Maandelijkse archieven: mei 2016

Farm Trans moet Poolse chauffeurs CAO-loon betalen

Transportbedrijf Farm Trans moet Poolse chauffeurs die via een dochteronderneming worden ingezet hetzelfde loon betalen als zijn Nederlandse chauffeurs.

Dat heeft het Gerechtshof in Den Bosch bepaald, in een zaak die vakbond FNV tegen het bedrijf had aangespannen.

Vorig jaar spande FNV een procedure aan tegen de transporteur van Farm Frites. Die eerste procedure werd door FNV verloren. Dinsdag stelde het Gerechtshof de vakbond alsnog in het gelijk.

Bron: FNV, 24 mei 2016 en Transport Online, 24 mei 2016

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Farm Trans moet Poolse chauffeurs CAO-loon betalen

50+ werk via een uitzendbureau – tips

Werkzoekende 50-plussers – fit for the job!

50-plus? Werk via een uitzendbureau is de nieuwe werkelijkheid!

‘Zoek elkaar zo snel mogelijk op’, adviseert Aaltje Vincent, loopbaancoach en jobmarketeer.

ABU en NBBU hebben zich achter het initiatief ‘Open voor 50-plus’ geschaard, wat gedragen wordt door MKB-Nederland en UWV.

Beide uitzendbrancheorganisaties roepen uitzenders op om voor elke baan tenminste 1 werkzoekende 50-plusser aan te bieden aan opdrachtgevers. Eén op de vijf ouderen heeft nu een uitzendbaan naast de uitkering. Lees meer

Randstad ondersteunt 50-plussers om ‘fit te zijn voor de job’, via de campagne +Power, lees meer
John de Wolf – ambassadeur werk voor 50-plussers – zet zich als boegbeeld in namens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Belangrijk is een open blik, inlevingsvermogen en bereidheid tot samenwerking.

Beeldvorming ombuigen
“Mensen die 10 tot 20 jaar niet hebben gesolliciteerd en dan vanuit een sociaal plan of vanuit de WW of de bijstand weer moeten solliciteren, zijn geneigd om te roepen: ‘Het uitzendbureau doet niets voor mij.’ Ze leven in een vage herinnering aan vroeger, toen ze zich bij de medewerker met een kop koffie konden aanmelden en hun gegevens in een kaartsysteem werden ingevoerd. Nu de bemiddeling steeds vaker online plaats vindt, wordt er minder tijd gemaakt voor een geduldige face-to-face begeleiding van werkzoekenden. ‘Houd onze site in de gaten’ is meestal het advies.”

Tijd erin steken
“In de uitzendbranche draait het om snelheid van handelen. Toch is het zinvol tijd te nemen voor mensen vanuit zakelijke motieven. Mensen hoeven niet persé naar de uitzendvestiging te komen, via Skype kun je ook kennismaken met elkaar.”

Stereotypen overboord
Waarom is investering in tijd en aandacht vanuit beide perspectieven waardevol?

Hoe kijkt een 50-plus werkzoekende naar een intercedente?
“Die denkt: ‘Zit daar weer zo’n jong wijfie. Wat weet die er nu van wat ik kan?’
Mijn advies: ‘Verplaats je in haar situatie. Help haar om jou te kunnen verkopen bij de opdrachtgevers.’”

Hoe kijkt een intercedent naar een 50-plus werkzoekende?
“Die denkt: ‘Heb ik weer zo’n senior met een onmogelijk opgemaakt cv en een uitstraling van ‘ik heb een groot probleem’ die niet meer aan de bak komt. Hij/zij zal best wat kunnen, maar ik moet van mijn leidinggevende op mijn targets letten. Hier serieus tijd in steken levert mij niets op.’”
“Mijn advies: zet je vooroordeel aan de kant. Pak het liever grondig aan. Tik zelf het cv over en zorg dat je op basis van een gesprek de beste vaardigheden van die kandidaat boven water haalt. Op die manier kun je onverwacht omzet halen uit zijn of haar bemiddeling. Mensen kunnen altijd meer dan jij en zij zelf ook denken.
Bovendien: wie zegt dat je lief moet zijn? Je mag iemand best confronteren met de realiteit. Je zou kunnen zeggen: zoals u nu overkomt, kan ik u nog niet succesvol voorstellen aan de hr-medewerker van het bedrijf waar ik u misschien zou kunnen plaatsen. Wilt u van mij tips zodat u daar wel kans op maakt? Want ik gun u graag een baan.’”

Ouderen en uitzendwerk – geen liefde op het eerste gezicht…?
“50-plussers hebben soms nog een negatief idee over het werken via een uitzendbureau, merk ik. Het accepteren van tijdelijk werk zou ‘onder je stand’ zijn. Maar ik denk ‘werk is werk’. Het is goed voor je netwerk, je vakmanschap en je cv. Je komt vanuit tijdelijk werk eerder in aanmerking voor een dienstverband. Je hoort vacatures uit de eerste hand. Het is in ieder geval beter dan thuis zitten.
Wie werk zoekt vanuit een sociaal plan, heeft soms de luxe om 10 tot 48 maanden te kunnen zoeken naar ander werk.”

Aaltje Vincent breekt een lans voor werken via uitzenders in de column die ze schreef voor het tijdschrift Reflex van de ABU, lees meer

Tip voor werkgevers / opdrachtgevers
Ook opdrachtgevers kunnen hun steentje bijdragen, vindt Aaltje.
“Ik zou het logisch vinden als werkgevers op hun Werken-bij site vermelden met welke uitzenders ze samenwerken en wie daar de contactpersoon is. Dan maak je het sollicitatieproces transparant.”

Regie nemen
“In het algemeen raad ik 50-plus werkzoekenden aan zelf de regie te nemen en van tevoren een checklist te maken: Waar wil je werken, in welk type functies, welke uitzender is daarvoor de beste bemiddelaar? Naar welke consultant binnen dat bureau moet je je cv sturen?”

Wat is een ‘verkeerde’ vraag?
Hoe benader je organisaties als je werk zoekt? Wat is een ‘verkeerde’ vraag?
“Hebben jullie nog vacatures?”
Waarom? “Met die insteek leg je jouw probleem op tafel. Daarmee word je afgewimpeld of krijg je alleen een ongeïnteresseerd antwoord, zoals: houd onze site in de gaten.”

Wat is een doelgerichte vraag?
“Hoe werven jullie je kandidaten voor die bepaalde functie?”
Waarom? “Als je die vraagt stelt aan de P&O-afdeling van een organisatie, zijn ze blij, want ze zien een pro-actieve kandidaat. Ze zijn graag bereid om te vertellen met welke recruiter of welk uitzendbureau ze zaken doen. Zorg dan ook dat je als werkzoekende weet wie de juiste contactpersoon is bij dat uitzendbureau.”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor 50+ werk via een uitzendbureau – tips

OTIB: Groei installatiebranche verwacht, uitdagingen groot

OTIB 2016

OTIB heeft vandaag het rapport Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2016 gepubliceerd.

In dit jaarlijkse rapport gaat het Opleidingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf in op de bedrijvigheid, de arbeidsmarkt en de opleidingen in de branche en beschrijft een vergezicht tot 2020.

Conclusie van 2016: de branche is herstellende en de werkgelegenheid daalt nauwelijks meer. Maar er zijn strategische keuzes nodig op het terrein van scholing en ontwikkeling.

Branchegroei verwacht
Er zijn diverse signalen dat de branche aan het begin van een werkgelegenheidsherstel zit. De krimp van het aantal werknemers neemt geleidelijk af. In 2013 daalde het aantal werknemers nog met ruim vijf procent, in 2014 met drie procent en in 2015 is het aantal werknemers met nog slechts 1,8 procent afgenomen.

Een andere indicatie is de stabilisatie van de werkvoorraad. In 2014 en 2015 is de werkvoorraad stabiel op 17 weken, en is daarmee terug op het niveau van 2010. Het aantal moeilijk vervulbare vacatures is eveneens een indicator voor de economische situatie in de branche. Dit aantal is sinds het uitbreken van de crisis fors gedaald, maar daalt in 2015 niet meer verder.

Upgrading van de branche
Uit het onderzoek blijkt dat volgens bedrijven in de technische installatiebranche de vaktechnische vaardigheden (hard skills) belangrijk zijn voor goed vakmanschap. Maar dit geldt ook voor de soft skills. Inzet en betrokkenheid bij het vak zijn essentieel. Dit is terug te zien in de manier waarop de branche kijkt naar de opleidingsniveaus van hun medewerkers. Het aantal lager opgeleiden (lager dan mbo-2 niveau) is sinds 2007 fors afgenomen. Het aandeel hbo/wo- gediplomeerden is juist toegenomen.

Forse scholingsopgave
Ongeveer de helft van de bedrijven verwacht in de toekomst personeel met een hoger opleidingsniveau nodig te hebben om in te kunnen spelen op de nieuwe ontwikkelingen. De meeste bedrijven verwachten vooral meer mbo-4-opgeleiden nodig te hebben. Maar ook op mbo-3 en hbo-niveau verwacht een substantieel deel van de bedrijven een toename van de werkzaamheden.

grafiek3

Toegenomen flexibilisering
De trend van toegenomen flexibilisering die in de hele arbeidsmarkt zichtbaar is, is ook terug te zien in de technische installatiebranche. Het aantal zzp’ers is fors gestegen naar ruim 14.000. In totaal beslaat de flexibele schil van zzp’ers ruim tien procent van de werkgelegenheid in de branche. Het aandeel ingezette uitzendkrachten is slechts vier procent.

grafiek2

Een lerende technische installatiebranche
Uit de trendrapportage komt een beeld naar voren dat de technische installatiebranche steeds meer een lerende branche zal worden. Inzet op scholing en ontwikkeling is essentieel om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen. Opleiding en scholing zijn niet beperkt tot het begin van de beroepsloopbaan, maar ook in latere loopbaanstadia zal ‘onderhoud’ en eventueel ‘revisie’ van kwalificaties op de agenda staan.

Bron: OTIB, 24 mei 2016

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor OTIB: Groei installatiebranche verwacht, uitdagingen groot

Ondernemers geven vaker voorkeur aan flex

Netwerkorganisatie De Ondernemer heeft diverse ondernemers gevraagd waarom ze voorkeur hebben voor het werken met flexkrachten.

Een belangrijk argument is het risico op twee jaar loondoorbetaling bij ziekte van werknemers.

Zie de interviews

Voorwaarde is een goede administratie
Ondernemers die flexwerkers inschakelen, moeten hun administratie goed op orde hebben. Een oproepkracht die drie maanden achter elkaar regelmatig wordt ingeschakeld, heeft juridisch gezien een tijdelijk arbeidscontract met bijbehorende rechten als vakantiegeld en doorbetaling bij ziekte. Wie twee jaar lang tijdelijke contracten heeft gehad, komt automatisch in vaste dienst. Ondernemers die om die reden slechts contracten voor 23 maanden afsluiten, moeten tegenwoordig zes maanden wachten voordat ze diezelfde kracht opnieuw een tijdelijk contract kunnen aanbieden.

Risico’s
Ook de risico’s voor ondernemers met personeel worden uiteengezet, zoals de gevolgen van de Wet BeZaVa.

Er is ook aandacht nodig voor het wel/niet eigen risico dragen in het kader van de WGA. De premie voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) voor vast personeel wordt samengevoegd met die voor medewerkers met een tijdelijk contract. Bedrijven die eigen risicodrager zijn en geen nieuwe verzekering afsluiten, gaan automatisch voor drie jaar terug naar het UWV.

Bron: De Ondernemer, mei 2016

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Ondernemers geven vaker voorkeur aan flex

Zzp’ers minder vaak burnout en duurzamer inzetbaar

Zelfstandig ondernemers zonder personeel ervaren minder werkdruk en hebben minder vaak burn-outklachten dan werknemers.

Ook zijn ze meer bevlogen, vinden ze hun werk gevarieerder en willen ze later met pensioen dan werknemers. Wel voelen zelfstandig ondernemers zich vaker fysiek zwaar belast. Dit melden TNO en CBS in een grootschalig, vergelijkend onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van zelfstandig ondernemers en werknemers.

Factsheet duurzame inzetbaarheid onnemer vs werknemer - CBS en TNO

Zelfstandig ondernemers zonder personeel ervaren minder werkdruk dan werknemers. Ze geven minder vaak aan heel veel werk te hebben, extra hard te moeten werken of erg snel hun werk te moeten doen. Ook rapporteren zij minder vaak burn-outklachten dan werknemers. Ruim 7 procent voelt zich ten minste enkele keren per maand opgebrand door het werk. Onder werknemers is dat ruim twee keer zo veel. Burn-outklachten zijn een belangrijke risicofactor voor duurzame inzetbaarheid van werkenden.
Ook als rekening wordt gehouden met leeftijd, opleidingsniveau, geslacht en bedrijfstak blijven er verschillen tussen zelfstandig ondernemers en werknemers bestaan.

Meer bevlogenheid en gevarieerd werk
Zelfstandig ondernemers melden meer dan werknemers bevlogen te zijn in hun werkzaamheden. Bijna 75 procent zegt regelmatig helemaal op te gaan in hun werk; van de werknemers is dat 60 procent. Zelfstandigen voelen zich doorgaans ook fitter en sterker tijdens het werk. Dit komt de inzetbaarheid op de lange termijn ten goede. Ook gevarieerd werk draagt hieraan bij. Van de zelfstandig ondernemers vindt 80 procent hun werkzaamheden vaak of altijd gevarieerd, van de werknemers 68 procent. Zelfstandig ondernemers melden ook vaker dat hun werk vereist dat ze creatief zijn en nieuwe dingen leren.

Zwaardere lichamelijke belasting
Fysieke arbeidsbelasting vormt een risico voor de duurzame inzetbaarheid van werkenden. Zelfstandig ondernemers geven vaker dan werknemers aan dat ze niet gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke eisen die het werk aan hen stelt. Ook zeggen ze bij hun werk vaker gebruik te maken van gereedschap, een apparaat of voertuig dat trillingen of schudden veroorzaakt. Dit geldt vooral voor zelfstandig ondernemers – in vergelijking met werknemers – in de landbouw, bosbouw en visserij en in de nijverheid en energie, waartoe de bouw en industrie worden gerekend.

Langer doorwerken
De positievere inschatting van hun inzetbaarheid op lange termijn blijkt ook uit het feit dat zelfstandig ondernemers zonder personeel gemiddeld tot hun 67ste willen blijven werken. Ze denken daar ook geestelijk en lichamelijk toe in staat te zijn. Werknemers verwachten gemiddeld tot 63 jaar door te werken.

De resultaten in dit bericht zijn ontleend aan de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de nieuwe Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) van CBS en TNO. Deze onderzoeken worden in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgevoerd. Zie meer feiten en figuren over de duurzame inzetbaarheid van zelfstandig ondernemers zonder personeel en werknemers in de factsheet.

Bron: CBS, 24 mei 2016 en TNO

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Zzp’ers minder vaak burnout en duurzamer inzetbaar