loading
views

Ontslag en toewijzing billijke vergoeding

Ontslag en toewijzing billijke vergoeding

Overeengekomen billijke vergoeding toegewezen
In het artikel ‘Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding’ van 12 augustus 2015 is uiteengezet dat de kantonrechter onder de Wet werk en zekerheid een transitievergoeding of een billijke vergoeding kan toekennen. De billijke vergoeding wordt slechts toegekend bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De kantonrechter te Den Haag heeft in zijn beschikking van 24 augustus 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:9849) een billijke vergoeding toegewezen, hoewel (uit de beschikking) niet duidelijk wordt waaruit de ernstige verwijtbaarheid van de werkgever bestaat.

Het gezamenlijk verzoek van partijen tot toekennen vergoeding
Uit recente rechtspraak blijkt, dat de kantonrechter meermaals is verzocht de werknemer een billijke vergoeding toe te wijzen. In de zaken bij de kantonrechter te Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2015:5563 en ECLI:NL:RBROT:2015:5903) en de kantonrechter te Almelo (ECLI:NL:RBOVE:2015:3663 en ECLI:NL:RBOVE:2015:3897) betrof het een pro forma ontbindingsprocedure, waarbij de werkgever een (voordien met de werknemer overeengekomen) billijke vergoeding heeft aangeboden. Kortweg hebben de kantonrechters te Rotterdam en Almelo beiden overwogen, dat een billijke vergoeding niet kon worden toegekend, omdat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

De overeengekomen billijke vergoeding
In bovenbedoelde zaak van de kantonrechter te Den Haag betrof het geen pro forma ontbindingsprocedure. De zaak is inhoudelijk behandeld, waarbij de werkgever heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de werknemer (inhoudelijk) verweer heeft gevoerd. Het is aannemelijk dat – zoals in de praktijk gebruikelijk is – de kantonrechter vervolgens is nagegaan of partijen (alsnog) in onderling overleg tot een oplossing kunnen komen. In dit verband zijn partijen tot overeenstemming gekomen, waarbij de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 november 2015 en de werknemer een transitievergoeding en billijke vergoeding wordt toegekend van €50.000,- bruto. Tot slot oordeelt de kantonrechter overeenkomstig hetgeen partijen zijn overeengekomen en veroordeelt de werkgever – onder meer – de billijke vergoeding te voldoen aan de werknemer.

Toekenning van de billijke vergoeding
Het is onduidelijk waaruit het ernstig verwijtbare gedrag van de werkgever in zaak bij de kantonrechter te Den Haag heeft bestaan. Dat is spijtig, omdat het inzicht zou hebben kunnen geven in de wijze waarop de kantonrechter invulling geeft aan de voorwaarden voor het toekennen van een billijke vergoeding. De beschikking brengt hierin geen duidelijkheid. Daarentegen bestond er kennelijk wel voldoende aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen. Dit zou onder meer kunnen volgen uit het feit dat partijen het erover eens waren, dat de werkgever ook een bedrag van €25.000,- netto aan de werknemer moet voldoen wegens verbeurde dwangsommen. Het is niet onaannemelijk, dat de kantonrechter tijdens de zitting reeds heeft laten doorschemeren een (nader te bepalen) billijke vergoeding aan de werknemer toe te wijzen, wanneer partijen niet onderling tot overeenstemming zouden komen. Vervolgens zijn partijen een bedrag overeengekomen, die ziet op de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Conclusie
Uit de beschikking van de kantonrechter te Den Haag volgt niet, dat de kantonrechter is gebonden aan de afspraak tussen de werkgever en de werknemer, waarbij de werknemer een overeengekomen vergoeding wordt toegekend. Onder de Wet Werk en Zekerheid kan de kantonrechter onder voorwaarden een transitievergoeding en/of een billijke vergoeding toewijzen. In een pro forma ontbindingsprocedure zal de kantonrechter niet, althans niet snel een billijke vergoeding toewijzen, omdat niet (snel) aan de daaraan gestelde voorwaarden zal zijn voldaan. In een ontbindingsprocedure – waarbij een inhoudelijke behandeling heeft plaats gevonden – bestaat er ruimte om onderling een billijke vergoeding overeen te komen, dat door de kantonrechter wordt toegewezen. Het is niet onaannemelijk, dat een overeengekomen billijke vergoeding in dat geval niet eerder wordt toegewezen, dan nadat tijdens de zitting het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever aannemelijk is geworden.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek