Marges onder druk: hoe houd je als intermediair het hoofd boven water? Geplaatst 2 juni 2026 door Redactie FlexNieuws De flexbranche staat onder druk. Uren lopen terug, marges staan onder spanning en nieuwe wet- en regelgeving vraagt veel van intermediairs, uitzenders en opdrachtgevers. In deze aflevering van de FlexNieuws Podcast spreekt Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) met Dennis Luyten, CEO van Brisker Group. Samen bespreken zij de impact van de nieuwe cao voor uitzendkrachten, de naderende WTTA en de ontwikkelingen die zij zien bij honderden intermediairs in de praktijk. Volgens Luyten wordt de impact van de WTTA door veel partijen nog onderschat. Tegelijkertijd ziet hij ook kansen voor bureaus die zich specialiseren, hun klantportfolio spreiden en slim omgaan met de toenemende complexiteit. Bekijk het hele gesprek op Youtube (bovenaan) of Spotify (hieronder) Geplaatst in Flexdata, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Marges onder druk: hoe houd je als intermediair het hoofd boven water?
Kabinet verschuift bewijslast bij onderbetaling naar werkgever Geplaatst 2 juni 2026 door Redactie FlexNieuws Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigt in een brief aan de Tweede Kamer een nieuwe wet aan die werknemers beter moet beschermen tegen onderbetaling. De wet introduceert een zogeheten rechtsvermoeden: als een werkgever geen deugdelijke loonadministratie kan overleggen, wordt fictieve onderbetaling vastgesteld en moet de werkgever bewijzen dat hij wél correct heeft betaald. Nu ligt die bewijslast nog bij de werknemer of de Arbeidsinspectie. De maatregel geldt voor alle werkgevers, waaronder uitzendbureaus. Concrete norm: zes maanden, 36 uur, minimumloon Het rechtsvermoeden werkt met een vaste fictieve norm. Bij een vermoeden van onderbetaling wordt aangenomen dat de werknemer gedurende zes maanden, 36 uur per week, tegen het minimumloon heeft gewerkt. De werkgever (uitlener) moet vervolgens bewijzen dat hij dit loon heeft betaald, of dat de werknemer minder uren heeft gemaakt. De minister benoemt ook uitdrukkelijk de positie van inleners. Als de administratie van het uitzendbureau tekortschiet, kan de Arbeidsinspectie gegevens opvragen bij de inlener. Daarmee komt de driehoeksrelatie tussen uitzendbureau, inlener en arbeidsmigrant nadrukkelijk in het vizier van de handhaving. Twee varianten naast elkaar De wet kent twee sporen die elkaar aanvullen. In de bestuursrechtelijke variant kan de Arbeidsinspectie het rechtsvermoeden inroepen als zij onderbetaling vermoedt maar de werkgever de gevraagde administratie niet overlegt. De inspectie berekent dan een fictieve onderbetaling en legt een nabetalingsverplichting op. In de civielrechtelijke variant verschuift de bewijslast in een rechtszaak van de werknemer naar de werkgever. Dat verlaagt de drempel voor werknemers om hun recht op te eisen, zeker wanneer zij weinig documentatie hebben ontvangen. Preventieve werking voor bonafide bureaus Van de wet gaat ook een preventief effect uit: onderbetaling en gebrekkige administratievoering “lonen” straks minder. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat voor werkgevers die hun administratie wél op orde hebben en tijdig gegevens aanleveren er niets verandert. De wet is nadrukkelijk gericht op malafide praktijken, niet op bonafide uitzendbureaus. Aanbeveling Commissie Roemer Het rechtsvermoeden was één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, ook bekend als de Commissie Roemer, naar voorzitter Emile Roemer. Minister Vijlbrief werkt de aanbevelingen van het Aanjaagteam uit, in lijn met de motie-Van Apeldoorn. Minister Vijlbrief: “Een werkgever moet altijd zorgen voor een eerlijk loon en veilig werk. Iedereen in Nederland heeft daar recht op, waar je ook vandaan komt.” Vervolgstappen De komende maanden werkt de minister het rechtsvermoeden verder uit tot een wetsvoorstel. Voordat dit naar de Raad van State gaat, toetst de Arbeidsinspectie eerst de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De voortgang wordt gerapporteerd in de periodieke voortgangsrapportage over de uitvoering van de aanbevelingen van het Aanjaagteam. Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags rechtsvermoeden minimumloon | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet verschuift bewijslast bij onderbetaling naar werkgever
Een uitzendbureau starten: wat er werkelijk bij komt kijken Geplaatst 2 juni 2026 door Marcel Slaghekke Een uitzendbureau begin je met een laptop, een netwerk en een KvK-inschrijving. Dat is wat veel startende ondernemers tegen me zeggen, en op zich klopt het. Je kunt op die manier morgen iemand plaatsen. Maar dat is de zichtbare laag. Eronder zit een infrastructuur die je niet kunt overslaan, niet als je een bedrijf wilt bouwen dat over twee jaar nog bestaat. In dit stuk loop ik door wat er, naar mijn ervaring, echt nodig is. Niet als checklist, maar als overzicht van wat een serieuze intermediair op orde moet hebben. De juridische basis Je inschrijving bij de Kamer van Koophandel moet expliciet de activiteit “ter beschikking stellen van arbeidskrachten” bevatten. Dat is de Waadi-registratie. Zonder die registratie ben je in overtreding zodra je iemand uitleent. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert hierop, en zowel uitlener als inlener kunnen een boete krijgen. Vanaf 1 januari 2027 komt daar de Wtta bovenop. Vanaf die datum mogen alleen uitleners die zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt nog arbeidskrachten ter beschikking stellen. Voor die toelating geldt onder meer een waarborgsom van €100.000 (voor starters in twee tranches van €50.000), een Verklaring Omtrent het Gedrag voor de bestuurders, en aantoonbare naleving van het normenkader. De handhaving start een jaar later, per 1 januari 2028. Als je in 2026 of 2027 wilt starten, betekent dit dat je vanaf dag één moet werken aan een organisatie die door de Wtta-toets komt. Of dat je je juridisch werkgeverschap onderbrengt bij een partij die de toelating al heeft. Certificering Het SNA-keurmerk, op basis van de NEN 4400-1 norm, is de huidige standaard voor betrouwbare uitleners. Het toont aan dat je loonheffingen en btw correct afdraagt en dat je administratie op orde is. Voor jouw opdrachtgevers is het de manier waarop ze hun inlenersaansprakelijkheid beperken. Voor jouzelf is het de toegang tot serieuze klanten. Het SNA-keurmerk is ook de basis voor de aankomende Wtta-toelating. Wie SNA-gecertificeerd is, kan gebruikmaken van de overgangsregeling die loopt van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026. De formele Wtta-aanvraag dien je vervolgens in tussen 1 mei en 30 juni 2027. Wie geen SNA-certificering heeft, doorloopt een langer en zwaarder traject. Werk je met arbeidsmigranten? Dan heb je het SNF-keurmerk nodig, dat normen stelt aan huisvesting. Plaats je mensen in industrie of bouw? Dan vraagt de opdrachtgever vaak om VCU-certificering. Plaats je internationale flexkrachten? Dan moet je identiteits- en documentcontrole sluitend zijn, in lijn met de Wet arbeid vreemdelingen. De financiële realiteit Hier struikelen – naar mijn ervaring – de meeste startende intermediairs. Een uitzendkracht betaal je wekelijks. Sociale lasten, loonbelasting en pensioenpremies dragen we maandelijks af. Klanten betalen op dertig, zestig of negentig dagen. Dat gat moet jij overbruggen. Voor één plaatsing is dat overzichtelijk. Voor honderd plaatsingen is het een werkkapitaalbehoefte van honderdduizenden euro’s. Daarom is een G-rekening bij de Belastingdienst geen formaliteit maar een fundament. Opdrachtgevers kunnen via die rekening hun deel van de loonheffingen en btw rechtstreeks afdragen, wat hun risico op inlenersaansprakelijkheid verkleint. Zonder G-rekening is het voor veel zakelijke opdrachtgevers feitelijk onmogelijk om met jou te werken. Naast de G-rekening heb je voorfinanciering nodig. Eigen kapitaal of een externe partij die de lonen voorschiet tot je facturen zijn betaald. Wie dit onderschat, komt binnen een halfjaar in de problemen, ook met een gezonde orderportefeuille. Cao, beloning en pensioen Uitzendkrachten vallen onder de CAO voor Uitzendkrachten van de ABU of de NBBU. Maar tegelijkertijd moet je gelijkwaardig belonen t.o.v. de CAO en medewerkers van de inlener. Per opdrachtgever kunnen de arbeidsvoorwaarden dus anders zijn voor dezelfde uitzendkracht. Een uitzendkracht moet hetzelfde verdienen als een vergelijkbare werknemer bij de inlener. Dat klinkt logisch, maar de doorrekening per medewerker per cao is in de praktijk een specialistische exercitie. Voor pensioen ben je aangesloten bij StiPP, het pensioenfonds voor de uitzendbranche. Per 2026 is de regeling fundamenteel veranderd. De basis- en plusregeling zijn samengevoegd tot één regeling voor alle flexwerkers, met hogere werkgevers- en werknemersbijdragen. Wie zijn loonberekeningen niet aanpast, draagt te weinig af en loopt risico op naheffingen waarmee wij uitzendbureaus failliet hebben zien gaan. Systemen Om een gestructureerd uitzendbureau te runnen heb je drie soorten software nodig: een ATS voor werving en kandidaten, een planningstool voor uren en beschikbaarheid, en een verloningssysteem voor loonadministratie en facturatie. Werken die drie niet met elkaar, dan zit jouw team de hele dag handmatig over te tikken, met alle fouten die daarbij horen. Daarnaast heb je een serieus contractbeheer, een dossierstructuur die een Wtta-controle aankan, en een rapportagesysteem dat je laat zien hoe je bedrijf er financieel en operationeel bij staat. De drie vragen die de doorslag geven Als ik tegenover iemand zit die nadenkt over een eigen uitzendbureau, stel ik altijd drie vragen. Eén: heb je de €100.000 borg én daarnaast het werkkapitaal om minimaal drie maanden vooruit te financieren? Zo niet, dan moet je een partner zoeken die dat invult. Twee: wie is jouw juridisch werkgever in de WTTA-zin? Doe je het zelf, of besteed je het uit aan een toegelaten partij? Drie: wie houdt de wet voor je bij? Een nieuwe cao, een verandering in de pensioenregeling, een uitspraak over inlenersbeloning. Wie zorgt dat jouw organisatie zich daarop aanpast voordat het een probleem wordt? Als je op deze drie vragen een helder antwoord hebt, kun je beginnen. Zo niet, dan begin je te vroeg. Tot slot Een uitzendbureau starten is in 2026 niet hetzelfde als 20 jaar geleden. De drempels liggen hoger, de regels zijn strenger, en de tolerantie van de markt en de toezichthouder voor amateurisme is lager dan ooit. Tegelijkertijd is de markt er nog steeds. Er is vraag naar specialisten die hun branche kennen, naar intermediairs die persoonlijk contact onderhouden, naar ondernemers die het op hun eigen manier willen doen. Wie de juridische, financiële en operationele fundering goed legt, of die fundering uitbesteedt aan een partij die dat heeft, kan zich richten op wat hem onderscheidt: acquisitie, het netwerk, opdrachtgevers en uitzendkrachten.. Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags Backoffice Plus, CAO voor Uitzendkrachten, SNA-keurmerk, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Een uitzendbureau starten: wat er werkelijk bij komt kijken
Nieuwe Cyberbeveiligingswet: stappenplan voor leveranciers in de flexmarkt Geplaatst 1 juni 2026 door Redactie FlexNieuws Leverancier opgelet: opdrachtgevers gaan meer vragen van jouw cyberveiligheid. Vanaf deze zomer geldt er namelijk een nieuwe versie van de Cyberbeveiligingswet (NIS2). Hoewel uitzendbureaus, detacheerders en zzp-bemiddelaars niet direct onder deze wet vallen, moeten ze toch aan de eisen voldoen om te blijven werken voor NIS2-plichtige klanten. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 15 april 2026 aangenomen, de behandeling door de Eerste Kamer volgt nog. De overheid streeft naar inwerkingtreding per 1 juli 2026. Wat is de Cyberbeveiligingswet? De Cyberbeveiligingswet (Cbw) is de Nederlandse implementatie van de Europese NIS2-richtlijn, een richtlijn voor digitale veiligheid. Er gold al een NIS1, maar die is verouderd. De NIS2 is strenger en geldt voor veel meer bedrijven. Tot nu toe hoefden alleen de allergrootste ‘vitale’ bedrijven zich aan de regels te houden. Denk aan ziekenhuizen, energieleveranciers en banken. Zij werden aangewezen door de overheid. Lees ook: Cyberdreiging: werknemers en (kleine) bedrijven worstelen met concrete actie Nieuw: verplichting voor veel meer organisaties Nu vallen veel meer middelgrote bedrijven eronder. Er zijn maar liefst 11 sectoren toegevoegd, waaronder post- en koeriersdiensten, de maakindustrie en openbaar bestuur zoals gemeenten en provincies. Onder NIS2 hoeft de overheid je niet meer aan te wijzen. Je bent automatisch verplicht als je in een van de geselecteerde sectoren werkt, meer dan 50 medewerkers hebt of meer dan 10 miljoen euro omzet hebt. Bekijk hier de exacte eisen. Wat betekent dit voor leveranciers? Als je als bureau levert aan een bedrijf dat onder de wet valt, moet je aan de slag. De wet verplicht organisaties namelijk om hun hele toeleveringsketen te controleren. Via de zogenaamde ketenverantwoordelijkheid moeten leveranciers en onderaannemers dus ook voldoen aan strenge beveiligingseisen. Overheidsinstanties zijn bijvoorbeeld al begonnen met het aanpassen van inkoopvoorwaarden. Als je na 1 juli 2026 niet kunt aantonen dat je voldoet aan de NIS2-eisen, loop je het risico dat je simpelweg niet meer mag meedingen naar overheidsopdrachten. Impact op uitzenders De ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) waarschuwt leden snel aan de slag te gaan. Uitzendkrachten krijgen namelijk direct toegang tot systemen, processen en gegevens van de opdrachtgever. Soms werken ze met gevoelige informatie, zoals patiëntgegevens, financiële data of operationele systemen. Daarnaast verwerken uitzendbureaus zelf veel persoonsgegevens, zoals looninformatie en contractdata. Systemen zoals ATS’en, salarisadministraties en klantportalen zijn ‘bedrijfskritisch’. Een lek of hack bij een uitzendbureau raakt zowel het uitzendbureau als de uitzendkrachten en opdrachtgevers. Ze staan dus hoog op de lijst van ‘risicovolle leveranciers’. Lees ook het kennisartikel op Samen Digitaal Veilig: “Risico’s in de keten… hoe zit dat eigenlijk? Praktisch stappenplan De volgende praktische aanpak helpt je als leverancier te voldoen aan de nieuwe eisen: 1. Begin bij de klant Maak een overzicht van welke opdrachtgevers waarschijnlijk onder de Cyberbeveiligingswet vallen of vergelijkbare eisen gaan stellen. Gebruik deze evaluatietool van de overheid. Geen directe NSI2-klanten? Ook als je geen directe NIS2-opdrachtgevers hebt, blijft het onderwerp relevant. Ten eerste kan het zijn dat klanten zelf leveren aan organisaties die onder de wet vallen, waardoor eisen indirect gelden. Ten tweede heb je concurrentievoordeel als jij je digitale zaken aantoonbaar op orde hebt. Verder overlappen de maatregelen met bestaande privacy- en informatieverplichtingen. 2. Maak een overzicht van risico’s Breng kritieke systemen, data en leveranciers in kaart. Dit is de basis van een risicobeoordeling. Vervolgens kun je bepalen welke aanpak of standaard bij jouw organisatie past. Certificering en andere hulpmiddelen Zo zijn er branchegerichte initiatieven zoals het NIS2 Quality Mark, het NIS2 Supply Chain-certificaat en de ISO 27001 voor organisaties met zwaardere eisen. Dit zijn geen wettelijke verplichtingen, maar hulpmiddelen om maatregelen te structureren en aantoonbaar te maken. Verder helpen certificaten je aan te tonen dat je een betrouwbare partner bent. Lees ook (ABU kennisbank) : Cyberbeveiligingswet NIS2 aangenomen: wat betekent dit voor jou? 3. De basis: risicobeheer, meldplicht en ketenbeveiliging In de kern heb je in elk geval protocollen nodig voor de volgende zaken: Risicobeheer: een antivirusprogramma alleen is niet genoeg. Je hebt een plan nodig: wat doen we als we gehackt worden? Hoe beveiligen we onze wachtwoorden? Niet alleen beleidsuitspraken, maar concrete en aantoonbare maatregelen rondom wachtwoordbeleid, back-ups en bewustwording. Meldplicht: als er een digitale inbraak is, moet je dit verplicht en snel melden. Ketenbeveiliging: kijk ook naar de bedrijven waar jij bijvoorbeeld software van koopt. Is hun beveiliging op orde? Hoe zit het met hun certificering? Sterke wachtwoorden en multifactor-authentication (MFA): beveiliging op alle relevante systemen, van e-mail en HR-systemen tot klantportalen. Toegangsbeheer en offboarding: heldere processen voor het toekennen, wijzigen en intrekken van toegangsrechten, inclusief tijdige deactivatie van accounts. Incidentmelding en escalatie: duidelijke afspraken over wie wanneer geïnformeerd wordt bij incidenten. Officieel moet je binnen 24 uur een vroege waarschuwing geven en binnen 72 uur een formele melding. Transparantie over gebruikte IT-leveranciers, hostinglocaties en uitbestede processen. Bewustwording en training: aantoonbare aandacht voor cybersecurity bij medewerkers en uitzendkrachten. Continuïteit en herstelvermogen: plannen rondom verstoringen zoals ransomware en manieren om zo snel mogelijk kritieke processen te herstellen. 4. Betrek directie en bestuur Volgens de nieuwe NIS2 ligt de verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid op bestuurlijk niveau. Opdrachtgevers zullen daarom ook bij leveranciers vaker kijken naar governance en betrokkenheid vanuit de top. Expertvisie: cyberveiligheid vraagt om regie vanuit de top Albert Allmers van FinanceFactor is al volop bezig met de nieuwe wetgeving. Hij schrijft op LinkedIn: “Het valt me op dat veel organisaties het zien als een IT- of compliancevraagstuk. Dat is een misvatting. NIS2 is geen IT-project. Het is een bestuurszaak.” De juiste aanpak is volgens Allmers strategisch: gebruik de cybermaatregelen om risicomanagement, interne beheersing en digitale weerbaarheid naar een hoger niveau te tillen. “De CFO speelt daarin een sleutelrol”, zegt hij. “Niet als toeschouwer, maar als regisseur van prioritering, investeringen en verantwoordelijkheid.” Conclusie Hoewel de Cyberbeveiligingswet voor de meeste dienstverleners geen directe wettelijke verplichting is, moeten vele leveranciers toch aan de slag. Er vallen namelijk veel meer bedrijven onder de NIS2 en zij moeten zorgen dat de cyberveiligheid in hun keten op orde is. Naar verwachting krijgen zo’n 50.000 tot 100.000 mkb-bedrijven indirect met NIS2 te maken. Ga dus op tijd aan de slag. Tref maatregelen en maak inzichtelijk wat je doet om klaar te zijn voor hacks, lekken en andere digitale rampen. Zo sta je sterker in gesprekken met opdrachtgevers en heb je een concurrentievoordeel. Wie wacht tot de eerste vragenlijst binnenkomt, begint met een achterstand. Geplaatst in Implementatie, In de cloud | Tags cyber security | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Cyberbeveiligingswet: stappenplan voor leveranciers in de flexmarkt