"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

NAU: wie de deadline van 31 december mist, verspeelt de overgangsregeling

Op 1 november opent het aanmeldloket voor de Wtta-overgangsregeling. Wie zich niet vóór 31 december meldt, kan in 2027 niet zomaar doorgaan met uitlenen. Kees van Nieuwamerongen (directeur NAU) legt uit wie zich moet melden, wat de waarborgsom kost en wat het SNA-keurmerk straks nog waard is.

Voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven begint de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) niet op 1 januari 2027, maar al over een paar weken. Op 1 november opent het loket waar uitleners zich melden voor de overgangsregeling. Kees van Nieuwamerongen is directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), de instantie die straks bepaalt wie tot de uitleenmarkt wordt toegelaten. In een webinar van Flexnieuws tijdens de webinarweek maakte hij duidelijk dat de klok tikt en dat de groep die zich moet melden groter is dan veel bedrijven beseffen.

Twee maanden om je ticket te halen

Het aanmeldvenster loopt van 1 november tot en met 31 december 2026. Dat is bewust kort, legt Van Nieuwamerongen uit. De NAU wil begin 2027 weten hoe groot de markt is. “Wij denken aan ongeveer vijftienduizend organisaties, maar we weten het niet zeker.” Op basis van dat aantal en de opgegeven omzet worden de leges vastgesteld, de kosten die een uitlener betaalt voor de toelating zelf.

De aanmelding is de toegang tot de overgangsregeling en die regeling is onmisbaar. Iedere uitlener moet uiteindelijk door een inspectie-instelling worden gecontroleerd op het nieuwe normenkader. Bij duizenden bedrijven lukt dat niet in een paar maanden. De overgangsregeling zorgt ervoor dat je in de tussentijd kunt blijven werken. Wie de deadline mist, verliest die mogelijkheid. “Dan mis je eigenlijk je toelating tot die overgangsperiode”, aldus Van Nieuwamerongen. In de praktijk komt dat neer op het verlies van je businessmodel.

Daarna volgt de tweede deadline: tussen 1 mei en 30 juni 2027 vragen uitleners hun daadwerkelijke (voorlopige) toelating of ontheffing aan.

Consultants en IT-bedrijven: niet te snel denken dat het je niet raakt

Voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven is de toelatingsplicht helder. Maar de wet geldt ook voor andere bedrijven die personeel uitlenen en daar winst op maken, ook als dat een nevenactiviteit is, en voor buitenlandse bedrijven die werknemers in Nederland uitlenen. Denk aan bedrijven in consultancy, IT, reclame en zakelijke dienstverlening. Volgens Van Nieuwamerongen zijn juist zij vaak niet alert. “Veel van die bedrijven denken dat ze een dienst leveren, maar eigenlijk stellen ze personeel ter beschikking.”

De NAU hanteert drie kernvragen. 

  • Heeft u werknemers in dienst die tijdelijk bij een ander bedrijf werken? 
  • Ontvangt u daarvoor een vergoeding? 
  • Werken zij onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf? 

Is het antwoord driemaal ja, dan valt u mogelijk onder de toelatingsplicht. De beslisboom op toelatinguitleenmarkt.nl helpt bij twijfel. “Als je eronder valt en je doet niks, heb je wel een probleem.”

Ook bedrijven die incidenteel personeel uitlenen, bijvoorbeeld in de bouw of de agrarische sector, moeten iets doen. Is uitlenen minder dan tien procent van de omzet, dan kan een ontheffing worden aangevraagd. Die moet dan wel echt worden aangevraagd. Sommige sectoren vallen er volledig buiten, zoals de beveiligingsbranche, sociale werkbedrijven en bbl-leerbedrijven.

Ook ‘eenmans-bv’s’ kunnen onder wtta vallen  

Een opvallende vraag uit het publiek ging over de directeur-grootaandeelhouder (dga) die zichzelf via de eigen bv als consultant verhuurt. Het antwoord was kort: ja, die bv valt onder de wet. Werk je onder leiding en toezicht van een ander, dan is het je bv die je uitleent. “Dan verschil ik in feite niets van een uitzendbureau.” Een zzp’er die onder leiding en toezicht werkt, valt er volgens Van Nieuwamerongen juist niet onder; die is dan in feite gewoon in dienst (van het bureau of de opdrachtgever), met alle discussie over schijnzelfstandigheid van dien.

Een ton die je terugkrijgt

Over geen onderwerp kwamen zoveel vragen binnen als over de waarborgsom. Voor bestaande uitleners bedraagt die 100.000 euro, in één keer. Starters storten eerst 50.000 euro en een half jaar later de rest. De som dient als buffer voor achterstallige lonen en belastingen, en moet voorkomen dat een bedrijf dat van de markt wordt gehaald de volgende dag onder een nieuwe bv doorgaat.

Van Nieuwamerongen nuanceert het beeld dat toelating een ton kost. Wie de afgelopen vier jaar keurig loon en belasting heeft afgedragen, krijgt vrijstelling. Wie wel stort en vier jaar zonder achterstanden werkt, krijgt het bedrag terug. “Als je gewoon goed je business runt, komt het geld vanzelf terug.” Rente is er overigens niet: op die vraag uit het publiek was het antwoord een kort “nee”.

Het SNA-keurmerk verliest zijn waarde

Wie denkt met het SNA-keurmerk klaar te zijn, komt bedrogen uit. Het Wtta-normenkader bouwt voort op de NEN 4400-1, maar voegt onder meer toetsing toe op de juiste toepassing van de cao en gelijkwaardige beloning, en op huisvesting: werk je met een gecertificeerde huisvester of een woningcorporatie? Uit proefinspecties kwamen volgens Van Nieuwamerongen ‘behoorlijk wat non-conformiteiten’. Een SNA-keurmerk betekent dus niet automatisch dat je aan de nieuwe eisen voldoet.

Een keurmerk dat op 30 juni 2027 nog geldig is, kan eenmalig dienen als basis voor toelating. Daarna is een Wtta-inspectie nodig. Over de waarde van het keurmerk op langere termijn is hij helder: “Dat is nul, want dat biedt geen toelating meer tot de markt.” Wel begrijpt hij dat uitleners het in de overgangsjaren willen aanhouden, om klanten, banken of de Belastingdienst te laten zien dat ze deugen. Dat schuurt wel: hoe drukker inspectie-instellingen zijn met SNA-keuringen, hoe langer de overgangsperiode duurt.

De enige norm die nog niet definitief is, is norm 5.3 over gelijkwaardige beloning. Die gaat de internetconsultatie in, moet voor het einde van het jaar in werking treden en wordt vanaf medio 2027 getoetst. Van Nieuwamerongen wijst erop dat het ministerie van SZW het normenkader maakt, de NAU de toelating uitvoert en de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft.

Regel het praktische nu, maar niet te vroeg

Voor de aanmelding heb je eHerkenning niveau 3 nodig, toegang tot de Berichtenbox voor Bedrijven, correcte gegevens in het KVK-handelsregister, je verwachte jaaromzet over 2026 en het type aanvraag dat je in 2027 verwacht te doen. Omdat eHerkenning en de Berichtenbox weken doorlooptijd kunnen hebben, is het advies stellig: “Niet over nadenken, gewoon doen.” Het formulier zelf is overzichtelijk, belooft hij.

Wie te ijverig is, kan echter ook de mist ingaan. Van Nieuwamerongen sprak iemand die trots zijn VOG voor rechtspersonen al had aangevraagd. Die is pas in mei nodig en mag dan maximaal drie maanden oud zijn. “Je kunt ook te snel zijn.”

Reken er bovendien op dat opdrachtgevers aan de lijn komen. De NAU roept inleners op om hun uitleners rond 1 november te vragen of zij zich al hebben aangemeld.

Route naar 2028

  • 1 november tot 31 december 2026: aanmelden voor de overgangsregeling.
  • 1 januari 2027: de Wtta treedt in werking.
  • 1 mei tot 30 juni 2027: aanvraag toelating of ontheffing.
  • Vanaf 1 juli 2027: beoordeling door de NAU, openbaar register gaat open.
  • Vanaf 1 januari 2028: handhaving door de Arbeidsinspectie; alleen toegelaten uitleners mogen nog uitlenen.

Meer informatie, stappenplannen en de beslisboom staan op toelatinguitleenmarkt.nl, waar ook het nieuwe contactcentrum van de NAU te vinden is. De NAU heeft ook een ‘Communicatietoolkit Wtta’ opgesteld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Wtta, die vind je hier. 

Het volledige webinar, inclusief alle vragen uit het publiek, is hieronder terug te kijken. 

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *