Verruiming tijdelijke contracten voor jongeren – toegelicht Geplaatst 7 juli 2010 door Gastblogger 7 juli 2010 Inleiding Op 29 juni 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 32058 dat op 14 september 2009 door minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is ingediend, aangenomen. Het wetsvoorstel beoogt een tijdelijke wijziging van art. 7:668a BW, opdat de mogelijkheid om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met jongeren onder de 27 jaar aan te gaan wordt verruimd. Het bevorderen van de arbeidsparticipatie van jongeren vormt de achterliggende gedachte van de tijdelijke wetswijziging. Gelet op de huidige economische crisis zijn werkgevers immers veelal huiverig om een langdurige arbeidsrelatie met een werknemer aan te gaan. Jongeren worden hier meer dan evenredig de dupe van, nu zij veelal werkzaam zijn op basis van een tijdelijk contract. Ketenbepaling van artikel 7:668a BW Onder de huidige regeling van art. 7:668a BW wordt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na een aantal contracten en/of na verloop van tijd van rechtswege geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Allereerst in geval sinds de begindatum van een eerste arbeidsovereenkomst van een reeks, met inbegrip van eventuele onderbrekingen van maximaal drie maanden, meer dan 36 maanden zijn verstreken. Vervolgens wanneer een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd begint. Met de tijdelijke maatregel wordt art. 7:668a BW dusdanig gewijzigd dat pas na ommekomst van een termijn van 48 maanden, zonder tussenpozen van langer dan drie maanden, en/of bij aanvang van een vijfde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sprake zal zijn van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ten gevolge van de tijdelijke wetswijziging wordt het dan ook aantrekkelijker voor een werkgever om een arbeidsovereenkomst met een jongere werknemer te continueren. Overgangsrecht Het wetsvoorstel heeft onmiddellijke werking vanaf het moment van inwerkingtreding waardoor jonge werknemers die op dat moment niet aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ex het huidige art. 7:668a BW voldoen, onder de reikwijdte van de tijdelijke wetswijziging vallen. Werknemers die op het moment van inwerkingtreding al aan de voorwaarden voldoen, worden dan ook expliciet van de tijdelijke wetswijziging uitgezonderd, zodat geen afbreuk wordt gedaan aan hun rechten. Bij het vervallen van de tijdelijke wetswijziging krijgen jonge werknemers die op dat moment langer dan 36, maar korter dan 48 maanden, zonder tussenpozen van langer dan drie maanden, werken en/of werkzaam zijn op basis van een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit zal pas het geval zijn na afloop van de periode van 48 maanden of bij een vijfde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkingsduur en inwerkingtreding In beginsel heeft de tijdelijke wetswijziging een beperkte werkingsduur. Zij vervalt daartoe met ingang van 1 januari 2012, tenzij de minister uiterlijk in november 2011 aangeeft dat de wet dient te worden verlengd. De tijdelijke wetswijziging treedt overigens pas in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst. Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor Verruiming tijdelijke contracten voor jongeren – toegelicht
Inlenersaansprakelijkheid surseance en VAR gewijzigd Geplaatst 6 juli 2010 door Redactie FlexNieuws 6 juli 2010 De demissionaire minister van Financiën heeft Leidraad Invordering 2008 gewijzigd, onder meer door de invoering van de schriftelijkheidseis bij de melding van betalingsonmacht en naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer over VAR-verklaringen. Een aantal beleidsbesluiten wordt ingetrokken. Voor zover nodig wordt het goedkeurende beleid dat in die besluiten staat in de leidraad opgenomen. Matiging van de aansprakelijkheid De wijzigingen in de artikelen 34.8.2 en 35.9 van de Leidraad leggen expliciet vast dat voor een matiging van de aansprakelijkheid bij toepassing van het anoniementarief vereist is dat inleners tijdig, dat wil zeggen ten tijde van de tewerkstelling, een goede administratie met betrekking tot ingeleende werknemers voeren en dat hiervan geen sprake is indien inleners achteraf gegevens bijeen brengen (Artikel I, onderdelen K en L). Aansprakelijkstelling Als een opdrachtgever een opdracht heeft verstrekt aan een opdrachtnemer die ten onrechte over een VAR-wuo of VAR-row beschikt – maar op grond van de juiste feiten over een VAR-dga had moeten beschikken – en die opdrachtgever te goeder trouw op die ten onrechte afgegeven verklaring is afgegaan, blijft aansprakelijkstelling achterwege. Surseance en inlenersaansprakelijkheid Zodra de ontvanger bekend is met een surseanceverlening, verzoekt hij de bewindvoerder schriftelijk of hij – binnen een door de ontvanger te stellen termijn – schriftelijk wil instemmen met de vestiging van een pandrecht op de saldi op de g-rekening die ontstaan vanaf de datum van surseanceverlening. Als de bewindvoerder instemming weigert, dan zegt de ontvanger de g-rekening onmiddellijk op. De ontvanger zal de hoogte van de aansprakelijkstelling niet matigen als blijkt dat de inlener de voor de matiging vereiste gegevens niet heeft geadministreerd ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden door de ingeleende arbeidskrachten. Als mocht blijken dat het in de administratie van de inlener opgenomen BSN/sofinummer van de werknemer onjuist is, zal de inlener in de gelegenheid worden gesteld alsnog het juiste BSN/sofinummer te overleggen. Bron: minfin, 29 juni 2010 Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor Inlenersaansprakelijkheid surseance en VAR gewijzigd
ABU CAO Uitzendkrachten loonsverhoging 5 juli – normtabel Geplaatst 3 juli 2010 door Redactie FlexNieuws | CAO Uitzendkrachten (ABU) » | 3 juli 2010 Op 3 mei 2010 zijn CAO-partijen, de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen), FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, De Unie en LBV overeengekomen dat per 5 juli 2010 een loonsverhoging van 1 procent zal worden doorgevoerd. Per 3 januari 2011 zal dan nog een verhoging volgen van 0,5 procent. De laatste loonsverhoging dateert van 1 juli 2008. Normtabel 5 juli 2010 Per 5 juli 2010 vindt er een loonsverhoging van 1% plaats. Hierop is onderstaande normtabel aangepast. Normtabel in euro’s per 5 juli 2010 Functiegroep Beginsalaris (per uur in euro’s) Eindsalaris (per uur in euro’s) Normperiodiek (in procenten) 1 8,60 10,87 2,75 2 8,86 11,53 2,75 3 9,19 12,29 2,75 4 9,61 13,25 2,75 5 10,04 14,29 2,75 6 10,53 15,50 2,75 7 11,16 16,83 2,75 8 11,85 19,07 2,75 9 12,66 21,46 2,75 Download de normtabel van 5 juli 2010 Gerelateerd nieuws 19-05-10 ABU CAO Uitzendkrachten loonsverhoging 5 juli 2010 13-04-10 Aanpassingen ABU CAO Uitzendkrachten 3 mei 2010 01-03-10 Donner blijft bij AVV ABU uitzend-cao 15-01-10 Vakkrachtenmelding Schildersbedrijf binnen ABU-CAO Bron: ABU, juli 2010 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags ABU, cao, uitzendkracht | Reacties uitgeschakeld voor ABU CAO Uitzendkrachten loonsverhoging 5 juli – normtabel