Maandelijkse archieven: februari 2020

Beperkte groei aantal kenniswerkers in Nederland in vergelijking met EU

Nederland telde van 2016 tot en met 2018 gemiddeld 383 duizend internationale kenniswerkers. Dat is 4,2 procent van de Nederlandse beroepsbevolking.

Vergeleken met andere Europese landen is dat bescheiden. Het grootste deel van deze kenniswerkers (63 procent) werkt in de dienstensector. Dit meldt het CBS op basis van nieuw onderzoek naar internationale kenniswerkers in Nederland en 13 andere Europese landen, bekostigd door het ministerie van EZK.

intern. kenniswerkers naar sector, 2016/2018

In de periode 2003/2005 telde Nederland gemiddeld 221 duizend internationale kenniswerkers. In 2016/2018 waren dat er 383 duizend (73 procent meer). In 2003/2005 vormden ze nog 2,7 procent van de beroepsbevolking, in 2016/2018 was dat 4,2 procent. Van de onderzochte Europese landen kende Luxemburg met 26 procent het grootste aandeel kenniswerkers in de beroepsbevolking in 2016/2018.

In dit onderzoek worden internationale kenniswerkers gedefinieerd als alle hoogopgeleide personen die – soms al jarenlang – wonen in een bepaald land, maar in een ander land zijn geboren. Deze definitie maakt vergelijking tussen landen mogelijk.

Beperkte groei internationale kenniswerkers
De groei van het aandeel internationale kenniswerkers is in Nederland bescheiden vergeleken met de onderzochte EU-landen. Bij ruim de helft van deze landen was sprake van ten minste een verdubbeling van het percentage internationale kenniswerkers. Van de direct omringende landen valt vooral het Verenigd Koninkrijk op. Zowel het aandeel kenniswerkers in 2016/2018 (9 procent) als de groei ten opzichte van 2003/2005 was daar beduidend groter dan in Nederland.

Internationale kenniswerkers met hoog beroepsniveau, 2016-2018

In Nederland vaak kenniswerkers met hoog beroepsniveau
In Nederland doen internationale kenniswerkers vaak werk op hun opleidingsniveau. In 2016/2018 werkte twee derde van hen op een hoog beroepsniveau, bijvoorbeeld als manager of technicus. Nederland komt daarmee achter de koplopers Luxemburg en Zwitserland, maar net voor de buurlanden België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Met 6,2 procent was de werkloosheid onder internationale kenniswerkers in 2016/2018 in Nederland lager dan in de meeste andere Europese landen. Ook was deze lager dan de werkloosheid onder personen met een migratieachtergrond in de Nederlandse beroepsbevolking (gemiddeld 8,4 procent in 2016/2018). Het algemene werkloosheidspercentage was in deze periode gemiddeld 4,9 procent.

Zelfstandigen onder werkzame internationale kenniswerkers

Grootste aandeel zelfstandigen in Nederland
Nederland had in de periode 2016/2018 het grootste aandeel zelfstandige internationale kenniswerkers van de onderzochte Europese landen: 20 procent. Het was bovendien, naast het Verenigd Koninkrijk, het enige land waar het aandeel zelfstandigen toenam ten opzichte van 2003/2005.

Bron: CBS, 10 februari 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Beperkte groei aantal kenniswerkers in Nederland in vergelijking met EU

Monique Noomen-Greve neemt afscheid als algemeen directeur van EIFFEL

Monique Noomen-Greve
Monique Noomen-Greve

Na 21 jaar EIFFEL, waarvan 14 jaar in het directieteam, neemt Monique Noomen-Greve per 1 april 2020 afscheid als algemeen directeur.

Monique doet afstand van de dagelijkse leiding en treedt toe tot de Raad van Commissarissen. Gert-Jan Meppelink, voormalig lid van het executive committee bij ABN AMRO, is haar opvolger.

Met de komst van Gert-Jan is het directieteam, bestaande uit Erik Schut, Bram van Beetz en Karima van Zadelhoff-Charrat, op volle sterkte om invulling te geven aan de ambitieuze groeiplannen van EIFFEL.

Monique Noomen-Greve
Onder leiding van Monique groeide EIFFEL uit tot dé specialist in legal, finance en process oplossingen. Monique over haar keuze: “Ruim 20 jaar heb ik trots deel uitgemaakt van EIFFEL, voor mij het mooiste bedrijf ter wereld. Met de ambitieuze groeiplannen en recente versterkingen van het directieteam voelde het goed om ruimte te maken voor nieuw leiderschap. Ik kijk ernaar uit om in mijn rol als commissaris betrokken te blijven en EIFFEL succesvol verder te zien groeien.”

Gert-Jan Meppelink
Gert-Jan Meppelink

Gert-Jan Meppelink
Gert-Jan is de afgelopen 25 jaar in verschillende leidinggevende rollen actief geweest bij Randstad en ABN AMRO. De laatste 13 jaar heeft Gert-Jan binnen ABN AMRO diverse functies bekleed, van het hoofd van de verkooporganisatie van de retailbank tot zijn laatste rol als lid van het executive committee. Daar was hij verantwoordelijk voor Human Resources, Brand & Communications en Transformation.

Gert-Jan over zijn overstap naar EIFFEL: “De mensen, kennis en reputatie van EIFFEL hebben een sterke indruk op mij gemaakt. Dat, gecombineerd met het vertrouwen dat EIFFEL qua competenties en technologie staat opgesteld om de komende jaren flink te groeien, maakt me enorm enthousiast. EIFFEL is een prominent merk in de markt met een ongekend breed klantenpalet. Ik kijk ernaar uit om dat mooie netwerk van klanten en medewerkers snel te leren kennen.”

Bron: EIFFEL, persbericht 6 februari 2020

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Monique Noomen-Greve neemt afscheid als algemeen directeur van EIFFEL

Aethon CEO Casper Bannet geeft na 15 jaar het stokje door

Casper Bannet, CEO van Aethon en Samen Professionals, heeft onlangs zijn vertrek aangekondigd. Hij treedt naar de achtergrond en neemt als aandeelhouder plaats in de board.

Het dagelijkse bestuur zal worden overgenomen door de nieuwe CEO Liesbeth Griffioen.

Casper Bannet begon 15 jaar geleden op een zolderkamer met een startbedrag van €650,-. Met dit bedrag zette hij een succesvol bemiddelingsbureau op. Dat snel uitbreidde in de zorgvervoermarkt, gezondheidszorg, de overheidssector, de kinderopvang en het onderwijs. Onder zijn leiding groeide Aethon uit tot één van de snelst groeiende bedrijven van Nederland.

“Samen met mijn oud vennoot en goede vriend Lennard van Vloten heb ik vijftien prachtige jaren beleefd waarin we met trots een bedrijf met grote maatschappelijke impact hebben gebouwd. Ik ben ervan overtuigd dat Aethon en Samen Professionals onder leiding van Liesbeth klaar zijn voor de volgende fase”, aldus Casper Bannet.

Bannet heeft alle vertrouwen in de toekomst van Aethon. Liesbeth Griffioen volgt Casper Bannet op als CEO van Aethon en Samen Professionals. Liesbeth is afgelopen november begonnen als Chief Commercial Officer bij Aethon en begint per 7 februari in haar nieuwe functie.

Liesbeth Griffioen vertelt: “Het is heel bijzonder om te zien dat we ons als organisatie continu ontwikkelen om toekomstbestendig te zijn. We hebben de WAB omarmd, nieuwe systemen geïntroduceerd én met de komst van Samen Professionals bieden we een compleet palet aan onze klanten: van jong talent tot volwassen professionals. Met als doel om onze opdrachtgevers en kandidaten centraal te zetten. Ik vind het een enorme eer om het stokje van Casper over te mogen nemen en verder te bouwen aan onze onderscheidende proposities.”

Bron: Aethon, persbericht 7 februari 2020

Zie ook
Liesbeth Griffioen CCO van Aethon
Interview met Casper Bannet: Jong talent wil steeds meer echte betrokkenheid

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Aethon CEO Casper Bannet geeft na 15 jaar het stokje door

Record aantal SEU-examens bevestigt kwaliteitsbewustzijn flexbranche

De noodzaak én toegevoegde waarde van opleiden en extern certificeren groeit en dat is te merken aan het aantal afgenomen examens van de Stichting Examens Uitzendbranche in 2019.

Liefst 3488 Uitzendprofessionals kozen in 2019 voor het SEU-examen – een behoorlijke stijging t.o.v. 3005 deelnemers in 2018. Van de kandidaten slaagde 68% met een 6,0 als gemiddeld cijfer.

Ook Backofficeprofessionals worden steeds vaker opgeleid en kiezen vaker voor het SEU-examen. Daarmee spelen werkgevers in op de vraag van deze beroepsgroep om beter op de hoogte te zijn van recente wijzigingen in wet- en regelgeving. Van de kandidaten die in 2019 dit examen deden slaagde 63% met een gemiddeld cijfer 6,0.

“Het doet ons goed te zien dat de markt de toegevoegde waarde van het Backoffice examen ziet”, vertelt Barbara Kramer, manager SEU. “Deelnemers geven aan dat zij direct profijt hebben van de opgedane kennis. Bovendien komt het ook de onderlinge samenwerking ten goede, omdat er meer begrip ontstaat voor elkaars werkzaamheden en dilemma’s.”

Ook meer examens met tolk
Het aantal mondelinge SEU-examens met tolk is in 2019 meer dan verdubbeld. Het is een belangrijke en mooie ontwikkeling dat ook deze doelgroep de kans krijgt om zich te certificeren.

Kwaliteitsbewustzijn
De stijging van het aantal examens bevestigt de doorzettende trend van kwaliteitsbewustzijn in de flexbranche. Zeker in een hevig concurrerende markt is certificering een uitstekende manier voor bureau én werknemer om zich te onderscheiden van anderen.

“Goed werkgeverschap richting flexibele medewerkers betekent ook dat wij zorgen voor kennis en kunde van onze medewerkers”, aldus een van de werkgevers. “Bovendien blijkt in de praktijk dat goed opgeleide medewerkers met meer zelfvertrouwen hun werk doen. Daarnaast geeft het onze klanten vertrouwen als zij zien dat onze mensen op de juiste manier zijn opgeleid en getoetst op belangrijke onderwerpen als wet- en regelgeving. Een win-win voor zowel opdrachtgever, werkgever als werknemer”.

Bron: SEU, persbericht 7 februari 2020

Zie ook
Doorlopende leerlijn voor payroll- en backoffice medewerkers
Goed opgeleide medewerker levert meer op!

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Record aantal SEU-examens bevestigt kwaliteitsbewustzijn flexbranche

Is een DPIA vereist voor een ‘Mijn omgeving’?

Is een DPIA vereist voor een ‘Mijn omgeving’?

Door Jeroen van Puijenbroek, bestuurslid Stichting AVG Garant

Jeroen van Puijenbroek
Jeroen van Puijenbroek

Steeds meer uitzendbureaus werken met een portal. Een ‘Mijn omgeving’, niet alleen voor sollicitanten en flexwerkers maar ook voor klanten. Deze portals worden dan gebruikt om op een gebruiksvriendelijke en efficiënte wijze informatie te delen. Denk aan sollicitatiebrieven, CV’s, scans van ID-bewijzen, gewerkte uren, personeels- en salarisgegevens, et cetera. In dit artikel bekijken we of het op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verplicht is een Data Protection Impact Assessment (DPIA, of in het Nederlands een Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) uit te voeren voor dergelijke verwerkingen.

Een van de doelen van de AVG is de privacyrechten van betrokken personen te beschermen. Organisaties moeten dan ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze rechten gewaarborgd zijn. Hierbij moeten organisaties rekening houden met de hoogte van de pivacyrisico’s voor de betrokken personen. Bij een DPIA/GEB breng je voor een specifieke verwerking de privacyrisico’s in kaart én beschrijf je maatregelen die de risico’s wegnemen of verminderen (mitigeren).

Om wat voor privacyrisico’s gaat het? Privacyrisico’s kunnen ontstaan doordat persoonsgegevens door ongeautoriseerde personen toegankelijk zijn, verloren gaan of worden aangepast. Als deze privacyrisico’s zich voordoen kan dit grote gevolgen hebben voor de betrokken persoon. Denk aan identiteitsdiefstal, fraude, discriminatie of reputatieschade. Deze privacyrisico’s hebben organisatierisico’s tot gevolg, bijvoorbeeld reputatieschade voor het uitzendbureau, klantverlies, marktwaardeverlies, juridische kosten/schadeloosstelling of boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Organisaties moeten daarom altijd goed nadenken voordat ze starten met een nieuwe gegevensverwerking; niet alleen op grond van de AVG maar ook vanuit organisatieperspectief.

Op grond van de AVG zijn organisaties verplicht een DPIA/GEB uit te voeren bij gegevensverwerkingen met een (waarschijnlijk) hoog risico. Voor het bepalen of een gegevensverwerking een hoog risico heeft, zegt de wet dat je moet kijken naar de aard, doel en omvang van de verwerking en naar de context en de gebruikte technologie daarvan. Zo’n omschrijving maakt het er natuurlijk niet makkelijker op. Gelukkig hebben de toezichthouders twee handvatten (lijsten) opgesteld.

  1. De Nederlandse toezichthouder, de AP, heeft eind 2019 een DPIA-lijst opgesteld met verwerkingen waarbij er altijd een DPIA moet worden uitgevoerd. Staat uw verwerking er niet op, dan wil dat nog niet zeggen dat u geen DPIA hoeft uit te voeren. Dan moet worden vastgesteld of de verwerking voldoet aan de criteria op de tweede lijst.
  2. De gezamenlijke Europese privacytoezichthouders (EDPB, European Data Protection Board) hebben een lijst opgesteld van negen criteria die kunnen helpen bij het vaststellen of een DPIA vereist is. De vuistregel is dat als minimaal 2 criteria van toepassing zijn er sprake is van een hoog risico en dat dus een DPIA moet worden uitgevoerd.

Kijkend naar de DPIA-lijst van de AP dan lijken er een paar verwerkingen te zijn waar uitzendbureaus wellicht mee te maken hebben. We noemen:

    • biometrische gegevens bijvoorbeeld fingerprintscan (cases Randstad maar ook Manfield case waarin rechter aangaf dat een DPIA niet gedaan is!).
    • gebruik van zwarte lijsten bijvoorbeeld waarmee uitzendbureaus onderling gegevens uitwisselen van kandidaten omtrent gedrag/VOG.
    • controle van werknemers (denk aan camera’s of GPS-systemen om kandidaten te volgen)
    • gebruik van profilering en het toepassen van AI (Artificial Intelligence) in het recruitment proces bijvoorbeeld in het kader van CV-screening of analyse van taal- of spraakgebruik.

Maar in de lijst komt onze case van de ‘Mijn omgeving’ niet voor. Daarom kijken we naar de criteria-lijst van de EDPB. Hierin tref je meer aanknopingspunten aan: de verwerking van gevoelige gegevens. Het gaat hier om gegevens die algemeen als privacygevoelig worden beschouwd, zoals salarisgegevens, ID-bewijzen of BSN. In de tweede plaats de verwerking van persoonsgegevens van kwetsbare personen (zoals werknemers die vanwege hun relatie met de werkgever niet in vrijheid hun toestemming kunnen geven). Mogelijk gaat het om grootschalige verwerkingen. De AVG geeft geen definitie van grootschalig. In de context van de verplichting tot het instellen van een Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG) heeft de AP voor huisartsenpraktijken minimaal 10.000 dossiers grootschalig genoemd. Tenslotte gaat het om nieuwe technieken, die gepaard kunnen gaan met mogelijk grote risico’s.

Bij een portal voor sollicitanten en flexwerkers zijn afhankelijk van de grootte van het uitzendbureau bijna al deze criteria volgens mij van toepassing. Het toepassen van een DPIA is dan ook volgens mij verplicht. In de markt zijn allerlei templates voor DPIA’s beschikbaar.

In de meeste gevallen worden de ‘Mijn omgevingen’ aangeboden door derde software-leveranciers die de portal in de cloud hosten. In de AVG is geregeld dat leveranciers verplicht zijn om hun klanten te helpen bij het uitvoeren van DPIA’s. Mijn advies is dan ook om bij gebruik van portals altijd bij de leverancier navraag te doen.

Een DPIA geldt niet alleen voor nieuwe verwerkingen maar ook voor bestaande verwerkingen met een hoog risico. De AVG verlangt namelijk dat de DPIA elke drie jaar wordt geactualiseerd of eerder als er grote wijzigingen zijn. Impliciet betekent dit dat voor alle bestaande gegevensverwerkingen, inclusief de ‘Mijn omgeving’, (alsnog) moet worden vastgesteld wat het risico is en/of er DPIA moet worden uitgevoerd.

Mocht je op grond van de AP DPIA-lijst of de EDPB criteria-lijst voor andere gegevensverwerkingen dan de ‘Mijn omgeving’ besluiten dat een DPIA niet verplicht is, dan is het in het kader van de verantwoordingsplicht belangrijk dat je dit besluit gemotiveerd vastlegt. Ook als een DPIA niet strikt noodzakelijk is (bijvoorbeeld midden risico) adviseer ik om toch te overwegen een DPIA uit te voeren. Enerzijds omdat de DPIA namelijk een belangrijk verantwoordingsinstrument is omdat ze jouw organisatie niet alleen helpt om aan de eisen van de AVG te voldoen, maar ook om aan te tonen dat passende maatregelen zijn genomen teneinde ervoor te zorgen dat de AVG wordt nageleefd. Anderzijds omdat door het wegnemen van de privacyrisico’s de kans dat organisatierisico’s, zoals reputatieschade voor het uitzendbureau, klantverlies, marktwaardeverlies, juridische kosten/schadeloosstelling of boetes AP kleiner wordt.

Jeroen van Puijenbroek, bestuurslid Stichting AVG Garant

AVG Garant heeft een AVG-norm ontwikkeld waartegen bedrijven in de flexbranche extern getoetst kunnen worden. Info@avggarant.nl.

Lees ook
Na een jaar AVG, hoe zit het nu met die torenhoge boetes?
Is een Functionaris voor de Gegevensbescherming verplicht?

Geplaatst in Tooling | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Is een DPIA vereist voor een ‘Mijn omgeving’?