SLUIT MENU

WWZ-aanpassing – geen transitievergoeding bij cao met gelijkwaardige voorziening

| Download Wet Werk en Zekerheid |


Er komen enkele aanpassingen in de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) Het kabinet is van plan de regeling op grond waarvan bij cao het recht op transitievergoeding buiten toepassing kan worden verklaard, te wijzigen. Er wordt ook een regeling getroffen ter compensatie van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid.

De huidige regeling houdt in dat een werknemer geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding als in een cao een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Die gelijkwaardige voorziening kan bijvoorbeeld bestaan uit een eigen vergoedingsregeling, scholingsfaciliteiten, outplacement of een bovenwettelijke WW-regeling, mits de (gekapitaliseerde) waarde hiervan gelijk is aan de transitievergoeding, waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad.

Het voorschrift dat op het niveau van de individuele werknemers sprake moet zijn van een gelijkwaardige voorziening is een belemmering om bij ontslagen om bedrijfseconomische redenen te komen tot collectieve afspraken die recht doen aan de specifieke situatie van een sector of onderneming of om te komen tot collectieve (sectorale) afspraken over van werk naar werk, bijvoorbeeld met gebruikmaking van hiervoor in te richten mobiliteitscentra. Het is praktisch ondoenlijk om hiermee verband houdende kosten toe te rekenen aan een individuele werknemer. Bovendien zullen deze kosten in omvang variëren al naar gelang de mate waarin de werknemer gebruik maakt van de diensten van dergelijke centra.

De wijziging van de huidige regeling zal dan ook inhouden dat bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen – waar de regeling in haar nieuwe opzet toe beperkt zal worden en waaronder ook ontslag wegens bedrijfsbeëindiging valt – de (gekapitaliseerde) waar van de bij cao geregelde voorziening niet gelijkwaardig hoeft te zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad. Het is dan aan cao-partijen zelf om te bepalen wat de inhoud en omvang van de cao-voorziening zal zijn – die ook alleen kan bestaan uit van-werk-naar-werk arrangementen – en door wie een dergelijke voorziening verschuldigd is. Dat hoeft dan niet te zijn de individuele werkgever (uit het midden en kleinbedrijf). Het is aan cao-partijen om gebruik te maken van de hiermee geboden mogelijkheid om de kosten bij ontslag om bedrijfseconomische redenen, voor individuele werkgevers, te verlagen.

Dit kan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, leiden tot een lagere vergoeding (of equivalent daarvan) dan de transitievergoeding die op grond van de wet verschuldigd zou zijn. Om te voorkomen dat hier lichtvaardig toe wordt besloten, wordt het nu al geldende voorschrift gehandhaafd dat dergelijke cao-afspraken alleen kunnen worden afgesloten met een of meer vakbonden die in de onderneming of de bedrijfstak werkzame personen onder hun leden tellen, die volgens hun statuten ten doel hebben de belangen van hun leden als werknemers te behartigen, die als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam zijn en ten minste twee jaar in het bezit zijn van volledige rechtsbevoegdheid.

Compensatie transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
Het kabinet wil ook een regeling realiseren op grond waarvan werkgevers worden gecompenseerd voor de kosten van een bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid verschuldigde transitievergoeding.

Die compensatie kan plaatsvinden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) waar uiteraard een verhoging van de (uniforme) premie tegenover zal staan. Het kabinet acht dit gerechtvaardigd gelet op de kosten die werkgevers al moeten maken als het gaat om langdurig zieke werknemers. Als gevolg van dit voorstel zal er voor werkgevers geen aanleiding meer zijn om een arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer uitsluitend in stand te laten om de transitievergoeding niet te hoeven te betalen (de zogenoemde slapende dienstverband problematiek) zodat er ook geen maatregelen hoeven te worden genomen om dit tegen te gaan. Er zal worden bezien of het mogelijk is om de voorgestelde wijziging met terugwerkende kracht in te laten gaan.

Realiseren van de voorstellen
Voor het aanpassen van de ketenbepaling in verband met seizoensgebonden arbeid zal het wetsvoorstel tot Regeling van de arbeidsvoorwaarden van handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt worden aangepast.
Het is de bedoeling dat deze wijziging op 1 juli 2016 (datum waarop het overgangsrecht van de ketenbepaling afloopt) gerealiseerd zal kunnen zijn. Voor de overige wijzigingen zal worden voorzien in een wetsvoorstel dat naar verwachting op 1 januari 2018 in werking zal kunnen treden.

Minister Asscher verwacht dat dit wetsvoorstel begin 2017 bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.

Asscher wil nu de wet haar werk laten doen en bij gelegenheid van de evaluatie conclusies trekken over het realiseren van de hiermee beoogde doelen. Voor de korte termijn resteert alleen nog het onderzoek naar de vraag of de redelijke gronden op grond waarvan een arbeidsovereenkomst door de rechter kan worden ontbonden toereikend worden gevonden voor de verscheidenheid aan gevallen die zich in de praktijk kunnen voordoen, zoals gevraagd in de motie Backer die bij de behandeling van Wwz in de Eerste Kamer is aangenomen. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt de Tweede Kamer voor 1 juli 2016 geïnformeerd.

Bron: Rijksoverheid, Kamerbrief aanpassing Wwz, 21 april 2016

Hinke Wever is een creatieve verbinder van werk- en levensterreinen. Ze was als redacteur vanaf de start betrokken bij FlexNieuws.