‘Erkenning op papier lost woningtekort voor arbeidsmigranten niet op’ Geplaatst 6 april 2026 door Redactie FlexNieuws De Tweede Kamer stemde op 24 maart 2026 in met de novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daarmee staan de seinen op groen voor verdere behandeling van deze wet, die overheden meer mogelijkheden moet geven om te sturen op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd. Dat arbeidsmigranten daarin officieel worden aangewezen als aandachtsgroep – naast studenten, ouderen en statushouders – is een belangrijke stap. “Maar erkenning op papier lost nog geen woningtekort op”, schetst Jaap Uijlenbroek, CEO van Lento.eu, het internetplatform voor huisvesting van arbeidsmigranten. “Dit is het startschot voor gemeenten en provincies om dit te vertalen naar concrete woonplekken.” Onzichtbare groep in het woonbeleid Volgens Uijlenbroek ging het daar de afgelopen jaren juist mis. “Arbeidsmigranten zijn al jaren zichtbaar op de arbeidsmarkt, maar onzichtbaar in het woonbeleid. Er werd wel ruimte gemaakt voor bedrijvigheid en werkgelegenheid, maar veel minder voor de vraag waar de mensen die dat werk verrichten moeten wonen.” Daardoor liep de praktijk volgens hem achter de feiten aan. “Dat zorgde voor druk op woonwijken, vakantieparken en overvolle panden. En dat terwijl de rijksoverheid beter zicht kan geven op de omvang van die groep, bijvoorbeeld door gegevens van mensen die in Nederland werken te vergelijken met de Basisregistratie Personen (BRP).” Lees ook: Minister Paul onder vuur om regeling huisvestingskosten arbeidsmigranten Van erkenning naar uitvoering De betekenis van de wet gaat volgens Uijlenbroek dan ook verder dan een formele erkenning. “Gemeenten en provincies kunnen straks niet meer volhouden dat arbeidsmigranten wel een economisch vraagstuk zijn, maar geen onderdeel van de huisvestingsopgave. Als de wet gaat over regie voor wie er wordt gebouwd, hoort deze groep daar gewoon bij.” Dat vraagt volgens hem om scherpe keuzes in onder meer tekortanalyses, woonprogrammering en locatiebeleid. Gemeenten moeten zelf regie nemen Uijlenbroek benadrukt dat provincies en gemeenten niet hoeven af te wachten. “De richting is helder. Wie nu al de opgave in beeld brengt en locaties aanwijst, neemt daadwerkelijk regie.” Daarbij is wel een belangrijke rol weggelegd voor het Rijk, zegt hij. “Dat moet snel komen met bruikbare cijfers, zodat gemeenten niet blijven werken met aannames of versnipperde informatie.” ‘Papieren erkenning is niet genoeg’ Tot slot waarschuwt Uijlenbroek voor stilstand. “Als we dit moment laten passeren zonder dat provincies en gemeenten echte opgaven formuleren, verandert er niets. Dan krijgen arbeidsmigranten wel een plek in de wet, maar geen dak boven hun hoofd. En blijft de druk op woonwijken, vakantieparken en overvolle panden bestaan. Dat kan niet de bedoeling zijn van een wet die juist is bedoeld om de regie terug te brengen in de volkshuisvesting.” Lees ook: Nieuw kabinet legt verantwoordelijkheid voor goede arbeidsmigratie bij werkgevers Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags arbeidsmigratie, huisvesting arbeidsmigranten | Reacties uitgeschakeld voor ‘Erkenning op papier lost woningtekort voor arbeidsmigranten niet op’
De Wtta is geen bureaucratie; het is een opschoning waar onze branche om vroeg Geplaatst 3 april 2026 door Marcel Slaghekke Veel ondernemers in onze branche kijken met enige weerzin naar de Wtta. Ik begrijp dat. Een nieuw toelatingsstelsel betekent papierwerk, kosten en onzekerheid over wat de toezichthouder straks precies wil zien. Ik kijk er anders naar. De geschiedenis van een sector Ik ben veertig jaar geleden begonnen in de uitzendbranche met toen der tijd een uitzendvergunning. In die jaren is onze sector veranderd van een schaduweconomie aan de randen van de arbeidsmarkt tot een serieuze pijler van de Nederlandse economie. Die professionalisering ging in golven. De afschaffing van de vergunning. De wet Flex en Zekerheid, de SFT-certificering en opvolger, de SNA-certificering. De Waadi. De Wet DBA. Die opschoningen waren goed voor de markt. Eerlijk gezegd waren ze ook goed voor de bedrijven die wél meekonden. Helaas ontbrak het de overheid aan handhaving en ontstond er wildgroei. De Wtta past in die lijn. Hij vraagt wat eerdere wetten ook vroegen: laat zien dat je het serieus meent. Maar nu is de overheid wel van plan te handhaven en inleners aansprakelijk te stellen. Wat de wet écht doet De Wtta gaat per 1 januari 2027 in. De handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start een jaar later, op 1 januari 2028. Vanaf dat moment mogen alleen uitleners die zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) nog arbeidskrachten ter beschikking stellen. De wet beoordeelt niet één onderdeel van je organisatie. Hij kijkt naar het totaalplaatje. Sluiten je processen op elkaar aan? Klopt je administratie? Kun je aantonen dat verloning, contracten en compliance kloppen? Dat is geen checklist. Dat is een vraag naar de inrichting van je bedrijf. In de praktijk zie ik dat veel intermediairs hier kwetsbaar zitten. Niet omdat ze het slecht doen, maar omdat hun verantwoordelijkheden verdeeld zijn over meerdere partijen. Een payroller hier, een boekhouder daar, een eigen contractenmap in de cloud. Het werkt, zolang het goed gaat. Bij een controle gaat het minder goed werken. De borg van honderdduizend euro Een element dat in mijn gesprekken vaak onderschat wordt, is de financiële zekerheidstelling. De Wtta verplicht uitleners om een waarborgsom van €100.000 te storten als onderdeel van de toelating. Voor starters geldt een gespreide regeling: €50.000 bij aanvang en €50.000 na zes maanden. Voor uitleners die al vier jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan met deze activiteit, en die kunnen aantonen dat zij hun fiscale verplichtingen zijn nagekomen, kan een vrijstelling gelden. Honderdduizend euro klinkt overzichtelijk op papier. Voor een ondernemer in opbouw is het dat niet altijd. Voor sommige partijen wordt de borg de feitelijke drempel die bepaalt of zij na 2027 nog in de markt actief zijn. Dat is, denk ik, ook precies de bedoeling van de wetgever. Ook de inlener heeft straks een verplichting Wat in veel discussies over de Wtta onderbelicht blijft, is de positie van de inlener. De wet legt namelijk niet alleen verplichtingen op aan de uitlener. Vanaf de start van de handhaving in 2028 mag een opdrachtgever uitsluitend personeel inhuren via een uitlener die in het openbare register van de NAU staat. Doet hij dat niet, dan is hij zelf in overtreding. Er komt geen automatische signalering als een uitlener zijn toelating verliest. De inlener moet zelf actief blijven controleren. En de boetes voor inleners die met een niet-toegelaten partij blijven werken kunnen aanzienlijk zijn, tot in de tienduizenden euro’s per overtreding. Wat dit voor de markt betekent, is voorspelbaar. Opdrachtgevers gaan eerder stoppen met samenwerken dan dat ze het risico lopen op een boete of reputatieschade. Wtta-toelating wordt daarmee de facto een commerciële voorwaarde, niet alleen een juridische. Een “licence to operate”! Voor intermediairs heeft dit een directe consequentie. Wie straks niet in het register staat, raakt klanten kwijt. Niet omdat de klant boos is, maar omdat de klant zichzelf moet beschermen. De rol van juridisch werkgeverschap De Wtta legt het zwaartepunt bij de juridisch werkgever. Dat is de partij die formeel verantwoordelijk is voor arbeidsovereenkomsten, loon en personeelsdossiers. Als die rol verspreid is over meerdere partijen, wordt aantoonbaarheid lastig. En aantoonbaarheid is precies waar de wet op stuurt. Daarom geloof ik dat de Wtta iets zal versnellen wat al een paar jaar aan de gang is. Ondernemers die hun backoffice en juridisch werkgeverschap onderbrengen bij één partij die er volledig op ingericht is. Bij Backoffice Plus hebben we die keuze jaren geleden bewust gemaakt. Niet om commerciële redenen, maar omdat we vonden dat een uitzendintermediair zich moet kunnen richten op klanten en mensen. Niet op artikel 7:610a BW en de laatste interpretatie van de Inspectie SZW. Voor intermediairs heeft dit nog een praktisch voordeel. Wie zijn juridisch werkgeverschap onderbrengt bij een toegelaten backoffice-partij, hoeft zelf geen toelating aan te vragen. De toelating zit dan bij ons. Inclusief de borg, het normenkader en het toezicht. Wat ik intermediairs meegeef Een Wtta-controle is niet iets om bang voor te zijn. Het is iets om op voorbereid te zijn. Het verschil zit in hoe je je organisatie hebt ingericht. Niet in hoe snel je een checklist kunt aflopen. Mijn advies: gebruik de aanloop naar 2027 om je structuur eens grondig door te lichten. Waar liggen verantwoordelijkheden? Waar zit informatie? Wie is, juridisch, de werkgever? Kun je de €100.000 borg dragen? En zo niet, wie wel? Als die antwoorden helder zijn, ben je voorbereid. Zo niet, dan heeft de wet je een dienst bewezen. Voor mij is dat de echte waarde van de Wtta. Niet de boete, maar de aanleiding om je zaken op orde te krijgen. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags Backoffice Plus, wet dba, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor De Wtta is geen bureaucratie; het is een opschoning waar onze branche om vroeg
Bouwbedrijven wijzigen inhuurbeleid door schijnzelfstandigheid, zzp’ers niet van plan te stoppen Geplaatst 3 april 2026 door Redactie FlexNieuws Nieuw onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) laat twee gezichten van de discussie over schijnzelfstandigheid in de bouw en infra zien. Enerzijds toont het onderzoek aan dat het feitelijke risico relatief beperkt is. Anderzijds leidt de handhaving sinds 2025 tot grote gedragsveranderingen bij bedrijven, met name uit angst voor naheffingen en boetes. Opvallend: zzp’ers zelf zijn nauwelijks van plan om in loondienst te gaan. Beperkt deel zzp’ers in risicozone Op basis van tien indicatoren concludeert het EIB dat slechts een beperkt deel van de zzp’ers kenmerken vertoont die richting werknemerschap wijzen. Zo blijkt dat slechts 3 procent van de zzp’ers minder dan 36 euro per uur verdient, ongeveer 90 procent meerdere opdrachtgevers heeft en slechts 16 procent sterk afhankelijk is van één opdrachtgever. Andere indicatoren wijzen wat meer op een mogelijk risico, maar zijn vooral gerelateerd aan specifieke delen van de sector. Zo hebben zzp’ers die vooral voor aannemers werken vaak minder vrijheid, waardoor er sneller sprake kan zijn van een gezagsverhouding. Bijna een kwart geeft aan niet zelf verantwoordelijk te zijn voor het herstellen van fouten. Dat kan duiden op beperkte commerciële risico’s — een van de Deliveroo-criteria — al merkt het EIB op dat bouwfouten in de praktijk vaak lastig aan één persoon zijn toe te rekenen. Ook buitenlandse zzp’ers vormen volgens het EIB een risicogroep. Door taalbarrières en een beperkt lokaal netwerk zijn zij vaker aangewezen op bemiddelaars die ‘totaalpakketten’ aanbieden, inclusief huisvesting en soms vervoer. Zulke constructies vergroten de afhankelijkheid. Voor de Belastingdienst vormen bemiddelings- en detacheringsbureaus die buitenlandse zzp’ers inzetten daarom een duidelijke risicogroep voor gerichte handhaving. Grootste probleem: onduidelijkheid in wetgeving De kern van de onzekerheid zit volgens de onderzoekers niet zozeer in de praktijk, maar in de toetsing. Die draait sterk rond het begrip ‘gezag’, een criterium dat in de praktijk lastig objectief te meten is. Voor de bouwsector levert dat extra frictie op: werken in teams is vaak noodzakelijk vanwege veiligheid en efficiëntie, projecten duren lang waardoor afhankelijkheid van één opdrachtgever logisch kan zijn, en aansturing is soms functioneel in plaats van hiërarchisch. Wat in andere sectoren een indicatie van werknemerschap is, kan in de bouw operationeel noodzakelijk zijn, zo stellen de onderzoekers. Lees ook: Convenant veilig werken in de bouw: leerprojecten ABU en NBBU van start Grote bedrijven nemen vaker maatregelen Beperkt risico of niet: het onderzoek laat zien dat veel bedrijven wel in beweging zijn gekomen. Opvallend is daarbij het verschil tussen grote en kleine bedrijven. De enquête onder bouw- en infrabedrijven toont aan dat grote bedrijven (meer dan 100 werknemers) op vrijwel alle fronten actiever zijn dan kleinere bedrijven. Zo heeft circa 80 procent van de grote bedrijven zzp’ers een aanbod gedaan om in dienst te treden, tegenover slechts zo’n 35 procent van de kleinste bedrijven (minder dan 20 werknemers). Ook screenen grote bedrijven veel vaker op ondernemerschap van zzp’ers: ruim 70 procent doet dit, tegenover circa 25 procent van de kleinste bedrijven. Bij het aanpassen van de wijze waarop zzp’ers worden ingehuurd zien we een vergelijkbaar patroon: ongeveer 75 procent van de grote bedrijven heeft hieraan gesleuteld, tegen zo’n 45 procent van de kleinste bedrijven. Ook het verminderen van zzp-inhuur komt bij grote bedrijven vaker voor (circa 75%) dan bij de kleinste bedrijven (ruim 40%). Kleine bedrijven in spagaat De kleinste bedrijven lijken het meest in een spagaat te zitten. Eventuele hoge naheffingen zijn voor hen lastiger te dragen. Maar ze hebben ook last van een andere trend die het rapport signaleert: zzp’ers zijn nauwelijks geneigd om in loondienst te komen. Driekwart van alle zzp’ers verwacht namelijk over een jaar nog steeds zelfstandig te zijn. Ongeveer 9 procent denkt te zijn gestopt vanwege pensionering of doorgroei naar zelfstandige met personeel, 7 procent weet het nog niet en slechts 8 procent verwacht te zijn gestopt als zzp’er vanwege andere redenen, waaronder handhaving op schijnzelfstandigheid. Als belangrijkste reden om te starten als zzp’er noemen bouwprofessionals bekende thema’s: de vrijheid om naar eigen inzicht te werken, de mogelijkheid om de eigen tijd in te delen en het vakmanschap beter tot uiting kunnen brengen. Minder dan 5 procent geeft aan niet uit eigen keuze zzp’er te zijn geworden. Trendbreuk: minder zzp’ers in de bouw Hoewel zzp’ers zelf niet van plan zijn te stoppen, is er wel degelijk een daling zichtbaar. Uit CBS-cijfers over 2025 blijkt dat er minder zzp’ers in de bouw werken en ook de KVK ziet minder starters in de sector. Lees ook: Welke zzp’ers werken voor minder dan 38 euro per uur en hoeveel zijn het er? De daling van het aantal zelfstandigen hangt volgens het EIB dan ook ‘vooral samen met teruglopende inhuur door opdrachtgevers en minder met een afnemende bereidheid van zzp’ers om zelfstandig te werken.’ Ruim 40 procent van de bedrijven geeft aan de inhuur van zzp’ers te hebben verminderd ten opzichte van een jaar eerder. Voor 60 procent van deze bedrijven is de mogelijke handhaving door de Belastingdienst de belangrijkste reden. Roep om duidelijke criteria Het EIB constateert dat de huidige onzekerheid met name komt door de relatief ‘zachte’ en moeilijk meetbare criteria en de vraag in hoeverre de Belastingdienst die in de uitvoering kan handhaven. Deze onduidelijkheid zorgt voor onrust bij zowel bedrijven als zzp’ers in de bouwsector. Veel partijen pleiten daarom voor eenvoudige, objectieve en toetsbare criteria, bijvoorbeeld een duidelijke uurtariefgrens of standaard verplichte contractuele afspraken. Zolang die er niet zijn, blijft de sector laveren tussen de behoefte aan flexibele arbeidskrachten en de angst voor naheffingen. Download het onderzoek Het volledige onderzoek ‘Schijnzelfstandigheid in de bouw en infra’ is uitgevoerd door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en is hier te downloaden. Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags bouw, schijnzelfstandigheid, zzp | Reacties uitgeschakeld voor Bouwbedrijven wijzigen inhuurbeleid door schijnzelfstandigheid, zzp’ers niet van plan te stoppen
Eerste gast in podcast ‘DetAIchering’ van Joinuz: Spadework Geplaatst 2 april 2026 door Joinuz In de eerste aflevering van DetAIchering staat de rol van AI in het vereenvoudigen van recruitmentprocessen centraal. Te gast is Lucas Meijer, medeoprichter van Spadework, dat zich richt op het automatiseren van administratieve taken binnen detachering. De kernboodschap: technologie kan veel werk overnemen, maar menselijke interactie blijft bepalend. 5 inzichten voor het werken met AI Dit zijn de belangrijkste inzichten die hij deelt in deze podcastaflevering: Administratie als grootste inefficiëntie Recruiters zijn sterk in het verbinden van mensen, maar besteden nog veel tijd aan administratieve taken. AI kan juist hier direct waarde toevoegen door processen te versnellen en te standaardiseren. Van CV naar gestructureerd profiel in minuten Spadework ontwikkelde een tool die CV’s automatisch analyseert, herstructureert en omzet naar uniforme profielen. Waar dit voorheen handmatig gebeurde, kost het nu slechts enkele minuten, inclusief controle. Databasekwaliteit als strategisch voordeel Veel organisaties beschikken over verouderde of incomplete kandidaatdata. Door profielen automatisch te verrijken met actuele informatie (bijvoorbeeld via LinkedIn), ontstaat een beter inzetbare database voor matching en marketing. Matching blijft complex Hoewel automatische matching een logische volgende stap lijkt, blijkt dit in de praktijk afhankelijk van datakwaliteit en procesinrichting. Zonder goede input blijft automatisering beperkt effectief. Explosie van AI-tools vraagt om selectie De markt wordt overspoeld met nieuwe oplossingen. Recruiters moeten kritisch blijven en zich richten op tools die daadwerkelijk processen verbeteren, in plaats van enkel innovatief lijken. Garbage in, garbage out. Je database is je goud. Als die niet op orde is, kun je met AI nog steeds geen goede matches maken – Lucas Meijer Breder perspectief De inzichten sluiten aan bij bredere ontwikkelingen in de recruitmentsector. Door arbeidsmarktkrapte en toenemende druk op efficiëntie groeit de behoefte aan schaalbare oplossingen. AI speelt hierin een sleutelrol, vooral bij het automatiseren van repetitieve taken, verbeteren van datakwaliteit en versnellen van de time-to-hire. Tegelijkertijd brengt AI nieuwe vraagstukken met zich mee, zoals privacy (AVG) en bias in selectieprocessen. In Europa wordt recruitment bovendien gezien als ‘high-risk AI’, wat menselijke controle verplicht stelt. Lees ook: Nieuwe podcast ‘DetAIchering’ laat zien hoe AI de toekomst van detachering vormgeeft Procesdiscipline en datakwaliteit De verwachting is dat binnen drie jaar een groot deel van de administratieve taken geautomatiseerd zal zijn. Recruiters verschuiven daardoor richting relatiebeheer, advies en commerciële activiteiten. De aflevering benadrukt dat succesvolle inzet van AI niet begint bij technologie, maar bij procesdiscipline en datakwaliteit. Wie daarin investeert, kan versnellen zonder de menselijke maat te verliezen. Luister hier de eerste aflevering en ontdek hoe AI het recruitmentproces kan versnellen: Geplaatst in AI, In de cloud | Tags AI, detachering, joinuz | Reacties uitgeschakeld voor Eerste gast in podcast ‘DetAIchering’ van Joinuz: Spadework
Zakelijk e-mailadres als vertrouwenssignaal bij AI-phishing Geplaatst 1 april 2026 door Tips AI heeft phishing in 2025-2026 een stuk overtuigender gemaakt. Waar je vroeger nog kon letten op krom Nederlands of rare opmaak, zijn veel nepberichten nu grammaticaal foutloos, persoonlijk en geschreven in een toon die lijkt op die van een collega. Securitypartijen beschrijven hoe generatieve AI phishingberichten juist beter maakt door personalisatie en schaal. Daar komt bij dat er ‘dark AI’-varianten zijn, zoals WormGPT en FraudGPT, die expliciet worden genoemd als tools die cybercrime makkelijker maken. In een HR- en flexomgeving maakt dat de inbox ineens een hoger-risicokanaal. Waarom de klassieke phishing-signalen verdwijnen De vertrouwde alarmsignalen werken minder goed dan voorheen. Een mail hoeft vandaag niet meer slordig of onlogisch over te komen om toch fraude te zijn. Met behulp van generatieve AI kunnen aanvallers in korte tijd meerdere varianten maken, berichten afstemmen op de ontvanger en een toon kiezen die betrouwbaar overkomt. Daarmee verdwijnt ook een belangrijke houvast. Jarenlang was het advies simpel: let op rare zinnen, vreemde fouten of onnatuurlijke formuleringen. Maar als die kenmerken vervagen, moet de ontvanger terugvallen op andere signalen. En dan wordt de afzender ineens veel relevanter. Een zakelijk e-mailadres helpt vertrouwen sneller opbouwen Een van de weinige elementen die nog wél controleerbaar zijn, is het afzenderdomein. Een e-mailadres dat hoort bij een eigen domein kan technisch worden geverifieerd via standaarden zoals SPF, DKIM en DMARC. Daarmee kunnen ontvangende mailservers controleren of een bericht daadwerkelijk afkomstig is van de organisatie die in het afzenderadres staat. Dat maakt het verschil met algemene mailboxen, waar die controle beperkter is. Zeker voor kleinere organisaties, starters en zzp-recruiters is dat relevant. Juist in de fase waarin je nog aan je naam bouwt, helpt een herkenbaar en consistent afzenderadres om vertrouwen sneller op te bouwen. Waarom dit extra relevant is binnen HR en flex Binnen recruitment en flexwerk ontstaan veel contacten vanuit een eerste mail. Kandidaten sturen persoonlijke gegevens, opdrachtgevers delen documenten en er wordt regelmatig gevraagd om snel te reageren. In die context moet een ontvanger vaak in één oogopslag inschatten of het legitiem is. Een professioneel afzenderadres draagt bij aan die inschatting. Het laat zien dat communicatie vanuit een vaste structuur komt en gekoppeld is aan een organisatie, ook als die nog in opbouw is. Voor zzp-recruiters en kleine bureaus is dat een praktisch hulpmiddel om betrouwbaarheid uit te stralen. Een zakelijk adres maakt 2FA nog belangrijker Er zit ook een keerzijde aan vertrouwen. Een zakelijk adres dat wordt gehackt, is gevaarlijker dan een gehackte mailbox, omdat collega’s en klanten sneller geloven dat het bericht klopt. Daarom hoort bij professioneel mailgebruik altijd een tweede laag: tweefactor-authenticatie (2FA/MFA) op e-mail en op de beheeraccounts waarmee mail wordt ingesteld. Daarnaast blijft het belangrijk om interne afspraken te maken: bij financiële verzoeken of wijzigingen in gegevens altijd verifiëren via een tweede kanaal, zoals telefoon of een intern communicatiemiddel. Dat geldt ook als het afzenderadres op het eerste gezicht klopt. Praktische start: professionele mailboxen goed regelen Voor veel starters voelt een professioneel mailadres nog als iets voor later. Toch laat de praktijk zien dat juist in een omgeving met overtuigende AI-phishing kleine signalen zwaarder wegen. Als praktisch startpunt kun je zakelijke email gebruiken, zodat je communicatie vanuit je eigen domein loopt en je inrichting meegroeit met je organisatie. Geplaatst in verborgen berichten | Reacties uitgeschakeld voor Zakelijk e-mailadres als vertrouwenssignaal bij AI-phishing