Arthur Lubbers 23 juli 2026 0 reacties Print Worden malafide uitzenders nog jarenlang gedoogd door de overgangsregeling van de Wtta?Het toelatingsstelsel (Wtta) moet malafide uitleners weren van de markt. Maar in de uitzend- en detacheringsbranche leeft de vrees dat door het soepele overgangsrecht een jarenlange gedoogperiode ontstaat. Is die vrees terecht? Daarover zijn de meningen verdeeld.De Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) gaat in op 1 januari 2027, de handhaving start vanaf 1 januari 2028. Dat lijkt ver weg, maar is eigenlijk kort dag. Om alle uitleners de kans te bieden zich hierop voor te bereiden is er de overgangsregeling. Geen SNA, nog wel jaren uitlenen Het SNA-keurmerk is in feite de basis voor het Wtta-normenkader. Voor intermediairs die nu nog niet SNA-gecertificeerd zijn (of daar nog niet hard aan werken) dreigt uitsluiting van de markt. Het doel is immers het kaf van het koren scheiden, oftewel malafide partijen weren zodat alleen bonafide uitleners overblijven. Het kan echter nog wel jaren duren voordat malafide partijen daadwerkelijk geweerd worden op de markt. Alle uitleners – ook malafide, niet-SNA-gecertificeerde partijen – kunnen zich namelijk aanmelden voor de overgangsregeling. Iedereen valt hieronder, mits ze zich tijdig hebben aangemeld (1 november 2026 – 31 december 2026) en op tijd een aanvraag voor toelating hebben ingediend bij de NAU (1 mei 2027 – 30 juni 2027). Zij kunnen blijven uitlenen in afwachting op het inspectierapport en het besluit op hun aanvraag. Patrick Tom van inspectie-instelling Bureau Cicero, plaatst hierbij een kanttekening. “Ondernemingen die gebruikmaken van de overgangsregeling hebben de inspanningsverplichting om zo snel mogelijk een inspectierapport op basis van het Wtta-normenkader te verkrijgen. Zij zullen ook moeten kunnen aantonen dat zij zich daar actief voor inspannen. De overgangsregeling is daarmee nadrukkelijk geen vrijbrief om zonder verdere actie actief te blijven.” Maar vanwege de verwachte vele aanvragen kan het heel lang duren voordat inspectie-instellingen een inspectierapport voor alle uitleners kunnen overleggen en de wachtlijst bij de NAU flink zal ook flink oplopen. Er gaan geluiden op dat het wel 4 tot 6 jaar duurt voordat alle uitleners in de overgangsregeling een Wtta-inspectie hebben ondergaan en definitief zijn toegelaten (of niet). In de uitzend- en detacheringsbranche leeft dan ook de vrees dat door het soepele overgangsrecht een jarenlange gedoogperiode ontstaat. “Als partijen die niet eens een SNA-keurmerk hebben nog jaren worden gedoogd, zou dat mij echt pissig maken”, zo verwoordde Victor Groothoff, managing partner bij SchaalX, het sentiment dat leeft in de markt onlangs in een interview met ZiPconomy. “We zijn van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig om het goed te regelen. Het kost veel tijd en geld. Onze grootste frustratie is dat wij alles goed op orde hebben en andere clubs die ook detacheren nog niet eens een pensioenregeling voor hun mensen hebben.” “Als partijen die niet eens een SNA-keurmerk hebben nog jaren worden gedoogd, zou dat mij echt pissig maken.” Victor Groothoff (SchaalX) Hoe lang gaat de overgangsregeling duren? “Het komt erop neer dat alle malafide partijen nog jarenlang door kunnen gaan met hun malafide praktijken en zich pas zullen terugtrekken van de markt als de gedoogperiode voorbij is, het moment dat de inspectie-instelling een audit uitvoert. Tot die tijd profiteren zij – ten koste van bonafide uitzenders en detacheerders – hiervan”, zegt Marc Nijhuis (W&RK Advies). Een kwalijke ontwikkeling voor de hele sector. “Als malafiditeit nog zo lang aanhoudt kunnen draconische maatregelen zoals het uitzendverbod in de vleessector niet worden uitgesloten.” Lees ook: ‘Uitzendverbod vleessector ondermijnt de Wtta’ De Wtta brengt veel onzekerheid met zich mee, maar een ding is wel zeker; de doorlooptijd voor inspectie en toelating wordt lang, stelt Nijhuis. “Men heeft het over vier tot zes jaar, maar misschien wordt het wel 8 jaar.” Hoe lang de periode van de overgangsregeling zal duren hangt af van het aantal deelnemers, de duur en omvang van de inspecties in combinatie met de capaciteit van de inspectie-instellingen. Wat het aantal deelnemers betreft, uit recent onderzoek door Regioplan blijkt dat het aantal verwachte aanvragen voor de Wtta tussen de 17.000 en 21.000 kan worden. Dat is veel meer dan eerdere schattingen. En dat aantal kan nog wel eens gaan oplopen, verwacht Nijhuis. “Denk aan al die consultancybureaus die nog niet weten of wisten dat zij zich ook moeten aanmelden. Het zal eind dit jaar pas duidelijk worden om hoeveel partijen het gaat. En al die duizenden uitleners moeten allemaal door hetzelfde hoepeltje springen.” (Voor de volledigheid: dit betreft naast aanvragen voor toelating, ook aanvragen voor ontheffing en aanvragen die voor de zekerheid worden gedaan maar uiteindelijk niet nodig blijken.) Dat vergt enorm veel capaciteit van inspectie-instellingen. Die zijn dan ook druk bezig om zich hierop voor te bereiden. En gedurende de gedoogperiode (overgangsregeling) zullen naast de Wtta-inspecties ook de gebruikelijke SNA-inspecties door moeten gaan, zo stelt Nijhuis. “Zeker zolang er nog geen Wtta-audits zijn geweest zullen grote inlenende organisaties vasthouden aan de eisen die SNA-certificering stelt. Zij zijn gewend aan frequente audits (een of twee keer per jaar) om uitzenders te controleren. Dat betekent dat de inspectie-capaciteit verdeeld moet worden. En dat zet de inspectie-instellingen nog verder onder druk.” “Het komt erop neer dat alle malafide partijen nog jarenlang door kunnen gaan met hun malafide praktijken en zich pas zullen terugtrekken van de markt als de gedoogperiode voorbij is.” Marc Nijhuis (W&RK Advies) SNA is en blijft cruciaal Patrick Tom (Bureau Cicero) weerlegt het beeld dat door de overgangsregeling malafide partijen jarenlang worden gedoogd. “Natuurlijk ontstaan er wachtrijen en hebben wij als inspectie-instelling tijd nodig om onze capaciteit op orde zien te krijgen. De situatie is verre van ideaal. Maar die malafide partijen zijn er nu ook al. Als inleners gewoon SNA-certificering van hun uitleners eisen, is er niets aan de hand. Straks wordt het alleen nog strenger. Intermediairs die te laat zijn en straks geen SNA-keurmerk hebben, zijn met de komst van de toelatingsstelsel heel kwetsbaar. Als je niet bekend bent met de SNA-controle en het normenkader – laat staan het Wtta-normenkader – volg je als je niet oppast niet de route van A naar B maar van A naar bloedbad.” Het SNA-keurmerk is dus cruciaal. Uitleners die geen SNA-keurmerk hebben en zich hebben aangemeld voor de overgangsregeling komen in die periode op een wachtlijst bij de NAU. In het openbare register van de Wtta krijgen zij een aparte, zichtbare status: nog niet toegelaten, maar wel bevoegd om uit te lenen. “Er ontstaat dus een duaal stelsel”, stelt Tom. “Het SNA-register maakt inzichtelijk welke uitleners wel en niet over een SNA-keurmerk beschikken. Inleners kunnen daardoor eenvoudig onderscheid maken tussen wel en niet-gecertificeerde uitleners. En uitleners met een SNA-keurmerk kunnen direct toelating tot het Wtta-stelsel aanvragen.” Tom wijst er op dat SNA-gecertificeerde partijen beter af zijn. “Na toelating worden zij pas voor een Wtta-inspectie ingepland nadat de overgangsregeling is afgerond. Dat betekent dat zij gedurende een langere periode geen Wtta-inspectie ondergaan.” “De overgangsregeling is nadrukkelijk geen vrijbrief om zonder verdere actie actief te blijven als uitlener op de markt.” Patrick Tom (Bureau Cicero) Duivels dilemma Opdrachtgevers, banken, brancheorganisaties en andere stakeholders zullen ook na toelating waarde blijven hechten aan het SNA-keurmerk. Dat biedt immers de zekerheid dat een onderneming in de periode tot de Wtta-inspectie periodiek onafhankelijk wordt gecontroleerd. Daar zit tegelijkertijd volgens Tom een duivels dilemma. “Als de markt het SNA-keurmerk blijft verlangen, zal inspectiecapaciteit ook nodig blijven voor periodieke SNA-inspecties. Dat is een logisch gevolg van de marktvraag, maar betekent tegelijkertijd dat het langer kan duren voordat alle ondernemingen in de overgangsregeling hun Wtta-inspectie hebben doorlopen.” Tom benadrukt dat de overgangsregeling niet betekent dat malafide partijen jarenlang hun gang kunnen blijven gaan. “Het feit dat een onderneming nog geen Wtta-inspectie heeft gehad, betekent niet dat malafide gedrag wordt gedoogd of dat bestaande wet- en regelgeving niet wordt gehandhaafd.” Lees ook: Patrick Tom (Bureau Cicero) over Wtta: ‘Begin op tijd en doe je huiswerk’ Voordeel op lange termijn Ook Maximilian Krijgsman, ceo van RGF Staffing, spreekt zich in een binnenkort te verschijnen interview met FlexNieuws uit over de overgangsregeling van de Wtta, Krijgsman juicht de komst van het toelatingsstelsel toe en ziet zo’n gedoogperiode waarin malafide partijen nog door kunnen gaan met hun kwalijke praktijen als een tijdelijk probleem. “Natuurlijk wringt dat. Het is niet rechtvaardig en slecht voor bedrijven die het goed willen doen. Maar op lange termijn heeft iedereen er voordeel bij.” malafiditeit, overgangsregeling, SNA, WTTA Print Over de auteur Over Arthur Lubbers Arthur Lubbers is redacteur bij Flexnieuws. Bekijk alle berichten van Arthur Lubbers
22-07-2026Victor Groothoff (SchaalX): ‘Onze professionals helpen bedrijven te vernieuwen en te versnelle...