Redactie FlexNieuws 7 september 2026 0 reacties Print Rechter zet streep door centralisatie servicefees door franchisegeverMag een franchisegever zonder instemming van zijn franchisenemers de service-fee van klanten omleiden naar een eigen dochteronderneming? Drie franchisenemers stapten naar de rechter. Die stelt hen in het gelijk en zet daarmee een streep door de centralisatie van servicefees.Bemiddelingsbureau PIDZ Zorg exploiteert een franchiseformule die vraag en aanbod in de zorgsector bij elkaar brengt: zorginstellingen en zorgprofessionals (zzp’ers en flexwerkers) vinden elkaar via het digitale platform MijnPIDZ. Drie franchisenemers, gevestigd in Den Haag, Alkmaar en Maastricht, factureerden onder deze formule zelf een servicefee aan zorginstellingen en droegen daarvan vijftig procent af aan PIDZ als franchisefee. Sinds 1 januari 2026 brengt PIDZ Zorg de servicefee zelf rechtstreeks in rekening bij de zorginstellingen in plaats van dat dat via de franchisenemers loopt. Die zagen hun inkomsten uit de servicefee wegvloeien en stapten naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant. Aanleiding Vanaf oktober 2025 kondigde PIDZ in drie memo’s aan dat de facturatie van de zzp-bemiddeling zou worden gecentraliseerd. In de laatste memo werd bekendgemaakt dat facturen aan zorginstellingen weliswaar op naam van de franchisenemers bleven staan, maar dat het vermelde bankrekeningnummer werd vervangen door dat van PIDZ Flex BV, een aan PIDZ gelieerde vennootschap. De franchisenemers maakten telkens bezwaar, maar PIDZ voerde de wijziging toch met terugwerkende kracht door per 1 januari 2026. Het gevolg: PIDZ Flex inde de servicefees, maar aan de franchisenemers werd niets doorbetaald, ook niet over december 2025. Lees ook: OTTO verliest rechtszaak over privacyschendingen in verhuurde woonruimte arbeidsmigrant. Het verweer PIDZ noemde de wijziging louter administratief-technisch en stelde geen instemming nodig te hebben. Belangrijkste argument: zorginstellingen eisen van hun ketenpartners een SNA-certificering en vanaf 1 januari 2026 zouden franchisenemers niet langer kunnen meeliften op de certificering van PIDZ. Alleen centrale facturatie via het gecertificeerde PIDZ Flex zou dit kunnen borgen. Daarnaast beriep PIDZ zich op een drempelwaarde in de franchiseovereenkomst: pas bij 20 procent omzetderving met een minimum van 200.000 euro zou instemming vereist zijn en die grens werd volgens PIDZ niet gehaald omdat de wijziging financieel neutraal zou zijn. De afweging van de rechter De rechter kwalificeerde de ingreep als een wijziging van de franchiseformule waarvoor instemming van de franchisenemers nodig is. Van een neutrale wijziging van enkel een rekeningnummer was geen sprake: ook de begunstigde en de partij die verantwoordelijk was voor de facturatie veranderden. Het SNA-argument van PIDZ kreeg van de rechter de hardste weerlegging. De franchisenemers hadden een e-mail overgelegd van een inspectieorganisatie die SNA-certificeringen beoordeelt, waarin stond dat zo’n certificering helemaal niet verplicht is. Sterker nog: dat bureau liet weten dat een eigen SNA-certificering juist onmogelijk wordt als de facturatie via de franchisegever loopt in plaats van via de eigen onderneming van de franchisenemer. Daarmee bleek de door PIDZ aangevoerde noodzaak niet alleen ongegrond, maar zette de wijziging de franchisenemers zelfs verder op achterstand bij het behalen van precies de certificering die PIDZ als reden opvoerde. Ook het argument dat de wijziging nodig was tegen schijnzelfstandigheid overtuigde niet: de rechter zag eerder een toename dan een afname van dat risico, nu de franchisenemers voortaan afhankelijk werden van doorbetaling door PIDZ. Verder woog mee dat de wettelijke termijn van drie maanden voor aankondiging van wijzigingen niet was gehaald, dat de franchisenemers van één debiteur (PIDZ Flex) afhankelijk werden in plaats van het risico te kunnen spreiden over meerdere zorginstellingen en dat hun opschortings- en verrekeningsbevoegdheden werden uitgehold. De drempelwaarde van 20 procent achtte de rechter niet van toepassing. En zelfs als die wel zou gelden, werd hij door de halvering van de inkomsten ruimschoots overschreden. Lees ook: Kan ik blijven werken met zzp’ers of ben ik een uitzendbureau? Een zorgbureau vroeg het aan de rechter. Dit was het antwoord. De uitspraak De franchisenemers kregen op vrijwel alle punten gelijk. De franchisegever moet de wijzigingen in de betaalstroom binnen veertien dagen ongedaan maken en mag deze, net als de nog niet uitgevoerde plannen uit eerdere memo’s, niet opnieuw doorvoeren zonder schriftelijke instemming. Facturen moeten weer op naam, btw-nummer en bankrekeningnummer van de franchisenemers worden gesteld en PIDZ mag geen rechtstreekse overeenkomsten sluiten met de klanten van de franchisenemers. Bron: Rechtbank Oost-Brabant, 2 april 2026, zaaknummer C/01/422185 / KG ZA 25-649 arbeidsbemiddeling, rechtspraak Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws
13-07-2026Rechter schorst concurrentiebeding: adviseur mag toch overstappen naar concurrerend uitzendbureau