"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Vier kanttekeningen bij de flexvoorstellen van minister Van Gennip

‘Flex zal altijd nodig zijn, maar niet zoveel als nu, want voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt maakt het echt uit,’ zegt de minister op 5 juli in het FD. Maar, wanneer ik naar de cijfers kijk, dan zijn er vier kanttekeningen te plaatsen bij de plannen die het kabinet heeft voor het flex-deel van de arbeidsmarkt.

1. De onderkant:  dat is volgens de data ongeveer 10% van de flexschil

  • De totale flexschil bereikte z’n piek in 2017-2018 (42,5% v alle werkenden tussen 15-75 jaar) – toen werd de krapte op de arbeidsmarkt weer goed voelbaar, en nam het aantal vaste contracten vervolgens relatief sterk toe; de flexschil zakte richting 39%.
  • Begin dit jaar was, vanwege alle turbulentie en onzekerheid, de flexschil weer ietsje gegroeid, van 39,3% naar 39,8% v d werkenden tussen 15-75 jaar.
  • Die totale flexschil (werknemers met flexibele arbeidsrelatie, w.o. uitzend- en detacheringskrachten +  zzp’ers) omvatte in 2021 3,658 miljoen mensen tussen 15-75 jaar, van alle opleidingsniveaus.
  • Daarvan waren er 375.000 ouder dan 25 jaar met een LO-diploma. Dat is 10,3% v d totale flexschil. Dat zullen relatief vaak mensen zijn die daar niet persé zelf voor hebben gekozen.

Waarom dan zo’n alomvattend (nieuw) beleid?

2. Uitzenden + detacheren vormen samen maar zo’n 11% v d totale flexschil

Dat is dus ongeveer 4,5% van alle werkenden tussen 15-75 jaar. De  rest zijn #oproepkrachten, allerlei tijdelijke contracten die alle werkgevers zelf uitgeven, en zzp’ers. Uitzenden en detacheren (U+D) is al relatief goed geregeld.

3. Flexwerk is feitelijk vooral een zaak van jongeren

  • Van alle werknemers met een flex-contract was 46% jonger dan 25 jaar en 54% ouder dan 25.
  • Anders gezegd: van alle jongere werknemers had liefst 78,2% een flex-contract, bij alle 25plussers was dat 18,0%.

4. Opleidingsniveau doet er nauwelijks toe

  • Bij die 25plussers doet het opleidingsniveau er nauwelijks toe: bij LO had 18,6% v d werknemers een flex-contract, bij MO 16,6% en bij HO 18,7%.
  • Van alle jongeren was maar 3,9% zzp’er, van alle 25plussers was dat 13,2%.
  • Hier doet het opleidingsniveau er wat meer toe: bij LO was 11,6% v d 25plussers zzp’er, bij MO was dat 13,0% en bij HO zzp’de 13,9% van de 25-plussers.

Dus:

De aanpak van flex vergt volgens mij dus meer focus. Bijvoorbeeld op de 10%-groep van laagopgeleide 25 plussers + nuancering naar leeftijd,

Bovendien zal er eerst een antwoord gegeven moeten worden op deze te weinig gestelde vragen:

  • wie wil er flexwerken (flex by choice) en wie liever niet (flex by force) ?
  • kun je die tweede groep niet beter helpen met scholing dan met “vaste” of duurdere flex-contracten?

Daarnaast zie ik met nieuwe voorstellen weer allerlei extra regel- en controle-druk aankomen, en daar moeten we juist veel minder van gaan hebben.

Dit artikel is gepubliceerd op ZiPconomy.

Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur.