Maandelijkse archieven: december 2024

Kan iedereen die wil werken ook echt aan de slag?

Veel mensen in de bijstand hebben te maken met allerlei problemen die werken lastig maken. Dit kan komen door een gebrek aan opleiding, lange tijd zonder werk te zijn geweest, of door zorgtaken thuis. Voor deze mensen is werken niet zomaar een keuze. Ze hebben hulp en begeleiding nodig om een passende en blijvende baan te vinden. Hier kunnen uitzendbureaus veel betekenen, hoewel zij ook vaak met vooroordelen te maken hebben.

Veel mensen denken dat uitzendbureaus vooral op geld uit zijn en werkzoekenden als ‘nummer’ zien. Dit is onterecht. Veel grote uitzendbureaus in Nederland zijn aangesloten bij de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Voor deze uitzendbureaus gaat bemiddelen verder dan alleen werk regelen. Zij geven persoonlijke begeleiding en zoeken naar echte kansen op de arbeidsmarkt, ook als dat veel moeite kost.

ABU-leden helpen dagelijks mensen die lang in de bijstand zitten. Zij weten wat er speelt op de arbeidsmarkt en kennen de uitdagingen. Het gaat bij hen niet alleen om werk vinden, maar ook om mensen te helpen met het opbouwen van een werkritme, het ontwikkelen van vaardigheden en het zoeken naar werk dat bij hun situatie past. Dit vraagt om tijd en aandacht.

Veel uitzendbureaus investeren daarom in opleiding en training voor mensen die dat nodig hebben. Zij doen dit vaak zonder garantie dat iemand meteen een passende baan vindt. Hiermee willen ze de kloof verkleinen voor mensen die door een gebrek aan opleiding of werkervaring moeilijk aan een baan komen. Deze hulp kost tijd en energie, en vaak werken de uitzendbureaus samen met gemeenten en sociale organisaties. Dit is niet alleen een financiële investering, maar vooral een investering in mensen.

Daarnaast proberen uitzendbureaus ook werkgevers te overtuigen om mensen met een ‘lastig’ CV of zonder recente werkervaring een kans te geven. Dit vraagt goede communicatie en overtuigingskracht om werkgevers te laten zien dat een divers personeelsbestand waardevol is.

Dankzij de begeleiding en het netwerk van ABU-leden kunnen bijstandsgerechtigden makkelijker de stap maken naar werk. Voor velen is dit een belangrijke eerste stap richting een betaalde baan. Voor de een is dit tijdelijk werk, voor de ander een opstap naar een vaste baan. Maar wat de uitkomst ook is, het biedt perspectief.

Kortom, de vraag of 70% van de bijstandsgerechtigden kan werken is niet zomaar te beantwoorden. Door de inzet van ABU-leden wordt “werken naar vermogen” een steeds haalbaarder doel.

Geplaatst in In de branche | Tags | 2s Reacties

Omzet flexbranche groeide in het derde kwartaal met 2,6 procent ietsjes harder

De totale zakelijke dienstverlening, waar de flexbranche onderdeel van is, zag een omzetgroei van +6,7% ten opzichte van een jaar eerder. Uitblinkers waren ook dit kwartaal weer marktonderzoeksbureaus en architectenbureaus, en ook beveiligings- en schoonmaakbedrijven – deze subsectoren groeiden allemaal harder dan +10%. De omzetgroei van de flexbranche groeide met +2,6% in het derde kwartaal iets sterker dan in het tweede kwartaal, maar was toch veruit de kleinste groeier binnen de sector van de zakelijke dienstverlening. Is de flexbranche gegeven die benchmarks dus weinig gegroeid? In de grafiek met ruim 25 jaar geschiedenis valt af te lezen dat we in een bijzondere tijd leven: de economie herstelt, terwijl de arbeidsmarkt met een werkloosheid van maar 3,7% nog super krap is.

Flexen in een bijzondere tijd

Dat de flexbranche-omzet in de vier kwartalen met economische krimp (van 2023 Q2 tot en met 2024 Q1) nog groeide, is duidelijk een historisch unicum. Maar dat kan vervolgens verklaard worden als we kijken naar de ontwikkeling van de uren: die krompen gewoon tijdens die vier kwartalen van economische krimp. En krompen voorlopig alleen maar harder, terwijl de economie in de loop van dit jaar weer aantrok – die uitblijvende flex-reactie hebben we alleen in 2003 al eens gezien. Dat was net als nu een periode vol turbulentie en onzekerheid in zo’n beetje de hele wereld. Belangrijk verschil: nu hebben we ook nog eens een super krappe arbeidsmarkt, wat, zo is ook te zien, duidelijk nooit goed is voor de ontwikkeling van de uren die door de flexbranche worden bemiddeld. Dat de omzet toch kwartaal na kwartaal blijft stijgen, is dan ook een gevolg van de stevige stijging van de gemiddelde uurtarieven (en mogelijk een toenemend belang van recruitment voor vaste banen: wel omzet, geen uren). In het derde kwartaal steeg het gemiddelde uurtarief in de flexbranche met een stevige +11,1%. Tegelijkertijd wordt de flexbranche natuurlijk net als iedere andere sector geconfronteerd met stevige stijgingen aan de kostenkant. Per saldo bleef volgens de CBS-data -3,5% minder bruto toegevoegde waarde (grofweg: brutomarge) over dan een jaar eerder. De bruto toegevoegde waarde krimpt al sinds het 1e kwartaal van 2023, dus gemiddeld genomen dekken de stijgingen van de gemiddelde uurtarieven de kostenstijgingen inmiddels bijna twee jaar onvoldoende.

Helft van flexbureaus deed het beter

Terug naar de omzetontwikkeling van de flexbranche. Ook dit kwartaal is, in vergelijking met alle andere flexomzet-gegevens die de afgelopen weken bekend zijn geworden, de +2,6% een sterk groeipercentage. Kijk maar: alle flexbrancheverenigingen en beursgenoteerde staffing companies zijn in het derde kwartaal gekrompen!

(De 4 getoonde staffing companies zitten met hun omzetcijfers grotendeels of volledig in de getoonde flexbrancheverenigingen; de Adecco-krimp is geraamd. Ook nu weer een kanttekening bij de omzetkrimp van de Vereniging van Detacheerders Nederland. Die -6,5% is waarschijnlijk wat vertekend, omdat daarin de zzp-omzet niet zit. Die zou best nog kunnen zijn gegroeid in het 3e kwartaal, dus is de krimp van de totale omzet van de aangesloten detacheringsbureaus waarschijnlijk kleiner dan de gerapporteerde -6,5% – maar toch weer krimp.)

De gemiddelde omzetgroei van alle niet-publicerende of niet aan de twee branchemonitoren deelnemende bureaus was dan zo’n +4%. Uit de stijgers-dalers statistieken van het CBS kan worden afgelezen dat ruim de helft van de flexbureaus (52%) meer dan +0,5% omzetgroei heeft gerealiseerd. Veel flexbureaus en lezers zullen dus ook nu weer denken: máár +2,6% omzetgroei? Wij deden het veel beter in het derde kwartaal!

Ongewijzigde verwachtingen

Op korte termijn hangt er nog steeds geen extra groei van de flexbranche in de lucht. Sterke indicatoren als de inkoopmanagersindex staan alweer een halfjaar onder druk. De industrie in Europa voelt nog steeds de druk van hoge rente en dito energiekosten, een tegenvallende Chinese economie (dus relatief weinig vraag) en agressieve Chinese producenten van onder andere elektrische auto’s en staal (dus relatief veel concurrentie en prijsdruk). De nieuwste ABU-cijfers van na het 3e kwartaal (periode 11) wijzen nog niet op snel en serieus herstel. Er staat geen enorme krimp op ons te wachten, maar sterkere groei met lagere kosten dus betere marges zijn evenmin in beeld. Van de economie moeten we het dus nog steeds niet hebben, voor succes herhalen we daarom de conclusie van ons TOP 100-artikel: specialiseren is noodzakelijk, maar niet genoeg; het gaat uiteindelijk om een paradoxale, magische mix van professionaliteit en ondernemerschap.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | 2s Reacties