Redactie FlexNieuws 28 oktober 2026 0 reacties Print Bestaat het uitzendbureau in 2030 nog? Waarschijnlijk wint wendbaar het van grootStrengere wet- en regelgeving, AI en een blijvend krappe arbeidsmarkt: de uitzendbranche staat voor een fundamentele verandering. Diederik Keverling Buisman (BackOfficer) en Wim Davidse (Flexnieuws) verkennen hoe het uitzendbureau er in 2030 uitziet. Hun conclusie: de kansen liggen niet bij het grootste bureau, maar bij het bureau dat durft te bewegen.Drie krachten rammelen tegelijk aan de fundamenten van de flexbranche. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) verhoogt de lat voor iedereen die arbeidskrachten uitleent. AI neemt in rap tempo processen over. En de arbeidskrapte houdt aan, ook nu de economie al jaren sukkelt en de werkgelegenheid sinds het voorjaar zelfs licht krimpt. Wat betekent dat voor het uitzendbureau zoals we het vandaag kennen? Over die vraag gingen Diederik Keverling Buisman (commercieel directeur BackOfficer) en Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws en arbeidsmarktexpert) met elkaar in gesprek tijdens de Webinar Week eerder deze maand. Davidse bracht de cijfers in, Keverling Buisman sprak over de dagelijkse praktijk van de bureaus die BackOfficer bedient. Samen schetsen ze een branche die kleiner, eerlijker en vooral anders wordt. Gevolgen Wtta: minder bureaus, een eerlijker speelveld Dat het aantal bureaus gaat dalen, staat voor Keverling Buisman vast. Ongeveer 20.000 bedrijven staan ingeschreven als uitzendbureau, terwijl er zo’n 4.000 SNA-gecertificeerd zijn, het keurmerk van de Stichting Normering Arbeid. Een kijker merkte op dat malafide partijen zich toch al niet aan de regels hielden. “Alles valt en staat natuurlijk met de handhaving”, erkent Keverling Buisman. Het verschil met eerdere pogingen om de markt op te schonen zit volgens hem bij de inleners. Zij kunnen onder de Wtta ook zelf gecontroleerd worden en straks in een register nagaan of een bureau is toegelaten. Daardoor gaan ze veel kritischer kijken met welke uitleners ze in zee gaan. De invoering van het toelatingsstelsel is een grote operatie. Kees van Nieuwamerongen, interim-directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenorganisaties (NAU), rekent op ongeveer 15.000 voorlopige aanmeldingen zodra het loket op 1 november a.s. opengaat. Daar zitten ook partijen tussen die zichzelf nu niet als uitzender zien, zoals een accountantskantoor dat ongemerkt meer dan tien procent van zijn omzet uit uitlenen of detacheren haalt. Ook bonafide bureaus zullen afhaken, verwacht Keverling Buisman. Hij merkt het nu al bij kleinere organisaties die bij BackOfficer aankloppen omdat ze de kennis en de tijd voor het toelatingsstelsel niet hebben. Elk uur dat naar certificering gaat, gaat niet naar klanten en kandidaten. Hun boodschap vat hij samen als: “Het lukt me niet, dus help me.” Tegelijkertijd lopen de tarieven op. In de systemen van BackOfficer ziet Keverling Buisman, afhankelijk van de cao, prijsstijgingen van vijf tot tien procent. Bij een inflatie van ongeveer 3,5 procent is dat volgens Davidse “wel een gat wat je dicht moet kletsen naar je opdrachtgever”. Keverling Buisman ziet daar juist een voordeel van het nieuwe toelatingsstelsel: prijsvechters die goedkoop konden zijn omdat ze de regels ontliepen, verdwijnen. Dat maakt het makkelijker om uit te leggen waarom een tarief is wat het is. Kansen in interne flexschil Toch blijkt juist dat uitleggen lastig. Davidse wijst op een LinkedIn-discussie waarin externe inhuur werd afgezet tegen eigen personeel, zonder werkgeverslasten en de kosten van HR en leidinggevenden mee te rekenen. Volgens hem mis je zo misschien wel een derde van je kosten. “Het is een heel ingewikkelde rekensom die niemand overziet aan de inleenkant.” Daar ligt volgens Keverling Buisman de sleutel voor het bureau van 2030. “Het is belangrijk om juist naast de inlener te gaan staan.” Wie meedenkt over de flexpool en uitlegt wat de wet- en regelgeving betekent, levert waarde waarvoor opdrachtgevers ook willen betalen. Specialisatie versterkt dat. In de data van BackOfficer groeien gespecialiseerde bureaus duidelijk harder. Een algemeen bureau kan nog steeds succesvol zijn, maar dan met een scherpe doelgroep of regio. Davidse ziet een grote kans voor uitzenders in de interne flexschil van opdrachtgevers. Van de ongeveer tien miljoen werkenden in Nederland is zo’n een miljoen oproep- of invalkracht, tegenover zo’n 3,5 procent in uitzenden en detacheren. Met de Wet meer zekerheid flexwerkers verdwijnen nulurencontracten, en moeten werkgevers hun interne flexibiliteit anders organiseren. “De flexbranche heeft veel meer verstand van flex dan de opdrachtgever”, stelt Davidse. Keverling Buisman denkt nog een stap verder: van input naar output. “Je wilt dat er resultaat komt. Output.” Dat resultaat kan straks deels geleverd worden door een AI-agent, aangevuld met mensen. Davidse vat het droog samen: “Hoort eigenlijk bij je flexschil, zo’n AI-agent.” Twee derde van de kijkers vindt dat voorlopig nog sciencefiction. Maar Keverling Buisman wijst erop dat niemand een jaar geleden had verwacht waar AI nu staat. Dat de term uitzendbureau dan niet meer volstaat, vindt Davidse al sinds zijn tijd bij Vedior. “Als je zegt uitzendbureau, kap je al die mogelijkheden af.” Keverling Buisman noemt daarnaast de negatieve beeldvorming in het nieuws, waar het woord uitzenden vaak samenvalt met huisvesting of slechte arbeidsomstandigheden. “We zijn veel meer dan het uitzenden van mensen.” Toch wil een krappe meerderheid van de kijkers de term gewoon houden. Skills boven cv dankzij AI Dat AI per saldo banen oplevert, daarover zijn beide sprekers het eens. Het World Economic Forum rekende eerder voor dat er wereldwijd per saldo 78 miljoen banen bij komen. In transport, logistiek, productie, metaal en bij schilders, waar veel uitzendkrachten werken, verandert volgens Keverling Buisman weinig: de krapte blijft. AI raakt vooral kenniswerkers. Davidse: “Als jij niet vakman of vakvrouw bent, dan moet je op gaan letten.” Hij ziet in IT en marketing al juniorfuncties uitgehold raken. De oplossing ligt in denken in vaardigheden in plaats van functies. Davidse is daar sceptisch over. “Zodra ik het woord skills hoor, begin ik al een beetje te zweten.” Er wordt al jaren over gepraat, maar leidinggevenden blijven in vacatures denken. Keverling Buisman denkt dat AI die impasse kan doorbreken, door de benodigde skills uit een vacature te halen en die over cv’s te leggen. “Dan is het niet meer wat je gedaan hebt, maar wat de potentie is.” Lees ook: Skillscoalitie: ruim twintig sectoren gaan vaardigheden eenduidig vastleggen Davidse maakt het concreet met de contactcenters, lange tijd een stevige markt voor uitzenders. Chatbots nemen daar een flink deel van het werk over, terwijl tegelijkertijd iedereen klaagt over krapte. Wat doe je dan met al die jonge medewerkers? “Op een gegeven moment houdt de kennis op bij een chatbot”, zegt Keverling Buisman. Wie die kennis toevoegt, als tweede of derde lijn achter de bot, blijft waardevol. Davidse ziet nog een route: wie goed kan praten, heeft skills die ook in andere beroepen passen. AI kan die verbanden blootleggen. Volgens Keverling Buisman wordt de kandidatenvijver zo groter, en ligt er een kans voor bureaus in omscholen en opleiden. Ook het werk van de intercedent verandert. Matching, onboarding en cv-checks kan AI grotendeels overnemen. Daardoor komt er tijd vrij voor persoonlijk contact, advies aan opdrachtgevers en loopbaanbegeleiding van kandidaten, werk dat AI juist niet kan. Een kijker merkte op dat intercedenten dan flink moeten bijscholen. Keverling Buisman spreekt liever van een iets ander profiel, waar je met training naartoe kunt werken. Lees ook: AI bij BackOfficer: slimmer werken, met aandacht Groei kleinere bureaus en specialisten Over één ding waren sprekers en kijkers het vrijwel unaniem eens: de winnaar van 2030 is niet het grootste bureau, maar het bureau dat het snelst van koers kan wijzigen. Wet- en regelgeving en technologie veranderen zo snel dat omvang eerder een last wordt. Een grote organisatie is als een mammoettanker die traag en moeizaam van zijn koers afwijkt. Kleine en middelgrote bureaus zijn de speedbootjes die heel wendbaar zijn, dus sneller kunnen inspelen op wat er in de markt gebeurt. Davidse onderbouwt dat met cijfers uit de FlexNieuws Top100. Sinds 2008 zijn de traditionele grote vier uitzendorganisaties, Randstad, RGF Staffing (voorheen USG People), Adecco Group en ManpowerGroup, samen in omzet ongeveer een derde kleiner geworden. In dezelfde periode verdubbelde de branche. De groei zat bij de kleinere bureaus en de specialisten. “Het is eigenlijk een soort van natuurwet”, concludeert Davidse. Groot denken, klein beginnen Bestaat het uitzendbureau in 2030 nog? Wel in een andere vorm: kleiner in aantal, specialistischer, met meer advies en regie, en met AI als vaste collega. Hoe kom je daar? “Je hoeft er niet een heel groot project van te maken”, zegt Keverling Buisman. Begin met vacatureteksten en cv’s, maar organiseer het centraal in plaats van iedere intercedent zelf te laten experimenteren. Laat AI het concept maken, blijf er zelf bij betrokken en investeer vooral in wat AI niet kan. “Ga oefenen. Ga doen.” Davidse noemt het paradoxaal: de grote verandering ligt ergens aan de horizon, over twee of zes jaar, maar de eerste stap zet je nu. Een big bang vanuit een groot plan werkt volgens hem niet. “Zorg dat je die visie hebt en begin vandaag klein met de eerste stap.” Lees ook: Han Mesters (ABN AMRO): ‘AI verandert rol uitzender fundamenteel’ Dit artikel is een samenvatting van het webinar Bestaat het uitzendbureau in 2030 nog?, dat eerder deze maand tijdens de Webinar Week is gehouden. Hierin gaat Wim Davidse (FlexNieuws) in gesprek met Diederik Keverling Buisman (BackOfficer) over de toekomst van het uitzendbureau. AI, backoffice, BackOfficer, WTTA Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws