ABU marktmonitor: alleen industriële sector laat omzetgroei zien Geplaatst 5 augustus 2025 door Redactie FlexNieuws In periode 7, van 16 juni tot 11 juli 2025, daalde het aantal uren met 5% en bleef de omzet gelijk in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. In periode 5 nam de omzet nog toe met 5%. Dit was de eerste keer omzetgroei in de ABU Marktmonitor sinds eind 2023. Ook in periode 6 zette de omzetgroei door met 2%. De ontwikkelingen per sector zijn als volgt: Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 16% en de omzet is gedaald met 9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Industriële sector: Het aantal uren daalde met 1% en de omzet nam toe met 3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Technische sector: Het aantal uren daalde met 10% en de omzet daalde met 6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor) Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor) De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 2 september 2025. Lees meer: ABU Marktmonitor: omzetgroei zet langzaam door Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU, ABU marktmonitor, industriële sector | Reacties uitgeschakeld voor ABU marktmonitor: alleen industriële sector laat omzetgroei zien
Belgische partijen op overnamepad in Nederlandse flexbranche Geplaatst 4 augustus 2025 door Arthur Lubbers De uitzendsector heeft last van de matige economische groei en nog mindere vooruitzichten, een te krappe arbeidsmarkt, margedruk, dalende volumes (uitzenduren) en steeds strengere wetgeving die flex nog verder inperkt. Klinkt niet aantrekkelijk, zou je denken. Toch is en blijft de flexbranche interessant voor investeerders. Strategen versus private equity Je hebt grofweg twee type investeerders, private equity en de strategen. Een private equity kijkt vooral naar return on invested capital (ROIC), oftewel: hoe winstgevend zijn de investeringen? Een PE heeft een financiële focus. Hoe gezonder de KPI’s (met name brutowinst), hoe meer het bedrijf waard is. Doel van een investeringsmaatschappij is ten slotte het bedrijf na vijf tot zeven jaar met winst (door) te verkopen. Een strategische investeerder kijkt meer naar de lange termijn en heeft een ander doel. De strateeg is vaak een bedrijf dat in dezelfde sector actief is en die overnames doet om de eigen marktpositie te versterken, toegang te krijgen tot interessante niches en/of schaalvoordelen wil behalen. Schaalvoordelen zijn belangrijk of meer efficiëntie te realiseren die nodig is om winstgevend te blijven ondanks de margedruk en om de noodzakelijke investeringen in automatisering te kunnen doen. Animo om het bedrijf te verkopen is er ook voldoende. In de flexbranche bevinden zich tal van familiebedrijven die worstelen met opvolging binnen de eigen familie (kinderen). Flexondernemers die hun bedrijf willen verkopen zien graag dat het bedrijf zoveel mogelijk intact blijft en liefst het eigen karakter behoudt. Daarom gaan familiebedrijven zelden in zee met een private equity. Ze geven meestal de voorkeur aan een strategische investeerder, liefst een multispecialist, die het familiebedrijf onder eigen label laat bestaan binnen een grotere groep. Overigens komt het wel regelmatig voor dat achter een strategische investeerder weer een private equity zit om de buy & build strategie te financieren. Private equity populair in flexbranche ‘Flexbedrijven blijven in trek bij private equity’ concludeert Aeternus Corporate Finance in haar rapport Top 25 flexbranche 2025. Hieruit blijkt dat private equity-partijen nog steeds zeer actief zijn in de flexbranche. Aeternus ziet dat twee trends de M&A-markt (positief) beïnvloeden. Ten eerste hebben digitalisering en AI een positief effect op het ‘kasstroom genererend vermogen’. Door automatisering van administratieve processen en de inzet van slimme recruitmenttools kan het werk efficiënter en effectiever worden gedaan. Dat vergroot de waarde van de onderneming. Ten tweede kampen flexbedrijven met de structurele krapte op de arbeidsmarkt. Dit belemmert volumegroei (uitzenduren) en zet dus een rem op de groei van flexbedrijven. Groeiambities zijn wel te realiseren door fusies en overnames. Bovendien behaal je daarmee schaalvoordelen (efficiëntiewinst). Aeternus verwacht dus dat flexbedrijven op de moeilijke markt zullen blijven inzetten op schaalvergroting, onder meer om de benodigde investeringen in IT en compliancy te kunnen doen. De specialist in bedrijfsovernames verwacht dan ook meer M&A-activiteit in de flexbranche. PE neemt meerderheidsbelang in House of Talents Misschien wel de meest opvallende investeringen door een private equity in de flexbranche afgelopen jaar is CVC Capital Partners, dat in april 2024 een meerderheidsbelang verkreeg in het interim- en detacheringsbedrijf World of Talents, in Nederland opererend onder de naam House of Talents. House of Talents boekte in 2024 een omzet van € 134 miljoen, een stijging van 4% ten opzichte van het jaar daarvoor. Het Belgische World of Talents is een gespecialiseerde, internationale HR-groep met een sterke focus op knelpuntberoepen en talent management, actief in outsourcing, interim-(management) en werving & selectie. De van oorsprong Belgische HR-dienstverlener deed begin 2025 nog een overname in Nederland door het Nederlandse detacheringsplatform Venk in te lijven. Rika Coppens, CEO House of HR House of HR door overnames in top-3 Het bekendste voorbeeld van een flexbedrijf dat strategische overnames doet, is het Belgische House of HR. Toch zit achter House of HR ook een private equity, namelijk het Amerikaanse Bain Capital, een van de grootste in de wereld. House of HR voert een actieve buy & build-strategie en is inmiddels een van de grootste spelers op de Europese markt van HR-dienstverlening. In Nederland behaalde House of HR in 2024 een omzet van € 1,33 miljard (omzetdaling: -1,6%). House of HR geldt als een multispecialist in de flexbranche die de eigen marktpositie blijft versterken door gerichte overnames. Zo heeft dochterbedrijf House of Covebo, uitzendspecialist in uitvoerende beroepen in de bouw, techniek, productie en logistiek, begin 2025 Pro Industry overgenomen, een flexspecialist voor machine- en procesoperators. Pro Industry nam eerder al Wolfram Chain over, specialist in geschoolde logistieke beroepen. Pro Industry/Wolfram Chain zullen onder eigen label verder gaan. Uitgangspunt van House of HR is namelijk dat zij de verschillende merken die sterk zijn in hun eigen niches redelijk zelfstandig wil laten laat opereren. Of zoals Rika Coppens, CEO van House of HR, het eerder zei in een interview met FlexNieuws: “House of HR is groot, maar geen tanker. Wij zijn een verzameling speedboten die samen in dezelfde richting gaan.” Meer multispecialisten op overnamepad En er zijn meer multispecialisten op overnamepad. Zoals Labour Power Company (LPC), dat ook een private equity achter zich weet, namelijk de Belgische investeringsmaatschappij Straco. Ook LPC doet vooral strategische overnames. LPC is een consortium van uitzendbedrijven (voortgekomen uit onder meer Goodmorning en HOBIJ). Eind 2023 nam LPC het Brabantse W&F Detacheringen over en in 2024 Vedaflex, een uitzendorganisatie in het Noorden van het land dat zich richt op uitvoerend personeel in de sectoren techniek, bouw, productie, groen, GWW en schoonmaak. Dat was voor LPC de dertiende overname in haar vijfjarig bestaan. LPC had afgelopen jaar in Nederland een jaaromzet van € 398 miljoen, een groei van 2,3%. The Specialist Group (TSG), leverancier van technische specialisten voor de sectoren energie, industrie, infrastructuur, hightech en life sciences, is een andere opvallende multi-specialist die strategische overnames doet. Meest recent is de overname van NLIST, een detacheringsbureau dat gespecialiseerd is in de inzet van internationale technisch specialisten in Nederland. TSG boekte in 2024 een omzet van € 271 miljoen, een groei van 8,7%. Multi-specialist Home of People boekte de meeste omzetgroei, namelijk 34% (omzet 2024: € 165 miljoen). Achter het succes van dit bedrijf zit flexondernemer Sezer Duygulu, oprichter/eigenaar van Home of People (voorheen Solutions Group, met roots in het Westland). Met de overname van T&S Flexwerk in 2021 werd de eerste grote stap naar schaalvergroting. Die schaalgrootte is naar eigen zeggen nodig, zeker voor het uitzenden van internationale medewerkers (arbeidsmigranten), die je ook goede huisvesting moet kunnen bieden. En daar bleef het niet bij. In de zomer van 2024 nam Home of People Efficient At Work over, eveneens een uitzendonderneming die werkt met arbeidsmigranten uit Oost-Europa (en van origine vooral actief in de AGF en sierteelt. Randstad neemt platform in de zorg over Er zijn tal van motieven voor het doen van overnames. Voor marktleider Randstad is het motief vaak het in huis halen van kennis/expertise en technologie. Daarom is Randstad bijvoorbeeld geïnteresseerd in platformen. Bijna tien jaar geleden nam het al freelance platform Twago over. En meest recent is de overname van Zorgwerk eind 2024. Zorgwerk biedt een digitaal platform waarop 75.000 zorgprofessionals zijn aangesloten. Als corporate profiteert Randstad zo van de innovatiekracht van start-ups en kleinere techbedrijven. Consolidatieslag zet door Wat het motief ook is, het lijkt er niet op dat er gauw een einde komt aan de consolidatieslag in de flexbranche. Vooral generieke uitzenders hebben een zekere omvang nodig om te kunnen investeren in automatisering en het behalen van schaalvoordelen. Margedruk maakt het daarnaast aantrekkelijker om in niche-markten te stappen, waar de marges groter dan in de volumemarkten. Ook voor uitzendbedrijven met internationale ambities zijn fusies en overnames aan de orde van de dag. De Belgen hebben de Nederlandse flexbranche inmiddels al lang ontdekt, zo blijkt. En flexondernemers staan wellicht ook meer open om zich aan te sluiten bij een grotere, strategische partij. Zeker omdat het als kleiner flexbureau lastig is om aan de steeds complexere wet- en regelgeving te voldoen, kan compliancy een argument zijn om je aan te sluiten bij een grote multispecialist. In die nog altijd versnipperde flexbranche met duizenden uitzendbureaus worden de grote spelers dus steeds groter. Zo is de totale omzet van alle bedrijven in de FlexNieuws TOP100 2025 bijna € 23 miljard, ongeveer de helft van de omzet van de totale flexbranche. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags arbeidsmarkt, belgie, flexbranche, fusies, overnames | Reacties uitgeschakeld voor Belgische partijen op overnamepad in Nederlandse flexbranche
Brunel Nederland in Q2 met -10% hard gekrompen Geplaatst 1 augustus 2025 door Wim Davidse Wereldwijd zag Brunel de omzet in het tweede kwartaal met -7% krimpen ten opzichte van vorig jaar, naar 302,8 miljoen euro (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het eerste kwartaal was dat nog -10%. Druk op de marge, de winst en de conversieratio In Q2 kromp de totale brutomarge met -14% (organisch), en over het eerste halfjaar kwam de marge-krimp daarmee op -16%. De brutomarge als percentage van de jaaromzet zakte naar 17,3%, van 18,9% een jaar eerder. De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) zakte stevig in Q2, naar 2,1% (was een jaar eerder nog 3,4%). De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge, zegt iets over de productiviteit en efficiency van de organisatie) kwam uit op een erg lage 12,0%, flink lager dan de ook al lage 17,9% van een jaar eerder. De theoretische streefwaarde is 25%, dus in de mondiale Brunel-praktijk worden de uitdagingen op vier terreinen steeds groter: omzet, marge, kosten en productiviteit. Vorig jaar al was Brunel begonnen met een kostenverlagingsprogramma, daar komt nu volgens CEO Peter de Laat een extra bezuinigingsprogramma bovenop. De aandelenbeurs reageerde niet enthousiast, met aan het begin van de middag een min van bijna -6% voor het aandeel Brunel (BRNL.AS), terwijl de beurs (AEX) met ongeveer -1% minder wegzakte. Zeer gevarieerd mondiaal beeld: van mooie groei tot enorme krimp De omzetten in de regio’s Middle East & India en Americas, in Q2 samen goed voor bijna 29% van mondiale groepsomzet, groeiden met +6%. De omzet in de regio Asia (bijna 14% van de mondiale groepsomzet) kromp met -1% maar net. Australasia (17% van de groepsomzet) kromp met -7%, Rest of the World (bijna 13% van de groep) werd zelfs -14% kleiner. De DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) was een jaar geleden nog de grootste regio van het concern, maar is na weer een heftige omzetkrimp, nu van -25%, nu nog goed voor bijna 15% van de groepsomzet. Die krimp was veel sterker dan de ook best stevige Randstad-krimp van -7% in die regio en zelfs iets sterker dan de -22% van ManpowerGroup in Duitsland. Australasia is met een omzet van 48,5 miljoen euro in Q2 net de grootste Brunel-regio, Nederland met 48,4 miljoen euro de nummer 2. Spreiden of specialiseren: krimp in 6 sectoren, groei in 3 sectoren Die omzet van Brunel Nederland werd gerealiseerd na een organische krimp van -10% in Q2. Dat is de sterkste krimp in 5 jaar tijd, en ook sterker dan de tot nu toe bekende kwartaalcijfers. Belangrijke nuancering bij de Randstad Nederland-cijfers: in Q2 werd de totale omzet inderdaad -5% kleiner, maar de Operational-omzet (vooral uitzenden) kromp met -3% en de Professional-omzet (vooral detachering) met een heftige -15% (-14% in Q1). De Nederlandse omzet van Brunel (vooral detachering) in het eerste halfjaar van 2025 kwam uit op 100,0 miljoen euro, na een organische krimp van -8%. Die omzet is – behoorlijk versnipperd – gerealiseerd in 9 verschillende sectoren. De grootste in 2025 waren de Publieke sector (met Overheid, Onderwijs, Zorg veruit de grootste Brunel-klantengroep), de Financiële dienstverlening (Banken, Verzekeraars), Industrial & Technology en Conventionele Energie. Opvallend blijft dat de Publieke sector alleen in Nederland door Brunel wordt bediend en nauwelijks of niet in de andere landen en regio’s. Datzelfde geldt bijna net zo sterk voor de Financiële dienstverlening. De Nederlandse omzet daalde in 6 van de 9 sectoren, er was (flinke) groei in Conventionele Energie en Infrastructuur, en een heel klein beetje groei in Renewables. De omzetkrimp in Publieke sector, nog goed voor ruim 43% van de Nederlandse Brunel-omzet, was bijna -9%. Lager rendement, flink minder personeel De totale Nederlandse brutomarge kromp in Q2 veel harder dan de omzet: met -18%. Het brutomargepercentage zakte daardoor, van 25,3% in Q2 2024 naar 22,4% nu. Ook de Nederlandse EBIT-marge werd flink kleiner, van 7,1% een jaar geleden naar 4,5% in Q2. Ook hier weer even de vergelijking met Randstad: dat rapporteerde in juli een EBITA-marge van 4,4% voor Nederland. De conversieratio van Brunel Nederland zakte van 28,1% in Q2 2024 naar een nog redelijke 20,2%. Die daling is mede een gevolg van de lagere ratio direct personeel / indirect personeel, die zakte van 6,4 vorig jaar naar 6,2 in het afgelopen kwartaal. Dat is een gevolg van de krimp van het aantal directs (bemiddelde kandidaten) met -12% en de iets minder sterke (maar desalniettemin heftige) krimp van het aantal indirects (eigen mensen) met -10%. In het eerste halfjaar is het aantal eigen mensen zelfs met -12% afgenomen. De negatieve trend van het aantal bemiddelde kandidaten is in onderstaande grafiek goed zichtbaar. Verwachtingen Brunel is bezig met een strategie-update, met aandacht voor de macro-economische omstandigheden, in het bijzonder in de belangrijkste marktgebieden, en de ontwikkelingen in technologie, AI in het bijzonder. In Q1 2026 volgt meer informatie daarover. Voor het huidige kwartaal (Q3) ziet Brunel dat de Q2-trends zich doorzetten. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Brunel, kwartaalcijfers | Reacties uitgeschakeld voor Brunel Nederland in Q2 met -10% hard gekrompen
De 5 mythen over online platformen Geplaatst 1 augustus 2025 door Sepp Haans Mythe 1: Een platform (laten) ontwikkelen duurt lang Dit is verleden tijd. Samen met House of Covebo bouwden we namelijk in slechts 6 weken de eerste versie van online marktplaats Aanpakkers.nl! En zelfs met zo’n eerste versie, die voorziet in de belangrijkste functionaliteiten, genereert House of Covebo al inkomsten door de binnenkomende leads. Het platform zet hiermee de nieuwe standaard voor zzp-bemiddeling in de bouw en techniek. Bovendien verzamelt House of Covebo meteen waardevolle inzichten voor verdere ontwikkeling van het platform en werkt ze daarmee aan een sterk merk. Mythe 2: De markt is te verzadigd om nog een nieuw platform op te zetten Je zou kunnen denken dat het geen zin meer heeft om zelf nog een platform voor jouw markt te ontwikkelen, omdat er al meerdere grote platformen actief zijn. Maar ook dit kunnen we voor je ontkrachten. We zien dat grote spelers langzaam hun marktaandeel verliezen, omdat kleinere, niche-gerichte platformen hun doelgroep beter begrijpen en effectiever bereiken. En een bijkomend voordeel is dat – door deze grote platformen – mensen inmiddels wel bekend zijn met het gebruik ervan en het principe snappen. Scheelt jou weer een deel uitleg en validatie. Laat je dus niet misleiden door deze grote spelers, want zij creëren juist ruimte voor nieuwe platformen. Ook vanwege marktontwikkelingen ontstaan er telkens kansen voor nieuwe platformen. Kijk bijvoorbeeld naar verduurzaming. Nu helemaal hot and happening. Platformen bieden hier enorme kansen. Onze klant Madopt spotte een kans en besloot samen met ons een circulaire bouwmarktplaats te ontwikkelen die bijdraagt aan de verduurzaming van de bouw in Nederland. Mythe 3: Een platform laten ontwikkelen kost veel geld Ja, natuurlijk kost een platform ontwikkelen geld. Maar het levert ook geld op. Vaak wordt vergeten om de uitgaven van een platform in relatie te zetten tot de businesswaarde die het voor de organisatie oplevert. Een platform draagt tenslotte bij aan de groei van jouw organisatie. Want als de kosten voor het platform groeien, dan groeit jouw bedrijf en succes daarin mee. Dit is áltijd het uitgangspunt. Zo ook voor onze klant Appjection, een bedrijf dat onterechte parkeer- en verkeersboetes aanvecht. De mijn-omgeving die we samen bouwden heeft geresulteerd in een gestroomlijnder proces en een hogere klanttevredenheid, waardoor er meer boetes worden verwerkt en ingediend. Zonder het platform hadden ze niet zoveel boetes als nu kunnen behandelen, wat hen uiteindelijk veel extra inkomsten heeft opgeleverd. Niet voor niets starten wij een samenwerking altijd met het in kaart brengen van de potentie van jouw platform(-idee) en de businesscase die daarbij hoort. Zodat alles wat je toevoegt aan je platform uiteindelijk meer business waarde creëert voor jouw organisatie. Hoe we dit voor één van de succesvolste platformen van Nederland deden, lees je in de case over Young Ones. Mythe 4: Voor een platform heb je grote volumes vraag en aanbod nodig Deze horen we misschien wel het meest, maar hij klopt niet. Platformen kunnen juist heel waardevol en disruptief zijn in nichemarkten waar de volumes van nature kleiner zijn. Een mooi voorbeeld is onze samenwerking met Vriens Archeo Flex voor het platform Erfgoed Werkt.nl, dat specialisten in de erfgoedbranche eenvoudig koppelt aan zzp-klussen. Dit is super niche en de aantallen zijn niet enorm. Waarom het toch werkt? Omdat Vriens haar nichemarkt door en door kent. Ze begrijpt exact welke behoeften de doelgroepen hebben en hoe ze deze het beste bereikt. Daarom zijn de activatiekosten en operationele kosten hier veel lager dan voor het bereiken van grote, meer verzadigde markten. Bovendien kan je organisatie door middel van een platform gemakkelijker een community opbouwen met kandidaten en klanten, waardoor de activatiekosten nog lager worden. Door een community te bouwen, bouw je langdurige relaties op en keren mensen terug bij jouw organisatie. En dan zijn grote volumes helemaal niet noodzakelijk. Mythe 5: Je hele IT-landschap moet op de schop als je een platform ontwikkelt Dat hoeft niet. Je kunt ook aanpassingen doen binnen je huidige IT-landschap. Samen inventariseren we welke systemen en/of softwareoplossingen nodig zijn om tot een platform te komen. Meestal zijn er mogelijkheden voor standaardoplossingen, waar je de gebruikersomgeving tegenaan bouwt. Het platform dient dan als ‘stekker’ die bestaande systemen aan elkaar koppelt en de belangrijkste data- en waardestromen inzichtelijk zijn. Dat maakt je organisatie wendbaar omdat je makkelijk en snel kunt inspelen op marktontwikkelingen. Het platform voor Compagnon koppelden we bijvoorbeeld met haar bestaande ATS, website en administratiepakket. Het is dus niet vanzelfsprekend dat je hele IT-landschap op de schop moet als je een platform wil ontwikkelen. Als organisatie kies je zelf jouw strategie om een platform te ontwikkelen. Lees hier meer over de verschillende strategieën: build, belong of buy. Geplaatst in Implementatie, In de cloud | Tags Freshheads, online | Reacties uitgeschakeld voor De 5 mythen over online platformen