"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Wet platformwerk raakt nu alleen koplopers, maar over paar jaar valt hele uitzendsector er onder

De Wet Platformwerk lijkt op het eerste gezicht een zaak voor Uber, Temper of Youngones. Platformexpert Martijn Arets en ZiPconomy-oprichter Hugo-Jan Ruts leggen in de podcast ZipTalk uit dat de wet net zo goed uitzendbureaus kan raken, zodra werving, tariefbepaling, planning of communicatie zwaar leunt op software. Wat betekent dat voor jouw bureau en wat kun je nu al doen?

De Wet Platformwerk is de Nederlandse vertaling van de Europese Platform Work-richtlijn en ligt sinds deze zomer ter internetconsultatie. Volgens Martijn Arets, ondernemer, onderzoeker en internationaal expert op het gebied van de platformeconomie, wordt de wet al snel te beperkt gelezen. De wet gaat ook over het inzetten van de technologie achter platformwerk. Die wordt inmiddels veel breder ingezet om arbeid te organiseren. Daardoor krijgen mogelijk ook uitzenders, als ze  algoritmes gebruiken voor matching, planning of beoordeling, met de wet Platformwerk te maken. Ook als ze helemaal geen platform zijn of niet met zzp’ers werken.  

Hugo-Jan Ruts, oprichter van ZiPconomy, bevestigt dat: de wet regelt minstens zoveel over de techniek achter werk als over de status van de werkende. En die techniek, ATS’en, VMS’en, planningstools, chatbots, zit inmiddels diep in de dagelijkse bedrijfsvoering van uitzendbureaus verankerd. 

Niet alleen Uber: waarom ook uitzenders mee moeten lezen

Denk je puur aan de kwalificatievraag, zzp’er of werknemer, dan gaat de wet vooral over grote consumentenplatformen. “Dan heb je het bijna alleen over Uber en Uber Eats”, zegt Ruts. Maar de richtlijn heeft drie doelen. 

Eén daarvan gaat over de kwalificatievraag: is de werkende nu een freelancer of toch een werknemer? Ruts relativeert de impact daarvan voor de sector: “Dat gaat over een beperkt aantal platformen”, zegt hij, en het speelt zich grotendeels af in hetzelfde marktsegment als het bestaande rechtsvermoeden bij een laag uurtarief.

De andere twee delen gaan over transparantie en menselijk toezicht bij algoritmisch beheer, en over informatievoorziening. Die raken elk bureau dat matching, planning, tariefbepaling of beoordelingen laat lopen via software. Dat geldt ongeacht of de betrokken werkende een zzp’er, uitzendkracht of werknemer is.

Arets schat het aantal daadwerkelijke werkplatformen in Nederland op enkele honderden. De uitzendsector telt alleen al zo’n twintigduizend bedrijven. “De platformsector zelf is dus eigenlijk slecht georganiseerd”, zegt hij, terwijl de sectoren waar de impact uiteindelijk het grootst wordt, zoals uitzenden, juist beter georganiseerd zijn. Precies daarom ziet hij een kans voor de uitzendbranche om in de discussie het voortouw te nemen, in plaats van af te wachten tot de wet is dichtgetimmerd rond een categorie waar uitzenders zichzelf niet bij voelen horen.

Wanneer je ATS of VMS je ineens meetelt

Uitzendbureaus bouwen hun eigen technologie zelden zelf. Ze kopen die in bij backoffice-partijen, ATS’en, VMS’en en dataleveranciers. Juist daar zit volgens Ruts de crux: in die systemen zit in toenemende mate AI-tooling die zelfstandig beslissingen neemt en met werkenden communiceert. Hij schetst een voorbeeld uit de praktijk: een uitzendkracht die ‘s avonds laat via de chatfunctie vraagt om een extra dienst, waarna het systeem zelf in het planningssysteem kijkt, naar ratings en verdiensten kijkt, en de match zonder tussenkomst van een intercedent regelt. De meest innovatieve software belooft nu al dat je straks een fors deel van het werkproces door AI kan laten doen. 

Dat zijn vandaag nog de koplopers, maar Ruts verwacht dat het snel breder wordt, puur door concurrentiedruk. Een klein interim-bureau met kaartenbak en telefoon blijft misschien buiten schot. Voor de rest van de sector geldt: “Als uitzender kun je vanwege de volumes niet achterblijven in deze ontwikkeling.” Daarmee groeit ook het aantal bureaus dat, vaak zonder daar bewust voor te hebben gekozen, aan de criteria van de wet moet voldoen. Nu geldt die misschien nog voor een paar procent, binnen enkele jaren valt bijna de hele sector er onder, 

Zoals Martijn Arets het samenvat: “Of je het nu willens en wetens hebt geïmplementeerd of niet.” Het gaat om impactvolle beslissingen die door een algoritme worden genomen en dat valt eronder.

Het echt nieuwe: een verplicht communicatiekanaal

Eén verplichting is niet uit de AVG of de AI Act te herleiden en dus volledig nieuw: een digitaal communicatiekanaal waarin werkenden onderling en met hun vertegenwoordigers kunnen communiceren, zonder dat het platform of bureau meekijkt. Arets legt de gedachte erachter uit. “Vroeger konden werkenden elkaar op de werkvloer vinden en spraken vertegenwoordigers ze aan bij de poort. Nu dat contact digitaal verloopt, moet die functie ergens anders landen.” Voor bureaus die hun uitzendkrachten vrijwel volledig via een app aansturen, kan dat betekenen dat er een compleet nieuwe voorziening bij moet komen.

Wat kun je als uitzendondernemer nu al doen

Het advies van Arets aan intermediairs, MSP’s en detacheerders is concreet: lees de consultatiedocumenten en breng in kaart wat de impact op je eigen organisatie is. “Sowieso zou ik snel de documenten van de consultatie gaan lezen”, zegt hij, want veel van de gevraagde uitlegbaarheid, accountability en risicotoetsing hoort volgens hem eigenlijk al bij verantwoord systeemgebruik. Wie zijn AVG-zaken al op orde heeft, staat er beter voor dan wie nog moet beginnen.

Arets ziet daarnaast een rol voor brancheverenigingen. Een gezamenlijk, sectoraal gefinancierd platform met verplichte API’s kan de nalevingskosten voor individuele bureaus flink drukken, in plaats van dat elk bureau apart het wiel uitvindt. Zijn advies aan wie twijfelt of liever afwacht, is helder: neem zelf het initiatief. Beter meebouwen aan hoe iets als het communicatiekanaal er in de praktijk uitziet, dan achteraf een standaard opgelegd krijgen die niet aansluit op je eigen systemen.

De tijd dringt

De internetconsultatie loopt nog tot eind augustus. Wie nu reageert, kan nog invloed hebben op hoe breed of smal de definities straks worden vastgelegd, juist het onderdeel waar volgens Ruts de meeste discussie over zal ontstaan. Wachten heeft een prijs. “Als die wet er eenmaal ligt, dan ligt die daar”, zegt hij, en juist omdat Europa nog behoorlijk wat invullingsruimte laat, is dit hét moment voor uitzendbureaus en hun brancheorganisaties om mee te schrijven aan wat “algoritmisch beheer” straks precies betekent voor de sector.


Eerder schreef Flexnieuws al over de reikwijdte van de wet voor uitzenders, met de precieze definities en verplichtingen uit de conceptwet: Nieuwe wet Platformwerk raakt mogelijk ook uitzenders. Wie wil teruglezen hoe de Europese richtlijn tot stand kwam, vindt dat in En dan toch… De Europese Richtlijn platformwerk komt er aan.


Bekijk hier de podcast:

Of luister op Spotify:

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *