Maandelijkse archieven: februari 2026

Omzetdaling detacheerders vlakt af, maar krimp aantal gedetacheerden slecht voor BV Nederland

In het vierde kwartaal van 2025 daalde de omzet van Nederlandse detacheerders gemiddeld met 4,5 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat is veel geringer dan in het derde kwartaal van 2025 (-6,4%), het tweede kwartaal (-6,7%) en het eerste kwartaal (-7,6%).  De omzetdaling is dus duidelijk afgevlakt in de loop van het afgelopen jaar. Dat blijkt uit de cijfers uit de nieuwste MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). De daling van het aantal gedetacheerden stagneert, maar blijft fors. 

Ondanks de omzetdaling zien de cijfers van detacheerders er over het algemeen goed uit. Zo is de omzet per detacheringsmedewerker gestegen met 5,3 procent. En het percentage medewerkers in vaste dienst blijft gestaag groeien (77%), een teken dat detacheerders goed werkgeverschap hoog in het vaandel hebben. Positief is ook dat het percentage leegloop (aantal gedetacheerden zonder opdracht) in het vierde kwartaal van 2025 is gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar met 18 procent naar 6,1 procent. Dat duidt erop dat detacheerders erin slagen hun mensen gemakkelijker naar nieuwe opdrachten te begeleiden.

Traditionele sectoren in de min, sociaal domein en medisch in de plus

De omzetontwikkeling verschilt sterk per branche. De traditioneel grootste sectoren hebben het nog steeds lastig. Binnen engineering, goed voor bijna een derde van de totale detacheringsmarkt, daalde de omzet in het vierde kwartaal van 2025 met 6 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In de financiële sector zagen detacheerders hun omzet dalen met ruim 9 procent en in ICT bedroeg de omzetdaling 13 procent. Het minst goed presteerden detacheerders in het segment Legal, met een omzetdaling van bijna 19 procent.

Daar staat tegenover dat er meerdere sectoren zijn waarin detacheerders hun omzet juist zagen stijgen in het vierde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, zoals HRM (+8%) en Marketing & Communicatie (+11%). Ook in het sociaal domein was in het laatste kwartaal een omzetstijging zichtbaar (+6%). Blijkbaar is in deze sector na een sterke krimp de rust in de markt teruggekeerd en veert de vraag weer op.

De sector Medisch springt er het meest uit, met een omzetstijging van 18 procent in het laatste kwartaal van 2025. De omzet van detacheerders in de medische sector groeide in de vorige kwartalen ook al flink. De verklaring hiervoor is dat organisaties door de handhaving op schijnzelfstandigheid veel minder of geen zzp’ers meer inhuren en eerder kiezen voor detachering.

Daling aantal gedetacheerden ‘zorgelijk’ 

Wat opvalt is dat het aantal gedetacheerden in loondienst is gedaald met 9,3 procent in het laatste kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Een logische verklaring is dat opdrachtgevers gedetacheerden vaker zelf in dienst nemen, een trend die al langer gaande is. Diezelfde forse daling was namelijk in het vorige kwartaal ook al zichtbaar. En in het eerste halfjaar van 2025 daalde het aantal gedetacheerden in loondienst zelfs met ruim 12 procent. 

“De dalende trend van het aantal gedetacheerden stagneert dus, maar blijft zorgelijk”, stelt Edwin van den Elst, voorzitter van de VvDN. “Een verdere afname van het aantal gedetacheerden is niet goed voor de BV Nederland. Voor bedrijven en organisaties is het van belang dat zij over de flexibiliteit kunnen beschikken om kennis en expertise in te huren.”  

Detacheerders blijven dan ook onverminderd investeren in opleiding en ontwikkeling van hun mensen om hun kennis en kunde up-to-date te houden. De opleidingskosten per detacheringsmedewerker zijn het afgelopen kwartaal gestegen met 2 procent. En het percentage opleidingskosten ten opzichte van de loonsom bedraagt 3,5 procent, wat boven de norm van 3 procent ligt voor VvDN-leden.

Impact nieuwe cao detachering

Hoe het eerste kwartaal van dit jaar verloopt, is onzeker. Dat heeft alles te maken met de nieuwe detacherings-cao die 1 januari 2026 is ingegaan. Dit heeft niet alleen een grote impact qua implementatie, maar brengt ook een kostenelement met zich mee dat zal moeten worden doorberekend in de tarieven. Dat leidt mogelijk tot een daling van de inhuur van gedetacheerden. 

Van den Elst ziet echter ook de positieve kant. “Het is de eerste detacherings-cao ooit. Het geeft ons de mogelijkheid invulling te geven aan goed werkgeverschap. Deze eigen cao biedt ruimte om vanuit gelijkwaardigheid een gedifferentieerd arbeidsvoorwaardenpakket te bieden dat aansluit bij de behoefte van de professional. Die differentiatie in arbeidsvoorwaarden is belangrijk; een trainee heeft nu eenmaal andere wensen dan een ervaren detacheringsmedewerker.”

VvDN kritisch op coalitieakkoord

De VvDN is wel kritisch op het coalitieakkoord. “Ik mis in het regeerakkoord de brede visie op de arbeidsmarkt. Met de Zelfstandigenwet lijkt er iets meer erkenning te komen voor de verschillen in groepen zzp’ers”, zegt Van der Elst. “Ik hoop dat ze die genuanceerde blik ook hebben als het gaat om het ter beschikking stellen van arbeid. Als VvDN denken wij daarom graag mee bij het tot stand komen van nieuwe wetgeving.” De VvDN pleit al jaren voor erkenning van de belangrijke, eigen positie van detachering op de arbeidsmarkt. 

Van den Elst is blij met de aandacht voor het van werk naar werk begeleiden van mensen van en naar verschillende sectoren. “Daarin kunnen detacheerders een grote rol spelen. Wij zijn continu bezig met het opleiden en ontwikkelen van onze mensen. Ook in het voorzien in de vraag uit verschillende sector kunnen detacheerders een sleutelrol vervullen.”


Meest opvallende resultaten van de VvDN MarktMonitor over het vierde kwartaal 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar:

  • Omzetdaling detachering: -4,5% 
  • Omzetontwikkeling verschilt sterk per sector; van Legal (-19%) tot Medisch (+18%)
  • Aantal medewerkers (gedetacheerden) in loondienst: -9,3%
  • Percentage medewerkers in vaste dienst: 77%
  • Leegloop (gedetacheerden zonder opdracht): 6,1%
  • Tarief: + 3,3% (€ 71,32)

 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Omzetdaling detacheerders vlakt af, maar krimp aantal gedetacheerden slecht voor BV Nederland

Wat zeggen recente AI-onderzoeken over jouw rol als intermediair?

Er wordt veel gezegd over AI en werk. Banen verdwijnen. Recruitment automatiseert volledig. De intermediair staat onder druk. Maar hoe vaak zijn die uitspraken gebaseerd op harde cijfers? De afgelopen maanden verschenen er internationale onderzoeken die meetbaar laten zien wat AI met werk doet. Niet als voorspelling, maar als observatie. De vraag is niet wat AI kan, maar wat jij als intermediair met deze inzichten kunt doen. 

Wat laten de cijfers zien over AI en werk? 

Volgens onderzoek van de Bank for International Settlements (BIS) onder duizenden Europese bedrijven leidt AI-gebruik tot hogere productiviteit en iets hogere lonen, zonder grootschalig banenverlies op korte termijn. Bedrijven worden efficiënter, maar mensen verdwijnen niet massaal. 

Het beeld kantelt bij vacatures. Onderzoek wijst uit dat het aantal vacatures in beroepen met automatiseerbare taken fors afneemt. Vooral administratieve functies en instaprollen worden minder uitgevraagd. Het werk bestaat nog, maar keert minder vaak terug als nieuwe vacature. 

AI wordt bovendien nog lang niet overal ingezet. Volgens Eurostat gebruikt ongeveer één op de vijf Europese bedrijven AI-technologie. Grote organisaties lopen voorop, kleinere volgen later. De verandering voltrekt zich ongelijk. 

Waarom zijn deze cijfers relevant voor jou? 

Voor intermediairs gaan deze onderzoeken niet over ‘de arbeidsmarkt’, maar over jouw dagelijkse praktijk. Over vraag die verschuift. Over inleners die andere keuzes maken. De kernvraag wordt: waar blijft behoefte aan externe expertise bestaan? En waar neemt die juist af? 

Welke inleners worden interessanter?

Wat de cijfers laten zien, sluit aan bij wat veel intermediairs ervaren. Inleners met routinematig werk proberen steeds meer zelf te organiseren. Ze automatiseren processen of bouwen interne recruitmentcapaciteit op. Bij volume en standaardrollen neemt externe bemiddeling af. 

Tegelijkertijd blijven andere inleners afhankelijk van externe expertise. Kennisintensieve mkb-bedrijven, zakelijke dienstverlening en organisaties met structurele schaarste. Daar draait het niet om aantallen, maar om kwaliteit. Om mensen die passen en kunnen meebewegen. 

Een organisatie die vijf jaar geleden elk kwartaal een administratief medewerker zocht, doet dat nu wellicht niet meer. Niet omdat het werk verdween, maar omdat een deel geautomatiseerd is. Diezelfde organisatie zoekt wél iemand die processen overziet en goed schakelt. Dat profiel vind je zelden via een standaard vacature. 

Welke functies blijven waardevol voor bemiddeling? 

AI raakt vooral taken, geen volledige functies. Veel beroepen veranderen, maar verdwijnen niet. De waarde van bemiddeling verschuift daarmee ook. Rollen waarin selectie, inschatting en context belangrijk zijn, blijven lastig te automatiseren. Recruitment, HR-advies, coördinerende en analytische functies: dat zijn functies waarin iemand niet alleen iets moet kunnen, maar ook moet passen. 

Een cv zegt iets over opleiding en ervaring. Het zegt weinig over functioneren in een team, omgang met druk of welke werkomgeving iemand nodig heeft. Intermediairs die hun inleners goed kennen, weten dit vaak feilloos. Die kennis ontstaat in gesprekken, plaatsingen en ook in plaatsingen die niet werkten. Dat is geen data, dat is opgebouwde context. 

Hoe verschuift de waarde van intermediairs? 

Uitzenden is al lang geen goedkope oplossing meer. Voor veel inleners is het vooral een manier om flexibel te blijven, zonder in te boeten op vakmanschap. 

Bedrijven kunnen zelf vacatures schrijven, kandidaten selecteren en gesprekken voeren. Wat ze minder goed kunnen, is afstand nemen van hun eigen organisatie. Ze zien hun cultuur zoals ze die bedoelen, niet altijd zoals die wordt ervaren. 

Juist daar ligt de toegevoegde waarde. Iemand die de organisatie kent, teams begrijpt en kan inschatten welk type persoon tot zijn recht komt. Dat is geen kostenpost, maar specialisme. 

Wat kun je hier concreet mee? 

De cijfers vragen om keuzes. Met welke inleners wil je werken? In welke sectoren? Waar voeg je aantoonbaar waarde toe, en waar wordt die waarde minder vanzelfsprekend? Ze vragen ook om anders te kijken naar functies. Minder in vaste titels en meer in taakcombinaties, context en ontwikkelpotentieel. In wat een organisatie werkelijk nodig heeft. 

Intermediairs die deze beweging maken, hoeven niet bang te zijn voor AI. Ze gebruiken het zelf ook. Maar ze blijven vooral doen waar ze goed in zijn: mensen en organisaties bij elkaar brengen op een manier die klopt. 

Geen doemscenario, wel richting 

De recente onderzoeken laten geen doemscenario zien, maar ook geen stilstand. Ze laten beweging zien. AI verandert hoe werk wordt gedaan en daarmee waar waarde ontstaat. Voor intermediairs verschuift die waarde steeds meer van aantallen naar expertise. Van snelheid naar inzicht. Van cv’s schuiven naar echte matches maken. 

Wat je daar als intermediair mee doet, is geen technologische keuze. Het is een strategische.

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Wat zeggen recente AI-onderzoeken over jouw rol als intermediair?

Dit is Thierry Aartsen, de beoogde minister van Werk en Participatie

VVD’er Thierry Aartsen (1989) is de eerste minister van Werk en Participatie, maar zijn takenpakket is nog niet helemaal duidelijk. Hij moet dit nog afstemmen met beoogd SZW-minister Hans Vijlbrief (D66). Met deze titel lijkt het in elk geval logisch dat Aartsen verantwoordelijk wordt voor arbeidsmarktthema’s zoals de Wet meer zekerheid flexwerkers, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) en het zzp-beleid.

In het coalitieakkoord staat zijn grote doel: een toekomstbestendige en wendbare arbeidsmarkt die bijdraagt aan economische groei en werk- en inkomenszekerheid. Dat vraagt volgens coalitiepartners D66, VVD en CDA om keuzes die zowel op korte termijn verlichting bieden als op middellange termijn leiden tot structurele hervormingen. Daarbij zet het kabinet nadrukkelijk in op ‘maatschappelijk draagvlak en samenwerking met sociale partners’.

Veel werk op het ministerie van SZW

Een flink takenpakket, dus niet zo raar dat hier een aparte nieuwe ministerpost voor is opgericht. SZW-minister Vijlbrief kan zich ondertussen focussen op de aangekondigde bezuinigingen op sociale zekerheid. Die liggen politiek gevoelig, dus het wordt nog een hele klus om dit door de Eerste en Tweede Kamer te krijgen.

Aartsen weet als geen ander hoeveel werk er aan de winkel is op het gebied van arbeidsmarktbeleid. Hij was vanaf juni 2025 kort staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, daarvoor was hij sinds 2018 Tweede Kamerlid binnen de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij viel op als woordvoerder arbeidsmarkt en pensioenen. Ook was hij een vurig pleitbezorger voor ondernemerschap en zelfstandigen.

‘Een serieus gesprek over een contractonafhankelijk stelsel’

In een interview met ZiPconomy (2024) noemt Aartsen zichzelf ‘een liberaal’ die mensen ruimte wil geven om hun werkende leven zelf in te richten. “We moeten een serieus gesprek gaan voeren over een contractonafhankelijk stelsel (voor sociale zekerheid, red). Dat is een mooie stip op de horizon en voor mij een belangrijk doel.”

Verder sprak Aartsen vaak met zzp’ers tijdens een landelijke reeks VVD-bijeenkomsten speciaal voor zelfstandigen. “Ik zit in de politiek om een brug te slaan tussen ondernemers en de politiek”, zei hij. “Het is hard nodig, omdat politiek Den Haag vaak anders naar de wereld kijkt dan hoe die daadwerkelijk is.”

Kritisch op vorig arbeidsmarktbeleid

Aartsen was als Tweede Kamerlid kritisch op het arbeidsmarktbeleid van toenmalig SZW-minister Eddy van Hijum (NSC). Hoewel Aartsens eigen VVD deel uitmaakte van dat kabinet, vond hij dat de regering de SER MLT-adviezen te kritiekloos opvolgde.

In lijn met de Commissie Borstlap pleitte hij ervoor werkgeverschap aantrekkelijker te maken en het evenwicht tussen arbeidsvormen te herstellen. Aartsen stelde onder meer voor om de loondoorbetaling bij ziekte te verkorten en het ontslagrecht aan te passen. Deze punten zijn inmiddels opgenomen in het nieuwe regeerakkoord: de coalitie zet in op preventie, gezond werken en aantrekkelijk werkgeverschap.

Ook probeert hij regeldruk te voorkomen. Zo is zijn partij altijd voorstander geweest van de WTTA, zolang dit het ondernemerschap van integere ondernemers niet in de weg zit. Het mag niet te veel bureaucratie met zich meebrengen, benadrukte hij in kamerdebatten.

Kijk op arbeidsmigratie

De beoogde minister van Werk en Participatie heeft ook een duidelijke visie op arbeidsmigratie. Hij presenteerde in augustus 2024 een visiedocument waarin hij ervoor pleit om arbeidsmigratie te beperken door duidelijker te maken wie de Nederlandse arbeidsmarkt nodig heeft en wie niet. Zo zijn hoogopgeleide kennismigranten in bijvoorbeeld de technologiesector van harte welkom. Hij wil arbeidsmigratie niet stoppen, maar duurder maken om de druk op de samenleving te verminderen.

De boodschap van het coalitieakkoord lijkt hem goed te passen. Die luidt: arbeidsmigratie kan goed zijn, maar moet beter gereguleerd worden. Zeker als het gaat om huisvesting. Werkgevers krijgen meer verantwoordelijkheid en vluchtelingen en statushouders moeten sneller aan de slag. De VVD-politicus mag daarbij waarschijnlijk aan de slag met een driejarige pilot om onder strikte voorwaarden gericht goed geschoolde arbeidskrachten naar Nederland te halen voor specifieke sectoren.

Drijvende kracht achter de Zelfstandigenwet

Aartsen zag weinig in het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) om te verduidelijken wanneer iemand ingehuurd mag worden als zzp’er. Hij zocht een alternatief en vond inspiratie in België. Samen met D66, CDA en SGP ontwikkelde hij het initiatiefwetsvoorstel de Zelfstandigenwet. Deze is nu opgenomen in het coalitieakkoord.

Aartsen mag zijn eigen initiatiefwet nu als regeringsbeleid implementeren. Voor het zover is, moet er nog veel gebeuren. De conceptversie van de Zelfstandigenwet is namelijk nog lang niet af. Er is nog geen advies van de Raad van State en uit de internetconsultatie bleken heel wat verbeterpunten.

Ook moet Aartsen als minister op zoek naar een politieke meerderheid voor de Zelfstandigenwet. Links vindt dat de Zelfstandigenwet te veel de deur openzet richting het zzp-schap en te weinig bescherming biedt aan kwetsbare werkenden. Rechts vindt verplichtingen rond pensioen en arbeidsongeschiktheid niet passen bij de vrijheid van het ondernemerschap. De meeste zelfstandigenorganisaties zijn wel enthousiast over het plan.

Korte termijn: rechtsvermoeden en verplichte aov

De nieuwe minister kan wel op korte termijn het rechtsvermoeden van werknemerschap invoeren, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Daar is brede steun voor.

Ook staat in het coalitieplan dat hij snel aan de slag moet met de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). Die verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) moet zo snel mogelijk worden ingevoerd, met uitzonderingsmogelijkheden voor wie een private verzekering heeft.

 

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Dit is Thierry Aartsen, de beoogde minister van Werk en Participatie

Olympia Ondernemers van het Jaar 2025: Robin Mertz en Claudia Palma

Op de foto: Claudia Palma en Robin Mertz in het midden, omringd door hun team. 

Franchisenemers Robin Mertz en Claudia Palma zijn uitgeroepen tot Olympia Ondernemers van het Jaar 2025. De prijs werd uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst met collega-ondernemers en medewerkers van Olympia. Het duo wordt geprezen om de sterke samenwerking, de snelle groei van hun vestiging en hun eigentijdse visie op ondernemerschap.

Mertz en Palma begonnen ruim vijf jaar geleden bij Olympia Maastricht, ieder vanuit een andere rol. Mertz startte als stagiair en bouwde een succesvolle callcenterpropositie op. Palma begon als backofficemedewerker, groeide door tot manager en werd een vaste waarde binnen de operatie. Hun gedeelde ambitie en onderlinge vertrouwen vormden de basis voor een volgende stap: het franchisenemerschap.

Snelle groei in Maastricht

Op 1 april 2023 namen zij Olympia Maastricht over als franchisenemers. De start was intensief, maar al na enkele maanden realiseerden zij een stabiele en gezonde groei. Dankzij een duidelijke rolverdeling – Mertz richt zich op sales en groei, Palma op operatie, structuur en klantbeheer – bouwden zij in korte tijd aan een solide organisatie. Hun ambitie: marktleider worden in Zuid-Limburg.

Volgens Olympia-CEO Dimitri Yocarini zijn de resultaten opvallend. “In twee jaar tijd bouwden Robin en Claudia samen met hun team een gezonde en evenwichtige klantenportefeuille op. De klanttevredenheid is hoog: zij realiseren een Net Promotor Score van 63 onder klanten en 50 onder flexkrachten. Scores boven de 50 gelden als zeer goed.”

Volgende stap: vestiging in Sittard

De groeiambitie reikt verder dan Maastricht. Later dit jaar openen Mertz en Palma een tweede vestiging in Sittard, als volgende stap in hun regionale expansiestrategie.

Het duo onderscheidt zich in hun manier van ondernemen. Zij investeren bewust in hun eigen ontwikkeling en hebben vanaf de start ingezet op een betrokken teamcultuur, waarin plezier, eerlijkheid en hard werken centraal staan. Margot Zeevenhoven, directeur Franchise bij Olympia, noemt hun aanpak een voorbeeld van modern leiderschap: “Lef tonen, focus aanbrengen, blijven leren en samen bouwen aan duurzame groei. Robin en Claudia laten zien wat mogelijk is wanneer commercieel inzicht, structuur en mensgerichtheid samenkomen.

Trots op het team

De ondernemers reageren trots op de erkenning. Mertz: “Dit voelt onwerkelijk. Toen Claudia en ik bijna drie jaar geleden begonnen als franchisenemers, hadden we één doel: de beste worden in wat we doen. Dat klanten en flexkrachten ons nu zo hoog waarderen, bevestigt dat we op de goede weg zijn. Maar waar ik het meest trots op ben, is ons team. Collega’s die samen zijn gegroeid en nu draaien alsof we al jaren bestaan. Dit is pas het begin.”

Olympia organiseert jaarlijks de verkiezing Ondernemer van het Jaar. Ondernemers worden genomineerd op basis van criteria als groei, klantontwikkeling, samenwerking en bijdrage aan de organisatie. Olympia telt circa 140 vestigingen in Nederland, waarvan een deel wordt gerund door franchisenemers. De uitzendorganisatie is actief in sectoren als logistiek, productie, overheid en zakelijke dienstverlening.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Olympia Ondernemers van het Jaar 2025: Robin Mertz en Claudia Palma

Bijna 70.000 vacatures minder. Maar naar deze top tien praktische beroepen is nog steeds heel veel vraag.

Het aantal openstaande vacatures ligt op dit moment bijna 20 procent lager dan een jaar terug. In januari 2025 stonden er ruim 365.000 unieke vacatures open. Een jaar later was dat flink afgenomen naar 293.000 vacatures. Dat blijkt uit onderzoek van Nationale Vacaturebank.

In alle provincies nam het aantal vacatures fors af. De grootste daling is in Drenthe en Zeeland (beide 43 procent) en Friesland (41 procent). In de provincies Groningen (33 procent), Utrecht (34 procent) en Overijssel (37 procent) namen de vacatures ook af, maar minder dan de landelijke trend.

Dat het totale aantal vacatures fors afneemt, betekent niet dat de spanning op de gehele arbeidsmarkt is opgelost. In sectoren waar praktisch opgeleid personeel nodig is, blijft de vraag structureel hoog. Zo staan stonden er in januari 2.300 vacatures open voor operators en 2.000 voor productiemedewerkers. Voor logistiek medewerkers staan er 1.900 vacatures open.

“Ondanks de forse vacaturedaling laten de cijfers zien dat de vraag naar praktisch opgeleid personeel onverminderd groot blijft. Door de mbo-opleidingen aantrekkelijker te maken en betere arbeidsvoorwaarden te bieden, kunnen we ervoor zorgen dat deze sectoren toekomstbestendiger worden, ”zegt Sharita Boon, directeur van Nationale Vacaturebank.

Volgens Boon blijft het dit jaar voor werkgevers nog steeds een uitdaging om praktisch opgeleid personeel te vinden. “Voor werkgevers die op zoek zijn naar mbo-opgeleiden is het belangrijk om een aantrekkelijk totaalplaatje te bieden. De sleutel tot succes ligt niet alleen bij een goed salaris, maar ook bij aandacht voor andere thema’s op de werkvloer. Daarin spelen het aantal werkuren, een passende reiskostenvergoeding of het meedenken over vervoersmogelijkheden naar de werkplaats een rol. Daarnaast is een goed aanbod van bijscholing- of omscholing belangrijk, zodat er genoeg kansen zijn om door te groeien”. aldus Sharita Boon, directeur van Nationale Vacaturebank.

Top tien praktische functies 2026

Nationale Vacaturebank geeft een top tien waarbij in januari de meeste vacatures open stonden.

  1. Operator
  2. Productiemedewerker
  3. Verkoopmedewerker
  4. Logistiek medewerker
  5. Monteur
  6. Magazijnmedewerker
  7. Chauffeur
  8. Projectleider
  9. Verzorgende IG
  10. Verpleegkundige

 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Bijna 70.000 vacatures minder. Maar naar deze top tien praktische beroepen is nog steeds heel veel vraag.