Maandelijkse archieven: augustus 2024

Adecco Group gaat niet onaardig, maar wat is er met Nederland aan de hand?

Dinsdagochtend publiceerde Adecco Group de cijfers over het tweede kwartaal, en die waren in relatieve termen niet onaardig. De mondiale omzet van de groep is met maar -2% gekrompen (ten opzichte van een jaar eerder, na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). Eerder rapporteerden Randstad en ManpowerGroup een mondiale omzetkrimp van respectievelijk -8% en -3% ten opzichte van het tweede kwartaal vorig jaar. De mondiale omzet van Adecco Group kwam in het afgelopen kwartaal uit op 5,844 miljard euro, nog maar zo’n 240 miljoen minder dan de mondiale nummer één staffing company Randstad. De bruto marge zakte naar 19,4% van de omzet (was een jaar eerder nog 20,1%) en de winst voor rente, belastingen en goodwill-afschrijvingen (de EBITA) bleef stabiel op 3,1% van de omzet. Allebei heel erg in de buurt van de Randstad-cijfers en beter dan de ManpowerGroup-cijfers.

Over de (schokkende) omzetontwikkeling in Nederland straks meer. Eerst nog even inzoomen op de verschillende segmenten van Adecco Group.

Segmentatie: Global Business Units en Service Lines

Adecco Group richt zich op drie Global Business Units (GBU): Adecco (vooral grootschalig uitzenden, maar onder andere ook recruitment voor vast, MSP en digitale platforms), Akkodis (professionals ten behoeve van de high tech transformatie) en LHH (dienstverlening ten behoeve van de workforce transformatie, met name interne en externe mobiliteit). Adecco is veruit de grootste GBU, met 77% van de mondiale concernomzet en 67% van de EBITA. Akkodis is goed voor respectievelijk 15% en 19%, LHH voor 8% en 14%. Ofwel, met een EBITA-marge van respectievelijk 3,4%, 4,9% en 7,5%. (De Corporate-kosten zorgen ervoor dat de EBITA-marge van het totale concern lager ligt dat het gemiddelde van de drie GBUs.) Adecco en Akkodis realiseerden allebei een omzetkrimp van -2%, LHH een van -7% – over de volle breedte dus iets meer krimp dan in het eerste kwartaal.

Adecco Group rapporteert ook over haar vijf Service Lines. Flexible Placement is met 74% van de mondiale groepsomzet veruit de grootste; de omzetkrimp bedroeg net als in het eerste kwartaal -3%. Permanent Placement (ongeveer 3% van het totaal) zag wederom een stevige krimp van -14% (vorig kwartaal -16%). Career Transition (2%) kromp met -6%, een flinke val na de +9% in het vorige kwartaal. Outsourcing, Consulting & Other Services (20%) groeide wederom met +7% en Training, Up-skilling & Re-skilling (1%) groeide met +6% na stabilisatie in het vorige kwartaal.

Frankrijk krimpt sterk, Noord-Europa nog sterker

In de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) groeide de Adecco-omzet met +1% (in Q1: +7%). Dat is gezien de spannende economische context en de krimpcijfers van Randstad en ManpowerGroup aldaar, een goede prestatie. In Zuid-Europa & EEMENA (Oost-Europa, Midden-Oosten en Noord-Afrika) was de groei nog +4% (Q1: +8%). De APAC-regio (Azië en de Pacific) groeide sterk met +14%, met ook nog eens een mooie EBITA van 6,6%. In de Americas daalde de omzet -5% en werd een EBITA van maar 0,7% gerealiseerd. Ondanks een forse omzetkrimp van -8% bleef Adecco France met 1,174 miljard euro omzet nog nét de grootste Adecco-regio; in het eerste kwartaal zakte de omzet daar al met -7%. De omzet van Adecco Noord-Europa, waar Nederland, de rest van de Benelux (Belux), Groot-Brittannië & Ierland en Scandinavië binnen vallen, kromp met een enorme -11% naar 544 miljoen euro. De EBITA-marge steeg er met +0,2% naar een lage 1,6%.

En Nederland krimpt blijkbaar nog veel sterker

Over de omzetontwikkelingen binnen Adecco Northern Europe meldt de groep het volgende: de omzet in UK & Ireland (veruit de grootste subregio in Noord-Europa) kromp ineens met -12% (Q1: -2%), in de Nordics kromp de omzet met -13% (daar gaat het nu al vier kwartalen zo slecht) en in Belux (dus België plus Luxemburg) was er omzetgroei van +1% (Q1: -1%).

Over Nederland geen woord. Dat is overigens al zo sinds het eerste kwartaal van 2021. Daarvoor werd de omzetontwikkeling in Nederland elk kwartaal expliciet genoemd, en sindsdien wordt er gerapporteerd over de Benelux. Maar sinds het vierde kwartaal van vorig jaar wordt er ineens gesproken over Belux, een onopvallende wijziging. En nog steeds geen woord over Nederland, dus een volstrekte “verduistering” van de Adecco-prestaties in ons land, allemaal zonder enige toelichting.

Nog één keer is Nederland genoemd in het Jaarrapport 2023, op pagina 28. Daar wordt ineens gemeld dat de omzet van Adecco Nederland in 2023 met een verrassend stevige -7% is gekrompen. (Die informatie is mij pas deze week opgevallen.)

Met die informatie, zonder verdere uitweiding of toelichting, plus de kwartaalrapportages van de afgelopen anderhalf jaar in de hand, valt te berekenen dat de omzet van Adecco Nederland in het vierde kwartaal van 2023 ineens met zo’n -20% moet zijn gekrompen, en dat die enorme krimp ook in het eerste en het tweede kwartaal van dit jaar heeft plaatsgevonden. Eén of een paar belangrijke klanten verloren? Onrendabele klantrelaties beëindigd? We weten het nog niet, maar het is wel heel bijzonder.

Dit nieuwe inzicht leidt dus tot een stevig andere grafiek (met ook al de verse ABU-cijfers van periode 7, zeg maar grofweg juli), met een sterk bijgestelde, ineens naar beneden gevallen Adecco Nederland-curve.

Verwachtingen

Adecco Group ziet aan het begin van het derde kwartaal dat de omzetontwikkeling gelijk is aan die in het tweede kwartaal. De groep gaat de kosten wat verlagen en verwacht wat stijging van de marges.

 

Lees ook: Omzet Adecco Group Nederland zakt weer wat terug

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Adecco Group gaat niet onaardig, maar wat is er met Nederland aan de hand?

Brancheorganisaties komen met Fiscaal Kompas ZZP Zorg: richtlijn inhuur zzp

ActiZ, Nederlandse ggz, NFU, NVZ, VGN en Zorgthuisnl hebben een Fiscaal Kompas ZZP Zorg opgesteld. Met dit stevige document van 91 pagina’s kunnen zorgwerkgevers die zijn aangesloten bij deze werkgeversorganisaties zich voorbereiden op de hervatting van de handhaving van schijnzelfstandigheid per 1 januari 2026. 

Dit actieplan komt na jarenlang overleg tussen werkgeversorganisaties in de zorg, betrokken ministeries en de Belastingdienst, dat stukliep op de poging een Fiscaal Kader ZZP Zorg op te stellen. Met dat akkoord wilden de partijen een gezamenlijk standpunt rond inhuur van zzp’ers opstellen. Nu komen de werkgeversorganisaties dus met een eigen richtlijn, zonder dat er nog duidelijkheid is over het oordeel van de Belastingdienst.

Beperkte duur

Volgens dit advies moet het uitgangspunt van inhuur zijn dat er altijd sprake is van tijdelijke inhuur (duur) met een beperkte omvang (aantal uren). Het moet dus gaan om het inhuren vanwege een tijdelijk tekort aan voldoende zorgcapaciteit of het (tijdelijk) ontbreken van specifieke expertise. Daarbij moet de wijze waarop de werkzaamheden worden verricht duidelijk anders zijn dan de omstandigheden/werkwijze waarop werknemers deze werkzaamheden verrichten.

De opstellers erkennen dat er geen wettelijke termijnen zijn voor de beperking van duur en omvang. Ze geven wel aan dat dit bijvoorbeeld gaat om een maximale termijn van 6 tot 8 maanden. Inhuren om een bepaalde zorgfunctie of werkplek structureel, oftewel voor onbepaalde tijd (volledig), dan wel voor meerdere jaren in te vullen, wordt in het advies ten sterkste afgeraden.

Zelfstandig werkend ondernemer

Een ander belangrijk punt is dat een zorgverlener in belangrijke mate zelfstandig moet kunnen werken. Een zzp’er die wordt ingehuurd dient een (bewezen) ‘Solistisch werkende zorgverlener’ te zijn. Dit is een term afkomstig uit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Verder dient de zorg-zzp’er aantoonbaar een ondernemer te zijn, bijvoorbeeld door – naast het voldoen aan verschillende administratieve verplichtingen – voor meerdere opdrachtgevers te werken of gewerkt te hebben.

Tussenkomst

Indien inhuur via een tussenkomstbureau plaatsvindt, wordt het risico voor het bestaan van een dienstbetrekking verlegd naar het bureau. Maar, zo legt het advies (terecht) uit: “Dit betekent echter niet dat de zorgorganisatie geen enkel fiscaal risico loopt. Als de Belastingdienst namelijk (achteraf) stelt dat er tussen het tussenkomstbureau en de zorgprofessional sprake is (geweest) van een (fictieve) dienstbetrekking voor de loonheffingen en op basis daarvan aan het tussenkomstbureau naheffingsaanslagen loonheffingen oplegt, kan de zorgorganisatie, bij ingebrekestelling van het tussenkomstbureau, op basis van de inlenersaansprakelijkheid door de Belastingdienst worden aangesproken.”

Perspectief

Lex Tabak van zzp-indezorg.nl ziet het Fiscaal Kompas ZZP Zorg als een “constructieve route naar de inhuur van zzp’ers. Dit is een welkom perspectief.” Volgens de belangenbehartigers van zelfstandige zorgverleners schetst de Belastingdienst het beeld dat wanneer zzp’ers in de zorg zich moeten houden aan protocollen van de instelling, er automatisch sprake is van ‘gezag’ en dus een dienstverband. Deze nieuwe adviezen geven volgens Tabak een ander perspectief en daarmee een “belangrijke steun in de rug” om duurzaam zzp’ers in te huren.

De lat en toetredingsdrempel voor zzp’ers gaan wel duidelijk omhoog. Daarbij is het ook afwachten hoe de Belastingdienst de adviezen beoordeelt. De werkgeversorganisaties wijzen er in het advies alvast op dat de zorginstellingen zelf verantwoordelijk (en aansprakelijk) zijn voor het juist inhuren van extern personeel.

Fiscaal Kompas ZZP Zorg is aangeboden aan de leden van de genoemde werkgeversorganisaties, maar nog niet openbaar gemaakt.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Brancheorganisaties komen met Fiscaal Kompas ZZP Zorg: richtlijn inhuur zzp

ABU-cijfers: daling uitzenduren zet wederom door

In periode 7, van 17 juni tot en met 14 juli, daalde het aantal uren met 9% en de omzet daalde met 3% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers uit de ABU Marktmonitor. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

Daling administratieve sector

De grootste daling is in de administratieve sector. Hier daalde het aantal uren met 16 procent en daalde de omzet met 7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Uren

In de technische sector daalde het aantal uitzenduren met 13 procent. De omzet daalde met 8 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In de industriele sector daalde het aantal uren met 6 procent ensteeg de omzet lichtjes met 1 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Omzet

Bron: ABU

 

Geplaatst in Flexdata, In de branche, Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ABU-cijfers: daling uitzenduren zet wederom door

Sterke groei in aanbod vakantiebanen

Het aantal vakantiebanen in Nederland blijft groeien. Ten opzichte van vorig jaar steeg het aanbod aan vacatures voor seizoenswerk met 12 procent. Het jaar hiervoor was dit nog 5 procent. Naar horecamedewerkers, huishoudelijke hulp, schoonmakers en verkoopmedewerker wordt het vaakst gezocht. Dat blijkt uit data-analyse van vacaturesite Indeed. 

Bijna helft vacatures voor horeca en huishouden

Het gros van de vakantiebanen bestaat uit vacatures voor horecamedewerkers (25%) en voor medewerkers in de huishoudelijk hulp (20%). “De vraag naar horecapersoneel blijft onverminderd groot in de periode dat deze sector piekmomenten ervaart. Tegelijkertijd zien we een groeiende behoefte aan huishoudelijke hulp in bijvoorbeeld verzorgingstehuizen, waar extra handen nodig zijn om tijdens de vakantieperiodes continuïteit te behouden,” vertelt Stan Snijders, Managing Director van Indeed Benelux.

48% meer vacatures in drie jaar

Gekeken naar de laatste drie jaar steeg het aanbod aan vakantiebanen met 48%. In 2021 was, mede door de opheffing van de coronarestricties, de grootste stijging zichtbaar (26%). In 2023 steeg het aantal zomerbanen met 5 procent. “Om voldoende werknemers op de vloer te houden, blijven werkgevers creatieve oplossingen bedenken, vakantiekrachten spelen daarbij een belangrijke rol”, vervolgt Snijders.

Minimale stijging in Zeeland

Andere veelgevraagde functies zijn schoonmaker (5%) en verkoopmedewerker (5%). In de provincies Zuid-Holland (15%), Gelderland (15%) en Noord-Brabant (14%) is de grootste stijging zichtbaar. In Zeeland loopt deze met 2 procent iets minder snel op.


Toekomstige verwachtingen

Indeed verwacht dat de vraag naar vakantiebanen in de nabije toekomst zal blijven stijgen, gezien de huidige economische omstandigheden en het blijvende personeelstekort in sommige sectoren. Ook de groeiende behoefte aan flexibiliteit in de arbeidsmarkt versterkt de trend.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld, Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Sterke groei in aanbod vakantiebanen

Beter resultaat bij lagere omzetgroei van Brunel Nederland

Wereldwijd zag Brunel de omzet in het tweede kwartaal met +4% groeien ten opzichte van vorig jaar, naar 346,3 miljoen euro (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het eerste kwartaal was dat nog +13%. Na de +18% van 2023 is de afkoeling duidelijk.

Druk op de marge, de winst en de conversieratio

De totale brutomarge kromp zelfs met -4% (organisch, -1% as is), met als gevolg dat de brutomarge als percentage van de omzet van het totale concern zakte naar 18,8% (20,0% een jaar eerder). Die vrij lage brutomarge is vooral een gevolg van alle regio’s behalve Nederland en DACH, en de daling is een vooral een gevolg van de daling in de DACH-regio en van het strategische segment Renewables en het segment Industrials & Technology.

 

 

De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) zakte van 3,4% in Q2 2023 naar 3,1% van de omzet. De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge) kwam uit op een vrij lage 16,7% (een mooie waarde is 25% of hoger). Daarmee lijken er uitdagingen te liggen op drie terreinen: marge, kosten en productiviteit. De aandelenbeurs reageerde onaangenaam verrast: in de loop van de ochtend stond het aandeel Brunel (BRNL.AS) zo’n -9% lager, terwijl de beurs (AEX) een min van -1,5% toonde.

Sterke groei in Australasia en Midden-Oosten & India, uitdagingen in Duitsland

In termen van omzet is de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) met 59,8 miljoen euro de grootste regio voor het concern, maar de omzet in die belangrijke regio is er voor het eerst in jaren gekrompen, met -2% (organisch), na nog +2% in het eerste kwartaal. Australasia en het Midden-Oosten & India zijn samen goed voor 29% van de concernomzet, na een stevige groei van +17% in het tweede kwartaal. De DACH-regio was in het tweede kwartaal goed voor 17% van de omzet, en voor 27% van de winst (dat was nog 45% in het eerste kwartaal!). Australasia en het Midden-Oosten & India waren samen goed voor 38% van de winst. Nederland was in termen van winst de belangrijkste regio, want goed voor 36% van de totale winst.

Nog steeds vrij positieve ontwikkeling in Nederland, zeker in rendement

Nederland is qua omzet nu de derde regio van het concern (dit kwartaal ingehaald door de hard groeiende Australasia-regio), en met 54,3 miljoen euro in het tweede kwartaal goed voor ruim 15,5% van Brunel International. De Brunel-omzet groeide in ons land met +2% (organisch), cumulatief is de omzetgroei +4% in 2024. De enorme groei in 2023 lijkt daarmee een gebeurtenis uit een ver verleden.

De afgelopen weken rapporteerde Randstad-groep Nederland een omzetkrimp van -9%, maar het onderdeel Professional talent solutions groeide met +1% in Nederland; ManpowerGroup Nederland realiseerde een omzetkrimp van -3%. De ABU maakte een omzetkrimp in de ABU Marktmonitor van -2,3% bekend, maar met een omzetgroei van +1,5% van de Indu uitzenduren. In dat behoorlijk gemêleerde perspectief is de omzetgroei van Brunel Nederland een goede prestatie.

In de grafiek valt op hoe de omzetgroei van Brunel Nederland nog steeds positief afsteekt tegen de andere ontwikkelingen, en ook dat de omzetgroei na sterke 2023-cijfers stevig afneemt. Ook in het aantal bemiddelde kandidaten is dat beeld duidelijk herkenbaar. De negatieve trend van het eerste kwartaal heeft niet doorgezet, maar lijkt ook nog niet gekeerd:

Volgens Brunel was de omzetgroei in Nederland dan ook vooral het gevolg van hogere tarieven, hogere productiviteit en groei van de business line IT. De Nederlandse brutomarge groeide naar 13,7 miljoen euro (organische groei van 0%), ofwel een daling van de brutomarge van 25,3% naar 24,2%. De EBIT (winst voor rente en belastingen) steeg naar 3,9 miljoen euro (een stevige) organische groei van +12%), de winstmarge van 5,6% naar 7,1%. (Eerder rapporteerde Randstad-groep Nederland een daling van de 5,7% naar 4,6%).

Verwachtingen

Brunel verwacht dat de huidige ontwikkelingen in de meeste van de regio’s voorlopig zo blijven. Vooral de automotive-sector in de DACH-regio blijft uitdagend. Brunel heeft de ambitie uitgesproken om 20 miljoen euro te bezuinigen, vooral in het derde kwartaal. Begin juli kondigde CEO Jilko Andringa zijn vertrek aan, een update over zijn opvolging volgt later.

Bron: perspresentatie

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Beter resultaat bij lagere omzetgroei van Brunel Nederland