Maandelijkse archieven: oktober 2026

The Employment Group wordt onderdeel van DIT Group

The Employment Group (TEG) wordt onderdeel van DIT Group. Met de combinatie ontstaat een detacheringsgroep met ruim 2.500 vakmensen en professionals en een omzet van meer dan 150 miljoen euro. 

DIT Group is actief in de detachering en bemiddeling van vakmensen en professionals in de bouw, techniek en industrie. Bij DIT Group werken ruim 1.200 Nederlandse en Europese vakmensen en professionals. De onderneming heeft 15 vestigingen in Nederland. H2 Equity Partners is meerderheidsaandeelhouder van DIT Group. The Employment Group brengt met Faber (marktleider in de schildersbranche) en Cottus (techniek) ruim 1.300 vakmensen en 20 vestigingen in Nederland in. 

“Wij zijn bijzonder verheugd dat Cottus en Faber onderdeel worden van DIT Group”, zegt Michael Ammerlaan, CEO van DIT Group. “Voor onze klanten, vakmensen en professionals betekent dit dat we nog meer toegevoegde waarde met een breed pakket aan dienstverlening en oplossingen kunnen leveren. Met het gecombineerde kantorennetwerk dekken we nu heel Nederland.”

Opleiden en werving EU-vakmensen

De combinatie wil de grotere schaal onder meer benutten voor het opleiden en werven van technisch personeel. DIT beschikt daarvoor over eigen Vakscholen en heeft daarnaast wervingsteams in Polen en Roemenië. De omvang van de nieuwe groep moet volgens DIT ook helpen om te voldoen aan de toenemende eisen op het gebied van regelgeving en compliance.

Freek Lamberts, CEO van The Employment Group, ziet door de aansluiting bij DIT meer mogelijkheden voor klanten en medewerkers. “Door onderdeel van DIT te worden kunnen wij onze klanten en onze medewerkers nog meer perspectief bieden. Zo is de inzet van EU-vakmensen en -professionals voor onze klanten van grote meerwaarde. Voor vakmensen ontstaan er kansen om bij veel meer verschillende opdrachtgevers op mooie projecten te kunnen werken.”

De transactie is nog afhankelijk van goedkeuring door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en van financiering.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Skillscoalitie: ruim twintig sectoren gaan vaardigheden eenduidig vastleggen

Op 30 september ondertekenden ruim twintig brancheorganisaties en vakbonden bij de Sociaal-Economische Raad (SER) in Den Haag een intentieverklaring voor de verdere ontwikkeling van de Skillscoalitie. Nooit eerder maakten zoveel verschillende sectoren samen afspraken om zichtbaar te maken wat mensen kunnen, naast hun diploma of cv. 

Onder meer NBBU, FME, ActiZ, Schoonmakend Nederland, Techniek Nederland, Bouwend Nederland, FNV en CNV doen mee. De coalitie wordt mede mogelijk gemaakt door de Goldschmeding Foundation.

De coalitie wil vaardigheden op één manier beschrijven, betrouwbaar vaststellen en vastleggen. Zo worden ze ook buiten de eigen functie of sector bruikbaar.

Krapte vraagt om een andere blik op talent

De arbeidsmarkt verandert snel door vergrijzing, verduurzaming, digitalisering en AI. Banen verdwijnen, veranderen of ontstaan. De krapte blijft groot: volgens CBS en UWV was de arbeidsmarkt in het eerste kwartaal van 2026 voor bijna 94 procent van de beroepsgroepen krap of zeer krap.

Volgens de coalitie gaat het daarom niet alleen om de vraag waar nieuwe mensen te vinden zijn. Het gaat ook om de vraag of werkgevers genoeg zien wat hun eigen mensen al in huis hebben. Dat lukt alleen als vaardigheden herkenbaar en betrouwbaar zijn.

Verder kijken dan diploma en functietitel

De deelnemende organisaties werkten het afgelopen jaar aan gezamenlijke uitgangspunten voor het werken met vaardigheden. “Te vaak bepalen alleen diploma’s en functietitels nog welke kansen iemand krijgt”, zegt Devie Rusch, senior beleidsadviseur bij ActiZ. “Wij willen juist het volledige beeld van wat mensen kunnen en in de praktijk hebben geleerd. Dat helpt werkenden zich verder te ontwikkelen en werkgevers om talent flexibeler in te zetten.”

Volgens Rusch wordt het zo ook makkelijker om over te stappen naar een andere functie, werkgever of sector. Diploma’s, beroepsregistraties en wettelijke eisen blijven belangrijk. Vaardigheden komen erbij en vervangen die niet.

Van uitgangspunten naar praktijk

De Skillscoalitie is begonnen als initiatief van de Vereniging Van EVC Aanbieders (VVEA). Inmiddels is het een zelfstandige beweging die door de deelnemende partijen wordt gedragen. Met de ondertekening begint een fase van leren en doorontwikkelen. In 2026 en 2027 gaan sectoren de uitgangspunten toepassen en toetsen, onder meer met pilots en experimenten. Ze delen hun ervaringen om te zien wat per sector werkt en welke uitgangspunten beter moeten.

“Juist doordat steeds meer sectoren met gezamenlijke uitgangspunten gaan werken, kunnen we beter zichtbaar maken wat mensen kunnen en hebben geleerd”, zegt Kim Mooren, projectmanager Toekomstbestendig Werk bij de Goldschmeding Foundation. “Dat geeft mensen meer mogelijkheden om zich te ontwikkelen of een volgende stap in hun loopbaan te zetten, en helpt werkgevers om talent beter te herkennen en benutten.”

Begin van praktijkfase

Concrete afspraken zijn er nog niet: de ondertekening is volgens de coalitie geen eindpunt, maar het begin van een praktijkfase. Aangesloten organisaties zijn nu: FME, Koninklijke Metaalunie, VGN, Schoonmakend Nederland, VKL, KCH, NVZ, Koninklijke Horeca Nederland, NBBU, Modint, ActiZ, Bovag, FNV, Techniek Nederland, Doorzaam, Glastuinbouw Nederland, WENB, Kringloop Nederland, SOL, HISWA-RECRON, Transport Logistiek Nederland, CNV en Bouwend Nederland. De coalitie wil dat steeds meer sectoren aansluiten.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Minder uren, meer groei: wat is er aan de hand in de uitzendbranche volgens Pay for People?

In grote stappen door de carrière van Dennis Luyten: op zijn vijftiende, tijdens vakantiewerk in een magazijn, moest hij eerst nog even langs Randstad om een contract te tekenen. Pas later besefte hij dat dit payrolling was. Het was zijn eerste, onbewuste kennismaking met de sector.

Na zijn afstuderen kwam hij terecht bij USG People (nu RGF Staffing), waar hij snel carrière maakte. Maar hoe hoger hij kwam, hoe verder hij van de klant af kwam te staan: kansen bleven liggen omdat het hoofdkantoor vanuit spreadsheets werkte in plaats van vanuit de markt. Op een gegeven moment dacht hij: als het beter kan, moet ik het zelf doen. Zo bouwde hij Pay for People (onderdeel van Brisker Group). Opgericht in 2002 is Pay for People inmiddels het grootste backofficebureau voor uitzenders in Nederland.

Dennis: “Bijna geen enkele intermediair is in beide dingen goed: vraag en aanbod bij elkaar brengen én de administratie strak regelen. Daarom hebben wij die knip gezet. Uitzenders zijn niet ooit begonnen om een administratiekantoor te zijn. We hebben een flexibele, snelle backoffice gebouwd om onze opdrachtgevers te ontzorgen en te versnellen. We ontwikkelen onze eigen software en dankzij AI kunnen we veel sneller nieuwe releases doen. Wat voorheen maanden aan planning en testen kostte, gaat nu in no time. Een voorbeeld: wij hebben 200 cao’s en een kleine duizend eigen beloningsregelingen in het systeem. Eerst moesten we dat allemaal handmatig bijhouden, nu verwittigt AI ons van een cao-wijziging.”

Die data en AI helpen niet alleen om sneller te werken, maar kunnen klanten van Pay for People ook helpen om slimmer te beslissen. Dennis: “We hebben een heel pak aan data waarmee uitzendbureaus proactief in deze wereld kunnen acteren: trends en ontwikkelingen kunnen zien en concurrentievoordeel kunnen behalen. Denk aan inzichten over tarief- en margeontwikkeling in bepaalde regio’s of verzuim per sector en organisatiegrootte. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar een nieuw segment? Dan kunnen wij laten zien wat volgens onze data succesvol is in die regio. Zo laat je klanten ook de blinde vlekken in hun marktbenadering zien.”

Ontwikkelingen in Flex

Met al die data van uitzenders hebben ze bovendien een mooi beeld van de stand van de markt. Wim Davidse, hoofdredacteur van Flexnieuws, schetst: “De omzet in de flexbranche groeit harder dan vorig jaar. Dat is fijn, want die was na de milde recessie van 2023 een beetje vastgelopen. Die dip volgde op de explosieve groei na corona. Toen ging het overal super goed, vooral dankzij overheidsprojecten, waardoor ook veel uitzenders en detacheerders floreerden.”

Hij vervolgt: “In het tweede kwartaal groeide de omzet van de hele Nederlandse flexbranche met bijna 6 procent. Volgens de ABU Marktmonitor lag die groei iets lager: rond de 3 à 4 procent. Maar kijk je onder de omzet naar de gewerkte uren, dan zie je een ander beeld: die krimpen harder dan vorig jaar. Vorig jaar liet het CBS het begin van herstel zien, met zelfs urengroei in het laatste kwartaal. Dat herstel is dit jaar weer verdwenen, met een urenkrimp van bijna 2 procent (volgens het CBS).”

En daar is maar één reden voor: de geëxplodeerde uurtarieven door de cao voor uitzenden en detacheren. Wim: “De ABU Marktmonitor laat tariefstijgingen zien van rond de 8 à 9 procent en vanuit het CBS gerekend was een stijging van ruim 8 procent zichtbaar in het tweede kwartaal. Bizarre stijgingen, die hebben we nog maar een paar keer gezien in de afgelopen drie decennia.”

Onzekerheid, dus meer vraag naar flex

De daling van uren sluit aan bij wat afgelopen voorjaar uit het FlexNieuws lezersonderzoek kwam. Daarin werd gevraagd wat uitzenders merken van de nieuwe cao. Wim: “Een veelgehoord antwoord: ‘Klanten vinden de tarieven nu te duur, en nemen dus minder uren af.”

Dennis verwacht wel dat externe flex het de komende tijd wint van eigen contracten, door de onzekerheid in de wereld. “Kosten tellen zeker mee, maar wegen steeds minder zwaar zodra de vraag blijft stijgen. Dan accepteren bedrijven ook duurdere flex, want er moet simpelweg geproduceerd worden.” Wim verwacht dat de klap van de cao-stijging volgend jaar wegebt: “Zo’n uitzonderlijke, enorme tariefstijging maken we niet nóg een keer mee.”

Krappe arbeidsmarkt, wie profiteert?

En dan is er ook die superkrappe arbeidsmarkt. Wim: “De werkloosheid stijgt nauwelijks en het blijft lastig om mensen te vinden. Die krapte zet druk op de hele uitzend- en detacheringsmarkt.” Maar je moet volgens hem wél inzoomen op wie daar last van heeft. En wie niet. Wim: “Vooral de specialistische bureaus profiteren van de krapte. Die hebben die ene loodgieter, die ene jurist, die ene IT’er. De generalisten, zeker de groten, hebben het juist moeilijk. Dat zien we ook in onze FlexNieuws Top 100.”

Dennis vult aan: “Precies daarom zien wij bij onze klanten het aantal uren toenemen. Van onze klanten is misschien 10 procent generalist, de rest specialist. Dat specialisme zit ‘m in twee dingen: óf specifieke kennis en vaardigheden óf regio.” Volgens Wim hebben die regionale generalisten wel iets anders. “Customer intimacy, zoals dat zo mooi heet. Ze kennen elkaar, zitten bij elkaar op de sportvereniging.” Dat klopt volgens Dennis zeker. “Maar die hebben wél last van tariefsverhogingen. Die krijgen ze er niet door. Ze hebben stabiele uren, maar kunnen maar een heel beperkt deel doorberekenen. Die marge moeten ze dus inleveren.”

Kracht van flex

En dan is er natuurlijk nog de Wtta. Vanaf 2027 moeten uitzendbureaus worden toegelaten tot de branche en dat betekent onder andere: aantonen dat zij de arbeidswetgeving naleven, lonen en belastingen correct betalen en hun administratie op orde hebben. Ook de inleners worden daarbij gecontroleerd. “Heel simpel: het is altijd vraag en aanbod geweest”, zegt Dennis. “Als een bedrijf een tarief vraagt waarvan iedereen weet dat je het nooit compliant kan uitvoeren, is er toch altijd wel een uitzender te vinden die ja zegt. De Wtta scheidt hopelijk het kaf van het koren, en daar hebben we als branche echt behoefte aan.”

Hij besluit: “Daarom is het goed dat de Wtta zich ook richt op de vraagzijde: de inleners. Ik hoop dat de politiek hiermee gaat zien dat we op de goede weg zijn en alleen nog maar de kracht van flex ziet: meeademen met de economie”


Alles weten over het concurrentievoordeel van een snelle backoffice?

Schrijf je in voor het webinar van Pay for People tijdens de Webinar Week. In de flexbranche bepaalt snelheid vaak wie de kans pakt en wie hem mist. Een efficiënte backoffice helpt om sneller te schakelen met klanten en kandidaten, zonder concessies te doen aan kwaliteit, zekerheid en service. Zo ontstaat ruimte om te groeien.

 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Chantal Huinder van Doorzaam: ‘Ik zou graag meer aandacht voor brede gezondheid zien’

De veranderingen rond wetgeving en de nieuwe cao vroegen begin dit jaar veel aandacht van uitzendorganisaties. Toch merkt Doorzaam, het fonds voor duurzame inzetbaarheid in de uitzendbranche, daar niet zoveel van in de vraag naar scholing en ontwikkeling. “We waren van tevoren benieuwd hoe dat zou uitpakken, maar het blijft goed lopen”, zegt Chantal Huinder, directeur van Doorzaam.

Doorzaam werkt inmiddels met ruim vierhonderd partijen samen. Volgens Huinder gaan die organisaties in grote lijnen onverminderd door met investeren in ontwikkeling. Wel ziet zij door de veranderingen in de cao en de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden dat uitzendorganisaties soms zoekende zijn geworden. “Met name op die gelijkwaardigheid. Wat biedt de opdrachtgever? Krijgen ze dat überhaupt boven tafel?’ Dus dat is een uitdaging.”

Ook de hogere kosten in de branche lijken de aandacht voor duurzame inzetbaarheid vooralsnog niet sterk onder druk te zetten. “Wij zien wel dat organisaties meer gespitst zijn op welke subsidies en regelingen er zijn.”

Scholingsregelingen snel benut

De overheid kent subsidieregelingen waar organisaties gebruik van kunnen maken, zoals de SLIM-regeling (Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen in het MKB). Doorzaam heeft daarnaast verschillende regelingen waarmee uitzendorganisaties en uitzendkrachten ondersteuning kunnen krijgen. Voorbeelden zijn de Scholingsvouchers, het Nederlands Taalbudget, het Kansberoepbudget en regelingen op het gebied van gezondheid en financiële zorgen. 

Jaarlijks bereikt Doorzaam met de regelingen tussen de 14.000 en 16.000 uitzendkrachten. In 2025 werden met de Scholingsvouchers ruim 9.000 uitzendkrachten bereikt. De belangstelling voor de regelingen van Doorzaam is groot. “We hebben niet genoeg budget om aan alle vraag te voldoen. Daarom werken we met een maximum aantal aanvragen en het principe ‘op is op’. Op sommige regelingen is een enorme run. We hebben zelfs een ronde meegemaakt waarin het 2,5 uur duurde tot het budget volledig was benut.”  

Vooral praktische opleidingen

De scholingsbehoefte van uitzendkrachten is volgens Huinder breed, maar stabiel. Doorzaam ziet weinig verandering in het soort opleidingen en trainingen dat door uitzendorganisaties ingezet wordt met behulp van de vergoeding van Doorzaam. Populair blijven de taalopleidingen Nederlands en Engels. Het Nederlands Taalbudget wordt veel gebruikt door anderstaligen, onder wie arbeidsmigranten en statushouders, maar ook laaggeletterden.

Daarnaast zijn vooral praktische en beroepsgerichte opleidingen populair. Bij de Scholingsvouchers gaat het bijvoorbeeld om opleidingen voor heftruck- en reachtruckchauffeurs. Het Kansberoepbudget wordt onder meer gebruikt voor opleidingen in het groen, voor operators en chauffeurs. “Het zijn vooral beroepsgerichte opleidingen”, zegt Huinder. Dat sluit volgens haar ook aan bij de samenstelling van medewerkers in de uitzendbranche.

Opvallend is dat aanvragen voor scholing rond AI nog nauwelijks voorkomen. Dat zou volgens Huinder wel binnen de mogelijkheden van de Scholingsvouchers passen. Een mogelijke verklaring is dat de regelingen voor scholing en het Kansberoepbudget momenteel maximaal tot MBO4 niveau gaan. “In dat soort beroepen is wellicht minder behoefte aan AI-kennis dan bij beroepen op HBO en WO niveau.”

Gezondheid blijft achter

Doorzaam ziet dat het lastiger is om organisaties het nut in te laten zien van begeleiding op het gebied van gezondheid. “Dat is nog wel een uitdaging. Een voorbeeld is het programma Mentaal Fit. Deelnemers kunnen dit in hun eigen tijd volgen: zes weken lang dagelijks ongeveer een kwartier, plus onder meer een coachgesprek. Dat vraagt om commitment. We zien wel dat het loopt, maar dat het ook wat minder tastbaarder is dan een beroepsgerichte opleiding. Ook de gezondheidscheck (PMO) loopt om die reden minder.”

Via het initiatief OpenUp kunnen uitzendkrachten laagdrempelig online met een psycholoog of lifestyle-expert in gesprek. “De reacties daarop zijn goed, met een gemiddelde score van 9,7. Uit die (anonieme) gesprekken komen vooral stress en de werk-privébalans naar voren als belangrijke onderwerpen.”

Met de Uitzendexpeditie zoeken naar wat werkt

Om duurzame inzetbaarheid verder te brengen, werkt Doorzaam samen met onder meer de ABU en NBBU aan de Uitzendexpeditie. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken waar bestaande initiatieven in de praktijk vastlopen. “Het is een mooie methode om te onderzoeken waar het een beetje schuurt en hoe we dit kunnen doorbreken”, zegt Huinder. “Een voorbeeld is het ‘goede gesprek’ tussen uitzendorganisatie en uitzendkracht. Dat wordt al jarenlang gestimuleerd, maar blijkt in de praktijk niet altijd plaats te vinden.”

Volgens Huinder gaat het daarbij niet alleen om een formeel gesprek op een vast moment. Juist de kleine contactmomenten zijn ook belangrijk. “Even vragen hoe het met iemand gaat als degene ziek is geweest of als iemand in zijn omgeving onlangs is overleden. Het zijn vooral kleine follow-up-momenten.” Het goede gesprek moet volgens haar vanzelfsprekender worden en onderdeel van de KPI’s van uitzendorganisaties. 

De Uitzendexpeditie loopt vier jaar en bevindt zich inmiddels in het tweede jaar, waarbij de pilots nu daadwerkelijk zijn gestart. Sommige pilots worden langer voortgezet om te onderzoeken of effecten ook op langere termijn standhouden.

Brede gezondheid als speerpunt

De komende periode wil Doorzaam nadrukkelijk meer aandacht vragen voor brede gezondheid. Opleiding en ontwikkeling blijven belangrijk, maar zijn volgens Huinder binnen de branche al relatief vanzelfsprekend. “Brede gezondheid levert niet direct wat op. Dus dat vraagt meer aandacht. Terwijl wij denken dat dat wel één van de  antwoorden is op het hoge verzuim en ook op de krapte van de arbeidsmarkt.”

Preventie speelt daarbij een belangrijke rol. Initiatieven als OpenUp en het Mentaal Fit programma moeten uiteindelijk breder in de branche worden uitgerold. “Het doel is niet alleen om mensen te ondersteunen als problemen zich al voordoen, maar juist om te voorkomen dat iemand daadwerkelijk uitvalt.”

Meer aandacht voor kwaliteit van plaatsingen

Tenslotte plaatst ze vraagtekens bij de focus op het aantal plaatsingen bij uitzendorganisaties. “Het gaat volgens mij om de kwaliteit van de plaatsing: dat je de goede persoon neerzet en dat het een lange plaatsing wordt. Ik zou daar graag meer sturing op zien.”

De discussie over kwaliteit raakt volgens Huinder ook aan de manier waarop opdrachtgevers en uitzendorganisaties met elkaar omgaan. Zij hoopt dat de veranderingen in de regelgeving ertoe bijdragen dat niet alleen de prijs centraal staat. Op de vraag of de Wtta daar uiteindelijk aan bijdraagt, moet dat volgens haar nog blijken. “Het zou zeker kunnen, maar het hangt volgens mij ook heel erg samen met de handhaving die erop zit.” 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Laat een reactie achter

De Zelfstandigenwet gepresenteerd: deze zeven criteria moeten duidelijk gaan maken wanneer een zzp’er ingehuurd kan worden

Vandaag is de voorlopige tekst van de Zelfstandigenwet gepubliceerd. Een nieuwe wet met duidelijke spelregels vooraf, waar zzp’er en opdrachtgever zich aan moeten houden om met elkaar te kunnen werken. Met deze wet – die op zijn vroegst ingaat op 1 januari 2028 – moet een einde komen aan jaren van politieke discussie en onduidelijkheid over wanneer een zzp’er nu wel of niet door een opdrachtgever ingehuurd mag worden, zonder het risico op boetes achteraf. 

Het nieuwe wetsvoorstel moet zorgen voor een doorbraak in de discussie over het werken met zelfstandigen, die al ruim twintig jaar speelt, zo schrijft het kabinet. De Zelfstandigenwet moet onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers bij het inhuren van zzp’ers tegengaan én zorgen dat zelfstandigen de verantwoordelijkheid nemen om risico’s af te dekken.

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie): “Na jaren van onduidelijkheid en onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers moet de nieuwe Zelfstandigenwet zorgen voor meer rust en vooral duidelijkheid onder zelfstandigen en opdrachtgevers.”

Opzet wet: twee toetsen met in totaal zeven criteria 

In het wetsvoorstel bestaat uit twee toetsen:

  • De zelfstandigentoets
  • De werkrelatietoets

De zelfstandigentoets kijkt vooral of iemand ondernemer is, met daarbij ook een aantal verplichtingen die wat het kabinet betreft bij ondernemerschap horen. De werkrelatietoets toetst of een zzp’er een opdracht in voldoende zelfstandigheid kan en mag doen (ook hierover later meer).

Als aan alle criteria van deze twee toetsen voldaan wordt, én er in de praktijk ook zo gewerkt wordt, ontstaat er een zogenoemde ‘veilige haven’. Vooraf is dan duidelijk dat er gewerkt kan worden met en als zelfstandige, zonder risico op naheffingen of boetes vanwege schijnzelfstandigheid.

A: Zelfstandigentoets 

De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria die samen bepalen of iemand zich ‘in het economisch verkeer’ als zelfstandige gedraagt. Het zijn criteria die los staan van een specifieke opdracht of relatie met een opdrachtgever. 

  1. De zelfstandige beschikt over de basisvoorwaarden om in het economisch verkeer als zelfstandige te kunnen werken.

Daarmee worden de volgende zaken bedoeld:

  • KvK-inschrijving
  • Het hebben van een btw-nummer
  • Het hebben van een aparte bankrekening voor zakelijke transacties
  • De zelfstandige is zelf verantwoordelijk voor de facturatie (mag door een ander worden uitgevoerd)
  • De zelfstandige hanteert een betalingstermijn voor klanten en opdrachtgevers
  • De zelfstandige verricht zelf betalingen aan derden en kan aangesproken worden op te late betaling
  1. De zelfstandige heeft in een periode van 2 jaar (lopende kalenderjaar en voorgaande kalenderjaar) ten minste 3 klanten gehad.

Daarmee kan/moet iemand aantonen dat hij of zij voldoende onafhankelijk ondernemer is (en dus niet afhankelijk van één opdrachtgever). Het kabinet wil zo ook stimuleren dat een zelfstandige actief aan acquisitie doet.

Een paar detailpunten zijn hierbij van groot belang:

  • Een zzp’er hoeft niet na 2 jaar drie nieuwe klanten te hebben. Je kunt dus prima jarenlang voor 1 klant werken, mits je daarnaast ook nog andere klanten hebt.
  • Die tweede en derde klant moeten qua omzet wel ‘enige substantie’ hebben. Deze regel moet, in de woorden van de minister, geen ‘wassen neus’ worden.
  • Een intermediair geldt als 1 opdrachtgever. Als je via hetzelfde bureau bij drie verschillende organisaties een opdracht doet, geldt dat toch als 1 klant. (De brancheorganisaties van intermediairs gaan vast en zeker nog proberen dit punt uit de wet te krijgen.)
  1. De zelfstandige heeft voorzieningen getroffen tegen risico’s die horen bij werken als zelfstandige.

De zelfstandige moet jaarlijks verplicht een bepaald bedrag besteden aan voorzieningen tegen risico’s die horen bij het werken als zelfstandig ondernemer. De hoogte van dit bedrag is nog niet vastgesteld. Het kabinet denkt wel aan een vast bedrag, dus onafhankelijk van de omzet of het tarief.

Dat geld moet besteed worden aan zaken als:

  • ⁠Een verzekering voor (langdurige) arbeidsongeschiktheid (dat kan bijvoorbeeld de BAZ zijn, die verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, die aangekondigd is)
  • ⁠Voorziening voor (kortdurende) ziekte (schenkkring of crowdsurance)
  • ⁠Een pensioenvoorziening of pensioensparen in tweede of derde pijler
  • ⁠Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
  • ⁠Bedrijfsschadeverzekering
  • ⁠Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
  • ⁠Rechtsbijstandverzekering voor bedrijven

B: Werkrelatietoets

De werkrelatietoets bestaat uit vier criteria die te maken hebben met de omstandigheden binnen een concrete opdracht. Ze zien er vooral op toe dat iemand voldoende ruimte heeft om – als zelfstandig ondernemer – in onafhankelijkheid en dus buiten gezag te werken.

  1. Beide partijen hebben de wil om te werken buiten een arbeidsovereenkomst.

De twee partijen – zelfstandige en opdrachtgever – spreken vooraf expliciet af dat ze geen werkgever-werknemerrelatie hebben en willen. De praktijk blijft echter altijd doorslaggevend. Het is niet voldoende om alleen op papier vast te leggen dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap. 

  1. De zelfstandige is vrij om te bepalen hóé de werkzaamheden worden uitgevoerd.

Dit criterium betekent dat de opdrachtgever geen aanwijzingen geeft over hoe de werkzaamheden worden verricht. De opdrachtgever mag wel instructies geven over het wat (op te leveren resultaat, verwachtingen). Dit moet vooraf worden afgesproken. En in de praktijk moet de opdrachtgever ook daadwerkelijk geen aanwijzingen over het ‘hoe’ geven.

Soms moeten ook zelfstandigen zich houden aan protocollen, bedrijfsregels, interne afspraken enzovoort. Dat mag, mits deze afspraken ook gelden voor derden (denk aan veiligheidsvoorschriften) en niet alleen gelden voor werkenden binnen de organisatie van de opdrachtgever, maar bijvoorbeeld voor een gehele sector of beroepsgroep. Tot slot moeten zelfstandigen in dit geval ook meer vrijheid hebben dan vergelijkbare werknemers in de organisatie (als die er zijn) bij de organisatie van het werk.

Dit is niet het meest concrete criterium van de wet. Het verschil tussen een aanwijzing en een instructie, het verschil tussen hoe en wat, blijft in de praktijk vaak lastig vast te leggen en uit te voeren.

  1. De zelfstandige is vrij om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd.

De zelfstandige moet in beginsel vrij zijn om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd. Maar – zo staat verder uitgelegd – hierover mogen wel afspraken gemaakt worden.

Dit punt is relevanter dan het wellicht lijkt. Er worden hier namelijk expliciete uitzonderingen gemaakt voor locatiegebonden werk (werk dat fysiek nergens anders kan) en tijdsgebonden werk (werk dat alleen op bepaalde momenten mogelijk is). Met name als het afgesproken resultaat niet bereikt kan worden buiten een bepaalde locatie of buiten bepaalde tijden, kunnen er prima afspraken gemaakt worden over het werken op locatie of binnen bepaalde tijden (dan moet de zelfstandige wel meer vrijheid hebben om zijn tijd in te delen dan andere werknemers van de opdrachtgever).

Op dit punt wijkt de Zelfstandigenwet expliciet af van eerdere voorstellen, zoals de VBAR, waarin het leek alsof locatiegebonden werk (of ingebed werk) niet meer mogelijk was. Dat kan binnen de Zelfstandigenwet dus wel (mits dit nodig is voor het resultaat).

  1. De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico

Zelfstandigen dragen de lusten en lasten van het ondernemerschap. Dat is wat een werknemer onderscheidt van een zelfstandige, zo legt het ministerie het criterium uit.

Hoe ziet dat er concreet uit?

  • Vooraf moet een bepaald te behalen resultaat worden afgesproken.
  • Er is de mogelijkheid om een opdracht sneller, efficiënter of juist trager uit te voeren, waarbij de positieve (meer opbrengsten) of negatieve (meer tijd/kosten) financiële effecten bij de zelfstandige liggen.
  • Daarbij draagt de zelfstandige – anders dan een werknemer – het aansprakelijkheidsrisico bij het veroorzaken van schade, het risico dat meer werkzaamheden moeten worden verricht of meer kosten moeten worden gemaakt om het resultaat te bereiken, en/of de aansprakelijkheid wegens niet-nakoming of ondeugdelijke nakoming van de overeenkomst.

In de huidige praktijk van het inhuren van zelfstandigen wordt nog beperkt gewerkt met een op te leveren ‘resultaat’, terwijl dat ook onder de huidige regels wel verstandig is. Zeker bij interimprofessionals die bijvoorbeeld ook onderdeel uitmaken van een team, is dat nog niet zo eenvoudig. Maar als dit onderdeel van de wet blijft zoals het nu is, zal de praktijk hier echt mee aan de slag moeten.

Dit criterium zet in ieder geval de deur dicht voor pure tijdelijke vervangingsopdrachten, waarbij het werkpakket gelijk is aan dat van een werknemer die (tijdelijk) vervangen moet worden. In dat soort situaties moet voor de in te huren zelfstandige een concrete, resultaatgerichte opdracht geformuleerd worden.

Uitvoering

Een opdrachtgever kan de uitkomst van de zelfstandigentoets navragen bij een zzp’er en die mogelijk ook zelf controleren. Die zzp’er kan ook proactief zelf een verklaring met bewijs opstellen. Er komt ook de mogelijkheid voor een ‘derdenverklaring’, waarbij bijvoorbeeld een accountant of boekhouder zo’n verklaring afgeeft. Anders dan bij de VAR gaat de overheid niet zelf dit soort verklaringen afgeven. Het is denkbaar dat bureaus hier ook een rol in kunnen gaan spelen.

De werkrelatietoets is – anders dan bij de zelfstandigentoets – iets wat opdrachtgever en opdrachtnemer per opdracht gezamenlijk moeten afspreken en vastleggen, en in de praktijk ook zo moeten uitvoeren. Let wel: bij tussenkomst wordt een bureau gezien als de opdrachtgever. Controlerende instanties, zoals de Belastingdienst of de Arbeidsinspectie, hebben en houden hun taak om te controleren of er in de praktijk ook gewerkt wordt conform wat is afgesproken.

Vervolg 

Deze versie de wet is nog een concept. Partijen kunnen via een internetconsultatie feedback geven. Ook moet de wet nog beoordeeld worden door de Raad van State en worden er uitvoering toetsen gedaan, voor beoordeling of de wet uitvoerbaar is door bijvoorbeeld de Belastingdienst en Arbeidsinspectie. Daarna volgt de behandeling in de Tweede en daarna Eerste Kamer. In dat proces kan het zeker nog zo zijn dat (details) worden aangepast. 

De wet gaat op zijn vroegst in op 1 januari 2028 en staat naast de Wet Rechtsvermoeden laag tarief, die op 1 januari 2027 in gaat. 


Meer weten?

Schrijf je dan in voor het ZiPconomy webinar Alles over de Zelfstandigenwet. Maandag a.s. om 14:45 uur. ZiPconomy hoofdredacteur Jan-Willem Weijers bespreekt het wetsvoorstel met experts Boris Emmerig en Alexander Kist. Ze gaan in op vragen van deelnemers aan het webinar. Inschrijven (gratis) kan via deze link.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags | Laat een reactie achter