Redactie FlexNieuws 29 juni 2026 0 reacties Print Onderzoek: verwachting aantal aanvragen toelating of ontheffing wtta flink naar boven bijgesteldAantal aanvragen over toelating of ontheffing komt in zwaarste scenario uit op boven de 21 duizend. Hoogte waarborgsom blijft struikelblok voor uitleners om te twijfelen over aanvraag toelating. Ook veel bureaus voor wie uitlenen nevenactiviteit is aarzelen of haken af. Ruim zestig procent van de uitleners verwacht een toelating of ontheffing aan te vragen onder de nieuwe Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Dat blijkt uit een herhaalonderzoek van Regioplan, in opdracht van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het aantal verwachte aanvragen is duidelijk gestegen ten opzichte van 2023, maar er blijft ook een grote groep uitleners die twijfelt of afhaakt. Minister Vijlbrief (SZW) laat de Kamer weten dat de voorbereidingen op koers liggen en dat uitleners zich vanaf 1 november kunnen aanmelden voor het overgangsrecht. Lees ook: Wat betekent de nieuwe toelatingswet voor uitleners én inleners? De NAU legt uit Fors meer aanvragen verwacht dan in 2023 Op basis van drie scenario’s schat Regioplan dat tussen de 16.900 en 21.400 uitleners een toelating of ontheffing zullen aanvragen. Dat is een duidelijke stijging ten opzichte van de schatting uit 2023, toen de bandbreedte op 14.000 tot 19.500 uitleners lag. De verklaring is tweeledig. Ten eerste is de bekendheid met de Wtta sterk toegenomen nu de wet is aangenomen en de invoering dichterbij komt. In 2023 was 46 procent van de uitleners nog helemaal niet op de hoogte; in 2026 is dat gedaald naar 31 procent. Omgekeerd zegt nu 23 procent de ontwikkelingen op de voet te volgen, tegen 12 procent drie jaar geleden. Ten tweede heeft Regioplan in dit onderzoek ook minder georganiseerde en minder zichtbare uitleners meegenomen, die in eerdere schattingen buiten beeld bleven. Van alle ondervraagde uitleners zegt 39 procent zeker een aanvraag te willen indienen (in 2023: 18 procent). Nog eens 24 procent verwacht dat waarschijnlijk te doen. Het aandeel dat zeker geen aanvraag wil doen daalde van 23 naar 9 procent. Toch weet nog altijd 20 procent niet wat het gaat doen. Ongeveer 5.200 uitleners (18 procent van de populatie) komen in aanmerking voor een ontheffing, bedoeld voor bedrijven waarbij uitlenen een beperkt deel van de omzet vormt. Van die groep geeft 68 procent aan (waarschijnlijk) een ontheffing aan te vragen. Naar verwachting zal 19 procent van alle aanvragen uit ontheffingsaanvragen bestaan. Grote uitleners, leden brancheorganisaties lopen voorop Er zijn duidelijke verschillen tussen groepen uitleners. Uitzendbureaus zijn vaker van plan een aanvraag te doen dan uitleenbureaus (54 procent versus 34 procent). Uitleners die arbeidsmigranten uitlenen springen er het meest uit: 68 procent verwacht een aanvraag in te dienen, tegenover 37 procent bij uitleners zonder arbeidsmigranten. Opvallend, want de achtergrond van de uitzendkracht speelt geen rol in deze wet. Ook organisatiegraad speelt een grote rol. Van de uitleners die lid zijn van een branchevereniging, zoals ABU, NBBU en VvDN, geeft 75 procent aan (waarschijnlijk) een aanvraag te doen; bij niet-leden is dat 36 procent. Vergelijkbaar is het verschil tussen uitleners met een SNA-keurmerk (76 procent) en uitleners zonder keurmerk (54 procent). Grotere organisaties zijn vaker van plan een aanvraag in te dienen: bij bedrijven met meer dan 250 werknemers loopt dat op tot 68 procent, terwijl bij bedrijven met slechts één werknemer de intentie op 25 procent ligt. Uitleners met uitlenen als hoofdactiviteit zijn significant vaker van plan een aanvraag te doen (52 procent) dan uitleners waarvoor het een nevenactiviteit is (30 procent). Opvallend is dat er nauwelijks verschil bestaat tussen in Nederland en in het buitenland gevestigde uitleners als het gaat om de aanvraagintentie. Bron: Heronderzoek Regioplan naar aantal uitleners Waarborgsom is het grootste struikelblok Als het gaat om overwegingen om al dan niet een toelating aan te vragen, steekt één verplichting er met kop en schouders bovenuit: de waarborgsom van 100.000 euro. Voor 65 procent van de uitleners speelt deze een rol in de afweging. De VOG voor rechtspersonen en de administratieve verplichtingen wegen het minst zwaar mee, met respectievelijk 8 en 9 procent. Bron: Heronderzoek Regioplan naar aantal uitleners Het gewicht van de waarborgsom neemt sterk toe naarmate een bedrijf kleiner is. Bij organisaties met nul tot tien werknemers zegt 70 tot 80 procent dat de waarborgsom meespeelt; bij bedrijven met meer dan 250 werknemers is dat nog maar 24 procent. Bron: Heronderzoek Regioplan naar aantal uitleners Uitleners die nog niet weten wat ze gaan doen, wijzen op drie terugkerende knelpunten: onduidelijkheid over de vraag of de Wtta wel op hun situatie van toepassing is, financiële en administratieve eisen die zij disproportioneel vinden voor de omvang van hun uitleenactiviteiten, en twijfel of ze überhaupt doorgaan met uitlenen. Uitleners die (waarschijnlijk) geen aanvraag gaan doen, noemen als voornaamste redenen dat zij denken onder een uitzondering te vallen (37 procent), de waarborgsom te hoog vinden (28 procent) of van plan zijn te stoppen met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (22 procent). Uit de open antwoorden blijkt bovendien dat veel van hen denken dat de Wtta simpelweg niet op hen van toepassing is, omdat zij bijvoorbeeld alleen zichzelf als DGA uitlenen of puur als bemiddelaar optreden. Uitleners die wél van plan zijn een toelating aan te vragen, doen dat overwegend uit noodzaak: zonder toelating kunnen zij niet langer uitlenen, en dat is voor hen een kernonderdeel van de bedrijfsvoering. Een deel wil zich ook onderscheiden als betrouwbare partner voor inleners. Minister: geen aanleiding om koers bij te stellen Minister Vijlbrief (SZW) laat naar aanleiding van dit onderzoek de Tweede Kamer weten dat de voorbereidingen van de NAU op de uitvoering van de Wtta in volle gang zijn. Vijlbrief ziet op dit moment geen aanleiding om de huidige voorbereidingen of capaciteitsramingen aan te passen. Uitleners kunnen zich vanaf 1 november aanmelden voor het zogenoemde overgangsrecht. Op basis van die aanmeldingen kan de NAU begin 2027 een nog nauwkeuriger inschatting maken van de benodigde capaciteit. Bron: Regioplan, “De toelatingsplicht voor uitleners: Aantal te verwachten aanvragen”, 29 juni 2026, in opdracht van NAU en ministerie van SZW. NAU, toelatingsstelsel, Wet TTA, WTTA Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws
22-06-2026Wtta maakt één ding pijnlijk duidelijk: ‘first time right’ is geen ambitie meer, maar noodzaak