Maandelijkse archieven: oktober 2019

Principeakkoord CAO Sociale Werkvoorziening 2019



24 oktober 2019

CAO-naam
CAO Sociale werkvoorziening

Download Principeakkoord CAO Sociale Werkvoorziening 2019
> Principeakkoord CAO Sociale Werkvoorziening 2019 (25-09-19)

Looptijd
Deze nieuw overeengekomen cao heeft een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

Loonmutaties
– 1,23% loonsverhoging per 1 juli 2019
– 1,34% loonsverhoging per 1 januari 2020

Arbeidsvoorwaarden

– De nieuwe cao SW geldt alleen voor werknemers onder de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en niet voor werknemers die onder de Participatiewet vallen.

Bron: FNV, 18 september 2019

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Principeakkoord CAO Sociale Werkvoorziening 2019

AVV CAO Timmerindustrie 2019-2020



24 oktober 2019

AVV CAO Timmerindustrie 2019-2020

Download: AVV CAO Timmerindustrie 2019-2020 (21-10-19)

Besluit: algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Timmerindustrie.

Bron: Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 24 oktober 2019, nr. 52874.

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor AVV CAO Timmerindustrie 2019-2020

Nieuwe tekst CAO GGZ 2019-2021



24 oktober 2019

Naam
CAO Geestelijke Gezondheidszorg
CAO GGZ

Download CAO GGZ | Geestelijke Gezondheidszorg 2019-2021
> CAO GGZ 2019-2021 (23-10-19)

De complete tekst van CAO GGZ | Geestelijke Gezondheidszorg (code loonheffing 1574) looptijd 01-06-2019 – 30-11-2021 is geplaatst op CAOWijzer.

Bron: SZW, 23 oktober 2019

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe tekst CAO GGZ 2019-2021

Randstad brengt ziekteverzuim weer bij UWV

In 2020 gaat Randstad al het ziekteverzuim verzekeren bij het UWV. De overgrote meerderheid van de werknemers is inmiddels al ondergebracht bij het UWV.

Dit betekent dat het UWV moet betalen voor zieke uitzendkrachten van Randstad en ook verantwoordelijk is voor de re-integratie.

Sinds 2013 droeg Randstad in eigen beheer het risico voor het ziekteverzuim. Uitzendorganisaties hebben namelijk de keuze of zij hun ziekteverzuim zelf verzekeren en monitoren of dit overdragen aan het UWV.

Andere grote uitzendorganisaties blijven voorstander van het eigenrisicodragerschap, zo blijkt uit navraag van het FD bij de directies van USG (die een mix hanteert van private en publieke verzuimverzekering), Timing, Manpower en Otto Workforce. Volgens Jacques van den Broek, CEO van Randstad, staat het eigen risico dragen onder druk door een tekort aan keuringsartsen en door privacywetgeving. Lees meer

Uitzendorganisaties kennen een relatief hoog verzuim. Grip op het verzuim is momenteel voor uitzendorganisaties de beste manier om de kostprijs in toom te houden. Na twee jaar wordt de hoogte van de verzekeringspremie namelijk afhankelijk van de omvang van het verzuim in de voorbije jaren. In het publieke systeem, via UWV, betalen bedrijven de eerste twee jaar de helft van de premie. Randstad blijft nog wel de premielasten dragen als gevolg van verzuimcijfers in de voorbije periode.

Zie ook
Verzuimbegeleiding en privacy, een moeizaam huwelijk?
Verzuim en Beter – handboek verzuimmanagement flexbranche
Een verzuim van 1½ %? Kan dat?

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Randstad brengt ziekteverzuim weer bij UWV

Ruim helft flexwerkers na jaar nog in flexibele schil

Van de 771 duizend werknemers die in 2016 begonnen in een flexibele baan zat 54 procent een jaar later nog steeds in de flexibele schil: zij hadden in 2017 een flexbaan of zaten korte tijd zonder werk tussen twee flexbanen in.

Dit meldt het CBS op basis van de meest recente stroomcijfers over werknemers in de flexibele schil.
Instromers flexibele schil 2016 die een jaar later nog in de flexibele schil zitten
Van de instromers in de flexibele schil in 2016 had 14 procent in het jaar na instroom een vaste baan. 5 procent ging binnen een jaar als zelfstandige aan de slag, 28 procent had geen werk. Instromers uit 2010 zaten na een jaar minder vaak nog in de flexibele schil dan die uit 2016. 33 procent had na uitstroom geen werk, bij de groep uit 2016 was dat aandeel met 28 procent wat lager. Het aandeel zelfstandigen en werknemers met een vast dienstverband was in beide jaren vrijwel gelijk.

Scholieren en studenten met korte tijdelijke banen en werknemers die regulier onderwijs volgen zijn in deze analyse niet meegeteld.

Grotere doorstroom naar vast in het onderwijs
De arbeidsmarktposities in het jaar na instroom hangen samen met persoonskenmerken, bedrijfskenmerken en regionale kenmerken, die ook weer met elkaar samenhangen. Dit is onderzocht voor de uitstroom van de in 2016 ingestroomden.

Instromers met een flexibele baan in de bedrijfstakken onderwijs, delfstoffenwinning en energiewinning hebben een jaar later vaker dan gemiddeld een vaste baan, instromers in de bedrijfstak verhuur en overige zakelijke diensten juist minder vaak. Werknemers van middelbare leeftijd stromen vaker door naar vast werk dan de andere leeftijdsgroepen. Een laag opleidingsniveau en een migratieachtergrond hangen samen met een kleinere doorstroom naar vast werk. Flexibele werknemers in kleine bedrijven stromen ook minder vaak door naar een vaste baan dan flexcollega’s in grotere bedrijven.

Flexwerkers in de zorg minst vaak zonder werk en uitkering
Van de flexibele werknemers in de verschillende bedrijfstakken kwamen werknemers in de zorg het minst vaak zonder werk en uitkering te zitten in het jaar na instroom. In de landbouw, horeca, delfstoffenwinning en verhuur en overige zakelijke dienstverlening was die uitstroom het grootst. Hoogopgeleiden, mannen en werknemers van middelbare leeftijd hadden na een jaar het minst vaak geen werk en geen uitkering in het jaar na instroom.
Instromers flexibele schil, bron CBS
Werknemers die wonen in een stedelijk gebied stromen vaker uit naar geen werk en geen uitkering dan degenen in niet-stedelijke gebieden. Werknemers met een migratieachtergrond stromen in het jaar na de start als flexwerker vaker uit naar een situatie zonder werk en zonder uitkering dan werknemers met een Nederlandse achtergrond.

In Utrecht het vaakst naar een vaste baan
Flexwerkers die in 2016 in de provincie Utrecht instroomden kwamen gedurende het jaar daarna het vaakst in een vaste baan terecht (17 procent). In Limburg was dit percentage het laagst (12 procent). Hier speelt mee dat Utrecht het grootste aandeel hoogopgeleiden heeft, evenals het grootste aandeel flexwerkers die in het onderwijs werken en het kleinste aandeel flexwerkers in de verhuur en overige zakelijke diensten.

Drenthe heeft het laagste percentage doorstromers naar geen werk zonder uitkering (10 procent). Zuid-Holland (15 procent), Noord-Holland en Zeeland (beiden 14 procent) hebben de hoogste percentages. Het lage percentage voor Drenthe is voor een deel te verklaren door de lage stedelijkheid in deze provincie, het kleine aandeel personen met een migratieachtergrond, het kleine aandeel werknemers in de horeca, het grote aandeel werknemers in de zorg en het grote aandeel werknemers in een groot bedrijf.

Het aandeel dat uitstroomt naar geen werk met uitkering is het grootst in Friesland en Zeeland (beide 18 procent). De grotere uitstroom naar geen werk met uitkering in Zeeland is deels te verklaren door het kleine aandeel hoogopgeleiden, het grote aandeel werknemers in de landbouw en het kleine aandeel flexwerkers in de zorg.

In Limburg en Overijssel blijft grootste aandeel in flexibele schil
Limburg en Overijssel hebben in 2016 het grootste aandeel flexwerkers die een jaar later nog in de flexibele schil zitten (56 procent), Zeeland het kleinste aandeel (bijna 50 procent).

Bron: CBS, 24 oktober 2019

Geplaatst in Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Ruim helft flexwerkers na jaar nog in flexibele schil