SLUIT MENU

Klachten over uitzendbureaus nemen flink toe, opvolging door Arbeidsinspectie blijft achter

Het aantal klachten over uitzendbureaus is tussen 2023 en 2025 met bijna veertig procent gestegen. Vooral meldingen over veilig en gezond werk namen sterk toe. In de categorie eerlijk werk bleef het aantal inspecties echter vrijwel gelijk, blijkt uit vrijgegeven cijfers van de Arbeidsinspectie.

Hoeveel klachten komen er binnen over uitzendwerk en wat gebeurt daar vervolgens mee? Via een Woo-verzoek (Wet open overheid) zijn cijfers van de Nederlandse Arbeidsinspectie vrijgegeven over de meldingen die in 2023, 2024 en 2025 binnenkwamen over uitzendbureaus, uitgesplitst naar onderwerp. Die cijfers laten een opvallend patroon zien: het aantal meldingen groeit hard, maar de opvolging groeit niet overal even hard mee. Een melding betekent overigens niet automatisch dat sprake is van een overtreding. Meer meldingen hoeven dus niet per definitie te wijzen op meer problemen in de uitzendbranche. 

Meldingen flink omhoog, inspecties bij eerlijk werk nauwelijks

In 2023 kreeg de Arbeidsinspectie 815 klachten binnen over uitzendbureaus. In het jaar 2024 waren er 869 klachtmeldingen en in 2025 zelfs 1.132. Een stijging van bijna veertig procent in twee jaar tijd.

De groei zit vooral bij veilig en gezond werk. Het aantal meldingen steeg daar van 137 in 2023 en 216 in 2024 naar 288 in 2025, meer dan een verdubbeling. Die stijging is ook terug te zien in de opvolging. Het aantal meldingen dat als opvolgingswaardig werd aangemerkt, steeg in twee jaar tijd van 21 naar 41. Het aantal inspectiezaken nam toe van 21 naar 38.

Bij de categorie eerlijk werk ligt dat anders. Daar steeg het aantal meldingen van 639 in 2023 en 653 in 2024 naar 830 in 2025, een groei van bijna dertig procent. Het aantal meldingen dat als opvolgingswaardig werd aangemerkt, bleef echter nagenoeg gelijk: van 191 naar zo’n 200. 

Ook het aantal inspectiezaken nam nauwelijks toe: van 153 in 2023 naar 157 in 2025, een stijging van amper drie procent. Meer meldingen leiden bij eerlijk werk dus niet automatisch tot meer onderzoek, terwijl dat bij veilig en gezond werk wel het geval is. 

“Meer meldingen betekent niet dat we automatisch meer inspecteurs hebben”, zegt een woordvoerder van de Arbeidsinspectie in reactie op de cijfers. “We doen wat we kunnen, binnen de capaciteit die op dat moment beschikbaar is. Dat is altijd zo: we bepalen op basis van onze integrale inspectiebrede risicoanalyse hoe we handhaven.”

Volgens het Financieele Dagblad is de capaciteit van de Nederlandse Arbeidsinspectie (in fte) sinds 2010 met 55 procent gestegen. 

Wet minimumloon torent boven de rest uit

Uit de bijlage bij het Woo-besluit, met een uitsplitsing van alle meldingen naar onderwerp, blijkt dat één wet met kop en schouders boven de rest uitsteekt: de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). In 2023 gingen 502 van de 639 meldingen over eerlijk werk (79%) alleen al over de WML. In 2025 waren dat 620 van de 830 meldingen (75%). Ter vergelijking: het aantal meldingen dat specifiek betrekking had op de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) kwam uit op 68 in 2023 en 83 in 2025. Dat is een fractie van het aantal meldingen over de WML.

Volgens de Arbeidsinspectie is het relatief hoge aandeel meldingen over de WML te verklaren. “Waarschijnlijk omdat het voor betrokkenen een grote reden is om een melding te doen. Wat logisch is: mensen hebben recht op eerlijke beloning naar werk. Het is voorstelbaar dat meldingen onder de WML worden geschaard terwijl het bijvoorbeeld om een niet-betaalde toeslag of een cao-overtreding gaat. En dus niet altijd letterlijk om onderbetaling.” 

In 2023 lag overtreding vaker bij de inlener dan bij het uitzendbureau

De cijfers over de geconstateerde overtredingen laten vervolgens een opvallende verschuiving zien. In 2023 werden in totaal 666 overtredingen geconstateerd. Daarvan kwamen er 372 (56%) voor rekening van de inlener, tegenover 294 (44%) voor het uitzendbureau zelf. Bij meer dan de helft van de geconstateerde overtredingen lag de verantwoordelijkheid dus bij het bedrijf dat de arbeidskrachten inleende en niet bij het uitzendbureau.

In 2024 is het beeld precies omgekeerd. Er werden in totaal 373 overtredingen geconstateerd. Daarvan kwamen er 150 (40%) voor rekening van de inlener, tegenover 223 (60%) voor het uitzendbureau zelf. Hier schuift de verantwoordelijkheid dus op naar het uitzendbureau. 

In 2025 wordt deze tendens verder doorgezet: van de 36 geconstateerde overtredingen kwamen er 29 (81%) voor rekening van het uitzendbureau en zeven (19%) bij de inlener. Die omslag is opvallend. Tegelijkertijd is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies uit de vergelijking: in 2025 gaat het om slechts 36 geconstateerde overtredingen, tegenover 666 in 2023. Het verschil in aantallen is daarmee zeer groot.

Bovendien zijn de zaken van 2025 voor een groot deel nog niet afgerond, waardoor er nog geen conclusies kunnen worden getrokken. “Vaak zijn keten-zaken ingewikkeld en duren daarmee langer om tot afronding te komen. En juist daar kom je ook bij de inlener uit als overtreder. Mogelijk heeft dit ook te maken met een gewijzigde afbakening van de onderzoeksperiode”, licht de woordvoerder van de Arbeidsinspectie toe. 

Bron: Nederlandse Arbeidsinspectie, Woo-besluit inzet en bemiddeling arbeidsmigranten, jaaroverzichten meldingen uitzendbureaus 2023, 2024 en 2025.

 

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *