CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2019-2021 Geplaatst 15 juni 2018 door Hinke Wever CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek met nieuws, downloads van CAO-tekst, loontabel, functietabel, periodieken, toeslagen en vergoedingen. Nieuws 09-07-19 Nieuwe tekst CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2019-2021 15-06-18 Nieuwe tekst CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2018-2019 Formele naam CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek Ook bekend als Code loonheffing 3993 SBI Code Soort CAO branche AVV Ingangsdatum AVV Expiratiedatum Algemeen verbindend verklaard nee CAO Ingangsdatum 01-04-2019 CAO Expiratiedatum 31-05-2021 Complete tekst(en) > CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2019-2021 (02-07-19) > CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2018-2019 (14-06-18) Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek, cao, CAOWijzer | Reacties uitgeschakeld voor CAO Bedrijven Branchevereniging Tandtechniek 2019-2021
Wijziging tekst CAO Uitzendkrachten ABU 2017-2019 Geplaatst 15 juni 2018 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Uitzendkrachten ABU | 15 juni 2018 Naam CAO Uitzendkrachten ABU Download CAO Uitzendkrachten ABU 2017-2019 > CAO Uitzendkrachten ABU 2017-2019 (14-06-18) De gewijzigde tekst van CAO Uitzendkrachten ABU 2017-2019 (code loonheffing 633) looptijd 05-11-2017 – 31-05-2019 is geplaatst op CAOWijzer. Bron: SZW, 14 juni 2018 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Uitzendkrachten ABU | Reacties uitgeschakeld voor Wijziging tekst CAO Uitzendkrachten ABU 2017-2019
Een op de vijf Nederlanders heeft liever geen expat als collega Geplaatst 15 juni 2018 door Hinke Wever Een op de vijf Nederlanders heeft liever geen expat als collega. Daar komt bij dat maar liefst 26,6 procent van de Nederlanders het vervelend vindt om Engels te moeten spreken op kantoor. Dat blijkt uit onderzoek van HR-bureau Holland Payroll onder meer dan duizend Nederlanders. Voornamelijk werkenden onder de dertig spreken liever geen Engels met collega’s. “Het is jammer dat sommige Nederlanders niet geheel open staan voor nieuwe aanwinsten uit het buitenland. Juist kennismigranten brengen veel nieuwe informatie met zich mee, zowel zakelijk als cultureel”, zegt Niels Brandsma, algemeen directeur van Holland Payroll. “Taal zou daarbij geen barrière moeten vormen.” Opvallend is dat juist jongeren (tot dertig jaar) het vervelend vinden om Engels op de werkvloer te spreken (27,5 procent). Van de Nederlanders tussen de 50 en 59 heeft slechts 17,6 procent hier last van. Brandsma: “Dat is bijzonder, want jongeren spreken tegenwoordig over het algemeen veel beter Engels dan ouderen. Zij pikken het sneller op via populaire media en komen vaker in aanraking met de taal dan mensen dat vroeger deden.” Expatsubsidie moet worden afgeschaft Uit het onderzoek blijkt ook dat veel Nederlanders het oneerlijk vinden dat de overheid Nederlandse werkgevers stimuleert om expats aan te nemen. Vanaf 2019 verkort het kabinet de ‘expatsubsidie’ – de fiscale vrijstelling van dertig procent van het loon van buitenlandse werknemers – van acht naar vijf jaar. Maar dit is volgens 44,2 procent van de Nederlanders niet genoeg: de regeling moet volledig worden afgeschaft. “Het is begrijpelijk dat men het niet eerlijk vindt dat expats een gunstiger positie krijgen op de arbeidsmarkt”, vertelt Brandsma. “Maar de regeling is er juist voor bedoeld om het eenvoudiger te maken om schaars talent en kennis uit het buitenland aan te trekken. Talent en kennis die we hard nodig hebben, zeker in branches zoals ICT en de technologische industrie.” Nederlander als expat Verrassend is ook dat 22,3 procent van de Nederlanders als expat naar het buitenland zou willen, zelfs als dat betekent dat zij tijdelijk gescheiden zijn van hun partner of hun gezin. Mannen zijn bijna drie keer vaker bereid om hun partner en/of gezin enkele maanden tot een jaar achter te laten dan vrouwen. Waar 31,1 procent van de mannen dit zou overwegen, doet slechts 12,3 procent van de vrouwen dit. Bron: Holland Payroll, 15 juni 2018 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags arbeidsmarkt, expats, ICT, Kennismigranten, techniek | Reacties uitgeschakeld voor Een op de vijf Nederlanders heeft liever geen expat als collega
Nederland kleurt oranje voor het WK Lamzakken Geplaatst 15 juni 2018 door Hinke Wever Op 14 juni is de aftrap van het WK Lamzakken. Het technische uitzendbureau Aditech heeft dit WK in het leven geroepen om het gemis van het Nederlands Elftal op het WK voetbal te verzachten. Monteurs en klanten van het uitzendbureau krijgen hiermee gelegenheid om te genieten van hun welverdiende rust. Hun werk is in deze drukke tijd volgens Aditech een topsport geworden. WK Lamzakken Op 14 juni gaat het WK voetbal in Rusland van start. Het Nederlands Elftal is er dit jaar niet bij. Juist daarom organiseert Aditech op hetzelfde moment een alternatief WK: het WK Lamzakken. Alle monteurs en klanten van het uitzendbureau ontvangen een oranje zitzak. Zij worden uitgedaagd om een luie of grappige foto met de zitzak te maken en deze op te sturen naar de speciale website van het WK Lamzakken. En er staat veel op het spel. De winnaar mag er namelijk even lekker tussenuit en ontvangt een weekend lamzakken ter waarde van €1.000,-. Druk op technisch personeel Aditech wil met deze actie onder andere inspelen op de schaarste in de techniek. Volgens cijfers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht zal het tekort in de techniek blijven groeien. Dat betekent dat alle technici die nu voor bedrijven en uitzendbureaus werken het alleen maar drukker krijgen. Bowy van Dam, marketeer bij Aditech: “We merken dat de druk op technisch personeel alleen maar toeneemt. Doordat er weinig nieuwe vakmensen bijkomen, is het voor onze monteurs flink aanpoten. Bovendien komen onze klanten steeds vaker mensen te kort. In deze tijd verdienen zij het om eens te luieren. Het WK Lamzakken is door Aditech in het leven geroepen om dat te realiseren.” Oranjefeest Het WK Lamzakken oogst ook aandacht op de bouwplaats. Diverse bouwplaatsen in het land kleuren oranje door een bezoek van Aditech. Via de speciale website van het WK Lamzakken kan men zijn of haar project opgeven. Jeffrey van Oostrum, directeur van Aditech: “Aandacht geven aan onze monteurs en klanten. We hebben gezien dat dat ontzettend belangrijk is. Met deze actie willen we laten zien dat we aan hen denken en dat we hen ook plezier in en naast hun werk gunnen.” Nederland kijkt dit jaar dus niet naar het Nederlands Elftal, maar naar het Oranjefeest op de bouw. Bron: Aditech persbericht, 15 juni 2018 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Aditech, bouw, techniek | Reacties uitgeschakeld voor Nederland kleurt oranje voor het WK Lamzakken
Opleiding en onderwijs in de schoonmaakbranche Geplaatst 15 juni 2018 door Hinke Wever Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak en Glazenwassersbranche (RAS) Interview met directeur Marianne Neuteboom. RAS zet zich al vele jaren in voor duurzame inzetbaarheid van werkenden in de schoonmaakbranche. Het kabinet en de Sociaal Economische Raad (SER) stimuleren duurzame inzetbaarheid. Dit voorjaar werd de eerste nationale O&O-Conferentie gehouden in het SER-gebouw, Den Haag. Veel Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen spraken er over mogelijkheden voor intensivering van de regionale samenwerking ten behoeve van duurzame inzetbaarheid. Minister Koolmees (SZW) hield een vurig pleidooi voor initiatieven in opleiding en onderwijs door werkgevers en promootte ook het idee voor een individueel opleidingsbudget. Zeer recent kwamen de deelnemers aan de conferentie opnieuw bij elkaar voor de lancering van een gezamenlijk actieplan. De schoonmaakbranche vormt, net als een groot deel van de uitzendbranche, voor veel mensen een opstapfunctie naar de arbeidsmarkt. Ook RAS nam deel aan de conferentie. Individueel scholingsbudget effectief? Hoe denkt Marianne Neuteboom over het invoeren van een individueel scholingsbudget? “Het idee om de (veelal parttime) werkenden in de schoonmaakbranche een individuele opleidingsbudget te geven, gaat in de Schoonmaakbranche niet werken,” vindt Marianne Neuteboom. “Wij regelen alles via de werkgevers. De opleidingen zijn op zich niet zo duur, maar met een jaarlijks individueel budget van 200 euro en veel parttime werk, moet een medewerker meerdere jaren sparen om de kosten van een opleiding van 700 euro te kunnen betalen. Nu worden de kosten door de werkgevers gedragen. Wij vergoeden die kosten weer aan de werkgever, zodra een medewerker slaagt voor zijn of haar examen. Deze aanpak is het meest praktisch en effectief in onze branche. Niet alleen in de schoonmaaksector, ook in andere sectoren kan het individueel scholingsbudget tekort schieten. Denk eens aan de situatie van een beleidsambtenaar die 24 uur per week werkt en een individuele leerrekening van 150 euro per jaar ontvangt. Die moet er ook een paar jaar over doen om een opleiding te kunnen betalen, of zelf geld bijdragen. Voor het stimuleren van opleiding en training werkt dat onvoldoende.” Wat doet Stichting RAS? De Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS) is een onafhankelijk advies- en controleorgaan. Het werd in 1991 opgericht door de sociale partners betrokken bij de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf: CNV Vakmensen, FNV en Ondernemersorganisatie Schoonmaak & Bedrijfsdiensten (OSB). De belangrijkste taak van de RAS is het uitvoeren van de cao-afspraken die sociale partners met elkaar gemaakt hebben. Daarnaast initieert en financiert de RAS activiteiten en projecten op het gebied van arbeidsvoorwaarden, opleidingen en arbeidsomstandigheden. Die activiteiten zijn gericht op goede arbeidsverhoudingen en verdere professionalisering van de branche. Om de paar jaar wordt er in principe een nieuwe cao gesloten. In de nu geldende cao-afspraken zijn meerdere projecten in gang gezet die zijn gericht op opleiding, onderwijs en duurzame inzetbaarheid. “RAS zorgt ervoor dat veel werkenden in de schoonmaakbranche een vakopleiding behalen, dat wil zeggen om zo het vakinhoudelijk deel voor een startkwalificatie te behalen. Tien jaar geleden hebben wij een MBO-kwalificatie laten maken”, verklaart Marianne Neuteboom. “Wij hebben een groot palet aan vakopleidingen in het leven geroepen waarvoor mensen diploma’s kunnen behalen. We hebben een onafhankelijk examenbureau opgericht. Jaarlijks worden via dit bureau zo’n 10.000 mensen geëxamineerd. Het gaat dan om een basisopleiding schoonmaak of gezondheidszorg. Binnen onze sector valt ook de schoonmaak in fabrieken, in treinen, trams en vliegtuigen, evenals glazenwassers en gevelreinigers. Verder valt ook de calamiteitenschoonmaak, na bijvoorbeeld grote branden, waterschade binnen onze branche. Voor al deze werkenden hebben wij een aparte basisopleiding met vervolgopleidingen. We hebben ook een basisopleiding voor de leidinggevende.” Opleiden in de cao “Het stimuleren van opleidingen is geregeld met een bepaling in de cao. Mensen die op een bepaalde datum in dienst zijn genomen voor het werken op een bepaalde locatie, maar nog niet zijn opgeleid, gaan volgens de cao-bepaling niet mee in een contractwisseling. Eens in de zoveel tijd worden de contracten tussen de opdrachtgevers en schoonmaakwerkgevers gewisseld. Een grote keten kiest dan een nieuwe contractpartner. Volgens de cao kunnen de werknemers op dat moment overgaan naar de nieuwe contractpartner, op voorwaarde dat ze zijn opgeleid. Dat is een sterke stimulans voor het opleiden van medewerkers. Wie als schoonmaakwerkgever een groot contract kwijt raakt, blijft immers niet graag zitten met werknemers aan wie hij geen werk meer kan bieden.” Opleiden van leidinggevenden “Sinds drie jaar zijn we ook bezig meewerkend leidinggevenden op te leiden. Aanvankelijk in het kader van het ARBO-convenant. Inmiddels hebben we een basisopleiding voor leidinggevenden waarmee zij leren een gesprek te voeren in plaats van instructies te geven. Leidinggevenden zijn immers de eerste contactpersoon in het dossier ziekteverzuim en in allerlei andere zaken.” Marianne Neuteboom, directeur Stichting RAS Opleiding volgen om door te stromen naar andere sector “In de meest recente cao is een budget vastgesteld voor opleiding van schoonmaakmedewerkers die een vergoeding willen ontvangen voor een opleiding buiten de sector. Mensen komen binnen in de schoonmaaksector en willen na verloop van tijd in een ander vak, binnen een andere sector werken. In totaal kunnen 75 mensen doorstromen met opleidingsgeld uit dit budget. Vorig jaar behaalden wij hiermee het eerste succes: een schoonmaker werkte in een verpleeginstelling; kon stage lopen als voedingsassistent in de verpleeginstelling en heeft nu een baan gekregen voor 6 uur als voedingsassistent. Zij werkt daarnaast nog als schoonmaker.” Voldoende uren bieden “Er is voldoende werk in de schoonmaakbranche en het uurloon is redelijk. Wel blijft het de kunst om medewerkers voldoende uren te bieden, omdat op verschillende werkplekken een beperkt aantal uren kan worden gewerkt. Een grote groep medewerkers wil graag meer uren werken. Wanneer een medewerker meerdere kleine banen moet aannemen om financieel rond te komen, is dat vermoeiend. Dat heeft een negatief effect op het welzijn en de gezondheid. Wij faciliteren momenteel veel projecten om oplossingen voor dit probleem aan te dragen. De praktijk zal uitwijzen welke oplossing het best werkt. In totaal werken we nu met zo’n tien duurzame inzetbaarheidsprojecten, die zijn afgesproken in de cao. De uitkomsten worden dit najaar besproken, waarbij ook ideeën van de werkgevers worden betrokken. De sociale partners gaan daar aan de cao-tafel vervolgens weer afspraken over maken.” Een greep uit de lopende Duurzaam Inzetbaarheidsprojecten – Werknemers sterker maken. Meer gelijkwaardige verhoudingen tussen werkgevers en werknemers stimuleren. – Zelfregulering. Werknemers worden gestimuleerd zelf oplossingen te verzinnen voor zaken die zij willen verbeteren op de werkvloer. Zij hoeven dan niet meer alles bij de leidinggevenden neer te leggen. – Regionale samenwerking ten behoeve van meer uren. Een aantal bedrijven in de regio werkt samen om mensen meer uren te kunnen bieden. In een ander project wordt gekeken of medewerkers naast het schoonmaakwerk ook andere dingen kunnen doen. Dit is bijvoorbeeld de situatie op Schiphol of bij enkele grote ziekenhuizen. Die aanpak voorziet er ook in dat medewerkers meer uren draaien ten behoeve van een volledig inkomen. – Scholing/training van leidinggevenden. “We zijn bezig met het maken van een toolbox voor leidinggevenden, zodat zij op een eenvoudige manier tips krijgen.” – Vermijden van fysieke klachten. Bij werkzaamheden waar mensen een verhoogd risico op uitval door gezondheidsklachten riskeren, krijgen leidinggevenden tips om dit snel te signaleren, zodat zij tijdig kunnen ingrijpen. Leidinggevenden worden geïnformeerd over welke werkzaamheden medewerkers wel/niet mogen uitvoeren in dergelijke situaties. Voorlichting met beeldmateriaal via apps “In onze voorlichting willen we meer gaan werken met beeldmateriaal en apps, omdat niet iedereen goed kan lezen en er veel anderstaligen in de sector werken. We doen alles wel in het Nederlands. De examens worden in principe ook alleen in het Nederlands afgenomen. Kennis van de Nederlandse taal is nodig om verder te integreren in de arbeidsmarkt. Bovendien wordt van schoonmakers verwacht dat zij in het Nederlands kunnen communiceren op hun werkplek. Schoonmakers hebben allemaal een telefoon, zij onderhouden contact met de klant, doen bestellingen en hebben contact met de werkgever. Daarom wordt door cao-partijen veel geïnvesteerd in taaltrajecten.” Taalcursussen “Wij besteden per cao-looptijd (nu twee jaar) een paar miljoen aan taalcursussen. Dat budget was deze keer binnen een jaar op. Wij hebben dit een tijdje onbeperkt aangeboden, maar dat was niet meer te financieren. Inmiddels hebben een paar duizend schoonmakers een taaltraject of schrijftraject kunnen volgen. Wij stellen de criteria voor de taalopleidingen vast. De medewerkers moeten hierin aantoonbaar een bepaald niveau halen. Vervolgens vergoeden wij een maximaal bedrag dat de opleidingskosten dekt, evenals de uren van de opleiding, want ook die moeten worden doorbetaald aan de werknemer. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om korte opleidingen aan te bieden. Naast hun schoonmaakwerk hebben de schoonmakers vaak andere banen of zorgtaken. Hun tijd is beperkt. Wanneer de spanningsboog van het leertraject te lang is, lukt het vaak niet. Het niet behalen van een langere opleiding werkt demotiverend, terwijl de medewerkers heel trots zijn als ze een kleinere stap wel hebben gehaald. Dat motiveert om door te gaan.” Instroom en opleiding via uitzendwerk of re-integratie “De opleiding wordt door RAS uitsluitend gefinancierd voor mensen die vallen onder de werkingssfeer van de cao en die er premie voor afdragen. Een uitzendkracht kan wel bij ons examen doen, maar de werkgever moet er dan zelf voor betalen. Dat geldt ook voor mensen die instromen in de sector via de sociale werkvoorziening of andere re-integratietrajecten. Zij kunnen een opleiding volgen en tegen kostprijs examen doen bij ons exameninstituut.” Interview: Hinke Wever, FlexNieuws Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags cao, duurzame inzetbaarheid, Marianne Neuteboom, opleidingen, RAS, scholing, schoonmaakbranche | Reacties uitgeschakeld voor Opleiding en onderwijs in de schoonmaakbranche