Frontline medewerkers hebben behoefte aan erkenning en flexibiliteit Geplaatst 4 mei 2023 door Redactie FlexNieuws Frontline medewerkers in Nederland hebben behoefte aan meer erkenning, flexibiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden, zo blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van Quinyx. Werkgevers moeten zich aanpassen aan de veranderende behoeften van deze groep om ze te behouden en tevreden te houden. Aan het onderzoek van Quinyx hebben 2000 frontline medewerkers in retail, horeca, logistiek en magazijnbeheer in Nederland deelgenomen. Lees hier het volledige onderzoek: Quinyx ‘the State of the Frontline Workforce’ Uit het onderzoek van Quinyx komt naar voren dat frontline medewerkers in Nederland behoefte hebben aan erkenning, flexibiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden. Echter wordt hun welzijn niet genoeg gewaarborgd. Met name in tijden van personeelstekorten moeten werkgevers investeren in het welzijn van deze groep en hun bijdrage erkennen. Werknemers aan zet De grootste trend die vorig jaar naar voren kwam, en dit jaar doorzet, is dat werknemers het voor het kiezen hebben. Dit betekent dat ze meer kunnen eisen van werkgever en dat doen ze ook. Salaris blijft belangrijk, maar is niet meer genoeg om werknemers aan een bedrijf te binden. Het werk en de werkuren moeten passen bij het privéleven van een werknemer, en niet andersom. Flexibiliteit belangrijk Uit de enquête blijkt dat 37% van de respondenten overweegt om als ZZP’er te werken, waarvan de helft zeggenschap over werkuren en flexibiliteit als reden opgeeft. Op dit moment heeft 35% van de respondenten geen controle over hun werkuren. Bedrijven moeten zich aanpassen aan de veranderende arbeidsmarkt. Werkgevers die geen flexibiliteit bieden in werkuren, riskeren werknemers te verliezen aan concurrenten of uitzendbureaus die wel flexibiliteit bieden en waar werknemers als ZZP’ers aan de slag kunnen gaan. Behoefte aan erkenning 43% van de werknemers aan de frontline heeft behoefte aan meer erkenning en waardering voor hun werkprestaties, terwijl één op de drie verbeterde communicatie en een minder stressvolle werkomgeving zoekt. 62% van de medewerkers ervaart werk gerelateerde stress, waarbij een gebrek aan flexibiliteit de op één na belangrijkste stressfactor is. Angst om de rekeningen niet te kunnen betalen is de belangrijkste reden. Ontwikkeling prioriteit Ook staan scholing en ontwikkeling hoog op de prioriteitenlijst. 77% van de ondervraagden zou langer in dienst blijven als er opleidingsmogelijkheden en duidelijke afspraken over doorgroeimogelijkheden zouden zijn. Veel bedrijven spelen hier al op in. Volgens 63% van de medewerkers worden dit soort kansen en mogelijkheden al aangeboden door de werkgever. Concrete tools voor betrokkenheid Dus hoe behoudt en betrek je werknemers bij je bedrijf? Door aandacht te geven aan de hoofdpunten uit het onderzoek: Frontline medewerkers hebben behoefte aan een stukje erkenning, verbeterde communicatie en een minder stressvolle werkomgeving. Investeer in een platform of software om communicatie binnen je bedrijf te stimuleren en maak het geven en ontvangen van feedback een structureel onderdeel van de bedrijfscultuur. Een gebrek aan flexibiliteit in werkroosters is een belangrijke bron van stress voor medewerkers. Geef ze de optie om zichzelf in te roosteren, beschikbaarheid door te geven en van diensten te wisselen, om de werk-privébalans te verbeteren. 77% van de respondenten zou langer in dienst blijven als ze meer doorgroeimogelijkheden zouden hebben. Investeer dus in opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden voor frontline medewerkers. Bedrijven die hierop inspelen, doen hun voordeel met gemotiveerd, opgeleid en ervaren personeel. En de voordelen daarvan zie je terug aan het einde van het jaar, in de cijfers onderaan de streep. Bron: Quinyx, 3 mei 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags frontline medewerkers, personeelstekort, Quinyx | Reacties uitgeschakeld voor Frontline medewerkers hebben behoefte aan erkenning en flexibiliteit
Staking Albert Heijn DC opgeschort, onderhandelingen hervat Geplaatst 4 mei 2023 door Redactie FlexNieuws De stakingen door medewerkers van distributiecentra van Albert Heijn zijn voorlopig van de baan. De onderhandelingen over 10% loonsverhoging zijn hervat. Op 4 mei is een brief gestuurd door de directie van Albert Heijn aan de vakbonden, met voorstellen, waaronder de werkroosters voor uitzendkrachten: per half april 2023 10% loonsverhoging, ook voor uitzendkrachten. er komen in deze cao geen verslechteringen (dus ook niet voor toekomstige medewerkers). uitzendkrachten krijgen twee weken van te voren hun rooster, dat dan ook vaststaat. Ze kunnen daarna niet meer afgebeld worden. Ze kunnen dan niet worden gedwongen andere diensten te draaien, maar dat kan wel vrijwillig. uitzendkrachten mogen in principe maar 1 wisseling van soorten diensten hebben in een week, bijvoorbeeld maandag en dinsdag ochtenddienst en daarna 3 avonddiensten. Dat is 1 wisseling. er komen 100 vaste banen bij. Over alle overige punten wordt nog onderhandeld op maandag 8 mei, meldt CNV Vakmensen Uitzendkrachten onder druk gezet Uitzendkrachten die werken bij de distributiecentra van Albert Heijn werden door hun uitzendbureau geïntimideerd en bedreigd, volgens FNV. “De meldingen van uitzendkrachten die door leidinggevenden onder druk worden gezet om niet te staken en door te werken, stromen sinds de eerste stakingsdag afgelopen zondag binnen bij de FNV.” Stakingsrecht Shefania Sewbaks, bestuurder FNV Handel: “Het stakingsrecht geldt ook voor uitzendkrachten, zij hebben alle recht om ook te staken, want deze cao is er ook voor hen. We eisen dat Albert Heijn hier keihard tegen optreedt.” (FNV, 28 april 2023) Lees ook Tekst CAO Albert Heijn Distributie 2017-2019 2019 – Otto beboet voor stakingsbreking Jumbo Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags Albert Heijn Distributie, cao, staking | Reacties uitgeschakeld voor Staking Albert Heijn DC opgeschort, onderhandelingen hervat
Aanpassing CAO voor Uitzendkrachten na uitspraak Hoge Raad over uitzendbeding Geplaatst 3 mei 2023 door Redactie FlexNieuws ABU en NBBU hebben met bonden afgesproken om de teksten van de CAO voor Uitzendkrachten zo minimaal mogelijk aan te passen naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad op 17 maart 2023. Dit is noodzakelijk om de cao eenduidig uitlegbaar en begrijpelijk te houden, meldt de ABU. Lees ook: Hoge Raad: Als de inlener de terbeschikkingstelling beëindigt, eindigt uitzendovereenkomst van uitzendwerknemer van rechtswege Door de uitspraak werd een streep gezet door het einde van de uitzendovereenkomst met uitzendbeding bij ziekte. Het einde van deze uitzendovereenkomst is van 17 maart tot 1 juli alleen nog mogelijk bij opzegging van de opdracht door de opdrachtgever. Wat er dan wel van toepassing is, werd niet geregeld door de cao. Let op Per 1 juli wijzigt de situatie weer. Cao-partijen hadden al afgesproken dat de uitzendovereenkomst met beding bij ziekte dan ook niet meer bij opzegging door de opdrachtgever kan eindigen. Op de ABU cao-pagina staan de aangepaste teksten van de CAO voor Uitzendkrachten, versie mei 2023. Ook is er een overzicht van de wijzigingen opgenomen. De ABU meldt ook dat het verzoek tot algemeen verbindendverklaring inmiddels is gedaan bij SZW. Bron: ABU, 26 april 2023 Lees ook Hoge Raad: Als de inlener de terbeschikkingstelling beëindigt, eindigt uitzendovereenkomst van uitzendwerknemer van rechtswege Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte uitzendkracht Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags ABU, CAO voor Uitzendkrachten, NBBU, uitzendbeding, ziekte | Reacties uitgeschakeld voor Aanpassing CAO voor Uitzendkrachten na uitspraak Hoge Raad over uitzendbeding
Minimumloon 2023 juli Geplaatst 3 mei 2023 door Redactie FlexNieuws Minimumloon 2023 juli De bedragen van het wettelijk minimumloon worden per 1 juli 2023 verhoogd. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2023: minimum maandloon: € 1.995,00; minimum weekloon: € 460,40; minimum dagloon: € 92,08. Zie de Staatscourant 2023, nr 12023 Lees ook Minimumloon per 1 januari 2023 Toelichting Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon, en van uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling. Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Het kabinet kiest ervoor om niet af te wijken van de hoofdregel, omdat onder meer de loonontwikkeling en volumeontwikkeling niet van dien aard zijn dat dit noodzakelijk is. In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend. Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de contractloonontwikkeling in 2023 zoals gepubliceerd in het CEP 2023 zijnde 4,925%. Daarvan wordt de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2023 zoals deze is gepubliceerd in de Macro-Economische Verkenning uit 2022 afgetrokken. Dit deel is immers bij de indexatie van januari 2023 al meegenomen, en bedraagt 0,5 x 3,605% =1,803% De uitkomst van deze berekening is 3,123% en vormt het onafgeronde aanpassingspercentage. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2023, wordt verhoogd met dit percentage. Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2023 € 1.995,00 per maand, € 460,40 per week en € 92,08 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 3,13%. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen: Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid. De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet momenteel nog niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. Dit zal veranderen wanneer het initiatiefwetsvoorstel Wet invoering minimumuurloon in werking treedt3. Met de invoering van een wettelijk minimumuurloon is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur. De beoogde inwerkingtredingsdatum van deze wet is per 1 januari 2024. Het minimummaandloon wordt daarbij omgerekend naar een uurloon op basis van een normale arbeidsduur van 36 uur per week. Het wettelijk minimumuurloon en de (toekomstige) indexaties daarvan worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het wettelijk minimumuurloon per 1 januari 2024 zal tegelijk met de volgende reguliere indexatie per 1 januari, worden gepubliceerd. Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.4 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week. Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 juli 2023 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn. Bruto minimumloon per uur per 1 juli 2023 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 juli 2023 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bron: Staatscourant, 26 april 2023, nr 12023 Minimumloon 2023 juli > Lees ook de informatie over minimumloon per 1 januari 2023 Geplaatst in Nieuws | Tags externe medewerkers, minimumloon, WML | Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon 2023 juli
Minimumloon 2023 juli Geplaatst 3 mei 2023 door Redactie FlexNieuws Minimumloon 2023 juli De bedragen van het wettelijk minimumloon worden per 1 juli 2023 verhoogd. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2023: minimum maandloon: € 1.995,00; minimum weekloon: € 460,40; minimum dagloon: € 92,08. Zie de Staatscourant 2023, nr 12023 Lees ook Minimumloon per 1 januari 2023 Toelichting Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon, en van uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling. Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Het kabinet kiest ervoor om niet af te wijken van de hoofdregel, omdat onder meer de loonontwikkeling en volumeontwikkeling niet van dien aard zijn dat dit noodzakelijk is. In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend. Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de contractloonontwikkeling in 2023 zoals gepubliceerd in het CEP 2023 zijnde 4,925%. Daarvan wordt de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2023 zoals deze is gepubliceerd in de Macro-Economische Verkenning uit 2022 afgetrokken. Dit deel is immers bij de indexatie van januari 2023 al meegenomen, en bedraagt 0,5 x 3,605% =1,803% De uitkomst van deze berekening is 3,123% en vormt het onafgeronde aanpassingspercentage. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2023, wordt verhoogd met dit percentage. Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2023 € 1.995,00 per maand, € 460,40 per week en € 92,08 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 3,13%. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen: Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid. De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet momenteel nog niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. Dit zal veranderen wanneer het initiatiefwetsvoorstel Wet invoering minimumuurloon in werking treedt3. Met de invoering van een wettelijk minimumuurloon is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur. De beoogde inwerkingtredingsdatum van deze wet is per 1 januari 2024. Het minimummaandloon wordt daarbij omgerekend naar een uurloon op basis van een normale arbeidsduur van 36 uur per week. Het wettelijk minimumuurloon en de (toekomstige) indexaties daarvan worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het wettelijk minimumuurloon per 1 januari 2024 zal tegelijk met de volgende reguliere indexatie per 1 januari, worden gepubliceerd. Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.4 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week. Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 juli 2023 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn. Bruto minimumloon per uur per 1 juli 2023 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 juli 2023 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van: Bron: Staatscourant, 26 april 2023, nr 12023 Minimumloon 2023 juli > Lees ook de informatie over minimumloon per 1 januari 2023 Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon 2023 juli