"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Welke zzp’ers werken voor minder dan 38 euro per uur en hoeveel zijn het er?

Minister Aartsen wil een rechtsvermoeden van werknemerschap invoeren voor zelfstandigen met een uurtarief onder de 38 euro. Dat heeft mogelijk stevige impact op de uitzendsector. Maar over welke beroepen en hoeveel mensen hebben we het dan eigenlijk? Een analyse op basis van beschikbare tariefdata.

Minister Thierry Aartsen (Werk & Participatie) maakt vaart met nieuwe zzp-wetgeving. Afgelopen vrijdag ging de ministerraad akkoord met het wetsvoorstel voor een rechtsvermoeden van werknemerschap. De kern: zelfstandigen die minder dan 38 à 39 euro per uur verdienen, kunnen straks eenvoudig bij de rechter claimen dat zij eigenlijk werknemer zijn. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat het wél om zelfstandig ondernemerschap gaat.

Het is een maatregel die bedoeld is om kwetsbare werkenden te beschermen tegen schijnzelfstandigheid. Daarbij hebben we in dit marktsegment de afgelopen flinke concurrentie gezien tussen uitzendarbeid en zzp. 

Maar wie zijn die zzp’ers die onder dat tarief werken? In welke sectoren zitten ze? En hoe groot is de groep eigenlijk? En zitten die zzp’ers er zelf wel op te wachten?

De omvang van de groep zzp’ers

Nederland kent momenteel zo’n 1,2 miljoen zzp’ers voor wie het zzp-schap het hoofdinkomen is. Dat is overigens een kleine 100.000 minder dan een jaar geleden. Daarnaast zijn er nog iets meer dan een half miljoen mensen die als zzp’er bijverdienen. Maar niet al deze 1,7 miljoen werkenden kunnen iets aan deze wet, die in 2027 van kracht zou moeten gaan, hebben.

Ten eerste geldt de wet niet voor zzp’ers die producten verkopen. Dat is een kleine 15 procent van alle zzp’ers. Ook zzp’ers die werken voor particulieren – wat bij ongeveer een op de vier zzp’ers het geval is – kunnen geen beroep doen op deze nieuwe wet.

Zo’n 60 procent van alle zzp’ers – dat zijn er ongeveer een miljoen – kunnen in theorie gebruikmaken van deze wet. Als ze natuurlijk ingehuurd worden voor een tarief onder de 38 euro per uur. Dat geldt voor 15 procent van deze groep, zo rekende het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit op basis van cijfers uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid, het grote tweejaarlijkse onderzoek van TNO en CBS.

Grote verschillen tussen sectoren

Die 15 procent – oftewel 150.000 zzp’ers – is een algemeen gemiddelde. Per sector zijn er natuurlijk grote verschillen. Dat blijkt ook uit het onderstaande staatje. In de landbouw wordt 64 procent van alle zzp’ers ingehuurd voor een tarief onder de 36 euro. In de financiële sector niemand.

De sectoren waar relatief veel zzp’ers tegen een laag tarief werken zijn niet per se de grootste sectoren qua zzp’ers. Zo werkt maar 2 procent van alle zzp’ers in de landbouw, 2 procent in de horeca en 3 procent in de vervoerssector.

Kleine minderheid wil liever in loondienst

Wat verder ook opvalt: van al die zzp’ers met een laag tarief wil maar een relatief kleine groep liever in loondienst werken. Gemiddeld zegt 27 procent liever in loondienst te willen werken; in een aantal sectoren ligt dat nog fors lager. Van alle zzp’ers (hoog en laag tarief) zegt 12 procent liever in loondienst te werken. Zzp’ers met een laag tarief willen dus vaker in loondienst werken, maar het blijft een kleine minderheid. 

Daarbij is ook opvallend dat zzp’ers met lagere inkomens minder enthousiast zijn over dit wetsvoorstel dan zzp’ers met een hoog inkomen. Uit het ZiPconomy-verkiezingsonderzoek bleek dat 68 procent van de zzp’ers met een jaarinkomen boven de 80.000 euro achter dit voorstel staat. Onder zzp’ers met een inkomen onder de 40.000 euro per jaar is dat 46 procent.

Overigens zegt het wetsvoorstel niet dat zzp’ers niet onder de tariefsgrens mogen werken. Het biedt zzp’ers alleen maar de mogelijkheid om via een rechter eenvoudig rechten als werknemer op te eisen.

Tarievenoverzicht zzp’ers per beroep

De cijfers op sectorniveau van het ministerie zijn natuurlijk vrij grof. Het is de standaardindeling van het CBS. In de groep informatie en communicatie zitten zowel de meestal goedbetaalde it’ers als de journalisten die het meestal voor een stuk minder moeten doen.

Goed dus om verder te kijken naar bronnen die iets zeggen over tarieven van zzp’ers. Zo maakt de ‘zzp-bank’ KNAB elk jaar een tarievenoverzicht, op basis van input van 20.000 rekeninghouders die aan het onderzoek hebben meegedaan. Uit het onderzoek over 2025 – met daarin 330 beroepen – komen 39 beroepen bovendrijven waarvan een deel aangeeft voor onder de 40 euro per uur te werken.

Dat geeft wat meer beeld over welke zzp’ers we het hebben. Daarbij wel aangetekend dat KNAB geen onderscheid maakt tussen zzp’ers die voor particulieren of voor bedrijven werken.

Ook komt de data van KNAB bij rekeninghouders vandaan. Dat betekent dat bepaalde groepen zzp’ers waarschijnlijk niet of minder vertegenwoordigd zijn in het onderzoek. Van arbeidsmigranten (de vragenlijst is ook in het Nederlands) tot studenten die via platforms als zzp’er in de horeca werken (gemiddeld tarief: 19 euro) en vast geen aparte zakelijke rekening openen.

Een lijst met tarieven van zzp’ers die iets meer diversiteit laat zien, is afkomstig van de WageIndicator Foundation. Een wereldwijde, onafhankelijke non-profitorganisatie die al vanaf 2000 gegevens over loon en inkomen verzamelt, ook onder freelancers.

In hun data wordt gewerkt met een laag, gemiddeld en hoog tarief per beroep. De onderstaande tabel geeft inzicht in welke beroepen volgens de WageIndicator met uurtarieven onder de 40 euro per uur werken.

Ook voor deze WageIndicator-cijfers geldt dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen werken voor particulieren (wet geldt niet) en voor bedrijven (wet geldt wel). En ook deze lijst is verre van volledig. Maar ook dit geeft een beeld, ook van de soms grote verschillen tussen een laag en hoog tarief.

Wat telt als uurtarief in het wetsvoorstel

Een licht complicerende factor is dat in het wetsvoorstel staat dat het uurtarief waarnaar gekeken wordt niet direct hetzelfde is als het gefactureerde tarief. Direct aan de opdracht toe te rekenen kosten moeten er eerst nog van afgetrokken worden. Dat zijn kosten of uren die een zzp’er maakt om de opdracht uit te kunnen voeren. Denk aan acquisitiekosten of voorbereidingskosten. Die zijn natuurlijk niet altijd even helder.

Mogelijke effecten van het rechtsvermoeden

Heel precieze cijfers over hoe die hele groep van 150.000 zzp’ers er nu precies uitziet, zijn er niet. Een beeld hebben we wel. Wat kunnen we nu verwachten aan effect en impact?

Eerst nog maar even herhalen: het rechtsvermoeden betekent geen wettelijk verbod op het inhuren van zzp’ers met een tarief onder de 38 euro. Het is ook voor zzp’ers niet verboden hun diensten aan te bieden voor een tarief onder het drempelbedrag. Er wordt ook niet op gecontroleerd. Het is aan de werkenden om eventueel gebruik te maken van deze mogelijkheid. Individueel of collectief. Dat kan overigens ook via belangenbehartigers.

Aan bovenstaande cijfers is te zien dat gemiddeld driekwart van alle zzp’ers met een laag tarief toch liever zzp’er blijft. Gaan ze nu wel of niet naar de rechter stappen? Willen ze dat? Weten ze de weg te vinden? Durven ze dat? Want voor een deel hebben we het hier ook over kwetsbare groepen werkenden. Dat blijft lastig in te schatten. De hoop van de beleidsmakers is in ieder geval dat er een preventieve werking uitgaat van het drempelbedrag.

Verwachte gevolgen voor opdrachtgevers en zzp’ers

Het ligt voor de hand dat zowel opdrachtgevers als zzp’ers in het tariefsegment net onder het drempelbedrag pragmatisch zullen zijn en simpelweg het uurtarief gaan verhogen. Dat scheelt een boel mogelijke risico’s en gedoe. Let wel: alle andere regels rond de inhuur van zzp’ers blijven natuurlijk gewoon van kracht, ook als er meer dan het drempelbedrag betaald wordt.

Ook zullen er de nodige gesprekken gevoerd worden over het omzetten van bestaande opdrachtovereenkomsten naar arbeidsovereenkomsten. Mogelijk zullen sommige werkgevers het hierbij ook als drukmiddel gaan gebruiken om zzp’ers die dat eigenlijk zelf niet willen, toch te overtuigen om in loondienst te komen. Dat zagen we ook naar aanleiding van het aflopen van het handhavingsmoratorium, bijvoorbeeld in de zorg, kinderopvang en bouw.

Het omzetten van bestaande overeenkomsten naar een andere manier van werken, bijvoorbeeld met resultaatafspraken of op basis van een aanneemsom, ligt hier minder voor de hand. Het rechtsvermoeden geldt immers ook voor opdrachten die niet op urenbasis worden betaald.

Tot slot zal er ook simpelweg werk verdwijnen. Situaties waarin de aanbieder van werk, gezien mogelijke risico’s, hogere loonkosten en/of gebrek aan flexibiliteit binnen arbeidsovereenkomsten, simpelweg stopt met bepaalde activiteiten. In een recent onderzoek van werkgeversvereniging AWVN geeft 6 procent van de werkgevers aan te verwachten te gaan stoppen met bepaalde activiteiten vanwege de opstapeling van flexwetgeving.

Hugo-Jan Ruts is algemeen directeur van ZiPmedia, de uitgever van Flexnieuws, en tevens hoofdredacteur van ZiPconomy.

5 reacties op dit bericht

  1. Hoe wordt het uurtarief bepaald bij resultaatafspraken of aanneemsom? Immers, bij ZZP geen leiding en toezicht en dus ook geen zicht op besteed aantal uren als partijen dat niet willen. Het voorstel van Aartsen is gevoelig voor creativiteit waardoor het zijn beoogde werking kan missen. Doeltreffende wetgeving valt of staat bij eenvoud, eenduidigheid en met name bij handhaafbaarheid en uiteindelijk handhaving. Er zou focus moeten liggen op de handhaving van reeds bestaande instrumenten om ongewenste effecten van zelfstandigheid te reguleren. Meer wetten en regels gaan die klus niet klaren. Meer en striktere handhaving wel.

    • Het antwoord op je vraag waarom de Belastingdienst het niet als handhavingsinstrument zou kunnen gebruiken is vrij eenvoudig: Dat is een keuze van dit kabinet (en in lijn met mening vorige kabinet). In de concept wet staat het nadrukkelijk als een civiel rechterlijk instrument, niet als een bestuursrechtelijk instrument (dus kan het niet door BD gebruikt woreden). Overigens zal dit nog wel een onderwerp van debat in de Kamer zijn. Met name een partij als GL/PvdA willen wel dat dit een handhavingsinstrument voor de Belastingdienst (en Arbeidsinspectie) wordt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *