Ontbinding beëindigingsovereenkomst en billijke vergoeding Geplaatst 20 januari 2016 door Hinke Wever Ontbinding van de beëindigingsovereenkomst en billijke vergoeding Een in de praktijk gangbare manier om een arbeidsovereenkomst te beëindigen is op grond van overeenstemming tussen de werkgever en werknemer, ofwel middels een beëindiging met wederzijds goedvinden. De (overeengekomen) voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst komt te eindigen worden doorgaans neergelegd in een (vaststellings)overeenkomst, ook wel de beëindigingsovereenkomst genoemd. Onder de Wwz zijn de regels om op rechtsgeldige wijze een arbeidsovereenkomst bij overeenkomst te beëindigen wettelijk vastgelegd in artikel 7:670b BW. Dit artikel bepaalt – onder meer – dat de overeenkomst waarmee de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd schriftelijk moet zijn overeengekomen. Ook komt de werknemer het recht toe de beëindigingsovereenkomst – binnen 14 dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen – zonder opgaaf van redenen schriftelijk te ontbinden. Wanneer dit ontbindingsrecht niet door de werkgever in de beëindigingsovereenkomst wordt vermeld, wordt voornoemde periode van 14 dagen verlengd tot 3 weken. De introductie van het ontbindingsrecht heeft meerdere vragen opgeworpen. Zo heeft men zich afgevraagd of het ontbindingsrecht niet voorbijgaat aan diens doel de werknemer te beschermen bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst, wanneer hij is bijgestaan door een juridisch adviseur. In dat geval mag er immers in redelijkheid vanuit worden gegaan, dat de belangen van de werknemer in voldoende mate zijn beschermd tijdens de onderhandelingen voorafgaande aan het sluiten van de beëindigingsovereenkomst. Naar het er uit ziet heeft de kantonrechter Rotterdam in diens (op moment van dit schrijven niet gepubliceerde) beschikking van 11 december 2015 als eerste, althans een van de eersten geoordeeld in een zaak waarin een werknemer zijn recht op ontbinding van de beëindigingsovereenkomst geldend heeft gemaakt. Casus De kantonrechter heeft geoordeeld in een zaak, waarin de werkgever en werknemer – na onderhandelingen waarbij de werknemer is geadviseerd door een juridisch adviseur – een beëindigingsovereenkomst zijn overeengekomen. De inhoud van de beëindigingsovereenkomst is onduidelijk. Na een gesprek met zijn opvolgende juridisch adviseur was de werknemer evenwel van mening, dat er voldoende aanleiding bestond om de beëindigingsovereenkomst te ontbinden, hetgeen is gebeurd binnen de daarvoor bestemde termijn. In de gesprekken die tussen partijen volgden na ontbinding, heeft de werknemer – onder meer – aangegeven, dat hij pas na het aangaan van de beëindigingsovereenkomst erop is gewezen, dat de werkgever geen grond zou hebben gehad om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werknemer is evenwel bereid opnieuw een beëindiging van zijn dienstverband te overwegen, wanneer hij daarvoor financieel wordt gecompenseerd. Namens de werknemer is om een vergoeding overeenkomstig 12 maandsalarissen verzocht. Partijen zijn niet opnieuw tot een overeenstemming gekomen, als gevolg waarvan de werkgever de kantonrechter heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding ofwel overige omstandigheden c.q. de zogenaamde restcategorie (in dit geval bestaande uit een verschil van inzicht over het te voeren beleid, aldus de werkgever). Indien de kantonrechter Rotterdam de arbeidsovereenkomst ontbindt, verzoekt de werknemer dat hem onder meer een billijke vergoeding wordt toegekend van €100.000,- bruto. Kortweg stelt de werknemer hieromtrent dat er geen enkele reden bestaat zijn arbeidsovereenkomst te ontbinden en met hem ook nooit over de door de werkgever aangevoerde ontbindingsredenen is gesproken. Anders dan de kantonrechter Amsterdam in zijn beschikking van 2 december 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:8600) heeft overwogen (zie artikel ‘Ontbinding op grond van restcategorie’), overweegt de kantonrechter Rotterdam dat de situatie – waarin sprake is van een verschil over het te voeren beleid – zich niet leent voor een beroep op de restcategorie. De kantonrechter Rotterdam gaat hieraan dan ook voorbij. De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt evenwel ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, die mede is veroorzaakt door voornoemd verschil van inzicht. In dit verband verbindt de kantonrechter geen gevolgen aan het feit, dat de werknemer gebruik heeft gemaakt van zijn recht om de beëindigingsovereenkomst te ontbinden. Inzake het verzoek van de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding overweegt de kantonrechter, dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de werknemer geen reële kans te bieden om zijn – door de werkgever gepretendeerde – disfunctioneren te verbeteren of zich in te spannen om de onderlinge relatie te verbeteren, terwijl de mogelijkheden voor verbetering zich niet langer voordoen wegens de verstoorde arbeidsverhouding. Op grond van de feiten en omstandigheden van het geval kent de kantonrechter een billijke vergoeding toe van €10.000,- bruto. Conclusie De werknemer komt het recht toe om een beëindigingsovereenkomst binnen een bij wet bepaalde termijn te ontbinden. De werknemer doet er verstandig aan om zich tijdig inzicht te verschaffen in de mogelijke gevolgen van een ontbinding van de beëindigingsovereenkomst (en diens mogelijkheden nadien in bijvoorbeeld een volgende onderhandeling of procedure), voordat hij de beëindigingsovereenkomst ontbindt. Voor de werkgever is het raadzaam zich te bedenken, dat de werknemer de beëindigingsovereenkomst kan ontbinden, bijvoorbeeld ten tijde van het aangaan van de beëindigingsovereenkomst. Wanneer een voor beide partijen aanvaardbare beëindigingsovereenkomst wordt gesloten, wordt immers de kans gereduceerd dat de werknemer de beëindigingsovereenkomst zal ontbinden. Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsovereenkomst, Beëindigingsovereenkomst, Ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst, Van Diepen Van der Kroef Advocaten, vaststellingsovereenkomst | Reacties uitgeschakeld voor Ontbinding beëindigingsovereenkomst en billijke vergoeding
Op bezoek bij Jelle Bultsma, TPS Geplaatst 20 januari 2016 door Femke van Soest Deze column is onderdeel van een serie, waarin Femke van Soest, partner/eigenaar van Fase Vijf, op bezoek gaat bij arbeidsbemiddelaars. Zes vragen aan Jelle Bultsma CEO TPS Groep, een detacheringsorganisatie die bedrijven met complexe backoffice administraties helpt om resultaatgericht en efficiënter te werken. Wat is je huidige functie? CEO en ondernemer TPS in Amsterdam. Wat was je start functie? Intercedent technische unit in Haarlem (1992) bij Randstad Uitzendbureau. Wat is je het meest bijgebleven in deze werkperiode? Dat je altijd moet luisteren naar je gevoel, je moet blijven leren en blijven ontwikkelen. Dat was toen, maar geldt ook nu in mijn rol als CEO bij TPS. Zelfs recent had ik zo’n moment bij een potentiële klant. De klant vroeg 30 ervaren medewerkers voor 1 jaar. Deze waren niet aanwezig in de markt. Tja, wat doe je dan? Luisteren naar je gevoel en dus vertellen wat wel kan. In eerste instantie was dit natuurlijk niet het goede antwoord (Young Professionals in 1 maand klaarstomen en binnen 3 maanden op gewenst niveau ontwikkelen). Na 2 maanden belde de potentiële klant terug en wilde hier toch wel een pilot mee starten. Zo gezegd, zo gedaan en het resultaat mocht er zijn. De klant vroeg uiteindelijk of hun eigen mensen ook mee mochten doen in het ontwikkelprogramma voor de Young Professionals. Een groter compliment kun je niet krijgen! Wat me ook bij is gebleven, is de rode draad in mijn werk. Als intercedent was ik iedere dag bezig om klanten en kandidaten bij elkaar te brengen. Ook nu ben ik hier iedere dag mee bezig. Hier draait het uiteindelijk om in onze dienstverlening en dit geeft elke dag veel inspiratie om het weer beter te doen. Waar liggen momenteel de grootste kansen voor flex leveranciers? Ontwikkelingen bij onze klanten gaan in een razend tempo, waarbij snelheid en resultaat in de dienstverlening van de flex leveranciers key zijn. Het gaat dus niet alleen over de inspanning om een flexmedewerker te plaatsen, maar veel meer of de geleverde dienst of medewerker ook datgene gaat opleveren wat de klant nodig heeft. Het gaat nu én in de toekomst om het leveren van toegevoegde waarde aan de klant, én aan de flex medewerker. Dat vraagt aan de kant van de flex leveranciers een combinatie van het gebruik van de juiste internet tools om nieuwe medewerkers snel te vinden, en het gevoel en vertrouwen dat nodig is om je klant te begrijpen om de juiste oplossing te bieden. De rol van de intercedent is in dat proces enorm belangrijk en wordt in mijn visie dan ook nooit door internet tools overgenomen. Dus wie de beste intercedenten heeft, wint. Wat zou je intercedenten mee willen geven Als intercedent moet je leren doorzetten, soms leer je nu eenmaal het meest als het even tegen zit. Soms is het de klant die lastig is, soms je eigen omgeving, maar blijf jezelf ontwikkelen en zet door! Groeien in je ontwikkeling betekent af en toe pijn lijden. Wie zou jij in de volgende column aan het woord laten? Ik geef het woord aan Bram Bosveld, mede-oprichter en -eigenaar van YoungCapital. Geplaatst in Branchenieuws | Tags detachering, Femke van Soest, intercedenten, TPS | Reacties uitgeschakeld voor Op bezoek bij Jelle Bultsma, TPS
ARTRA beloont klanten met inspiratiedag Geplaatst 19 januari 2016 door Hinke Wever ARTRA bedankt haar klanten op unieke wijze voor de prettige samenwerking. Waardevolle partners ontvangen een persoonlijke uitnodiging voor de eerste editie van de officiële ARTRA Inspiratiedag. ARTRA stelt de gastenlijst op een bijzondere manier samen. Er zijn maar een beperkt aantal uitnodigingen te vergeven en dat uit zich in een specifieke selectieprocedure. Een selecte groep klanten krijgt een persoonlijke uitnodiging voor het initiatief dat gepland staat op donderdag 10 maart. ARTRA biedt haar gasten een gevarieerd aanbod aan masterclasses waarbij de beste experts worden ingezet. Directeur Ellen van Hierden spreekt klare taal: “We willen onze klanten op een speciale manier belonen en wat is meer waardevol dan onze branchegerelateerde kennis en expertise met hen te delen?” Bron: ARTRA, januari 2016 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags ARTRA Arbeidsmarkttrainingen, Ellen van Hierden | Reacties uitgeschakeld voor ARTRA beloont klanten met inspiratiedag
Hoge Raad: afdrachtvermindering onderwijs ook voor deelopleidingen Geplaatst 19 januari 2016 door Hinke Wever | Download Afdrachtvermindering Onderwijs | WVA Onderwijs » | Afdrachtvermindering onderwijs geldt ook voor deelopleidingen, oordeelt de Hoge Raad. Inmiddels is de regeling Afdrachtvermindering onderwijs vervangen door de Subsidie Praktijkleren, lees meer. Voor de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs in de loonbelasting is niet vereist dat de volledige beroepsopleiding wordt gevolgd, blijkt uit het arrest van de Hoge Raad. Ook voor werknemers die alleen de beroepspraktijkvorming van een beroepsopleiding volgden, mocht de afdrachtvermindering worden toegepast. De werkgever moet in het tijdvak van toepassing van de vermindering beschikken over een door alle partijen tijdig ondertekende beroepspraktijkvormingsovereenkomst, dan wel vooruitlopend daarop, een verklaring van het ROC. Bron: Rechtspraak.nl, 15 januari 2016 Geplaatst in Rechtspraak | Tags afdrachtvermindering onderwijs | Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad: afdrachtvermindering onderwijs ook voor deelopleidingen
VAR en nieuwe situatie bij wet DBA Geplaatst 19 januari 2016 door Hinke Wever | Wetsvoorstel DBA | Het kabinet is voornemens de VAR te vervangen door de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Dit wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. > Zie de informatie van de Belastingdienst BDO geeft een overzicht van de situatie. Lees meer Belangrijke bepalingen en factoren voor de beoordeling van de arbeidsrelatie De Belastingdienst heeft op haar website bepalingen gepubliceerd die van belang zijn voor de beantwoording van de vraag of er een verplichting is tot het afdragen van loonheffingen. Deze bepalingen kunnen worden gebruikt om een overeenkomst samen te stellen die vervolgens ter beoordeling aan de Belastingdienst kan worden voorgelegd. Bij het bepalen of een overeenkomst leidt tot een echte dienstbetrekking, spelen de volgende kenmerken een rol: – de verplichting van de opdrachtnemer om voor de opdrachtgever te werken; – de verplichting van de opdrachtgever om de opdrachtnemer voor het werk te betalen; – de gezagsverhouding tussen de opdrachtnemer en de opdrachtgever. Er is in dit kader een aantal factoren dat voor de Belastingdienst van belang is voor de beoordeling of er wel of geen dienstbetrekking is, zoals: – Mag de opdrachtnemer zich vrijelijk of alleen met toestemming van zijn opdrachtgever laten vervangen? – Mag de opdrachtnemer zich alleen laten vervangen door iemand uit een vaste groep van personen, die de opdrachtgever zelf ook inschakelt en die de opdrachtgever uit dien hoofde kent? – Is er een verplichting tot het betalen van de vergoeding eventueel ook bij ziekte of vakantie? – Geeft de opdrachtgever leiding en houdt hij (doorlopend) toezicht op het werk van de opdrachtnemer? – Vormen de werkzaamheden die de opdrachtnemer verricht een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever? – Mag de opdrachtnemer ook voor andere opdrachtgevers werken? – Is de opdrachtgever aansprakelijk voor de schade die een opdrachtnemer veroorzaakt in de uitoefening van zijn werkzaamheden? – Heeft de opdrachtnemer een beroepsaansprakelijkheidsverzekering? – Zorgt de opdrachtgever voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen? Ook is van belang dat de overeenkomst als zodanig daadwerkelijk kan worden en zal worden uitgevoerd. Bron: BDO, 5 januari 2016 Geplaatst in Rechtspraak | Tags BDO, belastingdienst, dba, gezagsverhouding, loonheffingen, VAR, zelfstandigen, zzp | Reacties uitgeschakeld voor VAR en nieuwe situatie bij wet DBA