten aan buitenlandse arbeidskrachten op korte termijn kunnen worden opgevuld met binnenlandse arbeidskrachten die door de coronacrisis tijdelijk om werk verlegen zitten. Tegelijkertijd wordt door de coronacrisis de concurrentie tussen landen in West-Europa om buitenlandse arbeidskrachten scherper gevoerd, met name in de markt voor ongeschoolde agrarische arbeid.

Normalisatie grensoverschrijdende arbeid kan nog wel 3 maanden duren
De strijd tegen Corona wordt in elk EU-land op eigen wijze gevoerd. Dit belemmert mogelijkerwijze een gefaseerde terugkeer naar normaal grensoverschrijdend verkeer. Uitzenders met veel Oost-Europees personeel geven aan te verwachten dat het nog 1,5-3 maanden kan duren voordat er sprake is van een normalisatie.

Agrarische sector en bouw
In de agrarische sector en de bouwsector en zijn de afgelopen maand flinke aantallen arbeidsmigranten vertrokken naar hun thuisland. Het gaat hier vooral om Polen die als uitzendkracht werkzaam waren. De Poolse overheid kondigde begin maart aan dat terugkerende landgenoten met ingang van 15 maart veertien dagen in thuisquarantaine zouden moeten verblijven. Om deze maatregel voor te blijven, keerden in de dagen voor 15 maart naar schatting 2 tot 4 miljoen Poolse migrantenarbeiders uit de gehele Europese Unie terug naar Polen. Ook Roemenië en Bulgarije, twee andere belangrijke herkomstlanden van uitzendkrachten, hebben de afgelopen weken inreis- en uitreisbeperkingen afgekondigd.

Onbekend is hoeveel ‘Nederlandse Polen’ naar hun land van herkomst zijn teruggekeerd. Dit wordt niet centraal geregistreerd. Maar ook als het om een relatief klein deel gaat, gaat het in absolute termen nog altijd om een grote groep. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werkten in 2017 in Nederland zo’n 250.000 personen afkomstig uit Midden- en Oost-Europa.

Uitzenders belangrijkste werkgevers voor arbeidsmigranten
Twee op de drie werknemers uit Midden- en Oost-Europa zijn volgens het CBS werkzaam in de zakelijke dienstverlening. In deze sector zijn uitzendbureaus de belangrijkste werkgevers.

Het vertrek van Poolse uitzendkrachten is vooral in de agrarische sector een probleem. Met name in de tuinbouw (open teelt, glastuinbouw, paddenstoelenteelt) bestaat een groot deel van het personeel uit Oost-Europese werknemers.

Beperkingen grensverkeer hinderen arbeidsmigranten in de bouw
Ook in de bouw zijn problemen ontstaan door het vertrek van buitenlandse arbeidskrachten. Zij werken vaak in rotatiediensten, bijvoorbeeld acht tot tien weken werk in Nederland, vervolgens terug naar het thuisland voor twee weken vakantie, waarna de cyclus zich herhaalt. De beperkingen voor grensoverschrijdend verkeer die veel EU-landen in maart afkondigden, zorgden voor een verstoring van deze rotatie.

Scheepsbouw en industrieel onderhoud in nauwe ruimtes belemmerd
Ook in de scheepsbouw en industrieel onderhoud zijn branches waar veel Oost-Europeanen werkzaam zijn. In de scheepsbouw vindt het werk vaak in nauwe ruimtes plaats waardoor personeel niet de vereiste 1,5 meter onderlinge afstand kan aanhouden. Opdrachtgevers hebben dit probleem slechts ten dele kunnen ondervangen door in ploegendiensten te gaan werken. De industriële onderhoudsbranche heeft te lijden onder het feit dat veel opdrachtgevers gepland onderhoud afzeggen, bijvoorbeeld omdat ze momenteel geen extern personeel op de productielocatie toelaten.

Vertrokken uitzendkrachten moeilijk te vervangen
Nu diverse andere sectoren van de economie, zoals de retail en leisure, door de coronamaatregelen direct hard geraakt worden, kan dit voor de landbouw in theorie extra aanbod genereren van flexibele arbeidskrachten.

Uit een rondgang van werkgeversvereniging AWVN onder 113 leden blijkt dat een op de tien werkgevers de inhuur van flexwerkers via uitzendbureaus per 24 maart heeft verminderd. Nog eens drie op de tien werkgevers hield per die datum de optie open om dat alsnog te doen.

Werkloos horecapersoneel inzetten?
Om de uitstroom van Oost-Europese werknemers in de agrarische sector te compenseren, zijn in dat verband zijn diverse initiatieven opgezet om te bekijken of vraag en aanbod gemakkelijker bij elkaar kunnen worden gebracht. Voorbeelden zijn de websites Helponsoogsten.nl en Werkenindelandentuinbouw.nl. Voor het steken van asperges, dat in deze periode in volle gang is, wordt in de provincie Zeeland de hulp gevraagd van horecapersoneel dat werkloos thuis zit.

Reisafstand en lager loon zijn een hindernis
Vervangende werkwilligen zullen vaak veel reiskilometers moeten maken naar hun nieuwe werkgever. Ook zal het lastig worden om werkloos geraakte uitzendkrachten uit andere sectoren op korte termijn te interesseren voor werkzaamheden in de landbouw, als het toekomstige uurloon lager ligt dan het laatstverdiende uurloon. Wanneer de uitzendkracht een minder betaalde opdracht aanneemt en vervolgens opnieuw werkloos wordt, zal zijn of haar uitkering op dat laatstverdiende salaris gebaseerd worden. Deze uitzendkrachten snijden zichzelf in de vingers.

Concurrentie van Duitsland
Duitsland heeft begin april na druk vanuit Brussel, de landbouwwereld en supermarktketens besloten om alsnog de grenzen te openen voor tienduizenden seizoenarbeiders uit Oost-Europa. Seizoenarbeiders die via Duitsland naar Nederland willen om te helpen oogsten, worden niet langer bij de Duitse grens teruggestuurd. Of dit voldoende is moet nog blijken. Duitsland probeert via diverse maatregelen de arbeidsmigranten te paaien om in de interne markt te blijven werken.

Bron: ABN AMRO, 22 april 2020

Lees ook
Bouw en Techniek corona-advies ‘reis veilig, gezond en zonder boetes’
ABN AMRO: Oost-Europese arbeidsmigranten blijven nodig