Redactie FlexNieuws 23 oktober 2026 0 reacties Print Melissa Selvi (Maqqie): ‘Flexibiliteit moet je organiseren aan de werkgeverskant. Een nieuw contractmodel kan daarbij uitkomst bieden’Het nulurencontract verdwijnt, de draaideur gaat dicht en uitwijken naar zzp wordt riskanter. Hoe houden intermediair en inlener straks nog flexibiliteit over? Melissa Selvi en Emile Timmers van Maqqie schetsen het contractmodel van morgen, inclusief een eigen model waarmee ze nu experimenteren.Jarenlang draaide flexwerk in Nederland op een simpel principe: werk je niet, dan krijg je ook niet betaald. Dat principe staat op het punt te verdwijnen. Met de Wet meer zekerheid flexwerkers (Wmzf), die in 2028 in werking treedt, verschuift het volumerisico van de werkende naar de werkgever. Melissa Selvi, legal counsel bij Maqqie, en Emile Timmers, commercieel eindverantwoordelijke bij het platform, spraken tijdens de webinarweek van FlexNieuws over wat dat betekent voor uitzenders, payrollers en bemiddelaars. Hun conclusie: het huidige contractmodel past steeds slechter bij de werkelijkheid. Wie nu niet begint met nadenken over alternatieven, loopt straks achter de feiten aan. Vijf ventielen van flexibiliteit sluiten Selvi ziet de Wmzf niet als losstaande wet, maar als sluitstuk van een reeks veranderingen die samen de kostprijs en de contractvormen in de flexbranche raken. Ze noemt de Lufthansa CityLine-uitspraak uit 2024, waardoor overwerktoeslagen niet langer pas boven de voltijdsnorm mogen ingaan, de gelijkwaardige beloning in de uitzendcao, het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief van circa 38 euro en de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Over dat rechtsvermoeden is ze overigens nuchter: “Het is niets meer dan een deur waar je doorheen kunt lopen.” Daarna volgt nog steeds de volledige toets. Het tweede deel van de Wmzf raakt vooral de rechtspositie van de werkende. Volgens Selvi onderschatten veel partijen wat dat betekent, omdat vijf vertrouwde ventielen binnen ongeveer vijftien maanden smaller worden of helemaal sluiten. Het fasesysteem kan het vaste contract minder lang uitstellen. De draaideur verdwijnt, omdat de onderbrekingstermijn in de ketenregeling van zes naar 36 maanden gaat. Zzp wordt alleen nog een optie voor wie echt zelfstandig ondernemer is. Een gemiddelde opslagfactor volstaat niet meer nu de beloning per inlener moet kloppen: “Het gemiddelde, dat werkt helaas niet meer.” De grootste impact heeft waarschijnlijk het afschaffen van het nulurencontract. Dat is volgens Selvi ‘voor heel veel partijen in de flexbranche natuurlijk bijna de holy grail’. Moderator Wim Davidse, hoofdredacteur van Flexnieuws, schetste de omvang: ongeveer een op de tien werkenden is oproep- of invalkracht. Een flink deel daarvan valt onder de uitzonderingen voor seizoensarbeid, jongeren onder de achttien, scholieren, studenten en AOW’ers, maar volgens zijn inschatting blijft er ongeveer een derde over die wel geraakt wordt. Lees ook: Eerste Kamer stemt in met wet meer zekerheid flexwerkers Bandbreedtecontract biedt weinig speelruimte In de plaats van het nulurencontract komt het bandbreedtecontract. Dat kent een gegarandeerd minimum aan uren, waarover altijd loon wordt betaald, en een maximum van 130 procent. Selvi rekent het voor: bij een minimum van twintig uur ligt het plafond op 26 uur. Een loonuitsluitingsbeding, dat bepaalt dat er zonder werk ook geen loon is, kan in deze constructie niet meer. Voor een inlener wiens vraag schommelt tussen acht en veertig uur per week is dat bij lange na niet genoeg. De uitwegen zijn een hoger minimum en dus het risico op betaalde leegloop, meerdere medewerkers met kleinere bandbreedtes naast elkaar plannen, of een andere oplossing zoeken. Selvi: “Alle drie de opties kosten geld.” Ook de flexwerker zelf levert in. Wie nu vooraf wil afbellen als het even niet uitkomt, moet straks beschikbaar zijn voor zijn minimumuren. Selvi benadrukt dat flexibiliteit voor de werkende wel terug te brengen is, maar op een andere manier dan via nul uren. Vaardigheden die flexgevoel terugbrengen De kern van het betoog vat Selvi samen in één verschuiving. “Een kwart eeuw lang organiseerde de branche flexibiliteit door het risico bij de werkenden te leggen”. Dat kan niet meer. “Flexibiliteit moet je gaan organiseren aan de werkgeverskant.” Daarvoor moeten werkgevers en intermediairs volgens haar goed worden in drie dingen: leegloop sturen over meerdere opdrachtgevers, uren spreiden over langere periodes en kostprijzen berekenen per inlener en per arbeidsvoorwaardenpakket. Die vaardigheden worden volgens haar nu ‘nauwelijks als vak beschouwd, terwijl ze steeds belangrijker worden.’ Uren spreiden betekent concreet: contracturen niet per week afspreken, maar per kwartaal of per jaar. Wat in de ene week niet gewerkt wordt, kan in een andere week worden ingehaald. “Dat geeft een beetje het flexgevoel weer terug”, stelt Selvi. Wel geldt dat de uitzender zich moet houden aan de systematiek van de inlenerscao. Een jaarurennorm komt vooral voor in de horeca, recreatie en agrarische sector. Ook waarschuwt ze voor een misverstand: een jaarurennorm en een bandbreedtecontract zijn twee verschillende dingen en kunnen volgens de huidige regels niet worden gecombineerd. Eigen model: één contract, meerdere opdrachtgevers Maqqie bekeek vier contractmodellen: de jaarurennorm, detachering, zzp en een vierde model dat het platform zelf ontwikkelt. Geen van de vier dekt volgens Selvi de volledige lading. Detachering werkt vooral bij specialistische kennis en hogere marges, zzp blijft alleen weggelegd voor echte zelfstandigen. Het eigen model bestaat uit één arbeidsovereenkomst met minimumvoorwaarden en totale contracturen, met daaronder meerdere plaatsingen, eventueel in verschillende sectoren. Nieuw is een tussenlaag op klantniveau: opdrachtgevers krijgen een deel van de uren en verdelen die zelf over de opdrachten van de medewerker. Zo zijn leegloop en overwerk beter te beheersen, omdat wat bij de ene opdracht niet gewerkt kan worden, op een andere opdracht kan worden goedgemaakt. “Het draait om flexibiliteit over langere tijd en niet binnen een week”. Selvi is open over de juridische basis. “De wet biedt deze optie niet expliciet, maar het zegt ook niet dat het niet mag”. Maqqie ontwikkelt het model met juristen, engineers en een selecte groep klanten in een pilot, vooral in horeca, contractcatering, hospitality en recreatie. Sectoren met grote pieken en dalen, zoals festivals, en met cao’s waarin een jaarurennorm vaak al is ingebouwd. Lees ook: Melissa Selvi (Maqqie): ‘Wet meer zekerheid flexwerkers vraagt om creatievere contractmodellen’ Acht cao’s in één week De complexiteit is groot. Een kok kan op een evenement staan, maar ook in een bouwkantine of in de zorg. Timmers: “Je doet hetzelfde werk, maar je werkt volgens acht cao’s in één week.” Dat betekent acht arbeidsvoorwaardenpakketten die met elkaar moeten samenwerken. Maqqie ondersteunt naar eigen zeggen tachtig cao’s en gebruikt een interne AI-tool om wijzigingen te signaleren. “Anders kun je het nooit bijhouden. Zeker niet met tachtig cao’s”, legt Timmers uit. Er liggen ook nog open vragen. Welk cao-regime geldt per plaatsing? Hoe werken verplichte pensioenregelingen samen? Hoe voer je de gelijkwaardigheidstoets uit over meerdere pakketten heen, en wat gebeurt er als iemand van een dure naar een goedkopere plaatsing gaat? “Niemand heeft hier nu al het complete antwoord op. Ook wij niet”, erkent Selvi. Ook voor de werkende vraagt het model veel van de intercedent, die moet blijven letten op wat de flexwerker zelf wil doen. Timmers erkent dat het model van Maqqie ‘nog niet helemaal perfect’ is, maar nodigt partijen die worstelen met fluctuerende inzet over meerdere sectoren uit om mee te denken. Ook organisaties die geen klant zijn, kunnen volgens hem waardevolle input leveren voor de pilot. De uitkomsten daarvan zijn een volgende keer het bekijken waard. Onderken tijdig de gevolgen van Wmzf Uit een poll onder de kijkers bleek dat ruim een vijfde nog niet met de Wmzf bezig is en bijna veertig procent zich oriënteert. Het is nodig de gevolgen van de Wet meer zekerheid flexwerkers tijdig te onderkennen en je aan te passen, zegt Selvi. Zij adviseert nu al de overwerkregelingen, de informatieplicht, de zzp-portefeuille en de kostprijs per inlener op orde te brengen, en daarna te bepalen welk contractmodel past bij de eigen inzet en sectoren. “Het contractmodel en het datamodel, dat bouw je niet in zes maanden. Zorg dat tijd je vriend is. Dan kom je in 2028 niet voor verrassingen te staan.” Dit artikel is een samenvatting van het webinar ‘Het contractmodel van morgen’ dat 8 oktober jl. tijdens de Webinar Week is gehouden. Hierin gaat Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) in gesprek met Melissa Selvi en Emile Timmers van Maqqie over de gevolgen van de Wet meer zekerheid flexwerkers en de kansen voor intermediairs om werkgevers alternatieve contractmodellen te bieden. flexcontracten, nulurencontract, Wet Meer zekerheid flexwerkers Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws
30-09-2026Melissa Selvi (Maqqie): ‘Wet meer zekerheid flexwerkers vraagt om creatievere contractmodellen’
29-09-2026Randstad-topman Jeroen Tiel: ‘Dat er in ons land meer jongeren langs de kant staan, is niet uit te...