Menzis moet slapend dienstverband opzeggen en transitievergoeding uitbetalen

0
229

De kantonrechter veroordeelt Menzis de arbeidsovereenkomst met een blijvend arbeidsongeschikte werkneemster op te zeggen en de transitievergoeding van ruim 45.000 euro uit te betalen.

Volgens de kantonrechter handelt de werkgever in strijd met goed werkgeverschap.

Bekijk de uitspraak

De werkneemster is – na 35 jaar in dienst – sinds augustus 2015 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als gevolg van ernstige, progressief verlopende ziekte. Bij beslissing van het UWV van 1 augustus 2017 is aan haar daarom een volledige IVA-uitkering toegekend. De werkneemster heeft Menzis meerdere keren verzocht om de arbeidsovereenkomst op te zeggen onder de toekenning van de transitievergoeding. Menzis heeft haar in verschillende reacties laten weten daartoe niet bereid te zijn. Zonder eerdere opzegging zal de arbeidsovereenkomst eindigen op 18 november 2019, omdat de werkneemster dan de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dan kan zij geen aanspraak meer maken op een transitievergoeding.

Wet compensatieregeling transitievergoeding
Veel werkgevers weigeren om de contracten met langdurige werknemers na 2 jaar ziekte op te zeggen. Zij willen na 2 jaar loondoorbetaling, niet ook nog een transitievergoeding betalen. Omdat de wetgever dergelijke ‘slapende dienstverbanden’ onwenselijk vindt, treedt op 1 april 2020 de Wet compensatieregeling transitievergoeding in werking. Deze wet regelt dat werkgevers die na 1 juli 2015 de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer hebben opgezegd of zullen opzeggen, de transitievergoeding terug kunnen krijgen van het UWV.

Mede omdat werkgevers de transitievergoeding – uitbetaald voor 1 april 2020 – pas daarna bij het UWV uitbetaald kunnen krijgen, weigeren nog steeds veel werkgevers om de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer op te zeggen en de transitievergoeding uit te betalen.

Zwaarwegend belang
De werkneemster leeft als gevolg van haar ziekte in een groot (sociaal) isolement en heeft groot belang bij opzegging van de arbeidsovereenkomst door Menzis omdat zij dan aanspraak heeft op de transitievergoeding. Menzis heeft bij het laten voortbestaan van het dienstverband geen belang. Het ‘voorfinancieren’ van de transitievergoeding tot 1 april 2020 is voor Menzis geen probleem.

Aanspraak op transitievergoeding
Het principiële bezwaar dat Menzis heeft tegen het betalen van een transitievergoeding aan duurzaam volledig arbeidsongeschikte werknemers wordt verworpen omdat de wetgever ook die categorie werknemers bij opzegging aanspraak op een transitievergoeding geeft.

Het belang van Menzis, als werkgever, om het beroep op het fonds van het UWV voor compensatie zo beperkt mogelijk te houden omdat dat een omvangrijk beroep op compensatie mogelijk tot premieverhoging voor alle werkgevers en dus ook Menzis leidt is onvoldoende zwaarwegend om op te wegen tegen het belang van de werkneemster.

Goed Werkgeverschap
Gelet op de specifieke omstandigheden van deze zaak is, ondanks dat in de wet geen verplichting voor werkgevers is opgenomen om in gevallen als deze de arbeidsovereenkomst op te zeggen, het ‘niet opzeggen’ en het ‘niet betalen van de transitievergoeding’ in strijd met wat van Menzis als goed werkgever verwacht mag worden. De rechtbank veroordeelt Menzis daarom de arbeidsovereenkomst op te zeggen onder toezegging de transitievergoeding van ruim 45.000 euro te zullen betalen.

Hoge Raad
Er loopt momenteel een zaak bij de Hoge Raad over dit onderwerp. Hierover wordt in het najaar een uitspraak verwacht.

Bron: Deze uitleg is integraal overgenomen van Rechtspraak.nl

Zie ook
Regeling compensatie transitievergoeding
Deze regeling gaat over de compensatie van de transitievergoeding die werkgevers vanaf 1 april 2020 kunnen aanvragen, als zij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer ontslaan of hebben ontslagen vanaf 1 juli 2015.