Maandelijkse archieven: juni 2020

Quickscan effecten Wet Arbeidsmarkt in balans

Minister Koolmees heeft op 6 juni j.l. de Tweede Kamer (Commissie SZW) in een brief geïnformeerd over de effecten van de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB), die sinds januari van dit jaar in werking is.

De uitbraak van de coronapandemie vertroebelt de resultaten van deze wet in het eerste half jaar. Desondanks worden er al knelpunten geschetst als gevolg van de WAB.

Lees de gehele toelichting in de Quickscan naar de effecten van de Wet Arbeidsmarkt in balans

Hieronder een aantal uitgelichte passages:

Uitzendsector ziet 12% omzetdaling door WAB
Bij uitzendbedrijven is de omzet met 12% gedaald. Als reden hiervoor wordt de WAB genoemd. Uitzendwerk is duurder geworden en vaste contracten zijn aantrekkelijker gemaakt (aldus de ABU, de Algemene Bond Uitzendondernemingen). Inleners zijn terughoudender met de inhuur van flexkrachten en opdrachtgevers gaan vaker op zoek naar andere constructies zoals zzp.

FNV en ABU: flexwerknemers worden vervangen door zzp’ers
Een punt van kritiek is dat de wet niet voorziet in regelgeving rond zelfstandigen zonder personeel, wat schijnconstructies in de hand zou kunnen werken. De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en ABU zeggen signalen te hebben ontvangen dat flexwerkers worden vervangen door zzp’ers in onder meer callcenters, de schoonmaakbranche en de horeca.

Die [‘waterbed’]effecten waren voorzien
Dat dit effect zou kunnen optreden was reeds voorzien bij de WAB en betreft een inherente en voortdurende uitdaging bij een verandering van het arbeidsmarktbeleid. Daarom werkt het kabinet aan een totaalpakket aan maatregelen om de arbeidsmarkt weer in balans te brengen, dat aan uw Kamer langs vijf sporen is toegelicht. Dit betreft een samenhangend pakket. De zzp-maatregelen zijn daar onderdeel van. Het is van belang dat zzp-ers om de juiste redenen kiezen voor het zzp-schap en dat er niet eigenlijk sprake is van een arbeidsrelatie. Het streven is uw Kamer voor de zomer te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de maatregelen die zien op het werken als zelfstandige.

Uit een poll van ‘Ondernemen met personeel’, ingevuld door 200 ondernemers en leidinggevenden, blijkt dat bijna de helft (48,5%) van de werkgevers bereid is geworden sneller een vast contract te geven aan werknemers. Een kleine meerderheid (51,5%) van de werkgevers is volgens deze poll nog altijd niet overtuigd van de voordelen.

Ook volgt uit berichtgeving in de media dat de cao-onderhandelingen tussen tuinders en vakbonden stroef verlopen nu flexwerk duurder is geworden met de WAB (Glastuinbouw Nederland). Werkgevers en vakbonden in de agrarische sector komen niet tot overeenstemming over de gevolgen van de WAB en het benutten van de ruimte binnen de WAB om via cao-afspraken tot maatwerk te komen.

Kostenstijging payroll
Wat betreft de payrollmaatregelen wordt vaak gemeld dat deze leiden tot kostenstijgingen. Zo meldt FNV een verschuiving waar te nemen van payroll naar uitzenden en van uitzenden naar zzp.

Payrollorganisatie Persoonality heeft berekend dat de WAB leidt tot salaris- en kostenstijgingen van 6 á 10%. Ook payrollwerkgever Tentoo heeft door de WAB een ander verlonings- en facturatiesysteem moeten implementeren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de maatregel dat er voor payrollwerknemers gelijke arbeidsvoorwaarden moeten worden geboden.

Oproepkrachten
Veel signalen betreffen de maatregelen omtrent oproepwerknemers. Het aanbieden van een vast aantal uren is lastig in de seizoensgebonden sectoren, zoals de agrarische sector waar het beschikbare werk sterk kan fluctueren als gevolg van weersinvloeden. De Vakcentrale voor Professionals (VCP) geeft aan dat zij zien dat contracten met een jaarurennorm voor zowel werkgevers als werknemers een oplossing kunnen bieden en ook wel in de praktijk gebruikt worden.

Vakbonden melden verder dat werkgevers in veel cao’s de oproeptermijn willen verkorten van 4 dagen naar 1 dag, conform de mogelijkheid die de wet hiervoor biedt, en dat er werkgevers zijn die oproepkrachten die net korter dan 12 maanden in dienst zijn geen aanbod willen doen voor een vast aantal uren maar hen liever vervangen voor andere (soorten) flexwerkers. Ook zijn er signalen dat er werkgevers zijn die voorwaarden willen verbinden aan het aanbod voor een vaste arbeidsomvang, bijvoorbeeld door de contracturen of het salaris naar beneden bij te stellen.

FNV geeft aan dat het ook voorkomt dat werknemers onder druk worden gezet om schriftelijk afstand te doen van een vaste arbeidsomvang en dat werknemers niet altijd juist geïnformeerd worden over de bescherming die ze genieten bij een contract met vaste uren. Het is niet bekend hoe vaak dat in de praktijk gebeurt en of het dus incidenteel of trendmatig plaatsvindt. Het doel van de WAB is immers om de rechtspositie van oproepkrachten te verbeteren door meer zekerheid op werk en inkomen te geven. De kans dat deze situaties zich zouden kunnen voordoen is bij de invoering van de WAB aan de orde geweest, ook in relatie tot het doenvermogen van kwetsbare oproepkrachten en hun vermogen om zonodig naar de rechter te stappen.

Onderzoek naar meer juridische ondersteuning oproepkrachten
Gezien deze signalen maak ik van de gelegenheid gebruik om oproepkrachten die deze situaties in de praktijk ondervinden te attenderen over hun rechten en plichten op rijksoverheid.nl en wijs op de rechtsmiddelen die openstaan om hulp in te roepen zoals een rechtsbijstandverzekering, het juridisch loket of de vakbond. Om deze kwetsbare werkenden verder te ondersteunen zal ik bezien of er mogelijkheden zijn om samen met het Juridisch Loket het doenvermogen van werknemers op arbeidsrechtelijk gebied te verbeteren.

Verduidelijking nodig van ingangsdatum vaste arbeidsomvang
Door de WAB moet een werkgever na 12 maanden een oproepkracht een aanbod voor een vast aantal uren doen. Uit publieksvragen, literatuur en publicaties van werkgeversvereniging AWVN blijkt dat de wet op dit punt onvoldoende duidelijkheid schept. De onduidelijkheid zit in de vraag wat de ingangsdatum voor de vaste arbeidsomvang moet zijn, als de werknemer dat aanbod aanvaardt. Ik kondig hierbij, mede namens de minister voor Rechtsbescherming, aan dat ik de wet op dit punt zal verduidelijken door een bepaling op te nemen in de Verzamelwet SZW 2021.

Op grond van de WAB heeft de werkgever op dit moment een maand de tijd om een aanbod voor een vaste arbeidsomvang te doen na een periode van 12 maanden. Ik ben voornemens voor te stellen de werknemer ook maximaal een maand te geven om het aanbod te accepteren, waarbij de vaste arbeidsomvang ingaat op de eerste dag na de veertiende maand als de werknemer accepteert. Dit betekent dat het vaste aantal uren ingaat op de eerste dag na de veertiende maand, tenzij de werkgever en werknemer een eerder moment overeenkomen. Vanaf dat moment heeft de werknemer dus recht op dat vaste aantal uren en daarmee op betaling van loon over dat aantal uren. Ik sluit hierbij aan bij de oplossing die ook in de literatuur is voorgesteld.

Administratieve vereisten lage WW-premie uitgesteld tot 1 juli 2020
Omdat niet alle werkgevers in staat zijn gebleken om vóór 1 januari 2020 een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum voor al hun vaste werknemers in hun loonadministratie te hebben, heb ik in december in samenspraak met de Belastingdienst besloten werkgevers drie maanden extra de tijd te geven om aan deze administratieve vereisten voor de lage WW-premie te voldoen. In mijn brief van 9 december jl. heb ik uw Kamer daarover geïnformeerd. Hier komen echter nog drie maanden bij. Deze aanpassing is onderdeel van het noodpakket maatregelen voor banen en economie dat op 17 maart jl. door het kabinet in reactie op de uitbraak van de coronacrisis is aangekondigd. Werkgevers hebben hiervoor dus nu tot 1 juli 2020 de tijd.

WW-premie en overwerk in 2020
Een tweede aanpassing in reactie op de uitbraak van de coronacrisis betreft een tijdelijke afwijking van één van de herzieningssituaties. In het Besluit Wfsv is opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt (de zogenoemde 30% herzieningssituatie). Door het coronavirus leidt deze bepaling nu tot onbedoelde effecten in sectoren waar veel extra overwerk nodig is, zoals de zorg. Om deze onbedoelde effecten weg te nemen, heeft het kabinet besloten dat geen enkele werkgever over het kalenderjaar 2020 de WW-premie op grond van overwerk hoeft te herzien. Het Besluit Wfsv zal hiertoe tijdelijk worden aangepast. Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Omzeiling ketenbepaling door klein vast contract en herhaalde uitbreiding aantal uren voor bepaalde tijd
Naar aanleiding van de publicatie van het geactualiseerde Kennisdocument hebben enkele partijen vragen gesteld over de situatie waarin een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd via een addendum wordt uitgebreid voor bepaalde tijd. (bijvoorbeeld 10 vaste uren per week, met tijdelijk 20 extra uren per week). Hierbij is sprake van twee arbeidsovereenkomsten, waarbij voor het vaste contract de lage WW-premie geldt en voor de tijdelijke uitbreiding de hoge WW-premie. Ook arbeidsrechtelijk gezien is dit de norm. Op herhaaldelijke urenuitbreidingen voor bepaalde tijd is namelijk de ketenbepaling van toepassing. Dit voorkomt dat de ketenbepaling omzeild kan worden door een vast contract met zeer kleine omvang aan te gaan en telkens het aantal uren voor bepaalde tijd uit te breiden. Bovendien geldt dat als de vaste en tijdelijke uren gezamenlijk gezien zouden worden als één arbeidsovereenkomst, er sprake zou zijn van een oproepovereenkomst. Er is dan immers geen sprake meer van één aantal uren per tijdvak, maar van meerdere, verschillende aantallen uren: het vaste aantal uren voor en na de uitbreiding, en het hogere aantal uren tijdens de uitbreiding.

Seizoensarbeid
Eerder heb ik – zegt minister Koolmees in zijn toelichting – toegezegd uw Kamer uiterlijk dit voorjaar te zullen informeren over de uitkomsten van gesprekken met sociale partners over specifieke knelpunten bij seizoensarbeid conform de motie-Wiersma-Heerma. Ik heb de afgelopen tijd met sociale partners in de Stichting van de Arbeid overlegd over de uitvoering van deze motie. Bij deze gesprekken, die vooral zijn gegaan over knelpunten en mogelijke oplossingen in de context van WW-premiedifferentiatie, zijn ook decentrale werkgeversorganisaties, UWV en de Belastingdienst betrokken geweest. Wegens de coronacrisis is het nog niet gelukt om tijdig tot voldoende uitgewerkte beleidsvarianten te komen. Ik verwacht dat ook de komende tijd de coronacrisis zoveel prioriteit van de betrokken partijen zal vragen dat de gesprekken over de WAB en seizoensarbeid verdere vertraging op zullen lopen. Ik streef ernaar u dit najaar te informeren over de uitkomsten van de gesprekken en de te nemen vervolgstappen, uiteraard ook in de context van de verdere gevolgen van de coronacrisis voor seizoenssectoren. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van de motie-Wiersma c.s. over langjarige tijdelijke contracten.

Gevolgen WAB voor toeristische sector
Recent is ook de motie van de leden Haga/Aartsen aangenomen, die de regering verzoekt om specifiek te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de invoering van de WAB voor de toeristische sector en deze in de quickscan mee te nemen. Signalen uit de toeristische sector zijn afkomstig van de horeca die in deze brief al geadresseerd zijn bij oproep en premiedifferentiatie. Volgens Koninklijke Horeca Nederland wordt het inhuren van flexibele krachten ingewikkelder en duurder en ervaren ondernemers dat als onrechtvaardig, bijvoorbeeld bij de strandpaviljoens. Verder zijn er geluiden in de media van horecawerkgevers die menen dat veel jonge flexwerkers zelf niet in vaste dienst willen. Tot slot, relevant om hier te benoemen dat in de Horeca-cao inmiddels aparte afspraken zijn gemaakt voor oproepkrachten die als seizoenskrachten werken.

Aldus de minister in passages uit zijn toelichting.

Bron: Tweede Kamer, 6 juni 2020

Lees ook
Brief aan minister Koolmees: uitzendkrachten worden verplicht zzp?
Het arbeidsmarkt spoorboekje van minister Koolmees

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Quickscan effecten Wet Arbeidsmarkt in balans

Bereken je het aantal feestdaguren wel op de juiste manier?

Een belangrijke wijziging in de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten, is de doorbetaling van het loon op feestdagen.

De nieuwe regels staan beschreven in artikel 27 van de CAO. Er is nu veel duidelijker beschreven wanneer iemand doorbetaald moet worden als zijn werkdagen niet vastliggen, als er geen (eenduidige) arbeidsomvang is overeengekomen of als de werkelijkheid afwijkt van wat er is afgesproken. Daarnaast is beschreven hoeveel er dan moet worden doorbetaald. Dat had volgens Marcel Reijmers van FlexKnowledge wel wat duidelijker gekund/gemoeten. Hij schrijft erover in deze column. Helaas werd e.e.a. pas recent helemaal duidelijk, anders had hij dat zeker eerder gedaan.

10 juni: aanvulling op dit artikel met een alinea over wat je moet doen als er ook een deel van de feestdag wordt gewerkt.

Wanneer moet je doorbetalen? (CAO, artikel 27 lid 2)

  • Als de uitzendkracht in een periode van 13 aaneengesloten weken direct voorafgaand aan de feestdag minimaal 7 keer op die dag heeft gewerkt.
  • Als de uitzendkracht nog geen dertien aaneengesloten weken in dienst is, in meer dan de helft van het aantal weken waarin hij in dienst is, op de betreffende dag in de week heeft gewerkt.

Dus als iemand méér dan 13 weken in dienst is en hij heeft van de laatste 13 weken 8 weken gewerkt, dan is er recht op doorbetaling. Als iemand 6 weken in dienst is en hij heeft 3 weken gewerkt, dan is dat de helft en heeft hij geen recht op doorbetaling. Bij 4 weken is het méér dan de helft en heeft hij wel recht op doorbetaling.

Let op: er wordt in de cao gesproken over ‘gewerkte weken’. Daarvoor geldt hetzelfde als voor de wekentelling van de fases. Er moet dus écht gewerkt zijn. Een opgenomen vakantiedag of een andere doorbetaalde feestdag (tweede Paasdag als het gaat om de doorbetaling op tweede Pinksterdag!) tellen dus níet mee als gewerkte dag!

Welk loon moet je dan doorbetalen? (CAO, artikel 27 lid 3 of 5)
Er is recht op doorbetaling van het feitelijke loon. Dat betekent dat je eventuele structurele toeslagen zoals ploegentoeslag niet hoeft door te betalen.

Hoeveel uur moet je dan doorbetalen? (CAO, artikel 27 lid 5)
Over het ‘wanneer’ zal niet veel discussie meer zijn. Het ’hoeveel’ gaat echter op grote schaal fout, zo vrezen wij. Het was namelijk heel gebruikelijk om alle gewerkte uren bij op die dag bij elkaar op te tellen en de uitkomst vervolgens te delen door 13. Dus had iemand 8 uit 13 weken, steeds 7 uur gewerkt, dan keer hij 8 x 7 = 56 uur gedeeld door 13 weken = 4,31 uur doorbetaald. In de nieuwe cao mag het niet meer op die manier en moet je 7 uur doorbetalen!

Het is als volgt geformuleerd: ‘het feitelijk loon is verschuldigd over het gemiddelde van alle uren waarover loon is betaald op die dag in de periode van dertien weken (sub a.) of minder (sub b.)’.

Dat laat zich op twee manieren lezen: als het totaal van alle uren delen door het aantal gewerkte weken, maar ook als: het totaal van alle uren delen door 13 weken. Zowel ABU als NBBU hebben bevestigd dat de eerste lezing de juiste is, er moet dus door het aantal gewerkte weken worden gedeeld.

Een paar voorbeelden
8 uit 13 weken gewerkt, in totaal 64 uur, dus gemiddeld 8 uur op die betreffende dag.

  • Je kijkt eerst of er recht is op doorbetaling: ja, want 8 weken is meer dan 7 uit de laatste 13 weken.
  • Vervolgens bepaal je het aantal uren: 64 uur in 8 weken, dus je moet 8 uur doorbetalen. 6 uit 13 weken gewerkt, in totaal 42 uur, dus gemiddeld 7 uur op die betreffende dag.
  • Je kijkt eerst of er recht is op doorbetaling: nee, want 6 weken is minder dan 7 uit de laatste 13 weken.
  • 6 weken in dienst, 4 uit 6 weken gewerkt, in totaal 22 uur, dus gemiddeld 5,5 uur op die betreffende dag..
  • Je kijkt eerst of er recht is op doorbetaling: ja, want 4 weken is meer dan de helft van het aantal weken in dienst.
  • Vervolgens bepaal je het aantal uren: 22 uur in 4 weken, dus je moet 5,5 uur doorbetalen. 2 weken in dienst, 1 uit 2 weken gewerkt, in totaal 8 uur, dus gemiddeld 8 uur op die betreffende dag.
  • Je kijkt eerst of er recht is op doorbetaling: nee, want 1 week uit 2 is minder dan de helft van het aantal weken in dienst.

De werknemer heeft een deel van de dag gewerkt, wat moet je dan doen?
Als de werknemer recht heeft op doorbetaling van de feestdag, maar ook een deel van de dag heeft gewerkt, moet je aanvullen tot het aantal uren waar de werknemer recht op heeft. Dat is gebleken uit het antwoord op vragen die hierover aan de SNCU zijn gesteld.

Denk bijvoorbeeld aan een winkel die op de feestdag alleen in de ochtenduren open is en waar de uitzendkracht normaal gesproken 8 uur werkt op die dag.

Hij heeft dan 4 uur gewerkt en krijgt die uitbetaald tegen bijvoorbeeld 200% van het normale uurloon. Uit de voorgaande berekeningen blijkt dat hij recht heeft op doorbetaling van 8 uur. Dat betekent dat je dus naast de 4 gewerkte uren tegen 200% ook 4 feestdaguren moet uitkeren.

Je hebt voor de andere feestdagen dit jaar het gemiddelde van 13 weken doorbetaald, wat nu?
Enerzijds is het veel werk om het te corrigeren en kost het extra geld in deze toch al zware tijden. Anderzijds zal de SNCU bij een controle de uitleg van ABU en NBBU moeten volgen en is de kans dus groot dat je dan alsnog moet corrigeren. Bovendien is er nog het risico dat een individuele werknemer nabetaling claimt. Aangezien dit een loonvordering is, kan hij dat tot 5 jaar na dato nog doen. Ons advies is daarom om de loondoorbetalingen op feestdagen te controleren en waar nodig te corrigeren.

Nog vragen?
Heb je vragen over deze of andere cao-artikelen? Neem dan contact met ons op via de mail of bel ons via 088 – 999 1200.

Marcel Reijmers
Directeur FlexKnowledge

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bereken je het aantal feestdaguren wel op de juiste manier?

Mismatch op arbeidsmarkt blijft aanwezig

Ondanks corona en hoger arbeidsaanbod blijft de mismatch tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt aanwezig.

Dat blijkt uit een nieuwe arbeidsmarktindicator van ABN AMRO die de mismatch tussen vraag en aanbod op regionaal niveau analyseert. Omscholing van personeel is daarom cruciaal voor een flexibele arbeidsmarkt en gezond economisch herstel.

Sinds de ‘lockdown’ half maart lijkt de spanning op de arbeidsmarkt te verminderen. Met meer werkzoekenden en minder vacatures zou het voor werkgevers eenvoudiger moeten worden om openstaande vacatures te vervullen, maar is dat wel zo?

Nederland bestaat in werkelijkheid immers niet uit één arbeidsmarkt, maar uit duizenden hele kleine arbeidsmarkten. Die bepalen hoe groot de vijver is waaruit werkgevers kunnen vissen. Niet elke werkzoekende is immers bereid een lange reistijd te accepteren voor een baan in een andere regio.

Regionale arbeidskrapte
De vergelijking van de ontwikkeling van de indicatoren van het CBS, het UWV en ABN AMRO blijkt dat de spanning op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren veel sterker is toegenomen dan tot dusver werd aangenomen. De indicator van ABN AMRO geeft aan dat de mismatch op de arbeidsmarkt vanaf medio 2018 snel toeneemt om in december vorig jaar tot een kookpunt te komen. De traditionele krapte-indicatoren geven over diezelfde periode een betrekkelijk vlak beeld.

In de afgelopen drie jaar is het percentage vacatures waarvoor lokaal geen interesse onder werkzoekenden was, volgens de ABN AMRO-indicator verviervoudigd van 3 procent begin 2017 naar 12 procent eind vorig jaar.

Opmerkelijk is dat de krapte tussen medio februari en eind april zelfs nog wat toenam. Als door de coronacrisis de meer generieke vacatures in bijvoorbeeld de horeca wegvallen, blijven specialistische vacatures over, die moeilijker zijn te vervullen.

Krimp in routinematig werk
Het UWV ziet de laatste weken veruit de grootste krimp in vacatures in beroepen waarin routinematige taken worden verricht waarvoor geen hoge opleiding vereist is.

Zolang de interesse van de ontslagen werknemers uit de getroffen sectoren niet aansluit bij de vraag, of zolang zij niet bereid zijn om een baan op grotere afstand te aanvaarden, kan het aantal niet-vervulbare vacatures nog stijgen.

Voor bijvoorbeeld verpleegkundigen, intensive care-specialisten, bijstandsconsulenten, cyber security-specialisten en bijstandsconsulenten zijn er tussen begin februari en eind april vacatures bijgekomen. Voor verkopers van aardappelen, groente en fruit  zijn er nauwelijks vacatures verdwenen. Aan de andere kant zijn veel vacatures ingetrokken voor horecamedewerkers, winkelassistenten, kappers, taxichauffeurs, buschauffeurs. Ook verdwenen in totaal honderden banen voor verkoopmedewerkers in diverse productcategorieën.

Volgens prognoses van het UWV blijft dit sterke onderscheid tussen deze sectoren voorlopig aanwezig.

Het aantal werkzoekenden op werk.nl dat gericht naar een baan in de bediening van de horeca zoekt, nam tussen 4 februari en 19 mei met liefst 60 procent toe (terwijl het aantal vacatures met 76 procent daalde).

Een vergelijkbare omslag vond plaats bij buschauffeurs. Tegelijk is naar praktijkverpleegkundigen sinds het uitbreken van de coronapandemie juist veel meer vraag ontstaan, terwijl het aanbod van personeel flink is afgenomen.

Mismatch staat economisch herstel in de weg, omscholing nodig
Hoe meer werknemers uit getroffen sectoren binnen hun oude beroepsgroep blijven zoeken, hoe groter de kans is dat de mismatch gedurende het ‘nieuwe normaal’ op de arbeidsmarkt groeit.

Flexibiliteit op de arbeidsmarkt is zodoende cruciaal om groeiende onevenwichtigheden te voorkomen. Om ervoor te zorgen dat werknemers gemakkelijker naar andere sectoren overstappen, moeten van vraag naar en aanbod van beroepen beter op elkaar aansluiten. Omscholing is hiervoor de sleutel. Wanneer de mismatch blijft of zelfs toeneemt, kan dat straks het economisch herstel in de weg staan.

NL leert door
Gelukkig heeft de overheid aandacht voor het flexibiliseren van de arbeidsmarkt door bedrijven die van de NOW-regeling gebruikmaken te verplichten om werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te doen. De overheid investeert daarnaast 50 miljoen euro in het crisisprogramma ‘NL leert door’, een onlineprogramma voor scholing en ontwikkeling, zo is te lezen in de beschrijving van de verlenging van de regeling.

Nu de mismatch op de arbeidsmarkt hardnekkig blijkt en de coronacrisis deze dreigt te versterken, zouden bijvoorbeeld ook bestaande opleidings- en ontwikkelfondsen (O&O), die traditioneel gekoppeld zijn aan sectoren, hiervoor ingezet kunnen worden.

Bron: ABN AMRO, 5 juni 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Mismatch op arbeidsmarkt blijft aanwezig

Controle op vervoer en huisvesting werknemers bij fruitteler in Zaltbommel

Woensdag 3 juni hebben de Inspectie SZW, de gemeente Zaltbommel en de politie een inspectie uitgevoerd bij een fruitteler in de gemeente Zaltbommel.

Aanleiding voor de controle is een melding over mogelijk onveilig vervoer van werknemers. Zij wonen in vakantieparken en worden door een uitzendbureau met busjes vervoerd naar de kwekerij waar zij werken.

De Inspectie SZW heeft bekeken of de fruitteler de regels voor gezond, veilig en eerlijk werk naleeft. De inspecteurs hebben met de werknemers gesproken en gaan onderzoeken of zij voldoende betaald krijgen en of hun werktijden in lijn zijn met de Arbeidstijdenwet. Ook heeft de Inspectie bekeken of de werknemers gezond en veilig kunnen werken en of de werkgever voldoet aan de zorgplicht om corona-besmettingen tijdens het werk te voorkomen. Op dit punt constateerde de Inspectie dat de werkgever maatregelen heeft genomen, maar nog wel de punten op de i moet zetten.

Zo moeten er mensen worden ingezet die op de werkvloer toezicht houden op naleving van de RIVM-richtlijnen en de werkgever moet alle maatregelen op papier vastleggen. Ook wordt onder meer gehandhaafd op het gebied van beveiliging tegen aanrijdgevaar, opslag van gevaarlijke stoffen en de keuring van arbeidsmiddelen.

Buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente Zaltbommel hebben op het terrein van de fruitteler de voertuigen gecontroleerd van het uitzendbureau dat de werknemers uitleent aan de fruitteler. De werknemers zijn in groepen buiten gehoord over de manier waarop zij worden vervoerd en hoe zij zijn gehuisvest in het vakantiepark. Uit verklaringen is gebleken dat werknemers uit verschillende vakantiehuisjes bij elkaar in volle busjes zitten, terwijl alleen personen die bij elkaar in huis wonen samen mogen worden vervoerd. In sommige gevallen bleek dat per busje 8 of 9 personen werden vervoerd.

Op basis van de resultaten van de controle zal de gemeente in enkele gevallen proces-verbaal opmaken tegen de uitzendorganisaties omdat zij teveel personen in voertuigen hebben vervoerd terwijl deze personen niet tot hetzelfde huishouden behoren. Burgemeester Van Maaren, gemeente Zaltbommel: “Ik vind het belangrijk dat er naast preventieve maatregelen ook toezicht en handhaving plaatsvindt in het kader van Corona. Ik ben tevreden over hoe diverse ketenpartners hun medewerking verleenden aan deze integrale handhavingsactie.”

Bron: Inspectie SZW, 4 juni 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Controle op vervoer en huisvesting werknemers bij fruitteler in Zaltbommel

Randstad Boost – opleidingen voor vacatures in zorg, bouw en ict

Scholing en omscholing naar de juiste beroepen is nu belangrijker dan ooit. Als niet ingegrepen wordt, zal de schaarste in bepaalde beroepsgroepen niet worden opgelost. Én, komen mensen die nu zonder werk zijn moeilijker weer aan de slag.

  • Er is schaarste gebleven in onderwijs, zorg en ICT
  • Werkloosheid neemt juist toe in horeca, schoonmaak en administratie
  • Er zijn 45.000 openstaande vacatures op dit moment (normaal 60.000 in deze periode)
  • Nu vooral veel vraag naar o.a verkoopmedewerkers, magazijnmedewerkers

Breed inzetten op opleiding en scholing
Uit een data analyse van Randstad blijkt dat het aantal vacatures in de horeca, schoonmaak en administratie sector flink zijn afgenomen. De vraag naar mensen in branches zoals zorg, bouw en ICT blijft onveranderd hoog. Randstad onderneemt actie door per direct breed in te zetten op opleiding en scholing. De uitzendorganisatie loopt daarmee vooruit op de overheid die aankondigde een campagne ‘Nederland leert door’ te starten.

Meeste vacatures in zorg, bouw en ict
De analyse laat zien dat de minste krimp in vacatures te zien is in de zorg, bouw en ICT. Hier is er nog steeds sprake van schaarste. Ook de vraag naar leerkrachten (basisonderwijs) en docenten (Nederlands, Wiskunde) was voor corona al groot en dat is zo gebleven. Voor de functies van magazijnmedewerker, verkoopmedewerker en medewerker klantenservice zijn nu juist veel vacatures te vinden.

Scholing, omscholing en bijscholing
Dominique Hermans, algemeen directeur Randstad Nederland denkt net als minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat scholing een oplossing is voor veel problemen op de arbeidsmarkt. Randstad is daarom een opleidingsprogramma gestart voor iedereen die op zoek is naar werk. ”We moeten gezamenlijk de handschoen oppakken en investeren in scholing en omscholing. Alleen dan kunnen we de arbeidsmarkt herstellen. Aan de ene kant om aanhoudende schaarste te helpen oplossen, aan de andere kant om de groep die nu door corona zonder werk is komen te zitten snel weer aan het werk te helpen.”

Lees ook
Wat doet Randstad voor duurzame inzetbaarheid van flexwerkers?

Juiste vaardigheden aanscherpen
Hoe zorg je dat iemand weer aan de slag kan op de arbeidsmarkt? In veel gevallen is er meer nodig dan een goede sollicitatiebrief. Om beter aan de vraag van de markt te kunnen voldoen, is voor veel werkzoekenden omscholing of bijscholing van belang. Uit onderzoek naar gevraagde vaardigheden bij 100.000 vacatures blijkt dat op de arbeidsmarkt vooral aan bepaalde soft skills waarde wordt gehecht, oftewel persoonlijke, emotionele en sociale gedragsvaardigheden. De meest gevraagde soft skills zijn; goed kunnen samenwerken, communicatieve vaardigheden en gedrevenheid en enthousiasme. Als deze vaardigheden worden aangescherpt door bijscholing, nemen de kansen op de arbeidsmarkt toe. Hermans: “Mensen voorheen werkzaam in de horeca die thuis zitten vanwege corona, zijn servicegericht. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas bij bijvoorbeeld een klantcontactcentrum. Als je op die manier naar vaardigheden kijkt hebben mensen veel meer mogelijkheden.”

Terug naar school
Het opleidingsprogramma van Randstad, Randstad Boost geheten, bestaat onder meer uit werk- en leertrajecten in vakgebieden waar schaarste is. Het gaat dan om vakopleidingen in o.a. de zorg, techniek, logistiek, transport, bank en verzekeringswezen en onderwijs. De HR-dienstverlener biedt kandidaten daarnaast een breed scala aan trainingen om vaardigheden bij te spijkeren. Opleidingen en trainingen zijn voor iedereen toegankelijk.

Bron: Randstad, 4 juni 2020

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Randstad Boost – opleidingen voor vacatures in zorg, bouw en ict