loading
views

SCP: Meer mensen werken in deeltijdbanen

SCP: Meer mensen werken in deeltijdbanen

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft vandaag haar rapport ‘Aanbod van Arbeid 2014’ gepubliceerd. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat meer mensen werken, bij voorkeur in grote deeltijdbanen.

> Aanbod van Arbeid 2014

De arbeidsdeelname is de afgelopen decennia sterk gestegen, van 64% in 1986 naar 79% in 2012. Ook de tijd die huishoudens (beide partners opgeteld) per week werken, nam toe van 44 naar 51 uur. Dit komt vooral door de toegenomen participatie van vrouwen en ouderen.
Wel nam de arbeidsdeelname in 2010 en 2012 licht af onder invloed van de economische crisis. Een klein deel van de werkenden (8%) zou meer uren willen werken, maar daar staat tegenover dat 6% juist minder wil werken. Als alle werkenden hun urenwens realiseren, zouden meer mensen in grote deeltijdbanen werken en minder mensen voltijds. De belangrijkste reden om de arbeidsduur niet uit te willen breiden, zijn zorgverplichtingen en een slechte gezondheid.

De combinatiesamenleving
Nu de arbeidsdeelname toeneemt, wordt het arbeidsaanbod gevarieerder. De vorm waarin mensen participeren en de rol(len) die zij innemen, kennen een grote verscheidenheid. Participeren betekent vooral ook combineren. Het gaat dan onder andere om de combinatie van arbeid en zorg, het combineren van meerdere banen, en de combinatie van studie met werk.

Ten eerste nemen de zorgverplichtingen van werkenden toe. Dit komt niet zozeer door de zorg voor jonge kinderen, als wel door de toename in mantelzorg. Het aandeel werkenden dat zorg aan anderen verleende, nam in de periode 2004-2012 toe van 13% tot 17%.
Ten tweede steeg het aandeel werkenden met meer dan één baan (stapelbanen) van 3% naar 8% in de periode 1986-2012. Bij zelfstandigen was de toename nog wat groter, van 4% tot 13%. De trend naar meer stapelbanen lijkt gelijk op te gaan met de stijging in het aandeel zelfstandigen. Het stapelen van banen leidt voor ongeveer een derde van deze stapelaars tot lange werkweken (> 40 uur per week). Dit geldt vooral voor vmbo’ers en universitair geschoolden. Uit de resultaten is niet rechtstreeks af te leiden of het stapelen van banen gezien moeten worden als noodzakelijk kwaad, om in het levensonderhoud te kunnen voorzien, of dat werkenden het doen bijvoorbeeld uit interesse of om zichzelf te ontwikkelen. De groep stapelaars lijkt zeer gevarieerd. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen wat de motieven zijn voor het stapelen van banen, en wat het betekent voor de duurzame inzetbaarheid van werkenden.

Studenten en werk
Ten derde combineren meer studenten en scholieren studie met werk. Terwijl in 2004 nog geen 40% van hen werkzaam was als werknemer of zelfstandige, is dat in 2012 60%.

Omdat studenten een steeds belangrijker onderdeel vormen van het arbeidsaanbod, worden ze in het Arbeidsaanbodpanel sinds 2010 met een aparte vragenlijst bevraagd. Studenten met een bijbaan lopen naar eigen zeggen zelden studievertraging op. Tegelijkertijd is het werk dat zij doen vaak onder hun niveau en draagt het in hun beleving nauwelijks bij aan hun toekomstige loopbaan.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt
Flexwerk komt steeds later in de loopbaan voor. Waar in 2002 80% van de werknemers na zes tot tien jaar een vaste aanstelling had, was dat in 2012 pas na tien tot vijftien jaar. Van een cumulatie van flexibele contracten binnen huishoudens lijkt geen sprake. Het aandeel huishoudens waarin ten minste een van de partners een vast contract heeft (80%), was het afgelopen decennium tamelijk constant. Wel neemt het aandeel eenpersoonshuishoudens toe en daarmee ook het aandeel alleenstaanden met een flexibel contract.

Bron: SCP, 11 februari 2015

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek