Maandelijkse archieven: januari 2019

Wijziging inkomensbesluit en dagloonbesluit ivm aanvullend geboorteverlof

Vanaf 1 juli 2020 hebben partners van de moeder recht op aanvullend geboorteverlof. Dit verlof bedraagt maximaal 5 maal de wekelijkse arbeidsduur.

Dit is geregeld in de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG).

Dit besluit voorziet in een aanpassing van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) om te regelen wat onder inkomen wordt verstaan als iemand de nieuwe uitkering, geïntroduceerd met de WIEG, ontvangt.

Doelgroepen
In de doelgroep vallen werknemers die aanvullend geboorteverlof hebben genoten en van wie de periode van aanvullend geboorteverlof valt binnen de referteperiode die gehanteerd wordt bij de berekening van het dagloon voor het recht op een WW-, ZW-, Wazo-, WAO-, of WIA-uitkering. Daarnaast betreft het werknemers die al geboorteverlof genieten in samenloop met een van andere genoemde uitkeringen.

Effecten
De algemene maatregel van bestuur heeft als doel dat het hebben genoten van aanvullend geboorteverlof geen dagloonverlagend effect zal hebben indien men binnen 12 maanden na het genieten van het aanvullend geboorteverlof recht krijgt op een van voornoemde uitkeringen. Het genieten van aanvullend geboorteverlof zal ook geen gevolgen hebben voor een andere uitkering die betrokkene op dat moment ontvangt.

Reageren is mogelijk tot en met 12 februari 2019.

Bron: Internetconsultatie.nl, 15 januari 2019

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wijziging inkomensbesluit en dagloonbesluit ivm aanvullend geboorteverlof

Compensatie transitievergoeding van AWF naar Aof

UWV betaalt vergoedingen aan werkgevers als compensatie van (transitie)vergoedingen. Die komen deels niet meer ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF), maar van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Dit is het gevolg van de Nota van wijziging wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).

De oorzaak hiervan is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), die op 1 januari 2020 ingaat.

Overheid
Door de Wnra vallen ook overheidswerkgevers onder het reguliere arbeidsrecht. De transitievergoeding en de compensatie daarvan gelden daarmee ook voor overheidswerkgevers. Overheidswerkgevers dragen niet bij aan het AWF. Daarom is ervoor gekozen de compensaties per 1 januari 2020 uit het Aof te financieren.

AWF tot 2020
De vergoedingen die UWV verstrekt in verband met het beëindigen en het niet voortzetten van arbeidsovereenkomsten in verband met arbeidsongeschiktheid van de werknemer na 1 juli 2015 en voor 1 januari 2020 blijven ten laste komen van het AWF, zoals was geregeld in de Wet houdende maatregelen betreffende de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid.

Bijzonder onderwijs
De rijksbijdrage voor het AWF die wordt verstrekt ter compensatie van werkgevers in het bijzonder onderwijs blijft gehandhaafd voor de compensatie van de transitievergoeding bij beëindiging van arbeidsovereenkomsten in verband met arbeidsongeschiktheid van de werknemer, waarbij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of het niet voortzetten daarvan na 1 juli 2015 en voor 1 januari 2020 plaatsvindt.

Bron: Rijksoverheid, 9 januari 2019

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Compensatie transitievergoeding van AWF naar Aof

Monsterboard wordt partner van HalloWerk

Recruitment platform Monsterboard is partner geworden van online platform HalloWerk, een initiatief van de gemeenten Rotterdam en Den Haag om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen bij het vinden van een baan.

Het initiatief zorgt ervoor dat werkgevers en werkzoekenden op een meer persoonlijke en directe manier met elkaar in contact komen. Monsterboard zal HalloWerk helpen bij het vergroten van de bekendheid door werkgevers uit haar netwerk te informeren over de mogelijkheden van het initiatief.

Hulp bij zoeken van baan
HalloWerk is er voor werkzoekenden die via de gemeente hulp krijgen bij het zoeken van een baan, bijvoorbeeld mensen met een uitkering of een arbeidshandicap. Het online platform biedt aangesloten werkgevers en begeleidende professionals van de gemeente direct toegang tot kandidaten en hun profielen. Op HalloWerk worden kandidaten niet alleen geselecteerd op basis van hun opleiding en ervaring maar juist ook op basis van hun talent, motivatie en bijvoorbeeld hun hobby’s. Deze kandidaten, waarvan 40% MBO+ geschoold is, worden pro-actief in contact gebracht met werkgevers om hun kansen op werk te vergroten. De verwachting is dat in de loop van 2019 meer gemeenten zullen aansluiten bij HalloWerk.

Werkgevers actief informeren
Om alle betrokken kandidaten te kunnen helpen om een baan te vinden, zal intensief contact gezocht moeten worden met werkgevers. Daarin is een belangrijke rol voor Monsterboard weggelegd. Het recruitment platform zal werkgevers actief informeren over het maatschappelijke belang van HalloWerk en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. Alle beschikbare communicatiekanalen en het werkgeversblog van Monsterboard worden ingezet om de aandacht te vestigen op HalloWerk.

Employer brand
Vooral in de zogenaamde kansrijke beroepen waar ook een groot tekort is aan talent, zoals in de zorg en logistiek, liggen veel kansen voor werkzoekenden. Ulrich Biebaut, General Manager Monsterboard Benelux: “Een werkgever moet dan wel wat willen investeren, bijvoorbeeld in opleiding, training en goede begeleiding van medewerkers. Dit is voor werkgevers een uitgesproken mogelijkheid om hun maatschappelijke gezicht te laten zien en zich open te stellen voor werkzoekenden met een afstand naar de arbeidsmarkt. Dat doet heel veel goeds voor je employer brand. Zeker in een periode waar de vraag naar arbeid heel groot is.”

Bron: Monsterboard, 22 januari 2019

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Monsterboard wordt partner van HalloWerk

Visiotalent: soft skills in selectieproces

Thomas Cador, Benelux Country Manager bij Visiotalent, heeft een opinie-artikel geschreven over het belang van soft skills in het selectieproces.

Visiotalent is een bedrijf op het gebied van video-rekrutering, dat onder andere Walibi België, KPMG en Thalys tot zijn klanten mag rekenen.

Het artikel beschrijft hoe de werksector verandert onder invloed van soft skills, digitale transformatie en recruitment 2.0. Cador benadrukt hoe het naar voren brengen van iemands soft skills een voordeel is voor kandidaten, zeker in een tijd van digitale transformatie van de HR-sector waar hulpmiddelen als video-interviews, persoonlijkheidstests en virtual reality steeds vaker gebruikt worden.

Bron: Visiotalent, 21 januari 2019

Geplaatst in Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Visiotalent: soft skills in selectieproces

Deliveroo-uitspraken getuigen van verdeling van licht en schaduw

Op 15 januari 2019 heeft de kantonrechter in een tweetal rechtszaken geoordeeld dat Deliveroo-riders werkzaam zijn bij Deliveroo op basis van een arbeidsovereenkomst. Daarnaast valt Deliveroo volgens de kantonrechter onder de werkingssfeer van de Cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen.

Deze uitspraken zijn contraire op hetgeen eerder in een andere uitspraak werd geoordeeld, namelijk dat er géén arbeidsovereenkomst bestond tussen Deliveroo en de Deliveroo-rider.

Kantonrechter sneller dan platformeconomie, maar langzamer dan realiteit
De kantonrechter oordeelt dat sinds de eerdere Deliveroo-uitspraak de platformeconomie in Nederland een snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt en het voor de rechtsontwikkeling van belang kan zijn dat hierover verschillend wordt geoordeeld. De vraag rijst wat er precies zo snel is veranderd in de platformeconomie sinds juli 2018. De platformeconomie heeft in mijn visie sinds juli 2018 niet een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Wel wordt er sinds vorig jaar meer over dit onderwerp geschreven en gesproken. Bovendien is het nog maar zeer de vraag of de markt erbij gebaat is dat er verschillend wordt geoordeeld. De arbeidsmarkt is gebaat bij duidelijke richtlijnen bij een veel breder vraagstuk, in mijn beleving behoort het tot het takenpakket van de wetgever om hieromtrent duidelijkheid te verschaffen. Waarbij de crux is nieuwe manieren van werk niet te belemmeren, want dat zou de internationale concurrentiepositie van Nederland op de lange termijn nog eens negatief kunnen beïnvloeden.

Een ander opvallend punt uit het oordeel van de rechter is de overweging over de aanschaf van materiaal. De bezorgers mogen zelf hun eigen materieel aanschaffen. Desalniettemin gaat het volgens de rechter om de aanschaf van materieel (met uitzondering van de maaltijdbox) dat ook in het dagelijks leven gebruikelijk is, zoals een smartphone en een eigen vervoermiddel. Dit oordeel doet mij twijfelen of het daadwerkelijk duidelijk is voor de rechter wat voor platform het is en hoe het precies werkt. Het is correct dat bijna iedere Nederlander een smartphone en een fiets heeft. De smartphone en het vervoermiddel zijn echter in dit geval ‘het hart’ van de dienstverlening. Deze zaken behoren tot de verantwoordelijkheid van de rider, hetgeen relevant is voor de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zonder dit ‘hart’ kunnen de riders niet werken. Het is een essentieel onderdeel van hun werk en van het business model. Het is een gemis dat de rechter dit punt niet heeft meegewogen.

Vrijheid om bestellingen te weigeren
Eén van de wezenlijke kenmerken van een arbeidsovereenkomst is een gezagsverhouding tussen de werkgever en werknemer. Tussen Deliveroo en de Deliveroo-rider is overeengekomen dat de rider de vrijheid heeft om een bestelling te weigeren. Uit het contract blijkt dat de rider de reden van de weigering van een bestelling niet hoeft op te geven. Volgens de rechter kan dit wel zo zijn, maar dat neemt niet weg dat Deliveroo ook uit het niet-invullen van de reden van de weigering haar conclusies kan trekken. De vrijheid om te weigeren is volgens de rechter aanzienlijk minder groot dan het contract suggereert. Dit komt door

  1. verschillende systemen in onderlinge samenhang bezien, en
  2. het feit, dat Deliveroo prestatiecriteria hanteert voor bezorgers die dan bij voorrang kunnen inloggen voor (gewilde) sessies.

Deliveroo heeft in de procedure documenten overgelegd, waaruit blijkt dat in september 2018 in Nederland maar liefst 44,5 % van de bestellingen werden geweigerd. De rechter oordeelt over deze cijfers dat de redenen van de weigering ontbreken en evenmin duidelijk is welke gevolgen daaraan zijn verbonden. Daar komt bij dat wanneer een bezorger niet binnen een bepaalde tijd reageert of kiest voor een andere bestelling binnen Deliveroo, dit ook als een weigering van de bestelling wordt geregistreerd.

Volgens mij is de kern van de verhouding, zoals in alle opdrachtrelaties gelegen, in de vrijheid om een bestelling (deelopdracht) te weigeren. Ter illustratie: als een zelfstandige advocaat geen opdracht wenst aan te nemen, dan is dat aan hem. Waarom hij die opdracht niet aanneemt, is eveneens aan hem. Die vrijheid past immers bij het ondernemerschap. Daar komt bij dat Deliveroo met bewijs heeft aangetoond dat bestellingen daadwerkelijk worden geweigerd. Iets waarvan de rechter in de uitspraak van juli 2018 nog zei dat het niet uitmaakte of er gebruik werd gemaakt van de mogelijkheid van weigering van een bestelling. Het gaat erom dat die mogelijkheid er is en in deze zaken is aangetoond dat van die mogelijkheid ook daadwerkelijk gebruik is gemaakt.

Weten wat voor vlees je in de kuip hebt
Een ander in het oog springend oordeel uit de uitspraken is de vrijheid van de rider om zich te laten vervangen. De rider heeft de mogelijkheid zich te laten vervangen, zonder voorafgaande toestemming van Deliveroo. Wel moet de vervanger van de rider aan Deliveroo voor aanvang van de werkzaamheden een geldig legitimatiebewijs en een bewijs van het recht om in Nederland te werken tonen. Dat is logisch, zou je zeggen, want iedere opdrachtgever wil wel weten “wat voor vlees ze in de kuip hebben”. De rechter vindt echter de vervangingsmogelijkheid inhoudsloos, omdat gezien het korte tijdbestek waarbinnen de maaltijd moet worden afgeleverd er geen behoefte en ruimte zal bestaan om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Waar baseert de rechter dit op? Eigen ervaringen, aantal vervangingen in een periode of iets anders?

De rechter vindt voorts dat het feit dat de bezorger zich enkel mag laten vervangen, door een vooraf bij Deliveroo bekend gemaakt persoon, kan worden aangemerkt als toestemming om zich door een derde te laten vervangen. Is dat wel zo? In het licht van de Wet arbeid vreemdelingen en op grond van de Wet tot de identificatieplicht is een dergelijk verzoek een wettelijke verplichting voor iedere opdrachtgever en werkgever in Nederland. Het nalaten van deze verplichting kan zelfs hoge boetes tot gevolg hebben. Een gemist punt, als je het aan mij vraagt.

Slot
Alhoewel kort na de uitspraken de ‘slingers’ werden opgehangen en de uitspraken als ‘baanbrekend’ werden bestempeld, vraag ik mij af of dit terecht is. Bij een aantal overwegingen van de rechter kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst. Zeker in het licht van allerlei (technologische) ontwikkelingen rondom werk en het wettelijk kader dat door deze uitspraken niet wijzigt. De Deliveroo-uitspraken getuigen van een verdeling van licht en schaduw. In hoger beroep kan die verdeling zomaar weer eens anders uitpakken.

Zie ook:

Hendarin Mouselli
VRF Advocaten

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Deliveroo-uitspraken getuigen van verdeling van licht en schaduw