loading
views

Kamervragen over afschaffing sectorindeling

CDA-Tweede Kamerleden Pieter Omtzigt en Pieter Heerma hebben op dinsdag 13 juni aan minister Asscher en staatssecretaris Wiebes schriftelijk vragen gesteld over het onverwachte besluit tot wijziging van de sectorindeling van bedrijven die personeel ter beschikking stellen.

Zie hieronder de tekst uit hun Kamerstuk:

Vragen van de leden Omtzigt en Heerma (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het beleidsbesluit over de indeling van uitzendbureaus en andere organisaties bij de sectorcodes sociale zekerheid, waardoor sociale lasten fors kunnen toenemen (ingezonden 13 juni 2017)

1
Herinnert u zich dat u in de staatscourant de “Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 mei 2017, 2017-0000076375, tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met afschaffing voor nieuwe gevallen van de mogelijkheid om uitzendbedrijven in een andere sector dan de uitzendsector in te delen” heeft laten plaatsen?1

2
Klopt het dat door deze nieuwe regeling twee soorten vaksector-uitzendbureaus ontstaan onder de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), namelijk degenen die vóór 24 mei 2017 een aanvraag voor sectorindeling hebben ingediend en degenen die dat ná die datum gedaan hebben?

3
Klopt het dat de vaksector-uitzendbureaus van voor 24 mei 2017 in de regel veel lagere sociale premies zullen betalen dan de uitzendbureaus die na die datum een aanvraag ingediend hebben? Hoe groot kan het verschil in loonkosten hierdoor zijn voor twee identieke ondernemingen?

4
Wat is de objectieve rechtvaardigingsgrond om dit verschil tot in lengte van jaren te laten voortduren? Zal dit onderscheid stand houden bij een rechter?

5
Kunt u aangeven op basis van welk gebleken bewijs van verschil in gebruik van sociale verzekeringen, u dit besluit genomen heeft?

6
Kunt u bevestigen dat de wijziging van 18 mei 2017 geen gevolgen heeft voor personeel-bv’s die uitsluitend arbeidskrachten ter beschikking stellen binnen het eigen concern (intra-concern) en dus niet of nagenoeg geheel niet (90%-criterium) aan derde partijen personeel uitlenen? Maakt het hierbij nog verschil of “leiding en toezicht” wel of niet door de binnen het concern inlenende vennootschap wordt uitgeoefend?

7
Kunt u aangeven hoe de wijziging van 18 mei 2017 uitpakt voor een zzp-er die via een eigen bv werkt? Valt de bv van zo’n zzp-er ook onder de reikwijdte van het begrip “uitzendbedrijf”?

8
Blijft een bestaande sectorindeling van rechtswege bestaan of bent u voornemens de indelingsbeschikking ten nadele van een werkgever te herzien?

9
Kan een werkgever in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen ontlenen aan een indelingsbeschikking qua sectorindeling?

10
Waarom heeft u de Kamer niet op de hoogte gesteld van deze vrij ingrijpende wijziging?

11
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de reguliere termijn beantwoorden?

1] zie: Staatscourant 29244 van 24 mei 2017

Bron: Tweede Kamer/kamerstukken, 13 juni 2017

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek