Arthur Lubbers 19 oktober 2026 0 reacties Print Toekomstbestendige glastuinbouw doet vraag naar flexkrachten verschuivenIn de (glas)tuinbouw werken veel uitzendkrachten, vaak arbeidsmigranten. Innovatie verandert de vraag naar arbeid: minder manueel werk, meer specialisten en operators. Arne Bac (Rabobank) belicht de kansen en bedreigingen voor uitzenders. “Eén ding is zeker: niets doen is geen optie.”“Negen van de tien keer brengt het NOS Journaal bij berichten over misstanden met arbeidsmigranten een kas in beeld. Maar in de glastuinbouw komen die misstanden nauwelijks voor”, zegt Arne Bac, sr. sectormanager Tuinbouw bij Rabobank. Wel werken er ook in dit deel van de agrarische sector veel arbeidsmigranten. De vraag is hoe lang nog in dezelfde mate arbeidsmigranten kunnen worden ingezet. Technologische vernieuwing is nodig om de sector toekomstbestendig te maken. Bac: “De hele markt staat voor een transitie, dat geldt voor alle deelsectoren in de glastuinbouw en daarbuiten. We hebben elkaar nodig. Eén ding is zeker: niets doen is geen optie.” Reden voor de Rabobank om samen met de Wageningen Universiteit, sectorpartijen en brancheorganisaties onderzoek te doen en scenario’s te schetsen voor de (glas)tuinbouw in 2040. Veel arbeidsmigranten als uitzendkrachten In de Nederlandse glastuinbouw werken tienduizenden flexibele arbeidskrachten. De Rabobank gaat in het onderzoek uit van 47.000 arbeidskrachten (arbeidsjaareenheden) in de primaire glastuinbouw. Uitzendkrachten vormen daarvan een substantieel deel. Van de bedrijven in de glastuinbouw werkt 40 procent met uitzendkrachten (2023), zo blijkt uit cijfers van Colland Arbeidsmarkt, het arbeidsmarkt- en ontwikkelingsfonds voor de sector Agrarisch en Groen. Kortom, de glastuinbouw is een belangrijke markt voor de Nederlandse uitzendbranche. Arbeidsproductiviteit en arbeidsmigratie De twee factoren die de komende jaren bepalend zullen zijn voor de toekomst van de glastuinbouw zijn de arbeidsproductiviteit (snelheid van technologie-adoptie door de bedrijven) en arbeidsmigratie (beschikbaarheid van arbeid). Het arbeidsaanbod in Nederland stagneert. Bovendien heeft het kabinet in de deze zomer gepubliceerde Talentstrategie bekendgemaakt dat het laagproductieve arbeidsmigratie wil afbouwen. Een geringer aanbod van arbeid maakt het thema arbeidsproductiviteit essentieel voor alle sectoren, stelt Leontine Treur (senior econoom bij de Rabobank) in een recent artikel. Groei van de arbeidsproductiviteit is volgens Treur van extra belang voor exportgerichte sectoren, waar ook de tuinbouw onder valt. Een hogere arbeidsproductiviteit leidt namelijk tot lagere loonkosten per eenheid product (ondanks de stijging van de lonen), wat helpt om internationaal concurrerend te blijven. Vier toekomstscenario’s De factoren ‘beschikbaarheid arbeid’ en ‘snelheid van technologie-adoptie’ vormen in het onderzoek dan ook de basis (assen) voor de vier geschetste scenario’s voor de glastuinbouw (zie grafiek). Scenario met meeste productiviteitsgroei Het meest interessant is scenario 1 (autonoom telen), omdat daar de meeste groei zit. In dit scenario is de beschikbaarheid van arbeid laag en de snelheid waarmee ondernemers in de glastuinbouw nieuwe technologie adopteren hoog. Dit scenario toont een sterke productiviteitsgroei, eerst 3 procent per jaar (1a), daarna versneld naar 5 procent (1b). Deze versnelling hangt samen met grootschalige toepassing van robotisering, AI, data en autonome systemen. Dat heeft effect op de vraag naar type arbeidskrachten. Er komt een sterke verschuiving van praktisch/manueel werk naar hoogwaardige technische, digitale en datagedreven functies. Van de huidige (2024) 47.000 arbeidskrachten (arbeidsjaareenheden) verrichten nog 40.000 manueel werk (praktisch opgeleid) en zijn 7.000 specialist/operator. Dat gaat in scenario 1 drastisch veranderen tot 2040: In variant 1a ontstaat richting 2040 een arbeidsmarkt waarin praktisch/manueel werk en specialistische functies ongeveer in balans komen. Van de 39.000 arbeidskrachten doen dan 19.000 manueel werk en 20.000 gespecialiseerd werk In variant 1b wordt uitgegaan van versnelde productiviteitsgroei en grootschalige toepassing van autonome systemen. Richting 2040 worden specialistische functies daar dominant ten opzichte van praktisch/manueel werk. Van de 35.000 mensen die dan waarschijnlijk in de sector werken, doen slechts 12.000 manueel werk en zijn er maar liefst 23.000 specialisten/operators nodig. In het scenario met de meeste productiviteitsgroei (scenario 1) is deze verschuiving in de vraag naar arbeid dus het meest zichtbaar. De omvang van praktisch/manueel werk neemt flink af, terwijl de behoefte aan technische, digitale en datagedreven functies sterk toeneemt. Maar zelfs in de minder ambitieuze scenario’s (2 en 3) verschuift de arbeidsvraag van kwantiteit naar kwaliteit sterk, zoals blijkt uit onderstaande grafiek. Relevant voor intermediairs Deze sterke verschuiving in de arbeidsvraag is uiteraard ook relevant voor intermediairs. Zij zullen het in de toekomst niet zozeer moeten hebben van volume (zoveel mogelijk ‘handjes’ leveren), maar meer van kwaliteit (goed geschoolde flexkrachten aanbieden). Bac: “De vraag naar praktisch geschoolden daalt, de vraag naar mbo(+) stijgt daarentegen. De juist geschoolde medewerker leveren wordt de uitdaging. Ook omdat dit de specialisten en operators zijn waar ook in andere sectoren veel vraag naar is, denk aan installatiebedrijven of de dienstverlening. In feite ga je concurreren met bedrijven als ASML, die ook zitten te springen om technische mbo/hbo-ers.” Uitzender: word de preferred opleider Conclusie van Rabobank op basis van het onderzoek: de toekomstige concurrentiekracht van de sector is niet primair afhankelijk van méér arbeid, maar van hogere arbeidsproductiviteit, technologische versnelling en de ontwikkeling van hoogwaardige functies. Daarbij zijn publiek-private samenwerking, innovatie, human capitalontwikkeling en praktijkgerichte opschaling belangrijke randvoorwaarden. Bac’s collega Reinder Koelewijn (sectormanager zakelijke dienstverlening bij Rabobank) ziet daarbij een mooie rol voor uitzenders weggelegd. “Uitzenders zijn bij uitstek geschikt om de juist geschoolde medewerkers panklaar aan te bieden aan opdrachtgevers in de glastuinbouw. Uitzenders zijn gewend aan de flexibiliteit van seizoenswerk, kunnen bijvoorbeeld hun flexkrachten van het werken in een warehouse naar de glastuinbouw begeleiden. En zij kunnen door het in huis scholen van hun mensen zorgen dat zij de preferred opleider voor deze sector worden.” Lees ook: ‘Groei uitzenders en detacheerders zit niet in omzet, maar in waardecreatie voor inleners’ arbeidsmigranten, beroepsopleiding, flexkrachten, Rabobank Print Over de auteur Over Arthur Lubbers Arthur Lubbers is redacteur bij Flexnieuws. Bekijk alle berichten van Arthur Lubbers
21-09-2026ABU: afschaffen inhoudingsmogelijkheid huisvesting arbeidsmigranten heeft ‘meer nadelen dan voorde...