ManpowerGroup Q2 2015: omzetdaling 9% Geplaatst 21 juli 2015 door Hinke Wever ManpowerGroup heeft dinsdag de resultaten over het tweede kwartaal gepubliceerd. De nettowinst in het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg $ 105,7 mln ($ 109,8 mln in Q2 2014). De omzet in het tweede kwartaal bedroeg $ 4,9 mrd, een daling van 9% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De resultaten werden beïnvloed door de sterke Amerikaanse dollar ten opzichte van andere valuta, zo meldt de organisatie. Omgerekend naar constante wisselkoersen steeg de omzet met 7%. ManpowerGroup CEO Jonas Prising: “We zijn tevreden over onze resultaten in het tweede kwartaal en kunnen terugkijken op een goede eerste helft van 2015. De arbeidsmarkten blijven verbeteren over de hele wereld, maar in een traag en ongelijk tempo in sommige landen. We zien met name groei in Italië, Mexico, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.” Bron: ManpowerGroup, 21 juli 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Jonas Prising, ManpowerGroup | Reacties uitgeschakeld voor ManpowerGroup Q2 2015: omzetdaling 9%
Weinig Nederlanders kiezen baan in buurland Geplaatst 21 juli 2015 door Hinke Wever De grenzen tussen Nederland en de buurlanden werken belemmerend voor de arbeidsmarkten in de grensgebieden. Dat blijkt uit het dinsdag verschenen rapport van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en Centraal Bureau voor de Statistiek ‘Arbeidsmarkt zonder grenzen’. Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en CBS hebben onderzocht hoeveel en welke werknemers in het buurland werken. Ook is onderzocht hoe de arbeidsmarkten in de grensregio’s eruit zullen zien als er geen landsgrens is. Per dag pendelen bijna 100 duizend werknemers tussen Nederland en Duitsland of België en omgekeerd. Gezien het aantal banen en inwoners in de grensregio’s is dat weinig. Toch zullen niet alle regionale arbeidsmarkten langs de grens evenveel profiteren van het wegnemen van de belemmeringen. Meer open grenzen zijn vooral gunstig voor regio’s waar de banen over de grens goed aansluiten bij de kennis en vaardigheden van de werknemers. Slechts weinig werknemers kiezen voor baan over de grens In 2012 pendelden ruim 97 duizend werknemers regelmatig tussen Nederland en Duitsland of België en omgekeerd. Uitgaande van het aantal inwoners en banen dat zich binnen een acceptabele woon-werkreistijd van de grens bevindt, is dat 5 procent van wat er mogelijk is. Bovendien gaat het bij ruim de helft van deze pendelaars om Nederlanders, Belgen of Duitsers die aan de andere kant van de grens zijn gaan wonen, maar hun baan in het land van oorsprong hebben. Zij hebben niet gekozen voor een baan over de grens, maar besloten in het buurland te gaan wonen vanwege de aantrekkelijke woningmarkt, het gunstige belastingklimaat of om persoonlijke redenen. In plaats van grenspendelen kunnen werknemers die een baan vinden in het buurland daar ook gaan wonen. Maar ook deze groep is klein: 35 duizend personen in 2012. Duitsers werken 2,5 keer vaker in de Nederlandse grensstreek dan andersom De grensbarrière is niet voor iedereen even groot. Duitsers werken 2,5 keer vaker in de grensstreek van Nederland, dan omgekeerd. Dat is opmerkelijk want de mogelijkheden voor grenspendel zijn zelfs iets groter voor Nederlanders in Duitsland dan andersom. Het verschil in taal en cultuur kan dit niet verklaren: die kloof is even groot voor de Duitsers als de Nederlanders. Belgen werken ongeveer even vaak in de Nederlandse grensstreek als Nederlanders in België. Open grenzen minder gunstig voor Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg dan vaak gedacht Vooral in regio’s waar aan de andere kant van de grens steden nabij liggen, kan het verminderen van de grensbarrière leiden tot een sterke toename van het aantal bereikbare banen. Niet alle banen zijn echter geschikt voor elke werknemer. Het kan zijn dat vaardigheden van werknemers niet aansluiten bij de werkzaamheden over de grens. Hierdoor profiteren sommige regionale arbeidsmarkten minder van het verminderen van de grensbarrière dan je zou verwachten. Dat is ook het geval voor Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg: er zijn wel veel banen in de nabijgelegen steden (Antwerpen-Gent- Brugge en Aken-Luik) maar een groot deel van die banen is niet geschikt voor de werknemers uit de Nederlandse regio’s. Vooral regio’s waar de beschikbare banen goed aansluiten bij de vaardigheden van de werknemers over de grens, kunnen profiteren van het wegnemen van de grensbarrières. Dat is bijvoorbeeld het geval in Zeeland, het westelijke deel van Noord-Brabant en Oost- en West-Vlaanderen in België. De sector vervoer en opslag is in die regio’s aan beide zijden van de grens sterk vertegenwoordigd. Ook het noorden van Limburg en de aangrenzende Duitse districten profiteren vanwege de specialisatie in de groothandel van beide regio’s. Regionaal en nationaal beleid kan belemmeringen verminderen Het beleid kan een bijdrage leveren aan het verminderen van barrières, maar dit vraagt maatwerk. Als er veel geschikte banen over de grens bereikbaar zijn, dan zijn regio’s gebaat bij een betere informatievoorziening zodat werkgevers en werknemers aan weerszijden van de grens elkaar sneller vinden. In regio’s waar de vaardigheden van werknemers niet aansluiten op de werkzaamheden over de grens, kan de regio inzetten op omscholing en aangepaste beroepsopleidingen. Het Rijk kan op nationaal niveau bijdragen door onzekerheden over de financiële gevolgen van het accepteren van een baan over de grens weg te nemen. En ook door te zorgen dat Nederlandse diploma’s over de grens worden erkend. Stimuleren van werken over de grens kan onbedoeld krimp in grensregio’s versterken Het stimuleren van werken over de grens kan als onbedoeld neveneffect hebben dat de krimp van de beroepsbevolking in de Nederlandse grensregio’s wordt versterkt. Voor Nederlanders met een baan over de grens is het namelijk duur om te blijven wonen in Nederland: de mogelijkheid voor het aftrekken van de hypotheekrente kan vervallen en de lonen in de buurlanden zijn gemiddeld lager. Nederlanders met een baan in de Belgische of Duitse grensstreek wonen dan ook veel vaker in het buurland dan de Belgen en Duitsers die over de grens werken. Bron: CBS en PBL, 21 juli 2015 Geplaatst in Nieuws | Tags arbeidsmarkt, CBS, grensstreek, Planbureau voor de Leefomgeving | Reacties uitgeschakeld voor Weinig Nederlanders kiezen baan in buurland
Connect biedt betalingsgarantie zzp’ers Geplaatst 21 juli 2015 door Redactie FlexNieuws Zzp’ers die opdrachten vervullen via ZZP Service, onderdeel van Connect, hebben nu de garantie dat tachtig procent van hun ingediende factuur binnen vijf dagen uitbetaald wordt. Om dit te kunnen garanderen heeft Connect een kredietverzekering afgesloten. Met deze vorm van dienstverlening kunnen zzp’ers zich wapenen tegen faillissement en wanbetaling van opdrachtgevers. “We vinden het belangrijk om waarde toe te voegen aan het bemiddelingsproces”, geeft Menno Limm, commercieel directeur van Connect ZZP Service aan. “Zzp’ers kunnen een dergelijke kredietverzekering zelf niet afsluiten, aangezien het te verzekeren bedrag van een individuele zzp’er niet rendabel genoeg is voor een verzekeraar. We bieden deze dienst voor alle zzp’ers aan die we een opdracht helpen of die zelf een opdracht aanbrengen, waardoor we een meerwaarde voor de zzp’er bieden.” Inzicht in facturen Zzp’ers hebben niet alleen een garantie op de uitbetaling van de facturen, ZZP Service biedt ook inzicht in de facturen van zzp’ers. Waar bemiddelingsbureaus niet transparant zijn over de marge die ze berekenen op de zzp’er, probeert Connect de zzp-markt open te breken. Opdrachtgevers besparen de tijd die gemoeid gaat met onjuist of niet compleet ingevulde facturen, wat bij de groei van het aantal zzp’ers (wiens prioriteit niet de boekhouding is) een tijdrovende bezigheid is. Bron: Connect, ZZP Service, 17 juli 2015 Geplaatst in Branchenieuws | Tags betalingstermijn, Connect, facturatie, zelfstandige professionals, ZZP Service | Reacties uitgeschakeld voor Connect biedt betalingsgarantie zzp’ers
Zzp’er grote kans op opdracht via bemiddelaar Geplaatst 21 juli 2015 door Hinke Wever De zzp’er heeft de meeste kans op een opdracht als hij zich registreert bij een bemiddelaar: bijna zeven op de tien (68%) zzp’ers scoort een opdracht, nadat hij zich bij een bemiddelaar heeft ingeschreven. Daarmee is dit kanaal effectiever dan inschrijving op een marktplaats (63%), inschrijving op LinkedIn (49%) of inschrijving op Facebook (34%). Dat blijkt uit onderzoek van de ZZP Barometer onder 519 zzp’ers, in opdracht van Yacht. Zie de infographic “Inschrijven bij een bemiddelaar levert op. Let er als zelfstandige wel op dat je je inschrijft bij een bemiddelaar met een groot netwerk aan interessante opdrachtgevers en opdrachten die ertoe doen,” aldus Ton Hopmans, directeur Yacht. Effectiefste kanalen De zzp’er gebruikt vele kanalen in zijn zoektocht naar opdrachten: het merendeel is zakelijk actief op LinkedIn (88%), via bemiddelaars (70%), op marktplaatsen (67%), op Facebook (38%), op Twitter (35%), op Google Plus (18%), op Pinterest (6%) en op Instagram (4%). De effectiviteit van deze kanalen loopt echter zeer uiteen: waar op LinkedIn één op de twee leden minimaal één klant scoort via het netwerk (49%), en bij Facebook één op de drie (34%), is dat bij Twitter één op de vijf (21%) en bij Google Plus (17%), Instagram (13%) en Pinterest (3%) zelfs nog lager. Minder afhankelijkheid Desalniettemin is slechts één op de vijf zzp’ers afhankelijk van bemiddelaars, een lichte daling (-3%) ten opzichte van het afgelopen jaar. Zeven op de tien zzp’ers (70%) is bij minimaal één bemiddelaar geregistreerd, en gemiddeld is de zzp’er bij 3,6 bemiddelaars aangesloten. Het aantal zzp’ers dat via een bemiddelaar werkt, is het afgelopen jaar wel licht gedaald (-6%). Twee op de vijf zzp’ers is van mening dat bemiddelaars van toegevoegde waarde zijn, een daling van 18% ten opzichte van het afgelopen jaar. Over het onderzoek De onderzoeksresultaten zijn tot stand gekomen op basis van een online enquête onder een representatieve steekproef van 519 zzp’ers in Nederland en zijn bedoeld om meer informatie, kennis en transparantie te brengen voor en over de meer dan één miljoen zzp’ers die Nederland kent (CBS, 2015). Dit zzp-onderzoek is mede mogelijk gemaakt door Yacht, kennispartner van ZZP Barometer op het gebied van “Bemiddeling en marge”. Bron: ZZP Barometer, 21 juli 2015 Geplaatst in Branchenieuws | Tags Yacht, zelfstandige professionals, ZZP Barometer | Reacties uitgeschakeld voor Zzp’er grote kans op opdracht via bemiddelaar
Inhuur gemeenten – opleiding uitzendkrachten nodig Geplaatst 21 juli 2015 door Hinke Wever ‘Bij inhuur gaat het ons om de flexkracht en niet om het bemiddelende bureau, anders gezegd: het gaat om de vent (m/v), niet om de tent.’ Fenna Leibbrand is gemeentelijk P&O-adviseur Ze adviseert dertien gemeenten in de provincie Noord-Holland, waarvan er negen samenwerken in de regio Gooi en Vechtstreek. Dat zijn de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Daarnaast is Fenna actief voor Eemnes, Nijkerk, Bunschoten, Spakenburg. Dit interview maakt deel uit van een serie interviews met een tiental genodigden, die ervaringen hebben uitgewisseld tijdens een ronde-tafel conferentie over inhuur door de overheid. Lees het verslag. “Het regionale P&O-samenwerkingsverband is in 2003 op initiatief van de gemeentesecretarissen van deze gemeenten ontstaan”, zo vertelt Fenna. “Het is een informeel samenwerkingsverband waarbij de nadruk ligt op bovenlokale projecten en thema’s. Sinds 2008 ben ik samen met Amersfoort voor onze gemeenten de payroll en de inhuur van flexibel personeel op alle niveaus gaan aanbesteden. Dat contract is in 2012 opnieuw uitgezet. Er is toen een nieuwe aanbesteding gedaan, voor een beperktere groep, omdat onze flexibele schil is verkleind. De vraag naar flexibel personeel is enorm afgenomen in de regio, onder druk van de gemeenteraden, vakbonden en door bezuinigingen. In de praktijk kunnen we niet zonder flexibele schil vanwege pieken en dalen in de hoeveelheid werk. Zeker de invoering van de drie decentralisaties heeft veel tijd en menskracht gekost. Toch is dat met minder met flexwerkers tot stand gebracht dan we aanvankelijk hadden ingeschat.” Kennis in huis houden “Gemeenten willen bovendien vaker de noodzakelijke kennis in huis houden. Bij de inhuur van een interim professional zijn ze alle opgedane kennis weer kwijt wanneer die vertrekt. Twee derde van onze populatie is ouder dan 45 jaar. Ongeveer een derde is ouder dan 55, er wordt dus nogal wat uitstroom verwacht door pensionering. We hebben een paar procent jongeren in dienst. Die zetten we daarom zoveel mogelijk strategisch in voor het behoud van kennis.” Ervaringen met inhuur Met betrekking tot inhuur van uitzendkrachten, noemt Fenna aandachtspunten voor uitzendorganisaties. “Inhuur via detacheringsbureaus van flexwerkers op HBO-niveau verloopt doorgaans goed. De opleiding en coaching van uitzendkrachten op MBO-niveau kan veel beter,” vindt ze. “De doorsnee populatie van een uitzendbureau is slecht opgeleid waar het gaat om kennis van de gemeente.” Opleiding uitzendkrachten “Het werken bij de gemeente vraagt goede sociale omgangsvormen en kennis van het duale systeem, de inrichting van de gemeentelijke organisatie,” zo licht ze toe. “Je kunt je tegenover cliënten van de gemeente niet uiten zoals je je misschien permitteert tijdens chats op sociale media. Als uitzendkracht vertegenwoordig je bij ons de lokale overheid. Dat betekent dat je iedereen – zonder uitzondering – fatsoenlijk te woord moet staan en behandelen. We hebben behoefte aan uitzendkrachten, maar het gebrek aan sociale vorming en vaardigheden is voor ons al langere tijd een issue. Bij elke evaluatie keert het terug, wanneer ik vraag naar de ervaringen op de werkvloer. Ik zie nog niet hoe uitzenders dit vormingsissue aanpakken. Soms spreek ik een uitzendkracht, waarvan mij door de uitzendorganisatie was toegezegd dat die een opleidingstraject zou volgen. Dan vertelt die uitzendkracht mij dat hij nog niet is toegelaten tot de opleiding, omdat hij nog niet lang genoeg voor het uitzendbureau werkt. Ik verwacht dat die uitzendkracht vanaf het begin van het contract wordt opgeleid en niet na een half jaar of nog later. Wij zijn bereid meer te betalen voor de dienstverlening als de kwaliteit evenredig is. Tegenwoordig krijgen uitzendkrachten gelijk loon voor gelijk werk. Er is niets mis met dat gelijkheidsprincipe, maar dan verwacht ik wel dat het niveau van de uitzendkracht vergelijkbaar is met de vaste kracht en dat is vrijwel niet het geval.” Verouderde IT Een ander aandachtspunt betreft de IT-omgeving van grotere uitzendorganisaties, vindt Fenna. “Die is niet erg toegankelijk en vooral afgestemd op de werkzaamheden van de intercedent. Managementinformatie is niet online in te zien voor de opdrachtgever, laat staan dat ik in detail, wanneer het mij uitkomt, informatie over de inhuur kan oproepen over de huidige periode en voorbije jaren. Ik krijg jaarlijks een gedetailleerd overzicht omdat ik daar om vraag, maar ik wil liefst elk moment kunnen zien hoeveel en wie we op welke afdelingen onder welke voorwaarden hebben ingehuurd in bepaalde periodes. Ik wil ook kunnen zien hoe het zit met de ketenverantwoordelijkheid. Die informatie is bij onze payroll dienstverlener wel op een moderne manier ingericht. Uitzenders hebben hier een achterstand in te halen. Dat gaat verder dan mijn persoonlijke behoefte aan inzicht en overzicht. De inhuur wordt betaald met gemeenschapsgeld, daarom willen gemeentebesturen steeds vaker gegevens omtrent de inhuur inzien en bijvoorbeeld weten hoe het ziekteverzuim eruit ziet bij de uiteenlopende leveranciers van personeel.” Uitstroom en inzet van flex “Ik denk dat een toename van de behoefte aan flexibel personeel samen gaat lopen met de uitstroom van gepensioneerden bij de gemeenten. De vervangingsvraag zal lager liggen dan de uitstroom. Een deel van de vervanging zal met flexwerkers worden vervuld. We krijgen straks een nieuwe Omgevingswet. Dat gaat voor een gedeelte naar de uitvoeringscentra, maar uiteindelijk zullen gemeenten daar wel op moeten gaan anticiperen. Dan krijg je een beweging van personeel van gemeenten dat naar die uitvoeringscentra wordt overgeheveld. Bij de gemeenten neemt het aantal taken af, maar ze blijven wel verantwoordelijk voor de goede uitvoering. In 2017 krijgen we een aanpassing van de ambtelijke status. We blijven wel ambtenaar, maar krijgen niet meer een uitzonderingspositie. We volgen het BW en de markt. Daardoor zal het gemakkelijker worden om mensen in en uit te laten stromen. Dat zal ook verschuivingen veroorzaken. Nu is het vaak een belemmering om mensen aan te nemen. De overheid is eigenrisicodrager bij ontslag. De overheid moet zelf de WW-uitkeringen en de vervolguitkeringen betalen. Dat zal in 2017 niet helemaal voorbij zijn, ik verwacht dat er een overgangsregeling komt.” Werving “Op het ogenblik vinden we nog overal de mensen voor. Er is grote werkloosheid, faillissementen zijn nu de belangrijkste reden dat mensen hun baan verliezen. De overheid gaat niet failliet en dat werkt bij de werving in ons voordeel. Wanneer de economie aantrekt, lopen marktpartijen zo’n anderhalf jaar voor op gemeenten bij het aantrekken van personeel. Dan moet je als overheid van goeden huize komen, wil je de juiste mensen aan je kunnen binden.” Payroll bij gemeenten “Tijdelijke vacatures worden met flexwerk opgevuld. Wat dit betreft wordt er heel veel payroll toegepast bij onze gemeenten. We werven dan zelf de mensen en hebben veel invloed op personeelskeuze. We brengen ze onder bij Driessen HRM. Zij hebben de aanbesteding van payroll gewonnen in 2013. Driessen maakt in mijn ogen veel werk van het werkgeverschap. Dat is voor ons een belangrijk criterium, want hoewel wij formeel niet de juridisch werkgever zijn, willen we wel dat deze medewerkers goed worden behandeld. De manier waarop Driessen het invult, vind ik goed. In dat opzicht laten de uitzendbureaus het een beetje liggen naar mijn idee. Zij zouden zich meer kunnen verplaatsen in de behoefte van de klant.” Service flexleveranciers “Driessen biedt payrollmedewerkers voordelen, zoals korting op zorgverzekeringen. Dat zie ik niet bij uitzendbureaus. Ook training- en kennisworkshops voor flexwerkers worden zonder uitzondering aangeboden aan de payrollkrachten, terwijl uitzenders in mijn ogen minder bezig zijn met begeleiding en opleiding van hun uitzendkrachten. Ook in de kwaliteit en onafhankelijkheid in de begeleiding van ziekteverzuim zie ik nogal wat verschil tussen beide typen leverancier.” Regiopools “In de praktijk hebben we flex nodig voor het opvangen van de pieken. Bij de gemeenten is al zoveel bezuinigd, het vet is van de botten. Ik verwacht dat wij een regiopool krijgen van medewerkers die wij in bepaalde periodes kunnen inzetten, zoals de pieken in de paspoortaanvragen. Daar zijn ook mogelijkheden voor de inzet van arbeidsgehandicapten. Verder zijn verkiezingen en de bezetting van stembureaus momenten waarin we werken met vaste teams van ‘seizoenswerkers’. Deze teams kunnen niet meer met de eigen vaste medewerkers worden samengesteld.” Participatiewet en publiek-private samenwerking “Iemand die in een uitkering zit bij de gemeente, moet ook in beeld komen bij P&O. We zullen meer moeten kijken naar het eigen bestand van uitkeringsgerechtigden of we daaruit mensen kunnen rekruteren. We hebben nu al een social return-verplichting van 5% voor al onze uitzendcontractpartners. Dat lijkt wel te werken. Door de privacy bescherming hebben wij er echter onvoldoende zicht op of de mensen die langs deze weg aan werk worden geholpen ook uitkeringsgerechtigden zijn vanuit onze regio. Hoe dan ook, mensen aan het werk helpen is per definitie goed. Daarnaast staan wij in het kader van de Participatiewet voor de opdracht om dit jaar 130 arbeidsbeperkten aan een baan te helpen in onze regio.” Resumerend “Voor gemeenten ligt de uitdaging in het plannen van de benodigde personeelsbehoefte en het daarbij maken van de afweging welk deel vast en welk deel flexibel moet zijn. Dat is een lastige opgave omdat de gevolgen van decentralisaties vaak laat bekend en definitief zijn, terwijl de invoeringsdatum vast ligt. Voor uitzendorganisaties zie ik ook de nodige uitdagingen. Ik vind het van belang dat er veel aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de dienstverlening en van de uitzendkracht. Het staat of valt met goede communicatie, ook binnen de uitzendorganisaties over de afspraken die met ons zijn gemaakt. Het draait om begrip voor wat wij als klant nodig hebben. Kwaliteit is lastig te meten. In de praktijk wordt de prijs dan al snel het doorslaggevende excuus. Dat is voor alle betrokkenen uiteindelijk niet een bevredigende werksituatie.” Interview: Hinke Wever, FlexNieuws Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags duurzame inzetbaarheid, Fenna Leibbrand, gemeenten, inhuurbeleid overheid, opleiding flexkrachten, Participatiewet, payroll, Regio Gooi en Vechtstreek, uitzendbureaus | Reacties uitgeschakeld voor Inhuur gemeenten – opleiding uitzendkrachten nodig