Welke plannen heeft de coalitie met de arbeidsmarkt?

0
475

Het coalitieakkoord wil naar eigen zeggen “de bestaanszekerheid verbeteren via het aanpakken van onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt”. Maar wat betekent dat concreet?

Wat gaat het nieuwe kabinet, dat vandaag is beëdigd, doen voor de arbeidsmarkt?

Coalitieakkoord 2021-2025

Leidraad voor de inrichting van de toekomstige arbeidsmarkt zijn twee rapporten:

  • het eindrapport van de commissie Regulering van Werk (commissie-Borstlap)
  • het hoofdstuk “Arbeidsmarkt, inkomensverdeling en gelijke kansen” uit het SER MLT-advies

De verschillen tussen vaste en flexibele contracten worden kleiner. Zo krijgt iedereen die werkt meer zekerheid. Het minimumloon gaat omhoog en huurtoeslag wordt eenvoudiger. De coalitie wil verder plannen maken voor een andere aanpak voor toeslagen. Voor wie in de bijstand zit wordt werken straks aantrekkelijker.

De plannen
Dit zijn in het kort de concrete plannen van de coalitie:

  • €500 mln per jaar voor het hervormen van de arbeidsmarkt, reïntegratie en het aanpakken van armoede en schulden.
  • €300 mln per jaar voor lastenverlichting van het mkb via loondoorbetaling bij ziekte.
  • Kleinere verschillen tussen vast en flex. In lijn met het SER MLT-advies worden oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten beter gereguleerd.
  • De eerste stappen zetten om toeslagen af te schaffen, en het belastingstelsel te vereenvoudigen en te hervormen.
  • Een budgettair neutrale deeltijd-WW uitwerken, met oog voor uitvoerbaarheid en betaalbaarheid, om de interne flexibiliteit en wendbaarheid van bedrijven te vergroten.
  • Werken wordt lonender en de armoedeval kleiner. Er komt een minimumuurloon op basis van de 36-urige werkweek (Kamerstuk 35335). Het minimumloon wordt stapsgewijs met 7,5% verhoogd en de koppeling met de uitkeringen (behalve de AOW) blijft in stand om het bestaansminimum te verstevigen. Ouderen krijgen een hogere ouderenkorting.
  • Echte zelfstandigen worden ondersteund en ondernemerschap wordt gestimuleerd. Een webmodule moet zzp-ers vooraf zekerheid geven over de aard van de arbeidsrelatie. Schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan door betere publiekrechtelijke handhaving.
  • Er komt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen. De verzekering moet oneerlijke concurrentie en te grote inkomensrisico’s voor individuen voorkomen, en houdt rekening met de randvoorwaarden uit het pensioenakkoord.
  • De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 met stappen van 650 euro teruggebracht tot 1200 euro in 2030. Zelfstandigen worden gedurende de kabinetsperiode gecompenseerd via de verhoging van de arbeidskorting.
  • Meer mensen (ook met een afstand tot de arbeidsmarkt) naar werk begeleiden, samen met sociale partners, gemeenten en het UWV. Er komen meer beschutte werkplekken.
  • De overgang van werk-naar-werk en van uitkering-naar-werk stimuleren. Om- en bijscholing moet daarbij de overstap naar tekortberoepen ondersteunen, onder andere op basis van ervaringen met de regionale mobiliteitsteams in de coronacrisis.
  • Permanente scholing bevorderen via leerrechten. In overleg met sociale partners wordt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst via een van-werk-naar-werk-route uit het MLT-advies nader uitgewerkt.
  • Arbeidsparticipatie en positie van arbeidsongeschikten verbeteren. Daarnaast in overleg met sociale partners bekijken hoe ‘hardheden’ in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) kunnen worden vermeden.
  • Om de loondoorbetaling bij ziekte te verbeteren, richt de re-integratie zich in het tweede jaar (in lijn met het SER-advies) op het tweede spoor, waarbij de instroom in de WIA zoveel mogelijk wordt beperkt.
  • De bijverdiengrenzen in de Participatiewet verruimen. Samen met gemeenten mensen die langdurig in de bijstand zitten actief benaderen, en ondersteunen en stimuleren naar werk, uitgaande van een actieve rol van uitkeringsgerechtigden.
  • De kostendelersnorm wijzigen, zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

Bron: coalitieakkoord, 15 december 2021

Reacties
Wat vinden grote belangenorganisaties in de flexbranche ervan?

ABU: publiek-private samenwerking ontbreekt
ABU-directeur Jurriën Koops: “Dit akkoord biedt kansen om onze maatschappelijke rol verder in te vullen. We zien mooie ambities zoals meer kansengelijkheid, het tegengaan van discriminatie, het verbeteren van de bestaanszekerheid en de aanpak van armoede en schulden. Ook maakt het kabinet geld vrij om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren, zodat meer mensen sneller aan het werk kunnen. Bij dit alles kunnen onze leden een belangrijke rol spelen. Jammer dat het nieuwe kabinet niets zegt over de belangrijke functie van PPS (publiek-private samenwerking) hierbij.”

De ABU is blij dat het kabinet van plan is om voor de regulering van uitzendwerk aan te sluiten bij het SER-advies. Koops: “De ABU staat klaar om het nieuwe kabinet te helpen bij de uitwerking van de plannen en geeft graag gehoor aan de oproep om te werken aan een breed maatschappelijk draagvlak.”

NBBU: aan tafel!
“Nu het akkoord er eindelijk ligt, is het zaak met elkaar om de tafel te gaan. Wij bieden hierbij graag onze kennis en expertise aan”, zegt NBBU-directeur Marco Bastian. In de uitwerking van de verschillende voorstellen zal de NBBU advies geven en suggesties doen om de arbeidsmarkt klaar te stomen voor de toekomst. Volgens de NBBU creëert de coalitie kansen voor intermediairs door in te blijven zetten op van werk-naar-werk-routes bij de beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Ook zet het kabinet structureel in op meer permanente scholing van alle werkenden. Daarnaast moeten volwassenen toegang krijgen tot ROC’s. Dit sluit aan bij een leven lang ontwikkelen, waar de NBBU al langer op inzet, en draagt bij aan loopbaanpaden, van werk-naar-werk-trajecten en van geen-werk-naar-werk-trajecten. Verder zijn er extra kansen voor vakmensen in de energietransitie, de bouw van extra woningen en de verbetering van de infrastructuur.

De NBBU vindt het goed dat het kabinet zich inzet om meer woningen voor arbeidsmigranten beschikbaar te krijgen, en dat het de aanbevelingen van de commissie-Roemer over de positie van arbeidsmigranten uitwerkt. Ook de mkb-toets bij wetgeving, om te kijken of regels ook voor mkb-ondernemers uitvoerbaar zijn, is een goed punt. Wat het minimumloon betreft, vindt de NBBU vindt dat bij verhoging de werkgeverslasten verlaagd moeten worden. Zo blijven meer mensen deelnemen op de arbeidsmarkt voor een hoger minimumloon. Het voorkomt dat de opstapfunctie van uitzenden voor deze groepen werkenden verloren gaat.

Detacheerders
De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) ziet het akkoord als een race tegen de klok.
Stef Witteveen (VvDN): “Het is zeer twijfelachtig of nieuwe regelgeving al per 1 januari 2023 zal kunnen worden ingevoerd, zeker als het niet opnieuw lapwerk is maar rekening houdt met alle facetten en belangen. Overigens lijkt het daar op basis van het regeerakkoord niet op.”

PZO, Bovib en RIM:
Zij waarschuwen het kabinet voor verkeerd zzp-beleid, omdat dit de arbeidsmarkt dreigt te ontwrichten.
“In de politieke discussie worden alle zzp’ers op één hoop gegooid, terwijl de zelfstandig ondernemers die interimklussen doen voor bedrijfsleven en overheid, onmisbaar zijn voor een goed draaiende arbeidsmarkt en economie.”
Voorzitters van brancheorganisaties Bovib, RIM en I-ZO.nl vrezen dat het kabinet het doel uit het oog verliest als het gaat om zzp-beleid. Dat kan ernstige gevolgen hebben, vooral in sectoren als de zorg.

Hun advies: “Maak het niet onnodig ingewikkeld, moderniseer de arbeidsmarkt voor alle werkenden. Het aantal kwetsbare zelfstandigen neemt af en het aandeel hoogopgeleide, bewuste zelfstandig professionals groeit. Zij zijn tevreden over hun arbeidsomstandigheden en gedijen bij de vrijheid en flexibiliteit van het ondernemerschap.”…”Dat erkent ook de Sociaal-Economische Raad (SER), die de Belastingdienst adviseert zich bij de aanpak van schijnconstructies te beperkt tot situaties waarbij opdrachtgevers zelfstandigen inhuren voor minder dan €35 per uur.”…”Het antwoord op het zzp-vraagstuk is modernisering. De pilot met de webmodule maakt duidelijk dat dit ontbreekt. De webmodule – de online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren – bleek in de pilotfase in bijna 30% van de gevallen geen zekerheid te bieden. Dat komt doordat de vragenlijst is gebaseerd op verouderde wetgeving.”