Bijna kwart managers vindt investeren in personeel niet nodig

0
82

Bijna kwart managers vindt investeren in personeel niet nodig

Investeren in scholing en ontwikkeling van medewerkers is volgens het management binnen mijn organisatie niet nodig, zegt 22 procent van de HR-professionals bij Nederlandse bedrijven.

Dat blijkt uit onderzoek van Visma | YouServe onder ruim 500 HR-professionals.

Daar staat tegenover dat meer dan de helft van de HR-professionals (52%) aangeeft dat medewerkers binnen hun organisatie juist meer belang hechten aan secundaire arbeidsvoorwaarden. De mogelijkheid tot het volgen van een opleiding of ruimte voor ontwikkeling is voor hen belangrijker dan primaire arbeidsvoorwaarden, zoals salaris. En dat terwijl twee op de vijf HR-professionals (37%) het behouden van medewerkers als één van de grootste kopzorgen ziet en voor de uitdaging staat om het aantrekkelijk werkgeverschap van hun organisatie te bevorderen.

Vitaliteit en levensfasen
Het aanbieden van persoonlijke secundaire voorwaarden aan medewerkers is ook voor HR-professionals een steeds belangrijker middel om medewerkers te behouden. Wanneer het gaat om vitaliteit, geeft maar liefst driekwart van de HR-professionals (75%) aan zich verantwoordelijk te voelen voor de geestelijke en fysieke gesteldheid van medewerkers in hun organisatie. Een mogelijke oplossing voor HR-professionals is om daarbij in te zetten op duurzame inzetbaarheid, waarbij medewerkers geholpen worden om tot hun pensioen gezond, gemotiveerd en productief hun werk te doen. Bijvoorbeeld door aanpassingen te doen aan de werkplek, of door meer vrije tijd beschikbaar te stellen voor ouderen. Maar dat blijkt niet gemakkelijk. Bij een derde van de bedrijven (33%) is er voor HR-professionals geen mogelijkheid om rekening te houden met de specifieke levens- of loopbaanfase van een bepaalde medewerker. Hier gelden voor het gehele personeelsbestand algemene voorwaarden en overeenkomsten.

Bron: Visma | YouServe, persbericht 15 juni 2022

Lees ook
Kwart HR-professionals: ‘personeelszaken geen strategisch vraagstuk’