Premiekorting werkloze straks niet meer via loonaangifte Geplaatst 11 februari 2015 door Hinke Wever | Premiekorting oudere werknemers | Premiekorting jongere werknemers | Participatiewet | Loonbelasting tabellen | Loonheffing | Het wordt aantrekkelijker voor kleine werkgevers om, via een premiekorting, werkloze jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Op dit moment kunnen kleine werkgevers nog niet optimaal van de premiekorting profiteren. Dat komt doordat de af te dragen premies vaak lager zijn dan de zevenduizend euro aan premiekorting, waardoor men geen recht heeft op het volledige bedrag. Aanpassing gunstig voor kleine werkgevers De ministerraad heeft ingestemd met een brief van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de aanpassing wordt aangekondigd. Een aanpassing in de uitvoering zorgt ervoor dat werknemers uit kwetsbare groepen meer kans maken op werk, doordat zowel kleine als grote werkgevers in gelijke mate van de regeling gebruik kunnen maken. Minder kans op fraude Werkgevers innen de premiekorting nu nog via de maandelijkse loonaangifte. Straks ontvangen werkgevers het gehele bedrag in één keer van de belastingdienst na afloop van het jaar. Kleine werkgevers kunnen op deze manier optimaal profiteren van het financiële voordeel. De kans op fraude is ook kleiner, omdat gebruik wordt gemaakt van gegevens uit de loonaangiftes van het voorgaande jaar. De administratieve lasten voor werkgevers verminderen, doordat werkgevers niet langer zelf verantwoordelijk zijn voor de berekening en verrekening via de loonaangifte. Door het bedrag van het totale financiële voordeel per werknemer naar beneden bij te stellen, zijn geen extra kosten verbonden aan deze aanpassing. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2016. Bron: Rijksoverheid, 6 februari 2015 Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsgehandicapten, jongeren, loonaangifte, ouderen, premiekorting werklozen | Reacties uitgeschakeld voor Premiekorting werkloze straks niet meer via loonaangifte
SCP: Meer mensen werken in deeltijdbanen Geplaatst 11 februari 2015 door Hinke Wever Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft vandaag haar rapport ‘Aanbod van Arbeid 2014’ gepubliceerd. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat meer mensen werken, bij voorkeur in grote deeltijdbanen. > Aanbod van Arbeid 2014 De arbeidsdeelname is de afgelopen decennia sterk gestegen, van 64% in 1986 naar 79% in 2012. Ook de tijd die huishoudens (beide partners opgeteld) per week werken, nam toe van 44 naar 51 uur. Dit komt vooral door de toegenomen participatie van vrouwen en ouderen. Wel nam de arbeidsdeelname in 2010 en 2012 licht af onder invloed van de economische crisis. Een klein deel van de werkenden (8%) zou meer uren willen werken, maar daar staat tegenover dat 6% juist minder wil werken. Als alle werkenden hun urenwens realiseren, zouden meer mensen in grote deeltijdbanen werken en minder mensen voltijds. De belangrijkste reden om de arbeidsduur niet uit te willen breiden, zijn zorgverplichtingen en een slechte gezondheid. De combinatiesamenleving Nu de arbeidsdeelname toeneemt, wordt het arbeidsaanbod gevarieerder. De vorm waarin mensen participeren en de rol(len) die zij innemen, kennen een grote verscheidenheid. Participeren betekent vooral ook combineren. Het gaat dan onder andere om de combinatie van arbeid en zorg, het combineren van meerdere banen, en de combinatie van studie met werk. Ten eerste nemen de zorgverplichtingen van werkenden toe. Dit komt niet zozeer door de zorg voor jonge kinderen, als wel door de toename in mantelzorg. Het aandeel werkenden dat zorg aan anderen verleende, nam in de periode 2004-2012 toe van 13% tot 17%. Ten tweede steeg het aandeel werkenden met meer dan één baan (stapelbanen) van 3% naar 8% in de periode 1986-2012. Bij zelfstandigen was de toename nog wat groter, van 4% tot 13%. De trend naar meer stapelbanen lijkt gelijk op te gaan met de stijging in het aandeel zelfstandigen. Het stapelen van banen leidt voor ongeveer een derde van deze stapelaars tot lange werkweken (> 40 uur per week). Dit geldt vooral voor vmbo’ers en universitair geschoolden. Uit de resultaten is niet rechtstreeks af te leiden of het stapelen van banen gezien moeten worden als noodzakelijk kwaad, om in het levensonderhoud te kunnen voorzien, of dat werkenden het doen bijvoorbeeld uit interesse of om zichzelf te ontwikkelen. De groep stapelaars lijkt zeer gevarieerd. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen wat de motieven zijn voor het stapelen van banen, en wat het betekent voor de duurzame inzetbaarheid van werkenden. Studenten en werk Ten derde combineren meer studenten en scholieren studie met werk. Terwijl in 2004 nog geen 40% van hen werkzaam was als werknemer of zelfstandige, is dat in 2012 60%. Omdat studenten een steeds belangrijker onderdeel vormen van het arbeidsaanbod, worden ze in het Arbeidsaanbodpanel sinds 2010 met een aparte vragenlijst bevraagd. Studenten met een bijbaan lopen naar eigen zeggen zelden studievertraging op. Tegelijkertijd is het werk dat zij doen vaak onder hun niveau en draagt het in hun beleving nauwelijks bij aan hun toekomstige loopbaan. Flexibilisering van de arbeidsmarkt Flexwerk komt steeds later in de loopbaan voor. Waar in 2002 80% van de werknemers na zes tot tien jaar een vaste aanstelling had, was dat in 2012 pas na tien tot vijftien jaar. Van een cumulatie van flexibele contracten binnen huishoudens lijkt geen sprake. Het aandeel huishoudens waarin ten minste een van de partners een vast contract heeft (80%), was het afgelopen decennium tamelijk constant. Wel neemt het aandeel eenpersoonshuishoudens toe en daarmee ook het aandeel alleenstaanden met een flexibel contract. Bron: SCP, 11 februari 2015 Geplaatst in Nieuws | Tags arbeidsmarkt, deeltijdbanen, flexibele contracten, flexibilisering, SCP, Sociaal cultureel planbureau | Reacties uitgeschakeld voor SCP: Meer mensen werken in deeltijdbanen
Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012 Geplaatst 10 februari 2015 door Redactie FlexNieuws Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012 Om ontslagaanvragen zorgvuldig en uniform te beoordelen, heeft UWV voor de uitvoering van deze wettelijke taak beleidsregels opgesteld. | Download volledige wettekst Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012 | Het Ontslagbesluit is de ministeriele regeling ter uitvoering van artikel 6, 3e en 4e lid van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhouding 1945. Het UWV heeft op 4 februari 2015 de Wijziging Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012 in de Staatscourant gepubliceerd. In het wijzigingsbesluit zijn enkele aanpassingen opgenomen met betrekking tot AOW-gerechtigden en met betrekking tot het afspiegelingsbeginsel in geval van payrollwerknemers. Payrollwerknemer In de wijziging van 4 februari 2015 is een paragraaf 6d ‘Payrollwerknemers’ toegevoegd. Hiermee wordt de wijziging van het Ontslagbesluit per 1 januari 2015 verwerkt. De wijziging houdt onder meer in dat payrollwerknemers voortaan dezelfde bescherming tegen ontslag hebben als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij diezelfde opdrachtgever. Paragraaf 6 van hoofdstuk 10 van de UWV beleidsregels bevat de algemene regel dat een werkgever bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen eerst afscheid moet nemen van zijn flexkrachten (waaronder ingeleende payrollwerknemers vallen). De nieuwe toegevoegde subparagraaf 6d ‘Payrollwerknemers’ bevat hierop een uitzondering ten aanzien van payrollwerknemers zodat recht wordt gedaan aan de wijziging van het Ontslagbesluit. In de wijziging van het Ontslagbesluit per 1 januari 2015 wordt op het punt van bescherming tegen ontslag onderscheid gemaakt tussen payrollwerknemers met een arbeidsovereenkomst die is ingegaan vóór 1 januari 2015 en op of ná 1 januari 2015. In de nieuwe paragraaf 1 ‘Juridisch kader’ van hoofdstuk 16 ‘Payrolling’ van de UWV beleidsregels wordt dit toegelicht. Aangegeven wordt welke paragrafen van hoofdstuk 16 van toepassing zijn op ontslag van werknemers met een arbeidsovereenkomst die is ingegaan vóór 1 januari 2015 en welke paragrafen van toepassing zijn op ontslag van werknemers met een arbeidsovereenkomst die is ingegaan op of ná 1 januari 2015. De wijziging van de beleidsregels treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang 1 januari 2015 (met uitzondering van de wijziging van paragraaf 6b). AOW-gerechtigden Per 1 april 2014 is het afspiegelingsbeginsel (hoofdstuk 10 beleidsregels) aangepast waardoor AOW-gerechtigden als eersten in aanmerking komen voor ontslag. Bepalend hierbij was of de werknemer AOW-gerechtigd is de datum van indiening van de ontslagaanvraag. Omdat het UWV het redelijker vindt om de beoordeling te laten plaatsvinden op de datum waarop UWV de beslissing op de aanvraag neemt, is dit op 4 februari 2015 aangepast. In hoofdstuk 10 paragraaf 6b (afspiegelingsberekening) was bepaald dat de werkgever ook afscheid moest nemen van werknemers die op dat moment van beoordelen nog niet AOW-gerechtigd zijn en op grond van het afspiegelingsbeginsel niet voor ontslag in aanmerking komen, maar binnen 26 weken wel AOW-gerechtigd worden. Omdat dit niet meer past bij de ontwikkeling dat werknemers contractueel afspreken om na de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken komt dit te vervallen per 4 februari 2015. Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags AOW-gerechtigden, BBA, Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012, Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, payrollwerknemer | Reacties uitgeschakeld voor Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 2012
Euro Planit neemt Flexperfect over Geplaatst 10 februari 2015 door Hinke Wever Euro Planit heeft de activiteiten van het Apeldoornse uitzendbureau Flexperfect overgenomen. Met de overname door Euro Planit biedt Flexperfect in de toekomst een breder dienstenpakket en continuïteit voor zowel opdrachtgevers als personeel. Flexperfect werd in 2005 opgericht door Maurice Weber. De onderneming ontwikkelde zich in sneltreinvaart tot een solide en kwalitatief hoogwaardig uitzend- en detacheringsbureau in de regio Apeldoorn/Zwolle. Flexperfect is in veel sectoren actief en heeft specialisaties op het gebied van logistiek, techniek en IT. “Het team van Flexperfect blijft ongewijzigd en ook de naam van het uitzendbureau blijft voorlopig gehandhaafd. Door deze overname is Flexperfect in staat om een breder dienstenpakket aan te bieden in haar regio”, aldus Wouter Siemes, algemeen directeur van Euro Planit. “Er zal weinig merkbaar zijn van de overname.” De aankoop kwam tot stand met behulp van adviesbureau Marktlink uit Deventer. Euro Planit verwacht dit jaar een omzet van 20 miljoen te realiseren. Met Flexperfect in Apeldoorn heeft Euro Planit nu vijf vestigingen in Noord- en Oost Nederland. Het hoofdkantoor staat in Vorden. Daarnaast heeft het bedrijf een bureau voor HR-services voor de Oost Europese landen in het Slowaakse Bratislava. Bron: Euro Planit, 10 februari 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags arbeidsmigranten, Euro Planit, IT, Logistiek, techniek, uitzendbureau | Reacties uitgeschakeld voor Euro Planit neemt Flexperfect over
AWVN: ‘Handen af van ET-regeling’ Geplaatst 10 februari 2015 door Hinke Wever | Cafetariaregelingen / ET-regeling » | Toepassing van de ‘ET-regeling’ mag niet worden gezien als een vorm van misbruik, hooguit als het gebruikmaken van de fiscale mogelijkheden, zegt de AWVN op haar site in reactie op kritiek van de FNV. In de ABU-cao en de NBBU-cao zijn mogelijkheden opgenomen om voor buitenlandse werknemers een deel van het brutoloon uit te ruilen voor een onder de werkkostenregeling gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten, zoals dubbele huisvesting, een hoger prijspeil voor de levensstandaard en de extra vervoerskosten van en naar het land van herkomst. Deze regeling staat bekend onder de naam ‘ET-regeling’ en wordt door veel uitzendbedrijven gebruikt. De FNV heeft kritiek geuit op deze ET-regeling. Volgens de FNV misbruiken uitzendbureaus de regeling massaal door de vergoeding te verrekenen met het brutoloon. Daardoor worden in Nederland minder premies sociale verzekeringen afgedragen dan voor een Nederlandse uitzendkracht. Minister Asscher van SZW en staatssecretaris Wiebes van Financiën hebben aangegeven naar de regeling te zullen gaan kijken. Uitzendkrachten die uit het buitenland komen om tijdelijk in Nederland te werken, worden geconfronteerd met andere kosten dan een uitzendkracht die in Nederland woont en werkt. Zo houdt de buitenlandse uitzendkracht zijn woning in het thuisland aan, terwijl hij ook in Nederland kosten van huisvesting heeft. De ET-regelingen uit de ABU- en de NBBU-cao zijn gebaseerd op een regel in de Wet op de loonbelasting. Deze regel houdt in dat een werkgever een belastingvrije vergoeding mag geven voor de extra kosten die een buitenlandse werknemer maakt door het tijdelijk buiten het land van herkomst werken. Deze extra kosten worden de zogenaamde extraterritoriale kosten genoemd. Deze regel is in de wet opgenomen om de extra kosten die het werken in Nederland met zich meebrengt te bestrijden. Cafetariaregeling De ET-regeling wordt doorgaans vormgegeven in een cafetariaregeling. Bij een cafetariaregeling, waarvan het fietsenplan en de uitruil van de betaalde vakbondscontributie bekende voorbeelden zijn of waren, wordt een deel van het brutoloon uitgeruild voor een belastingvrije vergoeding. Toepassen van een cafetariaregeling leidt tot een hoger nettoloon van de betrokken werknemer, omdat minder loonbelasting verschuldigd is. De cafetariaregeling leidt tot een lagere afdracht van sociale zekerheidspremies. Daar staat tegenover dat de werknemer ook recht heeft op een lagere uitkering. Toepassing van de ET-regeling kan natuurlijk niet worden gezien als een vorm van misbruik, maar hooguit van het gebruik maken van de fiscale mogelijkheden. AWVN is van mening dat door werkgevers terecht de ET-regeling wordt toegepast, omdat de buitenlandse werknemer geconfronteerd wordt met meer kosten. Het vergelijken met werknemers die in Nederland wonen, is oneigenlijk. Bron: AWVN, 4 februari 2015 Geplaatst in Rechtspraak | Tags ABU, arbeidsmigranten, AWVN, cafetariaregeling, cao, ET-regeling, NBBU, Wet Loonbelasting | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: ‘Handen af van ET-regeling’