Maandelijkse archieven: augustus 2025

Wet Loontransparantie maakt komaf met salarisgeheimen in flexmarkt

Wist je dat vrouwen in de EU gemiddeld nog steeds 13% minder verdienen dan mannen voor vergelijkbaar werk? Gelukkig komt daar verandering in: de Wet Loontransparantie is onderweg. Deze wet, gebaseerd op een Europese richtlijn, moet vóór 7 juni 2026 in Nederlandse wetgeving zijn opgenomen – en dat gaat de arbeidsmarkt flink opschudden. 

Er verandert veel binnen de flexmarkt: voor werkgevers, werknemers én recruiters. Lucienne de la Haije van recruitmentorganisatie IQ Search licht de veranderingen toe.

Eerder salaris speelt geen rol  

Een van de opvallendste veranderingen? Geen vragen meer naar salarishistorie. En dat is maar goed ook. Zo’n vraag houdt ongelijkheid namelijk in stand. Voorheen deden werkgevers vaak een ‘schappelijk’ aanbod door iets bovenop iemands vorige salaris te bieden. Maar als je bij je vorige werkgever onderbetaald werd, blijft die kloof bestaan en ontstaat er ongelijkheid binnen teams. Dankzij de nieuwe richtlijn moet het salaris straks worden bepaald door de functie en objectieve criteria.  

‘’De ruimte voor individuele onderhandeling wordt kleiner, en juist dat draagt bij aan het verkleinen van de loonkloof,’’ meent Lucienne. ‘’Want eerlijk is eerlijk: niet iedereen is een geboren onderhandelaar. En als je daar niet goed in bent, loop je structureel geld mis. Gelukkig blijft er ruimte voor prestatiebeloning. Scoort iemand bovengemiddeld? Dan kun je diegene nog steeds een bonus geven, zolang je het maar objectief kunt onderbouwen.’’ 

De tijd van vage ‘marktconforme beloning’ is voorbij   

Ook nieuw: werkgevers zijn straks verplicht om een salarisrange of -indicatie te vermelden voorafgaand aan de sollicitatieprocedure. Dit kan dus in de vacature zijn, maar ook voordat de sollicitatieprocedure start via de telefoon of e-mail. 

‘’Het opnemen van een salarisindicatie in vacatures is iets wat wij bij IQ Search al jaren adviseren,’’ vertelt Lucienne. Niet alleen transparant en eerlijk, maar ook slim: vacatures mét salarisindicatie leveren gemiddeld namelijk 51% meer reacties op.

‘’Dit kan in het begin tot onrust leiden in de arbeidsmarkt. Veel werkgevers proberen elkaar nu te overbieden en kandidaten gaan daar — begrijpelijk — graag in mee. Maar als straks vooraf duidelijk is wat er te verdienen valt, komt er meer transparantie. Het zal snel zichtbaar worden welke organisaties boven of onder het marktgemiddelde betalen. En dat zorgt op termijn juist voor meer evenwicht én rust in de markt.’’ 

Weg met nattevingerwerk binnen het beloningsbeleid   

Maar hoe bepaal je deze salarisrange dan? Om duidelijke salarisranges te kunnen vaststellen, adviseert Lucienne om eerst een functiehuis op te zetten. Volgens de Wet Loontransparantie moeten het functiehuis en beloningsbeleid aantoonbaar gebaseerd zijn op objectieve en genderneutrale criteria. Lucienne adviseert de volgende stappen: 

  1. Definieer alle functies die je in de organisatie hebt 
  2. Cluster de functies die bij elkaar horen en definieer ‘functiefamilies’
  3. Ontwikkel functieniveaus, door te kijken naar de zwaarte van de functie, de verantwoordelijkheden en de complexiteit. Bijvoorbeeld: junior, medior, senior. Maak hier vervolgens een salarisstructuur voor, bijvoorbeeld met behulp van de Hay methode, ORBA, CATS en, voor o.a. de zorg, de Bakkenist methode. Op deze manier is jouw salarisrange zo objectief mogelijk en geeft het de transparantie die je verwacht als (toekomstige) medewerker.

Verplicht rapporteren over loonverschillen   

Werknemers mogen straks schriftelijk inzicht opvragen in hun eigen salaris en dat van collega’s met vergelijkbare functies, uitgesplitst naar geslacht. Werkgevers moeten zelfs actief over deze optie communiceren, bijvoorbeeld via een memo of het intranet. 

‘’Hierbij kunnen met name voor kleinere organisaties AVG-vraagstukken ontstaan, vooral als collega’s herkenbaar zijn in de data,’’ waarschuwt Lucienne. ‘’Zorg dus dat je dit goed juridisch laat toetsen en zorgvuldig communiceert.’’ 

Voor organisaties met 100+ werknemers wordt het rapporteren van loongegevens straks verplicht. Daarbij moet o.a. zichtbaar worden:  

  • Hoe groot het loonverschil is tussen mannen en vrouwen  
  • Of dat verschil objectief te verantwoorden is  
  • En zo niet: wat je gaat doen om het op te lossen  

Als de loonkloof groter is dan 5% en hier geen objectieve verklaring voor is, dan ben je als werkgever verplicht een actieplan op te stellen. Dit plan moet vervolgens worden goedgekeurd door de ondernemingsraad (OR). De OR zal een steeds grotere rol gaan spelen: leden van de OR worden al vroeg in het proces betrokken, en beoordelen ook de objectiviteit van de salarissen en de rapportage voordat deze wordt gepubliceerd.  

Ook uitzendkrachten tellen mee  

Een aandachtspunt als jouw organisatie werkt met een flexibele schil: uitzendkrachten tellen mee in de rapportage van de inhurende organisatie, niet in die van het uitzendbureau. Alleen medewerkers die onder directe aansturing van het recruitmentbureau vallen, worden daarin meegeteld.   

Tijdslijnen  

De Wet Loontransparantie gaat naar verwachting op 7 juni 2026 in, maar de rapportageplicht volgt in fases:  

  • >150 werknemers: rapportageplicht vanaf juni 2027
  • 100–149 werknemers: rapportageplicht vanaf 2031

Als je als werkgever niet aan de Wet voldoet, kunnen er sancties volgen. Bovendien kunnen werknemers die loondiscriminatie vermoeden een schadevergoeding eisen, van gemiste promotiekansen tot immateriële schade. Belangrijk hierbij is dat de bewijslast ligt bij de werkgever. De werkgever moet dus kunnen aantonen dat er géén sprake is van discriminatie.  

Wat kun je nu al doen?  

Hoewel 2026 nog ver weg klinkt, adviseren wij onze klanten om nu al aan de slag te gaan met de voorbereidingen op de Wet Loontransparantie. Met name kleine  tot middelgrote organisaties hebben vaak nog geen functiehuis, en zullen dus flink aan de bak moeten.

Dit kun je nu alvast doen:  

  • Leg je beloningsbeleid vast 

Zorg dat je kunt uitleggen hoe salarissen worden bepaald. Baseer dit op objectieve factoren als relevante aantal jaren ervaring, verantwoordelijkheden en competenties (zie de stappen eerder in de tekst).

  • Breng een eventuele loonkloof in kaart 

Ga na of er verschillen zijn van >5% tussen geslachten binnen functies die vergelijkbaar zijn in de praktijk of – als er een functiehuis is – beide in dezelfde schaal zitten.  Zo ja, kun je deze verschillen objectief verklaren? Zo niet: stel een verbeterplan op.

  • Herzie het sollicitatieproces 

Zorg dat vacatures en wervingsprocedures genderneutraal zijn, informeer sollicitanten over het salaris en vraag niet meer naar eerdere salarissen. ‘’Behalve het salaris te vermelden in de vacaturetekst, kun je deze ook bespreken tijdens de eerste kennismaking,’’ tipt Lucienne. ‘’Daarnaast is het goed om ook de business te informeren, aangezien zij de ambassadeurs zijn en (hopelijk) ook met referrals aankomen voor de nieuwe functie. Bij interne doorstroming is het daarnaast van belang om objectief te blijven. Vaak staat er in de CAO dat medewerkers één schaal per jaar omhooggaan, maar bij grote functiewijzigingen zou er dus opnieuw gekeken moeten worden naar de rol en verantwoordelijkheden.’’

  • Bereid je voor op rapportage 

Zorg dat je HR- en salarissystemen de juiste loonkloofgegevens kunnen genereren. Denk ook alvast na over AVG-compliance en samenwerking met de OR.  

Het eindpunt: een eerlijkere arbeidsmarkt   

Toegegeven: de Wet Loontransparantie vraagt van veel werkgevers de nodige aanpassingen. Maar uiteindelijk leiden de nieuwe regels tot een eerlijkere, transparantere arbeidsmarkt.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Wet Loontransparantie maakt komaf met salarisgeheimen in flexmarkt

FlexFuture 2025: vooruitblik op nieuwe regelgeving en cao in de flexbranche

Op 25 november 2025 organiseert Experts in Flex het jaarlijkse kennisevenement FlexFuture, met dit jaar extra aandacht voor de ingrijpende wijzigingen in wet- en regelgeving die de flexbranche in 2026 te wachten staan. Centraal staan onder meer de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten, de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) en de impact daarvan op kostprijzen en bedrijfsvoering.

Grote veranderingen in 2026

Het jaar 2026 brengt grote structurele wijzigingen met zich mee voor uitzendorganisaties en andere flexondernemers. Daarom richt FlexFuture 2025 zich op het duiden van de juridische, operationele en financiële consequenties van nieuwe wet- en regelgeving. Het programma biedt actuele inzichten, praktische handvatten en ruimte voor dialoog met experts uit de sector.

Economische trends en ontwikkelingen

Dagvoorzitter Wim Davidse, hoofdredacteur van FlexNieuws en Chief Evangelist van ZiPmedia, opent het programma met een analyse van trends in de arbeidsmarkt en economie. Hij duidt kansen en risico’s voor ondernemers in de flexbranche, onderbouwd met actuele data, grafieken en inspirerende praktijkvoorbeelden. Zijn bijdrage biedt een strategisch kader voor de rest van het programma.

Wet- en regelgeving 2026

Henk Geurtsen, partner bij Experts in Flex, presenteert een compleet overzicht van de wijzigingen in wet- en regelgeving voor de branche in 2026. Zoals ieder jaar wordt deze sessie tot het laatste moment geactualiseerd. Geurtsen neemt het publiek mee in de meest recente ontwikkelingen en kan misschien al inzicht geven in de gevolgen van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen voor de flexbranche.

De nieuwe CAO voor Uitzendkrachten

Lucy Guardiola (Jurist arbeidsrecht NBBU) en Anika Keuter (Juridisch adviseur NBBU) geven een toelichting op de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten vanaf 2026. Ze behandelen de belangrijkste wijzigingen in beloning en arbeidsvoorwaarden, en leggen uit hoe uitzendorganisaties zich hierop kunnen voorbereiden. Deze cao markeert de laatste stap richting volledig gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten.

Kredietrisico’s in de Nederlandse markt

Marieke van Beek (Head of Sales NL) en Leon Barendsma (Underwriting Manager) van Atradius delen op basis van hun brede data en ervaring een actueel beeld van het risicoprofiel van Nederlandse bedrijven. Hoe ontwikkelen betaalgedrag en faillissementen zich? Waar moet u als flexondernemer op letten, en hoe kunt u zich wapenen tegen financiële onzekerheden? Een waardevol kijkje in de ‘financiële thermometer’ van het bedrijfsleven.

De WTTA in de praktijk

Julisa Fereijra Phelipa, directeur van Normec VRO, gaat in op de uitvoering van het toelatingsstelsel. Ze deelt praktijkervaringen uit recente inspecties en laat zien wat de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) concreet betekent voor uitzendorganisaties.

Kostprijsberekening onder nieuwe regels

Henk Geurtsen sluit het inhoudelijke programma af met een verdiepende sessie over de financiële impact van de nieuwe cao en wetgeving op de kostprijs. Hij legt uit hoe traditionele kostprijsberekeningen niet langer volstaan. De standaard opbouwpercentages voor de reserveringen vervallen, net als de standaardlijsten voor de inlenersbeloning.


FlexFuture 2025

Datum: dinsdag 25 november 2025

Tijd: 10.15 – 15.00 uur (inloop vanaf 9:15 uur)

Locatie: Van der Valk Hotel Vianen

Aanmelden en programma: https://expertsinflex.nl/events/flexfuture-2025/

Early Bird: tot en met 31 augustus geldt een korting van 70 euro per deelnemer.


 

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor FlexFuture 2025: vooruitblik op nieuwe regelgeving en cao in de flexbranche

Flexibele schil verschuift: minder zzp, meer interne flex

Het aantal zzp’ers is voor het tweede opeenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal waren er 22 duizend minder zzp’ers dan in het kwartaal ervoor. In het eerste kwartaal daalde het aantal met 43 duizend. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. De dalingen volgen na jaren van stijging van het aantal zzp’ers. De totale werkzame beroepsbevolking is het afgelopen kwartaal wel gestegen. 

Zowel het aantal zzp’ers dat producten verkoopt als zzp’ers die diensten verkopen (zzp eigen arbeid) is volgens het CBS aan het dalen. De daling onder zzp’ers eigen arbeid daalt wel het hardst, met 4,9 procent. Opvallend is dat het aantal mannelijke zzp’ers eigen arbeid het afgelopen jaar veel harder daalde (-6,7%) dan het aantal vrouwelijke zzp’ers die eigen arbeid verkopen (-1,4%). 

Daling middelbaar opgeleide zzp’ers 

Het aantal zzp’ers met middelbaar opleidingsniveau (MBO 2-4, Havo, Vwo) daalt het hardst (-9,2%). Het aantal zzp’ers met een basisniveau opleiding daalt met 5,5 procent terwijl het aantal zzp’ers met minimaal een HBO opleiding (de helft van alle zzp’ers eigen arbeid zit in deze groep) nauwelijks is gedaald. Het aantal mannelijke zzp’ers met een middelbare opleiding daalt het meest, namelijk met 14,2 procent in een jaar tijd. 

De handhaving op schijnzelfstandigheid lijkt een logische verklaring voor de daling. Maar er speelt meer. De economische groei koelt af en ook dat heeft invloed. In tijden met vooruitzicht op economische groei stijgt de vraag en durven meer werkenden de stap naar het ondernemerschap te maken. Ook de spanning op de arbeidsmarkt is flink afgenomen. Op elke 100 werklozen zijn er nu 101 vacatures. Drie jaar terug waren dat er 142 vacatures. Krapte op de arbeidsmarkt is nog steeds de belangrijkste reden voor werkgevers om zzp’ers in te huren, en de krapte daalt.   

Minder uitzendkrachten en gedetacheerden

De huidige (geo)politieke en economische onzekerheid drukt de algehele vraag naar personeel, ook naar tijdelijke krachten. Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden daalde nog een stuk harder (-8,7%) dan het aantal zzp’ers zo laat Wim Davidse in deze analyse zien. Dat terwijl je zou kunnen verwachten dat de flexbranche profiteert van de handhaving op schijnzelfstandigheid. 

Het lijkt erop dat werkgevers de oplossing in het tweede kwartaal vooral in de interne flexschil (met name tijdelijke werknemers en oproepkrachten) hebben gezocht. Het aantal werknemers in de interne flexschil groeide met 1,1 procent naar een aandeel van 24 procent. 

Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden daalde met 8,7 procent en omvat nu nog 3,5 procent van alle werkenden. Het aantal zzp’ers (eigen arbeid) kromp met 4,7 procent en hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking beslaat nu nog 10,4 procent. De externe flexschil omvatte daarmee in het tweede kwartaal 13,9 procent van de werkzame beroepsbevolking. In het vierde kwartaal van 2024 was dit nog 14,8 procent.

Verschillen per beroep

De veranderingen verschillen per beroepsgroep. Zo blijft het aantal zzp’ers met een bedrijfseconomische of administratieve achtergrond stijgen. Zowel op jaarbasis (+4,3%) als in het afgelopen kwartaal (+1,1%). Ook in de culturele sector is het aantal zzp’ers gestegen. 

Het aantal zzp’ers in de IT ligt nu nog hoger dan een jaar terug, maar daalde de afgelopen twee kwartalen flink (-6,8%). De hoeveelheid zzp’ers met pedagogische beroepen is volgens CBS cijfers het afgelopen jaar gelijk gebleven.  

Het aantal zzp’ers in de bouw daalde in een jaar tijd met 8,4 procent. Ook in de zorg en welzijnsector daalde het aantal zzp’ers met dit percentage. Opvallend is dat in het laatste kwartaal het aantal zorg-zzp’ers juist weer wat toeneemt (+2,0%). Dat komt vooral door een toename van het aantal mannen dat als zzp’er in die sector actief is. 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Flexibele schil verschuift: minder zzp, meer interne flex

Ondernemersvertrouwen zakelijke dienstverlening van negatief naar positief

Het ondernemersvertrouwen is in het derde kwartaal van 2025 licht gestegen naar -3,8. Tegelijkertijd ervaren ondernemers iets vaker belemmeringen in hun bedrijfsvoering en zijn zij verdeeld over investeringsplannen voor dit jaar. Dat blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland, van onder andere CBS en KVK.

De stijging van het ondernemersvertrouwen is vooral te danken aan minder negatieve verwachtingen over het economisch klimaat. Toch zijn ondernemers daarover nog altijd bijna even somber als in het vorige kwartaal. Met een score van -3,8 ligt het vertrouwen vrijwel gelijk aan het gemiddelde van -3,7 over de periode sinds 2012.

Sterke groei in zakelijke dienstverlening

In acht van de twaalf bedrijfstakken nam het ondernemersvertrouwen toe. De sterkste stijging deed zich voor in de sector vervoer en opslag, waar het vertrouwen opliep van -12,0 naar -0,9. Ook in de zakelijke dienstverlening verbeterde het beeld: daar sloeg het sentiment om van negatief naar positief. Samen met de sector informatie en communicatie zijn dit de enige bedrijfstakken met een positief ondernemersvertrouwen.

De grootste daling werd gemeten in de landbouw, bosbouw en visserij, de sector met het meest negatieve sentiment. Ook in de horeca, de verhuur en handel van onroerend goed en de detailhandel daalde het vertrouwen, maar bleef dit op ongeveer hetzelfde niveau als in het tweede kwartaal.

Tekort aan personeel grootste belemmering

Een tekort aan arbeidskrachten blijft de meest genoemde belemmering voor ondernemers. Na twee kwartalen van afname steeg het aandeel bedrijven dat hiermee kampt weer naar ruim 36 procent. Dat is iets hoger dan het aandeel bedrijven dat geen belemmeringen ervaart. 

Ongeveer één op de vijf ondernemers noemt onvoldoende vraag als grootste knelpunt. Voor ruim 10 procent vormen financiële beperkingen de belangrijkste belemmering, een aandeel dat vergelijkbaar is met het vorige kwartaal. Minder bedrijven noemen een tekort aan productiemiddelen als grootste obstakel.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Ondernemersvertrouwen zakelijke dienstverlening van negatief naar positief

Adecco Group nog net kleiner dan Randstad in Q2, Nederland groeit verder

Vanochtend publiceerde Adecco Group z’n cijfers over het tweede kwartaal: de mondiale omzet van de groep is met +0,4% gegroeid (ten opzichte van een jaar eerder, na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het eerste kwartaal was dat nog -2%. Eerder rapporteerden Randstad en ManpowerGroup een mondiale omzetkrimp van -2% respectievelijk -1% ten opzichte van het tweede kwartaal van het jaar daarvoor. De wereldwijde omzet van Adecco Group kwam in het tweede kwartaal van 2025 uit op 5,8 miljard euro, nu nog maar 19 miljoen euro minder dan die van de mondiale nummer 1 staffing company Randstad, ofwel 0,3%; een jaar geleden was het verschil nog 241 miljoen euro. De bruto marge zakte naar 18,9% van de omzet (was een jaar eerder nog 19,4%) en de winst voor rente, belastingen en goodwill-afschrijvingen (de EBITA) zakte naar 2,5% van de omzet (was 3,1%) – ook nu weer heel erg in de buurt van de Randstad-cijfers en beter dan de ManpowerGroup-cijfers.

Global Business Unit Adecco en Service Line Flexible zien omzet weer groeien

De drie Global Business Units (GBU) van Adecco Group realiseerden de volgende omzetontwikkelingen. Adecco, vooral gericht op grootschalig uitzenden, maar onder andere ook op recruitment voor vast, MSP en digitale platforms, en goed voor 80% van de mondiale concernomzet en 76% van de EBITA, zag in het tweede kwartaal een omzetgroei van +2% (0% voor het eerste halfjaar). De Adecco EBITA-marge kwam in het tweede kwartaal uit op 3,2% (was een jaar eerder 3,4%).

Akkodis (professionals ten behoeve van de high tech transformatie) worstelt: het kromp met -6% (-7% in het eerste halfjaar) en zag de EBITA-marge uitkomen op 1,6% (4,9% een jaar eerder).

LHH (dienstverlening ten behoeve van de workforce transformatie, met name interne en externe mobiliteit) zag een omzetkrimp van -1% (-3% in het eerste halfjaar). De LHH EBITA-marge zakte licht naar een relatief hoge 9,5% (9,7% een jaar eerder).

Adecco Group rapporteert ook over haar vijf Service Lines. De omzet van Flexible Placement (goed voor net geen 75% van de mondiale concernomzet) groeide met +1%; over het eerste halfjaar was de omzetkrimp nog maar -1%. Carreer Transition groeit het hele jaar al, maar is aanzienlijk kleiner.

De omzet van de Service Line Outsourcing, Consulting & Other Services is in het tweede kwartaal gekrompen en die van de kleinste Service Line Training, Up-skilling & Re-skilling krimpt al het hele jaar; beide Service Lines groeiden in 2024.

Permanent Placement (recruitment voor vast) krimpt met -6% wat minder hard dan in 2024 (-9%).

Buiten Europa veel omzetgroei, binnen Europa grote verschillen

Adecco Americas groeide met +14% hard, en dat geldt in iets mindere mate ook voor Adecco APAC: +9%. In de DACH-regio van Adecco (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland; samen goed voor 9% van de Adecco-omzet) trok de industriële malheur de Adecco-omzet in het vierde kwartaal van 2024 met -11% flink in het rood; in het eerste kwartaal van dit jaar volgde zelfs een krimp van -22%. In het tweede kwartaal was dat nog maar -5% – aanzienlijk beter dan de eerder gerapporteerde omzetontwikkeling van ManpowerGroup (-22%) en iets beter dan de -7% van Randstad. In Spanje & Portugal, samen goed voor 8 procent van de Adecco-omzet, was er een omzetgroei van +10%. Italië (13% van de Adecco-omzet) kromp nog -2%, het Verenigd Koninkrijk & Ierland (7% van de Adecco-omzet) nog met -6%.

In de Benelux, waarin natuurlijk onder ander Nederland zit en die goed is voor 4% van de Adecco-omzet, groeide de omzet in Q2 met +8% (in Q1 was dat nog +7%).

Adecco Nederland groeit (waarschijnlijk) door

In onze eerdere berichten over Adecco Group en Adecco Nederland hebben we beschreven dat de Adecco Group in de kwartaalberichten ineens stopte met het vermelden van groei- of krimpcijfers van Adecco Nederland en hoe we toch tot een berekening daarvan zijn gekomen. Dit jaar zijn de regio-definities alwéér veranderd, zo bestaat de Benelux ineens weer en wordt er nergens over Nederland noch België gesproken. Maar de omzet in de Benelux groeide met +8% ten opzichte van vorig jaar (gecorrigeerd voor werkbare dagen, wisselkoersverschillen en eventuele overnames). Afgaande op de eerdere ontwikkelingen in Belux (zo heette dat ineens vanaf begin 2023) en die in Nederland in de 8 kwartalen van 2023-2024, schatte ik in dat de omzetgroei in Q1 van dit jaar in België & Luxemburg +8% was en in Nederland +5%. Voor Q2 schat ik +9% respectievelijk +6%.

Voorlopig kan, ondanks de behoorlijk onduidelijke kwartaalrapportages van Adecco Group, nog steeds – met een slag om de arm – worden geconcludeerd dat Adecco het dit jaar duidelijk beter doet dan “de rest” in Nederland.

Verwachtingen

Adecco Group meldt in het persbericht in deze fase van het derde kwartaal een doorzettend momentum te zien, in volume, marges en winstgevendheid. De Group blijft letten op de balans tussen kostenbesparingen, marktaandeelgroei en productiviteit.

Op de aandelenbeurs werd niet enthousiast gereageerd: aan het eind van de ochtend was het Adecco Group-aandeel (ADEN.SW) bijna -4% in waarde gezakt.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Adecco Group nog net kleiner dan Randstad in Q2, Nederland groeit verder