loading
views

Procedureel anticiperen op WWZ

| Download Wet Werk en Zekerheid |


Van Diepen.com

Procedureel anticiperen op de WWZ
Op grond van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) zijn reeds wijzigingen doorgevoerd. Sinds 1 januari 2015 is de verplichte aanzegging bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ingevoerd en zijn de regels omtrent het gewijzigde proeftijdbeding en het non-concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gewijzigd. Per 1 juli 2015 zal op grond van de WWZ onder meer het ontslagrecht ingrijpend worden gewijzigd. Zo zullen de limitatief opgesomde ontslaggronden de procedurele route bepalen, de transitievergoeding wordt geïntroduceerd en het wordt mogelijk om in hoger beroep en cassatie te gaan tegen een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. Maar in hoeverre kan men al rekening houden met deze geplande wijzigingen, wanneer het dienstverband dient te worden beëindigd?

Het antiperen op de WWZ bij een minnelijke regeling
Er zijn meerdere manieren om een arbeidsovereenkomst te beëindigen. Een in de praktijk veel gehanteerde methode is de beëindiging met wederzijds goedvinden. In dit geval komen werkgever en werknemer overeen onder welke voorwaarden de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd en leggen deze afspraken (doorgaans) schriftelijk vast in een vaststellingsovereenkomst. In dit kader hebben de werkgever en werknemer een grote vrijheid om de beëindigingsvoorwaarden te bepalen en kunnen derhalve onderling overeenkomen te anticiperen op (de nog in te voeren) wijzigingen onder de WWZ.

Het anticiperen in de (huidige) ontbindingsprocedure
De kantonrechter van de Midden-Nederland neemt in zijn beschikking van 1 september 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:3826) eveneens reeds een voorschot op de invoering van de WWZ. Kortweg ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een billijkheidsvergoeding. Bij het bepalen van de hoogte van deze vergoeding wijst de kantonrechter uitdrukkelijk naar – onder andere – de invoering van de WWZ en het feit dat een vergoeding op grond van de neutrale kantonrechtersformule met factor C = 1 een veelvoud zou zijn van het bedrag waarop de werknemer recht zou hebben onder de WWZ. Vervolgens kent de kantonrechter de werknemer een relatief lage vergoeding toe zonder het toepassen van de kantonrechtersformule.

Bovenbedoelde beschikking geeft de indruk dat in de rechtspraak wordt geanticipeerd op de invoering van de WWZ. In het arrest van het Hof Den Haag d.d. 14 april 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2015:753) is daarentegen sprake van het tegendeel.

Op grond van het appelverbod in art. 7:685 lid 11 BW kan onder het huidige recht een partij in beginsel niet in hoger beroep of cassatie tegen een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. De Hoge Raad heeft echter drie gronden aangenomen op grond waarvan beroep en cassatie mogelijk is, namelijk wanneer de kantonrechter buiten toepassingsbereik van art. 7:685 BW is getreden, dit wetsartikel ten onrechte buiten toepassing is gelaten of zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Onder de WWZ wordt het recht van hoger beroep en cassatie evenwel geïntroduceerd.

Het Hof diende in bovenbedoeld arrest te oordelen over een casus waarin de werknemer in hoger beroep is gegaan tegen een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. Het Hof overweegt dat de casus dient te worden beoordeeld op grond van de huidige wetgeving en niet dient te worden geanticipeerd op de beroepsmogelijkheden onder de WWZ. Derhalve geldt het appelverbod, behoudens de drie bovenbedoelde beroepsgronden. Vervolgens oordeelt het Hof onder meer dat een niet naar behoren gemotiveerde beschikking geen beroepsgrond oplevert om het appelverbod terzijde te schuiven.

Conclusie
Hoewel het uitgangspunt is dat de huidige arbeidsrechtelijke regelgeving van toepassing is totdat de (nog in te voeren) wijzigingen onder de WWZ van kracht zijn, kan niet worden voorbijgegaan aan het risico dat de (thans in beginsel in enige instantie rechtsprekende) kantonrechter de lijn van het Hof Den Haag niet zal volgen. Bovenbedoeld arrest van het Hof Den Haag biedt derhalve een handvat, maar geen garantie in een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter over het anticiperen op de WWZ onder huidig recht.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek