Maandelijkse archieven: november 2025

Slimme integratie tussen zorg- en HR-software: minder handwerk, meer overzicht

Auteur: Simone Mensink, Directeur Klant en Operations HollandZorg

Vrijdagmiddag rond vier uur. Een internationale medewerker belt, in paniek over zijn zorgverzekeringsdocument. De afspraak bij de huisarts staat maandag gepland, maar het bewijs van dekking is nergens te vinden.De HR-coördinator logt in bij drie systemen, downloadt een PDF, mailt het naar de medewerker en belt nog even na omdat het e-mailadres niet klopt. Twintig minuten later is het geregeld. Eén document geleverd en nog vijftig soortgelijke vragen te gaan.

De verborgen kosten van losse processen

Veel uitzendbureaus werken al digitaal, met planningssoftware, HR-systemen en salarisadministratie. Toch blijft de zorgverzekering vaak een losse stroom: documenten moeten worden gedownload en gemaild. Dat kost tijd, leidt tot fouten en verhoogt de administratieve druk, vooral bij een continu wisselend internationaal personeelsbestand.

Volgens onderzoek van Visma (2024) besteedt meer dan de helft van de kleine bedrijven ruim 40% van hun werkweek aan administratie. Voor uitzendbureaus met honderden internationale medewerkers loopt dit snel op tot een forse kostenpost. 

Van losse stappen naar één stroom

Systeemintegratie biedt uitkomst. Voor veel uitzendbureaus verloopt het aan- en afmelden van internationale medewerkers voor de zorgverzekering al automatisch via bestaande koppelingen met plannings- en salarissoftware zoals Plan4Flex

Nieuw is de documentservice-koppeling van HollandZorg. Actuele zorgverzekeringsdocumenten worden volledig automatisch toegevoegd aan het centrale personeelsadministratiesysteem van uitzendbureaus. Polisbladen, digitale verzekeringspassen, S1-formulieren en bewijs van verzekeringsperioden zijn nu direct beschikbaar.

HR heeft daarmee rechtstreeks toegang tot salaris-, planningsadministratie én alle zorgverzekeringsdocumenten, zonder losse e-mails of handmatige uploads. Maar ook internationale medewerkers beschikken meteen over hun verzekeringsbewijs via het portaal of app van het uitzendbureau. 

Geen losse e-mails, geen bijlagen, geen vrijdagmiddagstress.

Bij Plan4Flex wordt deze documentservice binnenkort uitgerold, zodat alle zorgverzekeringsdocumenten overzichtelijk naast werkroosters en arbeidscontracten staan en informatie-overload voor arbeidsmigranten wordt verminderd. 

Met AFAS heeft HollandZorg nu ook een koppeling voor het automatisch aan- en afmelden van internationale medewerkers, inclusief de documentservice. Samen met de klant wordt de implementatie afgestemd, inclusief planning en verantwoordelijkheden.

Efficiëntie is pas het begin

Veel digitale oplossingen verlagen de administratieve druk deels, maar vereisen nog steeds handmatige handelingen. Volledige integratie bespaart tijd én vermindert fouten. Vijf minuten per handeling klinkt weinig, maar bij honderden medewerkers loopt dat op tot tientallen uren per week. Bovendien verbetert het de zorgtoegang en compliance, een direct voordeel voor zowel uitzendbureau als medewerker.

Internationale medewerkers merken het verschil. Wanneer documenten direct in het personeelsinformatiesysteem beschikbaar zijn, vinden zij ze zelf, zonder te bellen voor polissen of zorgpassen. Zo kunnen zij voorbereid naar zorgafspraken en ervaren ze minder frustratie.

Nieuwe standaard in de flexbranche

Handmatige uploads en losse e-mails zijn uit de tijd. Geïntegreerde processen creëren overzicht voor het bureau en de medewerker.

De rekensom is eenvoudig: de investering in integratie betaalt zich snel terug in tijdwinst en minder fouten. Maar het levert méér op dan efficiëntie, zowel het bureau als de medewerker heeft direct overzicht en toegang tot belangrijke zorgverzekeringsdocumenten. Daarnaast ondersteunt het systeem goed werkgeverschap: HR kan zich richten op begeleiding, welzijn en ontwikkeling van medewerkers, in plaats van op administratieve taken.

Privacy en veiligheid

Sommige bureaus zijn terughoudend vanwege privacywetgeving en terecht.
Systeemintegratie vraagt om zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en naleving van de AVG. Maar juist gestandaardiseerde, beveiligde koppelingen verkleinen de kans op datalekken. Handmatige processen zoals het mailen van documenten vormen vaak een groter risico. Het gaat dus niet om óf digitaliseren, maar hoe.

Van administratie naar aandacht

De digitalisering van personeelsbeheer markeert een verschuiving: van reactieve administratie naar proactieve ondersteuning. Dankzij automatisering van routinetaken kunnen HR-teams tijd besteden aan wat echt telt, begeleiding, gezondheid en welzijn en de groei van medewerkers. 

Stel je die vrijdagmiddag opnieuw voor. De medewerker die belt over een ontbrekend document? Die belt niet meer. Hij heeft het zelf al gevonden via het portaal of de app van zijn uitzendbureau. HR kan een gesprek voeren over loopbaanontwikkeling of een persoonlijke zorgvraag. Dat is efficiënt en menselijk, dat is goed werkgeverschap in praktijk gebracht.


Over HollandZorg

Specialist in zorgverzekeringen voor internationale werknemers. HollandZorg ondersteunt werkgevers en uitzendorganisaties bij het wegnemen van drempels in de zorg – van meertalige digitale huisartsenzorg tot gerichte ondersteuning van werkgevers bij verdere automatisering van registratie- en verzekeringsprocessen. Zo helpt HollandZorg organisaties hun internationale medewerkers gezond en inzetbaar te houden.


Lees meer: 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Slimme integratie tussen zorg- en HR-software: minder handwerk, meer overzicht

Minister wil tijdelijke huurcontracten voor arbeidsmigranten mogelijk maken

Minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) wil het huurrecht aanpassen om een duidelijker onderscheid te maken tussen reguliere verhuur (bewoning) en toeristische verhuur (short stay). Daarmee moet de positie van arbeidsmigranten op de woningmarkt worden versterkt. De minister kondigde de maatregelen aan in een recente kamerbrief. Begin 2026 gaan de voorstellen in consultatie en daarna naar de Tweede Kamer.

Short stay 

Short-stay-contracten worden in de plannen beperkt tot maximaal dertig dagen, gelijk aan de termijn voor vakantieverhuur. Nu bestaat er geen wettelijk maximum. Hierdoor krijgen met name arbeidsmigranten, expats en studenten regelmatig een short-stay-contract aangeboden, met hogere prijzen en zonder huurbescherming. Omdat een short-stay-contract altijd door de verhuurder kan worden opgezegd, werkt dit marktverstorend en bemoeilijkt het de zoektocht naar betaalbare woonruimte. De nieuwe termijn maakt het voor gemeenten bovendien eenvoudiger om toezicht te houden.

Tijdelijk huurcontract

Arbeidsmigranten krijgen de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract te sluiten, aangezien een vast contract vaak niet aansluit bij hun verblijf. De minister wil dat zo’n contract in de toekomst eenmalig kan worden verlengd, met een totale maximale duur van twee jaar. Voor tijdelijke huurcontracten geldt huurbescherming en een gereguleerde huurprijs. Ook kan de verhuurder niet zonder geldige reden opzeggen. Short stay blijft mogelijk voor arbeidsmigranten die slechts korte tijd verblijf nodig hebben, bijvoorbeeld tijdens het oogstseizoen.

Werkgevers die huisvesting op eigen terrein aanbieden, krijgen de mogelijkheid om een vast huurcontract te beëindigen wanneer de arbeidsrelatie eindigt en de woning nodig is voor een nieuwe werknemer. Dit moet werkgevers stimuleren om werknemers huisvesting aan te bieden.

Roemer-norm

Een tijdelijk contract mag in het voorstel van de minister alleen worden aangeboden als de woonruimte voldoet aan de zogenoemde Roemer-norm. Deze stelt onder meer dat elke bewoner een eigen slaapkamer van minimaal 5,5 vierkante meter heeft, er minstens 15 vierkante meter leefruimte per persoon beschikbaar is en alle voorzieningen onder één dak aanwezig zijn. De huisvesting moet hiervoor gecertificeerd zijn.

De maatregelen leiden tot wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek, de Wet goed verhuurderschap en de Wet vaste huurcontracten.

 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Minister wil tijdelijke huurcontracten voor arbeidsmigranten mogelijk maken

Daniëlle Lambo nieuwe managing director Kolibrie

Kolibrie Payroll & HRM heeft bekendgemaakt dat Daniëlle Lambo per 1 januari 2026 wordt aangesteld als managing director. Zij vormt voortaan samen met CEO Jesse Zahn – van der Valk de directie van de payrollorganisatie. Met de benoeming zet Kolibrie naar eigen zeggen een volgende stap in de groei en strategische ontwikkeling van het bedrijf.

25 jaar ervaring

Lambo heeft meer dan 25 jaar ervaring in de uitzend- en payrollsector en vervulde diverse leidinggevende functies binnen toonaangevende organisaties in de flexbranche. Ze staat bekend om haar mensgerichte en verbindende leiderschapsstijl, gecombineerd met een sterke focus op innovatie en duurzame resultaten.

“Ik kijk ernaar uit om samen met het team van Kolibrie verder te bouwen aan een sterke, toekomstgerichte organisatie die klaar is voor de volgende fase van groei”, zegt Lambo. De waarden van Kolibrie (service, kwaliteit en vertrouwen) sluiten volgens haar naadloos aan bij haar visie op leiderschap en samenwerking.

Specialist in payroll

Kolibrie wil met de komst van Lambo de positie versterken als specialist in payroll voor horeca, retail en dienstverlening. De organisatie blijft investeren in digitalisering, uitbreiding van het dienstenportfolio, klantgerichtheid en duurzame arbeidsrelaties. CEO Jesse Zahn – van der Valk is blij dat Lambo de directie van Kolibrie komt versterken. “Haar ervaring, visie en energie maken haar de juiste persoon om Kolibrie mede te leiden in een tijd waarin flexibiliteit, persoonlijke aandacht en vertrouwen belangrijker zijn dan ooit.”

Kolibrie, opgericht in 1994, ondersteunt vanuit Tilburg ruim duizend ondernemers in horeca, retail en dienstverlening door heel Nederland. De organisatie profileert zich als marktleider in payroll, met een sterke focus op persoonlijke service, correcte administratie en volledige ontzorging van ondernemers in personeelszaken.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Daniëlle Lambo nieuwe managing director Kolibrie

De drietrapsraket die de uitzendbranche op zijn kop zet

Na jaren van stijgende tarieven voor uitzendkrachten door veranderende wetgeving staat er opnieuw een forse prijsschok voor de deur. Waar werkgevers al zwaarder belast werden voor flexibele inzet in plaats van vaste contracten, kondigt zich nu een ‘drietrapsraket’ aan die werkgevers en uitzenders flink zal raken. Dit is nog los van het toenemende aanbod werkzoekenden nu de schaarste afneemt en alle economische onzekerheid.

Stap één: gelijkwaardig loon maakt uitzenden duurder (dan vast)

De nieuwe CAO schrijft voor dat uitzendkrachten een gelijkwaardig loon moeten ontvangen als werknemers in vaste dienst. Gelijkwaardig betekent echter niet alleen een gelijk basisloon. Alle secundaire arbeidsvoorwaarden – van reiskostenvergoeding tot bloemetjes, van koffiegeld tot thuiswerkvergoeding –worden mogelijk ook verdisconteerd in het loon en/of tarief van de uitzendkracht. Het paradoxale gevolg: uitzendkrachten krijgen -daar waar inkoop en/of HR geen sterke regie voeren- potentieel een hoger bruto uurloon dan vaste medewerkers, simpelweg omdat alle ‘extraatjes’ (deels) in hun brutoloon zijn verdisconteerd. Deze eerste stap leidt naar verwachting tot een tariefstijging van minimaal 5 procent. En hoe ruimhartiger het arbeidsvoorwaardenpakket van een werkgever, hoe hoger deze stijging uitpakt. Goed werkgeverschap maakt de flexschil serieus duurder.

Dit creëert een spannende situatie: vaste medewerkers kunnen vragen waarom zij minder bruto-uurloon ontvangen dan de uitzendkracht naast hen, en zullen aangeven dat zij hun extraatjes ook liever in brutoloon uitgekeerd krijgen. Een situatie die gegarandeerd tot interne onrust leidt en vervolgens ook weer consequenties heeft voor pensioenopbouw e.d. Werkgevers waren al niet happy met het extra werk van de uitzend-cao, maar van dit side-effect worden ze al helemaal niet blij. Hogere tarieven, meer onrust en mogelijk structureel duurdere eigen arbeid.

Stap twee: de reguliere jaar-indexatie

Boven op deze herziening komt de standaard jaarlijkse indexatie die in veel sectoren per 1 januari plaatsvindt. Op zich niets nieuws, maar in combinatie met de eerste stap wel een aanzienlijke extra kostenpost.

Stap drie: het domino-effect van goede werkgevers

Het derde effect is misschien wel het meest onderschat: de nieuwe CAO zal de bodemprijs in de markt verhogen. Dat laat zich het beste uitleggen met een voorbeeld uit de horeca. Stel: een uitzendkracht werkt deze week voor horecaondernemer A, die conform de CAO betaalt zonder extraatjes. Volgende week werkt dezelfde uitkracht voor ondernemer B, die wél diverse extraatjes biedt: kledingvergoeding, wasgeld, een kwartier betaald voor aanvang van de dienst, fooi betalen via de loonstrook en af en toe een attentie. Door het principe van gelijkwaardig loon ontvangt de uitzendkracht bij B (zeer waarschijnlijk) een hoger uurloonvoor feitelijk hetzelfde werk. Het logische gevolg? Deze uitzendkracht gaat niet meer voor een lager loon bij A werken. Het hogere loon van B wordt de nieuwe standaard, ook voor A. Een nieuwe bodemprijs dus.

Dit indirecte prijseffect – waarbij je als werkgever concurreert met beter betalende collega-ondernemers – zal naar verwachting ook de minder ruimhartige werkgevers dwingen hun lonen te verhogen. Het uitzendbureau kan proberen dit op te vangen door met hun marge te schuiven, maar de kans is groot dat uiteindelijk ook ondernemer A meer moet betalen om ‘gelijkwaardig’ te kunnen zijn aan de concurrent. Dit effect gecombineerd met het domino-effect van eigen medewerkers die om meer brutoloon zullen vragen, gaat waarschijnlijk tot een aanzienlijk hogere loonsom leiden. Neem daar de invoering van de EU-loontransparantie wetgeving (1 januari 2027 van kracht in Nederland) bij en dan is er geen ontkomen meer aan dat de goed betalende werkgevers, de lonen zullen opdrijven van de mindere goden in een sector en de bodemtarieven nog meer zullen stijgen dan het marktgemiddelde.

De grote gevolgen

Werkgevers die sterk leunen op uitzendkrachten hebben de tarieven al fors zien stijgen, wat heeft geleid tot een daling in de inhuur van flexwerkers. Met een verwachte totale stijging van zeker 7-10 procent – afhankelijk van CAO-verhogingen per sector – staat er niet alleen een stevige kostenstijging te wachten, maar ook een flinke afname in het uurvolume voor uitzendbureaus, waarbij toch al ruim 3 jaar spraken was van krimp. De timing is daarbij extra ongunstig omdat de arbeidsmarkt aan het kantelen is: er is momenteel aanmerkelijk minder krapte waardoor werkgevers makkelijker zelf kunnen werven. De noodzaak om vanwege krapte uit te wijken naar uitzendbureaus is lager. Uitzendbureaus zien dit al aankomen en diversifiëren hun dienstverlening richting werving & selectie, inhouse oplossingen en payrolling.

Een onbedoeld effect met grote gevolgen

Het derde effect – het domino-effect van goede werkgevers – is naar mijn mening een onbedoeld neveneffect waar onvoldoende over nagedacht is bij het formuleren van het gelijkwaardig loon-principe. De consequenties kunnen aanzienlijk zijn: additionele kosten voor werkgevers en verdere vraaguitval bij uitzendbureaus. Daarbij zullen deze extra kosten, zeker bij werkgevers die het al zwaar hebben, zwart werken en het werken met malafide – en in het grijze gebied opererende – uitzendbureaus aanjagen. Het is aannemelijk dat de roep naar goedkopere constructies met buitenlandse werknemers zal daardoor verder toenemen.

De enige lachende derde? De uitzendkracht zelf, die gegarandeerd het beste uurloon uit de markt ontvangt, zonder per se voor de beste werkgever te hoeven werken. Echter de groep die zich graag laat uitzenden, zal gaan ervaren dat er steeds minder werk voor hem/haar komt. Een vast contract lonkt en dat is vaak niet de eerste wens van deze doelgroep. Wel flexibiliteit. Mogelijk dat na de eerste maanden, werkgevers op hun schreden terugkomen en dan trekt de vraag weer aan. Maar een uitzendkracht staat niet bekend als iemand die 3 maanden kan wachten om weer te werken…

Conclusie: de nieuwe uitzend-CAO is vooralsnog voor niemand een feest

We staan aan de vooravond van een nieuwe, interessante – maar voor de uitzendbranche op zijn zachtst gezegd pittige– dynamiek. De sector zal zich de komende jaren noodgedwongen verder diversifiëren van uitzender tot, payroller en werving- en selectiebureau. Ook internationale recruitment zal daarin belangrijker worden. En zoals met zoveel zaken: het zal vast en zeker leiden tot een nieuw marktoptimum waarop we verder kunnen bouwen.

Geplaatst in In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De drietrapsraket die de uitzendbranche op zijn kop zet

2026: wanneer je backoffice-keuze ineens het verschil maakt

Wat er precies verandert (en waarom dat nu pas echt voelbaar wordt)

Sinds 2 januari 2023 is de cao voor uitzendkrachten niet meer algemeen verbindend verklaard. Dat betekent dat uitzendbureaus die geen lid zijn van ABU of NBBU formeel niet meer gebonden zijn aan die cao. In de praktijk zagen veel bureaus daar nog weinig van terug. Maar dat gaat nu veranderen.

Vanaf 1 januari 2026 mogen ABU- ,NBBU en VvDN-leden gelijkwaardige beloning toepassen. Dit is een cruciaal cao-begrip uit de nieuwe cao voor uitzendkrachten dat speelruimte biedt. Leden mogen binnen de cao-kaders afwijken van de exacte arbeidsvoorwaarden bij de inlener, waardoor aanzienlijk minder maatwerk per klant en dus minder foutkansen nodig zijn.

Lees ook: ‘De nieuwe cao is hét moment om waarde van uitzenden aan te tonen’

Ben je geen ABU of NBBU-lid dat moet je als uitzendbureau nu al gelijke beloning toepassen. Dit is een gevolg van het feit dat de cao voor uitzendkrachten niet meer Algemeen Verbindend is en uitspraken van de Hoge Raad. Dat klinkt als een detail, maar het is een wereld van verschil. Gelijke beloning betekent: exact hetzelfde als een vaste medewerker bij de klant. Tot op de euro. Tot op het toeslagpercentage. Geen afwijkingsruimte, geen cao-buffer, geen interpretatieruimte.

Het fasensysteem verdwijnt (en dat voelt harder dan je denkt)

Er is nog een verschil dat impact heeft op de flexibiliteit die uitzendbureaus hun klanten kunnen bieden.

Leden van ABU en NBBU mogen het fasensysteem blijven gebruiken. Dat betekent dat je uitzendkrachten langer flexibel in kunt zetten voordat er sprake is van een vast contract. Dat is een enorm voordeel, zowel commercieel als operationeel.

Niet-leden vallen terug op de ketenregeling uit het Burgerlijk Wetboek. Maximaal drie contracten in drie jaar, daarna automatisch een vast contract. Dit vertaalt zich direct in minder commerciële slagkracht en minder flexibiliteit om in te spelen op pieken en dalen bij de klant.

Voor een uitzendbureau betekent dit concreet: minder commerciële slagkracht, hogere kosten en minder mogelijkheden om in te spelen op de wensen van inleners die wél flexibiliteit zoeken.

Het échte probleem: de rekening ligt bij de inlener

Dit is waar de bom barst: De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) schuift de volledige aansprakelijkheid door naar de inlener, ongeacht wie de fout maakt.

Op basis van die wet kan een uitzendkracht de inlener rechtstreeks aanspreken voor:

  • Achterstallig loon of ontbrekende toeslagen
  • Incorrect toegepaste arbeidsvoorwaarden
  • Juridische kosten en eventuele schadevergoeding

De inlener hoeft niet eens formeel werkgever te zijn. De wet maakt de inlener gewoon verantwoordelijk voor correcte naleving – ook als het uitzendbureau de fout heeft gemaakt. (De juridische basis hiervoor is artikel 12 Waadi (Hoofdelijke aansprakelijkheid van de inlener).

Een praktijkvoorbeeld:

Een uitzendkracht werkt via een niet-lid bij een productiebedrijf. Het uitzendbureau maakt een fout in de berekening van ploegentoeslag. De uitzendkracht ontdekt dit na zes maanden. Hij stapt niet naar het uitzendbureau, maar naar de inlener. En claimt niet alleen het achterstallige loon, maar ook een vast contract omdat de ketenregeling incorrect is toegepast. De inlener betaalt. Dit is geen theorie. Dit gebeurt in de praktijk. En vanaf 2026 wordt de kans op dit soort fouten exponentieel groter voor uitzendbureaus die geen cao-dekking hebben.

Wat betekent dit voor uitzendbureaus die zelf de verloning doen?

Misschien doe je de verloning nu zelf. Je hebt je eigen systemen, je eigen processen, je eigen manier van werken. Dat werkt prima – totdat de regels veranderen.

En dat is precies wat er nu gebeurt.

Als je geen ABU- of NBBU-lid bent, moet je:
  • Exact dezelfde arbeidsvoorwaarden toepassen als vaste medewerkers bij elke klant
  • De ketenregeling hanteren in plaats van het fasensysteen

Dat kost tijd. Dat kost aandacht. Dat kost marge.

Marge die je nu besteedt aan compliance en risicomanagement, in plaats van aan acquisitie en groei. Marge die weglekt omdat je fouten moet herstellen, juridische vragen moet beantwoorden, of discussies moet voeren met klanten over aansprakelijkheid.

En het wordt nog complexer: elke klant heeft andere arbeidsvoorwaarden. De ene inlener heeft een 13e maand, de andere geeft eindejaarsuitkering, weer een ander heeft een winstdelingsregeling. Jij moet dat allemaal exact kopiëren. Voor elke uitzendkracht. En als je een fout maakt, betaalt jouw klant de rekening.

De concurrentie wordt meedogenloos

Terwijl jij bezig bent met het uitpluizen van arbeidsvoorwaarden en het voorkomen van fouten, zijn ABU- en NBBU-leden aan het verkopen. Zij bieden hun klanten:

  • Flexibiliteit: Het fasensysteem biedt tot 52 weken in Fase A en maximaal 6 contracten/3 jaar in Fase B, wat veel meer ruimte geeft dan de ketenregeling.
  • Zekerheid: Juridische rugdekking via extra audits en controlemechanismen, wat aantoonbaar fouten in wet- en regelgeving voorkomt.

En jij? Jij moet uitleggen waarom jouw klant meer risico loopt. Waarom de flexibiliteit beperkter is. Waarom het allemaal wat ingewikkelder werkt. Dat is geen sterk verhaal richting de markt.

Grote inleners selecteren hier al op

Opdrachtgevers met een professionele inkoopafdeling stellen inmiddels standaard de vraag: “Is jullie backoffice ABU- of NBBU-lid?” Dat is geen toevallige vraag. Dat is risicomanagement. Zij weten dat ze aansprakelijk zijn voor fouten van het uitzendbureau. En ze willen dat risico niet lopen. Dus kiezen ze voor bureaus die binnen een cao-kader werken. Kleinere inleners stellen die vraag misschien nog niet. Maar zodra de eerste claim binnenkomt, doen ze dat wel. En tegen die tijd ben je de klant al kwijt.

Wat intermediairs nu zien gebeuren

Voor intermediairs die wél met een ABU/NBBU-backoffice werken, is het verhaal richting klanten heel eenvoudig:

  • “Wij werken binnen cao-afspraken die juridisch zijn getoetst.”
  • “Er is een controlemechanisme en een geschillenregeling.”
  • “Jullie lopen minder risico, omdat wij gelijkwaardige beloning toepassen binnen een erkend kader.”
  • “Wij behouden het fasensysteem, dus jullie blijven flexibel.”

Intermediairs die werken met een niet-lid backoffice verliezen deals. Niet omdat ze slechter zijn, maar omdat ze die geruststellingen niet kunnen geven. En als jij zelf de verloning doet zonder ABU/NBBU-lidmaatschap, heb jij datzelfde probleem.

De rekening: tijd, aandacht en verloren deals

Laten we eerlijk zijn over wat het je kost om vanaf 2026 als niet-lid door te gaan:

  • Tijd: Uren besteed aan het uitpluizen van arbeidsvoorwaarden per klant, het up-to-date houden van wijzigingen, het beantwoorden van vragen, het herstellen van fouten.
  • Aandacht: Managementcapaciteit die naar compliance gaat in plaats van naar groei.
  • Investering: De kosten voor investeringen in eigen kennis, gespecialiseerde software en personeel om aan de nieuwe regels (incl. WTTA) te voldoen.
  • WTTA Risico: Zelfstandig moeten voldoen aan de vergunningsplicht van de WTTA, inclusief de waarborgsommen (€100.000) en het daaruit voortvloeiende, hogere aansprakelijkheidsrisico.
  • Juridisch risico: Procedures, claims, discussies met klanten over wie verantwoordelijk is.
  • Verloren deals: Klanten die kiezen voor een concurrent met cao-dekking.
  • Reputatieschade: Een enkele fout kan je positie bij een klant blijvend beschadigen.

Tel dat op. Kijk hoeveel marge dat kost. En vraag jezelf af: is dat de marge die je wilt weglekken?

De overstap: minder ingewikkeld dan je denkt

Misschien denk je: “Een backoffice uitbesteden betekent controle verliezen.” Of: “Dat is duur.” Of: “Dat is een heel gedoe.”

Maar de realiteit is anders.

Een gespecialiseerde ABU-backoffice zoals One People Services heeft:

  • Systemen die zijn ingericht op cao-naleving
  • Juristen die de regels kennen
  • Processen die fouten voorkomen
  • Ervaring met complexe inlenerssituaties
  • Certificeringen die vertrouwen geven bij klanten

En vooral: Een gespecialiseerde backoffice neemt de juridische en financiële risico’s volledig van je over. Ook op het gebied van ziekte en debiteuren. Dit is de enige manier om risico-vrij te groeien.

Dat betekent dat jij je kunt focussen op waar je goed in bent: klanten werven, relaties onderhouden, groei realiseren. In plaats van je druk maken over toeslagpercentages en ketenbepaling.

Wat betekent dit voor jouw keuze?

Je staat voor een beslissing. Je kunt:

  1. Doorgaan zoals je nu werkt: Zelf de verloning doen, gelijke beloning toepassen, de ketenregeling hanteren, handmatig alles bijhouden, en hopen dat het goed gaat.
  2. Overstappen naar een ABU/NBBU-backoffice: Cao-dekking krijgen, het fasensysteem behouden, juridische zekerheid bieden aan klanten, en je marge besteden aan groei in plaats van compliance.

Het is niet dat de eerste optie onmogelijk is. Maar het is wel duurder, risicovoller en minder aantrekkelijk voor klanten.

De vraag is: waar wil jij je marge aan besteden?

Geplaatst in In de branche | Tags , , , , | 2s Reacties