"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Ontwikkelingen rond aanpak schijnzelfstandigheid gaan hard

Er is veel te doen om de nieuwe zzp-wet. Welk kader gebruikt de Belastingdienst? En komt dat overeen met het Deliveroo-arrest? Boris Emmerig zet de zaken op een rij.

Het Financieel Dagblad (FD) kopte op 27 juni 2024 met “NOS stopt volgende zomer met huidige freelancecontracten vanwege zzp-wet” en op 28 juni 2024 met “Financiën komt niet op tijd van eigen schijnzelfstandigen af“. Op 29 juni 2024 kwam de Telegraaf met de kop “Onrust onder zzp’ers: Belastingdienst treedt weer strenger op“.

Is dit nu eigenlijk nieuws? In ieder geval niet echt voor degenen die interesse in dit onderwerp hebben. Overigens, de kop van het FD over de NOS klopt niet, er is geen sprake van een zzp-wet. Feitelijk is de situatie dat er een nieuw voorstel voor de Wet VBAR naar de Raad van State is gestuurd en dat is het voor dit moment. De tekst van het wetsvoorstel is nog niet bekend. Het FD brengt in het artikel wel weer nuancering aan; het NOS-besluit heeft ook te maken met de afschaffing van het handhavingsmoratorium.

Afwegingskader

Vele bedrijven en organisaties zijn nu doende met de vraag: kan ik door blijven gaan met zzp’ers en wat zijn de risico’s? Zo ook de Rijksoverheid en die heeft hierin een voorbeeldfunctie. Deze week ontving NSC-Tweede Kamer lid Tjebbe van Oostenbruggen antwoord op vragen die hij hierover had gesteld aan Minister van Financiën Steven van Weyenberg. Deze antwoorden bieden een aardig doorkijkje (met dank aan ZiPconomy). De minister schrijft dat het Ministerie van Financien en de Belastingdienst voor de toetsing op potentiële schijnzelfstandigheid ieder hun eigen afwegingskader gebruiken. Het Ministerie gebruikt de webmodule. Dit is geen juridische beslissing en het Ministerie kan daarom geen rechten ontlenen aan de uitkomst. De Belastingdienst gebruikt een duidelijk ander afwegingskader dat gevoegd is bij de antwoorden op de vragen van Van Oostenbruggen.

De Belastingdienst

Interessant is natuurlijk om te bekijken welk kader de Belastingdienst als handhaver zelf gebruikt. Is dit ook interessant voor opdrachtgevers en freelancers? De volgende criteria worden gebruikt:

  • Geschiedenis
  • Leiding en toezicht
  • Vergelijking met personeel
  • Werktijden, locatie,hulpmiddelen
  • Presentatie naar buiten
  • Beloning (grens van € 75?)
  • Vrije vervanging

Deliveroo-arrest

Is dit het juiste kader? Dat is het niet omdat het afwijkt van de criteria die de Hoge Raad heeft genoemd in het Deliveroo-arrest. De missende criteria zijn in ieder geval:

  • de aard en duur van de werkzaamheden
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen
  • de wijze waarop de beloming wordt bepaald
  • de vraag of commerciele risico’s worden gelopen
  • de vraag of de werkende zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen

Ook de webmodule sluit niet aan bij Deliveroo. Dit is verklaarbaar omdat beide afwegingskaders zijn gemaakt vóór Deliveroo. Dat neemt niet weg dat beide kaders niet bruikbaar zijn voor anderen.

Boris Emmerig is een fiscalist pur sang. Zijn specialismen liggen op het terrein van de loonbelasting, vennootschapsbelasting en fiscale procedures. Hij is verbonden aan het kantoor Holla Advocaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *